Vroeger, toen ik nog een beebiekitten was, kreeg ik elke maand op de twaalfde dag een katdootje. Zoals m’n mooie reismand, waar ik tot op de dag van vandaag alleen nog maar reizen naar die lieve dierendoktermeneer mee heb gemaakt.
Al hoop ik wel dat ik ooit ook nog ‘s ergens anders mee naar toe mag. Want een keer mee op jacht met m’n personeel staat nog steeds hoog op m’n verlanglijstje. Gewoon om te weten in welke weilanden ze elke keer weer m’n natvoer, snekkies, brokjes en ander lekkers vangen, omdat ik in m’n eigen Grote Weiland alleen maar muizen en mollen tegenkom. En heel eerlijk gemauwd, muizen eet ik alleen maar als ze gemarineerd zijn en gaar van de grote barbeknoei af komen. En mollen, nou, daar ben ik zelf niet echt dol op. M’n personeel trouwens ook niet, want als ik er weer ‘s eentje mee neem naar huis als katdootje voor hunnie dan graven ze een groot gat in de tuin om de mol weer in terug te leggen.
Pootjes
Op de tweede twaalfde van de maand dat ik in m’n eigen huis was getrokken kreeg ik een écht groot formaat katerkattenbak, want ik had tot die tijd nog steeds een laag instapmodelletje met open dak omdat de rand van de kattenbak die nog hier in huis stond te hoog was voor m’n toen nog korte kittenpootjes. Maar ik groeide als kool door alle knuffels, kroelen en lieve woordjes, dus toen vond m’n personeel dat ik eigenlijk wel een hele eigen nieuwe kattenbak moest, zo eentje waar alleen maar m’n eigen luchtje in hing.
En die staat nu nog steeds in m’n badkamer, al gebruik ik ‘m alleen nog maar als het buiten echt koud en vies weer is, of wanneer ik binnen op ‘t huis pas omdat m’n personeel even weg moet.
En zo ging dat een tijdlang door met al die katdootjes elke maand. Ik kreeg m’n krabpaal tot aan ‘t plafond, waar ik op leerde klimmen en afdalen. Nou ja, tijdens m’n dagelijkse zoomies door het huis schoot ik supersnel naar boven om me daaarna gewoon vanaf plafondhoogte neer te laten ploffen op de bank die er naast staat, maar dat was dan weer om te oefenen om netjes op m’n poten te landen.
Ik kreeg nieuwe speeltjes, zachte mandjes of heerlijke kleedjes om in de vensterbanken op te dutten. Of een nieuwe krabpaal, omdat ik die regelmatig versleet door meerdere keren op een dag m’n stiletto’s aan te scherpen.
Ik kreeg regelmatig nieuwe speeltjes, zelfs als het niet de twaalfde van de maand was. En natuurlijk m’n allereerste hengel, waarop ik m’n evenwicht kon oefenen. Dat die daar niet voor bedoeld was had niemand me ooit gemauwd, maar omdat ik steeds groterderder groeide en m’n beebiekittengewicht op de duur veranderde in een grotekatergewicht duurde ‘t niet lang voordat de hele hengel geknakt was en aan elkaar hing van dikke lagen zwart plakkend band…
Katdootjes
De tiende keer dat ik katdootjes kreeg mauwde m’n personeel dat ik m’n verjaardag mocht vieren omdat ik precies twaalf maanden eerder, samen met m’n broertjes en zusjes, geboren was. Tweebeners schijnen dat dan altijd heel leuk te vinden met een huis vol met andere tweebeners, maar omdat ik niet weet waar al m’n broers en zussen zijn gaan wonen toen ze bij m’n moeder uit huis gingen kon ik ze niet op m’n eerste verjaardag vragen. Ze hadden het trouwens ook vast veel te druk met het vieren van hun eigen eerste verjaardag, want dat heb je nou eenmaal, als je alle zes op dezelfde dag geboren bent.
