Categorie archieven: Joep

Joep voelt zich geen verwende katermans

Wat me van de week toch overkomen is… Ik stond daar zelf van te kijken, zo van dat doen ze anders noooit, heb ik dat?
Laat me je mauwen wat er gebeurd is, want zo lang als dat ik hier woon is me zoiets echt nog nooit eerder overkomen.

Boergondies

Zoals jullie misschien wel weten, ben ik een Boergondiese Katermans. En daar bedoel ik mee dat ik graag altijd de vier verschillende smaken van mijn droge brokjesmerk met 3 grote mokken per soort goed gemengd in m’n grote brokkenvoorraadbox wil hebben, om daar twee keer per dag een schepje van in mijn etensbak te krijgen. Want, zoals mijn moeder altijd mauwde “geen betere raad dan voorraad”, en dat heb ik in m’n oren geknoopt toen ik bij haar uit huis ging.
Ik weet ook altijd precies wanneer de bodem van m’n voorraadbox in zicht komt, want dan komen er vier grote zakken uit de voorraadkast op de grote eettafel, samen met een mengkom en mijn maatmok.

Brokjes

Tegenwoordig ga ik er dan lekker bij op tafel zitten en hou mauwlettend in de gaten of het allemaal wel goed gaat, want m’n personeel is inmiddels ook een dagje ouder dus daarom steek ik graag een pootje toe bij de brokcontrole. De brokjesverhouding moet natuurlijk wel kloppen, want anders heb ik niet de variatie die ik al bijna m’n leven lang zo graag lust.
Ik kan me ook niet voorstellen dat er brokjes bestaan die nóg lekkerderder kunnen smaken, dus ook wat dat betreft ben ik een heel tevreden katermans.
Af en toe springt er wel ‘s een brokje uit de grote mengkom, en daar sla ik dan heel snel m’n voorpoot op om te voorkomen dat ‘ie van tafel rolt. Dat noem ik dan een soort van voorproeven, om zeker te weten dat er aan de smaak niets veranderd is door het grote brokjesbedrijf. ‘t Is altijd heerlijk om de hele dag door af en toe wat te knabbelen te hebben, want natvoer krijg ik alleen voor m’n ontbijt en m’n avondeten.

Boelidinges

Ook in natvoer hou ik van variatie, dus ik krijg elke keer weer iets anders in m’n schaaltje. Dat heeft m’n personeel zo bedacht voor me, want zij zeggen dat ze zelluf ook niet elke dag ‘t zelfde eten, dus dat hoef ik ook niet. Hoewel ik natuurlijk wel favorieten heb hoor, want ze weten dat ik van kip, rund, kalkoen, tonijn en zalm hou dus die krijg ik afwisselend uit blikjes, kuipjes, hartjes of zakjes. Soms in boelidinges, soms in gelei (ben ik niet zo heel gek op, maar ik eet ‘t wel), en soms zit er een melksaus over of een slagroomhart speciaal voor katten in.
Het heeft wel even geduurd voordat m’n personeel begreep wat ik lekker vond, want toen ik hier net woonde kreeg ik ook wel ‘s kabeljauw of garnalen of mossel of sardientjes, maar dat lust ik dus echt niet. En runderhart vind ik ook niet lekker, net zo min als van die rollen vlees of vis uit de diepvries. Ik weet dat er duizenden katten zijn die dat heerlijk vinden, maar smaken mogen gelukkig verschillen vind ik.

