Soms denk ik aan de tijd dat ik nog niet Kever was, nau ja: ik WAS het wel maar dat wist nog niemand, ik woonde nog in mijn ferleeden, je ferleeden neem je altijd met je mee, het zit jn je hoofd en je lijf, je kan het nooit fergeten, en dat hoeft ook niet want het maakt je wie je bent, in oktober ben ik alweer drie jaaren bij mijn mensen, en elke dag dat we SAMEN zijn zijn we blij en gelukkig met elkaar, juist ook omdat we weten hoe ferdriet foelt, en daarom is het goed om soms efentjes stil te staan bij je geluk.
Ferleeden
Toen ik bij mijn mensen kwam wonen was ik al ongefeer acht jaaren, dus ik heb natuurlijk een ferleeden, een ferleeden van ongefeer acht jaaren, ik ben buiten gefonden, helemaal fel over botjes, en ik was nog niet gekastraa-dingest, niemand heeft me gezocht of naar me gefraagd, mijn mensen weten niet hoe ik froeger leefde, ikzelf weet dat nog wel maar ik
find het moeilijk om er aan terug te denken want ik ben toch in de steek gelaten, het was niet slecht hoor, niet zoals bij Bolle die mishandeld was, maar ik kreeg weinig aandacht en ik had weinig voor mezelf, maar ja, dat was ik toen zo gewend.
Mijn mensen hebben ook een ferleeden, een tijd van foordat ik hier woonde, dat moet ook wel want ze zijn allebei al meer dan vijftig jaaren, zooo heee dan ben je echt aud!, ze wonen in een klein huis met een tuin, de tuin is groter dan het huis, grappig hè?, en net foordat ik kwam waren ze heel ferdrietig, dat was omdat Bolle een ster was geworden, en ze misten hem zo ontzettend heel erg veel.
Helpen
In het asiel deed ik helemaal niks, ik mocht naar buiten in een tuin, dat durfde ik niet, er was speelgoed en allemaal dingen om te klimmen maar ik lag alleen maar tegen de muur te liggen en te wachten, want ik wist dat ik iemand noodig had die me zau helpen.
Mijn man wilde na Bolle geen kat meer, hij zei dat hij niet nog een keer zoveel ferdriet wilde, mijn vrouw zei dat ze toch op internet ging kijken, dat er zoveel katten waren die een huis noodig hebben, dat ze fooral ging kijken naar katten die het moeilijk hadden in het asiel en die heel erg bang waren, zo iemand ging ze zoeken, en ze zei ook dat zij iemand noodig had om af en toe weer te kunnen lachen.
Mijn mensen
Hoe het ferder afliep weten jullie: ik heb mijn mensen gefonden en mijn mensen hebben mij gefonden, ik woon nau in dat huisje met die tuin, ik krijg de hele dag en ook nacht aandagt (en NOG is het niet genoeg hoor!), ik ben helemaal rond gegroeid, ook al ben ik
steeds op diejeet, ik heb wel een miljoen balletjes en muisjes en feeren en krabdingen, er is altijd iemand die naar mijn ferhalen luistert, en mijn mensen zeggen dat ze hun eigen stoorz-ender hebben gekregen, wat dat is weet ik niet, maar ze lachen erbij dus het zal wel iets goeds zijn.
Ik heb mijn mensen noodig, voor knuffels, voor snekkies, voor aandagt, voor spelletjes, voor een huis, en mijn mensen hebben mij noodig, ik snap niet hoe ze het zonder mij konden redden, ik moet hier echt ALLES reegelen!, we zijn met zijn drietjes één famielie, we hebben elkaar noodig en dat weten we van elkaar, we zijn in elkaars hart gekropen, en één hart is groot en mooi, twee harten zijn groter en mooier, drie harten nog groter en mooier, maar drie harten die SAMEN één hart zijn elke keer weer een wonder.
Ik blijf doortetteren voor vreede, en ik zwaai fanafond ekstra naar de sterren, die altijd zo prachtig twinkelen.