Niet dat dat een probleem was hoor, want ik heb er gewoon samen met m’n personeel een heel mooi feestje van gemaakt. Met lekkere hapjes, extra snekkies en heul, heul veul knuffels en aaien en kriebels en lieve woordjes. En natuurlijk katdootjes, want die horen er nou eenmaal bij op een verjaardag.
De twaalfde van de maand daarop maakte ik m’n personeel vroeg wakker. Ik kreeg knuffels en een overheerlijk ontbijt zoals elke ochtend, maar helemaal niks om uit te pakken. Als kittenkater begreep ik daar helemaal niks van, maar m’n personeel legde uit dat ik in de afgelopen maanden al zóveel speelgoed, krabpalen, dekentjes en manden had gekregen dat het huis inmiddels al zo vol stond dat er eigenlijk niks meer bij kon. En dat ik, nu ik dertien maanden oud was, al een hele grote kater aan het worden was en alles al had wat ik me maar kon wensen.
Nou, daar zat ik dan, met lege poten en een goed gevulde maag.
Dertig maanden
Maar diep in m’n hart wist ik dat m’n personeel gelijk had. Er lag zoveel speelgoed in huis waar ik eigenlijk helemaal niet meer naar om keek omdat ik buiten zijn veel leukerder vond. En als ‘t rotweer was, lag ik overdag veel liever op de tuintafel of in de vensterbank te dutten, zodat ik ‘s nachts weer lekker uitgerust was om m’n straatcontrolerondes te lopen.
Ik had en heb helemaal niks te klagen.
Waarom ik dit allemaal mauw? Nou, omdat ik afgelopen zondag precies dertig maanden oud ben geworden en heb bedacht dat het er in een kattenleven helemaal niet om gaat hoeveel speelgoed of mandjes of krabpalen je in je huis hebt staan. Het gaat er om dat je lief personeel hebt dat aan één mauw genoeg heeft om te snappen wat je bedoelt, een warm en droog plekje hebt om veilig te slapen, knuffels en aaien en kriebels en lieve woordjes krijgt. En niet te vergeten, op z’n tijd je natje en je droogje, met af en toe wat snekkies tussendoor. Okee, en een klein beetje speelgoed zoals een hengel, een knikkerbaan of een muis met een lekker luchtje of een balletje om achteraan te rennen. Want mijn kattenpoot is tegenwoordig snel gevuld…
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Wat een week was het weer… Eigenlijk vind ik de herfst zoals die de afgelopen dagen was helemaal niet zo erg, de hitte is uit de grond in de tuin verdwenen en ik kan genieten van het zachte briesje dat af en toe door m’n vacht streelt.
gegaan voor m’n ontbijt, terwijl m’n personeel een reddingsactie uitvoerde op m’n grote bruine kussen, dat inmiddels een doorweekt en onbruikbaar tuintegelkussen was geworden. Maar nog voordat ik m’n ontbijt achter de kiezen had, lag m’n kussen al in dat grote draaiding dat in de keuken staat en dat brommend m’n kussen nóg natterder maakte dan dat ‘ie al was. Ik snapte er niks van.
Gelukkig kreeg ik wel meer dan genoeg knuffels en aaien en lieve woordjes als ik zo de hele dag in de vensterbank lag, en dat was heerlijk. Als ik zin had, draaide ik me op m’n rug met alle vier m’n poten omhoog, en dan kreeg ik ook nog buik- en kin kriebels. Dat maakte toch wel weer heel veel goed en ik bedacht me dat ik het ook eigenlijk helemaal niet slecht getroffen heb met m’n personeel. Maar dat serveren van m’n eten en drinken in de vensterbank of op de bank of op ‘t grote bed of op ‘t dakterras van m’n villa of boven in m’n kaktuskrabpaal opnemen in ‘t nieuwe personeelscontract lijkt me nog helemaal niet zo’n gek idee. Ik denk dat ‘t dan wel harde onderpootelingen gaan worden, want zelf eten ze ook altijd op dezelfde plek aan de grote eettafel. Maar ik wil ‘t tegen die tijd wel gaan proberen als ik er dan nog aan denk.