Inmiddels heb ik ook al paard gegeten, en kangoeroe en wild zwijn en hert en eland, en geloof ‘t of niet, zelfs sprinkhanen in een sausje uit een zakje. Aan die laatste vond ik nou niet veel smaak zitten, maar de saus was heerlijk dus m’n bakje kon daarna gewoon gelijk de kast weer in. Maar m’n favoriet blijven toch de blikjes waar kaas in zit, en of er dan tonijn en kip in zit of alleen tonijn, dat maakt me helemaal niks uit. Volgens mij is alles met kaas gewoon lekker.
M’n personeel maakt er altijd wel weer een sport van wanneer ze over de grens op jacht gaan voor me, want daar is zóveel meer te vinden om uit te proberen dan hier in m’n eigen weiland en omgeving.
En als je nou denkt ‘wat een verwende katermans is die Joep’, dan heb je eigenlijk wel gelijk. Maar het kan nog gekker, hoor…

Snorharen

Van de week kreeg ik dus een blikje tonijn met zeewier voorgeschoteld als diner. En dat had ik nog nooit eerder gegeten, dus ik moest even wennen aan de smaak. Na een kwart bakje hield ik ‘t even voor gezien, gewoon een pauze om te bedenken of ik dit wel echt lekker vond.
Maar Senior begreep dat verkeerd, en dacht dat ik het helemaal niet lekker vond. Dus hij maakte een kuipje voor me open en serveerde dat. En toen had ik dus twee keer diner, want hij liet het bakje dat ik eerder gekregen had gewoon staan…
Nou, ik kan je mauwen, ik heb met wat tussenpozen eerst het ene bakje helemaal leeg gegeten en daarna het andere bakje,  voordat het bedtijd was. Al wil ik daar toch liever geen gewoonte van maken om twee diners te eten, want ik zat tot aan m’n snorharen vol. En ik had niet eens meer zin om naar buiten te gaan, ik ben lekker op ‘t grote bed gaan liggen om al dat eten rustig te laten verteren. Nou ja, totdat Senior midden in de nacht naar z’n eigen bak moest, want toen wilde ik lekker naar buiten omdat een wandeling in de frisse nachtelijke buitenlucht me toch een beter plan leek dan binnen te blijven. Want proberen te slapen met een volle buik, da’s helemaal geen gemakkelijke opgave…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep over plekjes waar je kunt slapen


Eigenlijk is het al lang niet meer zo lekker om overdag buiten in de tuin te liggen. In de pot onder de kersenboom is ‘t me nu te koud, boven op die natte harde aarde. M’n eigen kussen op de tuintafel is al in de schuur gelegd, omdat die door de regen van de laatste dagen helemaal doorweekt is en m’n personeel zegt dat die nattigheid niet goed is voor m’n botten bij deze temperaturen. Dus ik ga ‘s morgens, als ik thuiskom van m’n werk of m’n wandeling door de buurt of het bijmauwen met de buurtkatten, na m’n ontbijt een lekker katfortabel en warm plekje in huis zoeken waar ik alleen vandaan kom om even de poten te strekken, te lunchen of dineren. Of om even naar buiten te gaan voor het bewateren en bemesten van de plantjes in m’n tuin. Want zoals ik al ‘s eerder gemauwd heb, als luxe huis-, tuin- en keukenkater heb ik ‘t niet zo op kou.

Op bed

Voorheen ging ik altijd graag op het grote bed liggen zodra m’n personeel dat gladgestreken had. Maar ja, dat heeft dan weer als klein nadeel dat ik regelmatig uit m’n dutje gehaald wordt als m’n personeel weer ‘s behoefde heeft aan wat aandacht of knuffels. En dan heb ik ‘t nog niet eens over alle foto’s die de Mamarazzi hier in huis van me wil maken, omdat ik er volgens haar dan weer zo schattig bij lig. Alsof ze met die honderdduizendmiljoen foto’s die al gemaakt zijn sinds ik hier op mezelf woon nog steeds niet genoeg heeft…
Nou ben ik er intussen wel aan gewend geraakt hoor, om fotomodel te spelen. Want omdat ik een lichte slaper ben hoor ik d’r vaak al van verre aankomen, hoe stil ze ook probeert om in m’n buurt te komen. En ik weet ook precies hoe ik dan moet kijken of liggen om na zo’n fotosessie nog de nodige kriebels, kusjes en kroelen te krijgen. Eerlijk gemauwd vind ik dat altijd wel heel erg lekker, en zodra ze weer weg is draai ik me om en slaap ik verder.

Raam

Maar goed, ik dwaal af want ik had het over warme slaapplekjes hier in huis nu het buiten steeds vaker koud en winderig is.
Een ander plekje waar ik graag lig is op m’n blauwe kleedje in ‘t grote slaapkamerraam. Daar kan ik als ik wakker ben mooi in de gaten houden wat er allemaal op de parkeerplaats van die bromdingen op vier wielen gebeurd, wie er langs loopt, en ik mauw altijd even gedag als ik zie dat de buurman z’n voordeur uitloopt om Ziva de buurteckel uit te laten. Zij heeft geen binnenbak en ze begraaft haar bemesting nooit, dus de buurman moet een paar keer per dag met haar aan de wandel om weer plek te kunnen maken voor haar volgende maaltijd. Maar ja, zo gaat dat nou eenmaal in een hondenleven denk ik dan, terwijl ik me nog ‘s lekker omdraai in de grote vensterbank boven de verwarming.

Kast

Sinds van de zomer heb ik trouwens ook ontdekt dat als Senior even in de slaapkamer is en ik hard ga staan mauwen bij de grote schuifdeur van de kledingkast, dat hij die dan een eindje open schuift. Mijn favoriete plank is de derde van onderen, want daar liggen de dikke wisselvachten van Senior. Junior moppert wel ‘s omdat ik die vachten altijd wel wat dikker probeer te maken door m’n eigen haren er op achter te laten, maar Senior maakt daar zelf zelden een probleem van omdat hij weet dat ik met liefde graag wat bijdraag om zijn wisselvacht wat warmer te maken.
Op die plank kan ik trouwens ook redelijk ongestoord dutten want ik ga lekker helemaal achter in de kast liggen en omdat Junior geen flits wil gebruiken als ze foto’s van me maakt is het gewoon te donker daar binnen. Behalve dan die ene keer dat ze alle lampen in de slaapkamer had aangedaan en minstens driehonderd foto’s had gemaakt, waarvan er volgens haar uiteindelijk maar één of twee een beetje gelukt waren.

Ik heb ook nog een ander donker plekje in huis gevonden, en het heeft echt dagen geduurd voordat m’n personeel door had dat ik daar lag. Want onder de eettafel staat een hele oude blauwe stoel geschoven, met hoge armleuningen. Daar kan ik mooi als ik onder de tafel doorwandel met gemak opspringen, en dan krul ik me helemaal op in die zachte stoel en geef ik geen enkele mauw terwijl m’n personeel me roept en naar me op zoek is. Maar zodra ze met m’n snektrommel rammelen kom ik heel stilletjes naar ze toe, want een lekker snekkie laat ik natuurlijk nooit aan m’n neus voorbijgaan.
Zo heb ik al heel veel prima dutplekjes in huis, en ik dacht toch echt dat ik ze inmiddels allemaal wel gevonden had.

Rood kussen

Maar sinds woensdag heb ik een heel nieuw plekje in de woonkamer ontdekt. Gewoon, op de bank. Want daar ligt al jaren een dik rood kussen, waar ik nooit eerder belangstelling voor had. Maar toen ik daar toevallig overheen liep om naar de achterdeur te gaan, ontdekte ik ineens dat het best wel lekker aanvoelde onder m’n poten. Dus ik ben er voorzichtig op gaan liggen, eerst met m’n poten ingetrokken, maar al snel merkte ik dat het ook heel lekker aan m’n buik voelt. Dus sinds een paar dagen lig ik nu opgerold of uitgestrekt over dat hele kussen heen op de bank, met m’n hengel en plafondvis en de tuindeur binnen pootbereik. Al vind ik het eigenlijk wel een beetje jammer dat m’n nieuwe favoriete plekje rood is en niet koningsblauw of zwart, want rood kleurt niet zo mooi bij m’n jas. Maar ‘t is een heerlijk plekje om de komende winter op door te komen, en als ik lig te dutten heb ik toch m’n ogen dicht. Dus ik laat het maar zo.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep bracht een cadeau naar binnen

Alle katers, wat vliegt de tijd. De zomer lijkt nu toch écht wel voorbij na de storm van eergisteren, want de meeste blaadjes zijn nu toch wel van de bomen gewaaid.