Misschien weten jullie je nog te herinneren dat ik dit jaar voor m’n verjaardag een hele nieuwe krabpaal heb gekregen. En daar was ik heel erg blij mee, ook al was het maar gewoon een kartonnen paal met touw eromheen, een lekker zacht grijs pootstuk en eenzelfde zacht stukje boven op de paal. Want heel eerlijk gemauwd heb ik niet veel meer nodig om een paar keer per dag m’n stiletto’s aan te kunnen scherpen. En ik kon aan m’n nieuwe paal ook weer prima m’n rek- en strek oefeningen doen. Met m’n voorpoten helemaal omhoog, bovenkant paal aanraken en dan weer omlaag. En dat dan een paar keer achter elkaar, echt, ik kan ‘t iedereen aanraden.
nou? Gelukkig kon ik de neerstortende paal nog net ontwijken, anders was ik midden in m’n vakantie nog in de ziektewet terecht gekomen ook.
Bofkater
Het zal niemand ontgaan zijn, maar afgelopen maandag is de herfst weer begonnen. Dus dat wordt de komende tijd weer hard werken om achter alle afgevallen blaadjes in de tuin aan te rennen, samen met m’n personeel wat gaten in de aarde te maken om alvast wat bolletjes te planten, om daarna heerlijk te luieren in huis. Want deze week neem ik vakantie.
op m’n gemak naar de keuken te wandelen om aan te schuiven. En ik kan m’n personeel nu ook wat meer aandacht en knuffels geven, want de afgelopen weken kwam ik eigenlijk vaak alleen maar binnen om te eten, omdat het buiten nog zulk lekker weer was. Urenlang kon door m’n wijk wandelen of lag ik op ‘t kussen op de tuintafel te dutten, en dat laatste was extra gezellig als m’n personeel dan ook in de tuin kwam zitten. Maar nu de avonden weer wat kouder worden en ‘t overdag vaak waait blijven zij toch liever binnen…
Het is altijd ook een hele goeie training om ‘s nachts op muizen te jagen. Soms laat ik de muis winnen, want m’n personeel lust ze niet. En heel eerlijk gemauwd, sinds ik de gemarineerde muizensateetjes op de diverse feesten heb geproefd vind ik rauwe Weilandmuis ook eigenlijk niet eens lekker meer. Maar de barbeknoei staat alweer helemaal schoon in de schuur, dus die mag ik niet meer gebruiken…
Na even van Feestboek en andere pagina’s te zijn weggeweest vanwege drukte op ‘t werk bij m’n personeel ben ik deze week weer met ze voor de leptop gaan zitten, al blijft m’n personeel volhouden dat we er achter zitten. Daar snap ik werkelijk helemaal niks van, want als ik er achter ga zitten dan zie ik helemaal niks… Maar ik mauw daar niet meer over tegen hullie hoor, want ik weet zeker dat ik er nu voor zit en m’n personeel blijft volhouden dat we er achter zitten. En als zij daar gelukkig van worden vind ik dat helemaal prima. Want gelukkig personeel betekent gewoon meer kroelen en aaien en lieve woordjes. En natuurlijk niet te vergeten, vaak ook wat meer snekkies. Dus ik laat het maar zo.
Nou, ik heb die twee al een paar keer meegemaakt op feestjes en ‘t zijn een paar van de liefste, zachtaardigste blaffers die je je kunt voorstellen. Met een heel groot hart op de juiste plaats. Hun baasje en vrouw houden heel erg veel van ze en ze hebben een hele goede opleiding gehad. Dus waarom zouden sommige tweebeners bang voor ze zijn?
En dat zit bij mij thuis wel snor, want zoals ik niet kijk naar hoe m’n personeel er uit ziet (maar breek me de bek niet open over ‘s morgens heel vroeg, want dat is soms best wel even schrikken), kijkt m’n personeel niet naar de kleur van m’n vacht. Want of die nou rood, bruin, grijs, wit, zwart, groen of pimpelpaars met een roze streep zou zijn, liefde maakt blind. En als blaffers en mauwers daar geen probleem van maken, zouden tweebeners dat ook niet hoeven te doen.