Vogels

Ik heb bijna de hele week voor het grote raam in de woonkamer zitten mekkeren tegen de zwarte vogels die de laatste restjes van de druiven in de tuin kwamen opeten, maar ze deden net alsof ze me niet zagen. Eén keer ben ik zelfs even naar buiten gestormd om er eentje te verjagen, maar die griezel kwam toen in een duikvlucht op me af. En hoewel ik helemaal niet bang ben aangelegd, was dat vliegbeest van dichtbij toch echt wel een heel stuk groterder dan ‘ie binnen vanaf de vensterbank leek, dus ik ben toen maar weer snel naar binnen geglipt omdat ik er helemaal niks voor voel om de winter in te gaan met gaten in m’n mooie jas.
Voordeel van die vogels is dan weer wel dat het slordige eters zijn, want voor elke druif die ze van de struik afpikken laten ze er drie op de grond vallen. En omdat die dingen zo mooi rond zijn, kun je er prima mee pootballen. En ze plonsen zo lekker als ik ze de sloot in mep.

Druif

Die druivenstruik stond al jarenlang in de tuin toen ik hier kwam wonen, en vooral Junior was wat ongerust omdat ze wist dat druiven giftig zijn voor katten. Senior was wat meer relekst, en zei dat het onmogelijk was om alle druivenstruiken in m’n dorp uit te graven. Hij vertrouwde op m’n gezond instinct, dat ik niets eet wat niet goed voor me is.
Nou moet ik wel heel eerlijk mauwen dat ik vorig jaar wel ‘s stiekem een keertje in een druif heb gehapt omdat ik op weg naar ‘t schuurdak altijd over de schutting tussen de takken door moet tijgeren, maar ik snap helemaal niet wat tweebeners nou zo lekker aan die bolletjes vinden. Dus ik gebruik ze maar om mijn linker- en rechterpass te oefenen, en ze daarna nonchalant met een tikje van m’n achterpoot in de sloot te mikken. Want ik blijf natuurlijk wel regelmatig trainen, voor ‘t geval er in het Nationale Pootbalteam een plekje vrijkomt.

Ik ben ook helemaal geen fruiteter hoor, ik heb liever gewoon lekker een visje of een stukje vlees. M’n personeel heeft ‘t vroeger wel ‘s geprobeerd, om me van die kleine blauwe besjes te laten eten. Maar ik snuffelde er dan even aan, en mikte die dan als m’n personeel even niet keek heel snel onder de bank, waar ze dan elke week met de schoonmaak weer onder vandaan werden geveegd, samen met alle speeltjes die daar per ongeluk ook terecht waren gekomen.
Tegenwoordig krijg ik trouwens niks meer onder de bank gemikt, want m’n personeel heeft halve zachte buizen onder de rand tussen de poten van de bank geschoven, en ze zijn ook opgehouden met me blauwe bessen te geven. Die rotzooi eten ze maar lekker zelluf.
Wat ik wel weer aardig vind is een schijf van dat oranje rode waterige spul met een dikke groene rand. Da’s in de zomer, als ‘t warm is, best lekker om aan te likken, maar opeten? Daar begin ik dus écht niet aan.

Muis

Een paar dagen geleden had ik weer ‘s een muis uit ‘t weiland meegenomen en in de tuin onder de tafel neergelegd voor m’n personeel. Dat soort dingen doe ik op z’n tijd graag voor ze, als een bedankje omdat ze zo lief zijn. Maar wat denk je? Die muis heeft daar twee dagen gelegen zonder dat ze ‘m zagen. Nou kan ik ze dat eigenlijk ook niet kwalijk nemen, want het was de afgelopen week nou niet echt lekker weer voor hullie om in de tuin te zitten. Maar toen ik de muis katsoonlijk aan hun voeten had gelegd omdat het anders misschien nog weken zou duren voordat ze ‘m vonden, konden ze m’n katdootje toch nog enorm waarderen en kreeg ik extra lieve woordjes, knuffels en aaien. O, en een lekker snekstaafje om me te bedanken. Nou, en dan is ‘t de moeite waard, hè.
Daarna heb ik samen met Junior een kuiltje in de tuin gegraven om de muis in te leggen, want krakend vers was ‘ie na die twee dagen al lang niet meer.

Buurtkatten

Wat ik voor de rest gedaan heb deze week? Nou, overdag eigenlijk lekker op m’n kleedje in de vensterbank boven de verwarming liggen dutten. Tussendoor even snel voor wat bewatering en bemesting naar buiten, en dan gauw weer terug. De meeste nachten heb ik straatcontrole gedaan, maar de twee nachten dat ik vrij was heb ik lekker op ‘t grote bed tussen m’n personeel in gelegen omdat het te hard regende voor een uitgebreide wandeling in de buurt.
Nou ja, als één van die twee midden in de nacht naar hun eigen bak ging, wilde ik wel even buiten gaan kijken om een frisse neus te halen, de poten te strekken en de sociale kattacten te onderhouden. Want hoewel het met het vieze weer van de laatste dagen errug rustig was op straat, hebben de buurtkatten en ik altijd wel wat te mauwen over van alles en nog wat. Dat hoort er nou eenmaal bij, want saame is toch altijd gezellig nu de nachten weer wat langer gaan duren…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep over een beebiekitten zijn

Vroeger, toen ik nog een beebiekitten was, kreeg ik elke maand op de twaalfde dag een katdootje. Zoals m’n mooie reismand, waar ik tot op de dag van vandaag alleen nog maar reizen naar die lieve dierendoktermeneer mee heb gemaakt.

Al hoop ik wel dat ik ooit ook nog ‘s ergens anders mee naar toe mag. Want een keer mee op jacht met m’n personeel staat nog steeds hoog op m’n verlanglijstje. Gewoon om te weten in welke weilanden ze elke keer weer m’n natvoer, snekkies, brokjes en ander lekkers vangen, omdat ik in m’n eigen Grote Weiland alleen maar muizen en mollen tegenkom. En heel eerlijk gemauwd, muizen eet ik alleen maar als ze gemarineerd zijn en gaar van de grote barbeknoei af komen. En mollen, nou, daar ben ik zelf niet echt dol op. M’n personeel trouwens ook niet, want als ik er weer ‘s eentje mee neem naar huis als katdootje voor hunnie dan graven ze een groot gat in de tuin om de mol weer in terug te leggen.

Pootjes

Op de tweede twaalfde van de maand dat ik in m’n eigen huis was getrokken kreeg ik een écht groot formaat katerkattenbak, want ik had tot die tijd nog steeds een laag instapmodelletje met open dak omdat de rand van de kattenbak die nog hier in huis stond te hoog was voor m’n toen nog korte kittenpootjes. Maar ik groeide als kool door alle knuffels, kroelen en lieve woordjes, dus toen vond m’n personeel dat ik eigenlijk wel een hele eigen nieuwe kattenbak moest, zo eentje waar alleen maar m’n eigen luchtje in hing. En die staat nu nog steeds in m’n badkamer, al gebruik ik ‘m alleen nog maar als het buiten echt koud en vies weer is, of wanneer ik binnen op ‘t huis pas omdat m’n personeel even weg moet.
En zo ging dat een tijdlang door met al die katdootjes elke maand. Ik kreeg m’n krabpaal tot aan ‘t plafond, waar ik op leerde klimmen en afdalen. Nou ja, tijdens m’n dagelijkse zoomies door het huis schoot ik supersnel naar boven om me daaarna gewoon vanaf plafondhoogte neer te laten ploffen op de bank die er naast staat, maar dat was dan weer om te oefenen om netjes op m’n poten te landen.

Ik kreeg nieuwe speeltjes, zachte mandjes of heerlijke kleedjes om in de vensterbanken op te dutten. Of een nieuwe krabpaal, omdat ik die regelmatig versleet door meerdere keren op een dag m’n stiletto’s aan te scherpen.
Ik kreeg regelmatig nieuwe speeltjes, zelfs als het niet de twaalfde van de maand was. En natuurlijk m’n allereerste hengel, waarop ik m’n evenwicht kon oefenen. Dat die daar niet voor bedoeld was had niemand me ooit gemauwd, maar omdat ik steeds groterderder groeide en m’n beebiekittengewicht op de duur veranderde in een grotekatergewicht duurde ‘t niet lang voordat de hele hengel geknakt was en aan elkaar hing van dikke lagen zwart plakkend band…

Katdootjes

De tiende keer dat ik katdootjes kreeg mauwde m’n personeel dat ik m’n verjaardag mocht vieren omdat ik precies twaalf maanden eerder, samen met m’n broertjes en zusjes, geboren was. Tweebeners schijnen dat dan altijd heel leuk te vinden met een huis vol met andere tweebeners, maar omdat ik niet weet waar al m’n broers en zussen zijn gaan wonen toen ze bij m’n moeder uit huis gingen kon ik ze niet op m’n eerste verjaardag vragen. Ze hadden het trouwens ook vast veel te druk met het vieren van hun eigen eerste verjaardag, want dat heb je nou eenmaal, als je alle zes op dezelfde dag geboren bent.
Niet dat dat een probleem was hoor, want ik heb er gewoon samen met m’n personeel een heel mooi feestje van gemaakt. Met lekkere hapjes, extra snekkies en heul, heul veul knuffels en aaien en kriebels en lieve woordjes. En natuurlijk katdootjes, want die horen er nou eenmaal bij op een verjaardag.

De twaalfde van de maand daarop maakte ik m’n personeel vroeg wakker. Ik kreeg knuffels en een overheerlijk ontbijt zoals elke ochtend, maar helemaal niks om uit te pakken. Als kittenkater begreep ik daar helemaal niks van, maar m’n personeel legde uit dat ik in de afgelopen maanden al zóveel speelgoed, krabpalen, dekentjes en manden had gekregen dat het huis inmiddels al zo vol stond dat er eigenlijk niks meer bij kon. En dat ik, nu ik dertien maanden oud was, al een hele grote kater aan het worden was en alles al had wat ik me maar kon wensen.

Nou, daar zat ik dan, met lege poten en een goed gevulde maag.

Dertig maanden

Maar diep in m’n hart wist ik dat m’n personeel gelijk had. Er lag zoveel speelgoed in huis waar ik eigenlijk helemaal niet meer naar om keek omdat ik buiten zijn veel leukerder vond. En als ‘t rotweer was, lag ik overdag veel liever op de tuintafel of in de vensterbank te dutten, zodat ik ‘s nachts weer lekker uitgerust was om m’n straatcontrolerondes te lopen.
Ik had en heb helemaal niks te klagen.

Waarom ik dit allemaal mauw? Nou, omdat ik afgelopen zondag precies dertig maanden oud ben geworden en heb bedacht dat het er in een kattenleven helemaal niet om gaat hoeveel speelgoed of mandjes of krabpalen je in je huis hebt staan. Het gaat er om dat je lief personeel hebt dat aan één mauw genoeg heeft om te snappen wat je bedoelt, een warm en droog plekje hebt om veilig te slapen, knuffels en aaien en kriebels en lieve woordjes krijgt. En niet te vergeten, op z’n tijd je natje en je droogje, met af en toe wat snekkies tussendoor. Okee, en een klein beetje speelgoed zoals een hengel, een knikkerbaan of een muis met een lekker luchtje of een balletje om achteraan te rennen. Want mijn kattenpoot is tegenwoordig snel gevuld…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep beleeft de herfst

Wat een week was het weer… Eigenlijk vind ik de herfst zoals die de afgelopen dagen was helemaal niet zo erg, de hitte is uit de grond in de tuin verdwenen en ik kan genieten van het zachte briesje dat af en toe door m’n vacht streelt.

Ik ben urenlang bezig met blaadjes vangen. En ik kan je verzekeren dat dat toch wel een wat andere behendigheid van me vraagt dan muizen vangen…
Alleen die regen en storm van begin van ‘t vorige weekend, hè… Die zorgde ervoor dat de stoelkussens al heel snel door m’n personeel in de schuur werden opgeborgen. Maar m’n tuintafelkussen, dat nog steeds onder de overkapping lag, is dat weekend midden in de nacht weggewaaid toen ik zelf even m’n poten aan het strekken was op ‘t achterpad.
Hoe ik ook probeerde, ik kreeg ‘t niet voor elkaar om, terwijl m’n personeel binnen in het grote bed hun nachtelijke voorraad haardhout lag te zagen, m’n kussen in die regen en storm weer terug op tafel te krijgen.
En dan is ‘t best arremoei hoor, om op ‘t harde tafelhout te moeten slapen.
Dat hoefde gelukkig ook niet, want onder de tuintafel lag m’n rieten mandje met kussentje nog, helemaal droog tegen de buitenmuur aan, dus daar ben ik toen maar gauw in gaan liggen voordat de wind daar ook vat op zou krijgen, om te wachten tot m’n personeel uitgezaagd was.

Regen

Pas tegen ontbijttijd zag m’n personeel zodra ze de tuindeur voor me opendeden wat er gebeurd was, maar toen was m’n tuintafelkussen op de grond al helemaal door-en-doornat geregend. Ik ben die zondagmorgen dan ook een beetje mopperend naar binnen gegaan voor m’n ontbijt, terwijl m’n personeel een reddingsactie uitvoerde op m’n grote bruine kussen, dat inmiddels een doorweekt en onbruikbaar tuintegelkussen was geworden. Maar nog voordat ik m’n ontbijt achter de kiezen had, lag m’n kussen al in dat grote draaiding dat in de keuken staat en dat brommend m’n kussen nóg natterder maakte dan dat ‘ie al was. Ik snapte er niks van.
Gelukkig hield de regen na twee dagen op, en was ook de storm gaan liggen. Maar ik hield het nog wel even voor gezien buiten, en verlangde alweer terug naar de zomer die nu toch echt definitief voorbij leek te zijn.
In de tussentijd was de kachel in huis alweer aangegaan, dus de beste plek om dan te gaan liggen dutten is altijd op m’n kleedje in de vensterbank. En dan moet ik wel op tijd even draaien natuurlijk, zodat door de warmte van dat ding onder de vensterbank zowel m’n rug als m’n poten extra lekker warm blijven als ik ze net over ’t randje van de vensterbank leg.

Onderpootelingen

Dat heb ik toch zeker de rest van de dag en een hele nacht en nog een hele dag volgehouden, want ik was wel even klaar met die storm en de regen buiten. Ik moest alleen uit m’n voorverwarmde vensterbank komen als ‘t etenstijd was, want m’n personeel vertikte ‘t gewoon om twee keer lunch en diner en één keer ontbijt bij ‘t raam te serveren. Dat moet ik als hun contract over twee en een half jaar afloopt toch wel even gaan aanpassen, zodat m’n natjes en droogjes daarna niet meer alleen in de keuken gezet worden maar gewoon dáár waar ik op dat moment lig geserveerd worden.
Heel eerlijk gemauwd had ik die twee dagen zelfs ook helemaal geen zin om buiten de plantjes te bewateren en te bemesten, want uit eerdere ervaring had ik al geleerd dat ik dan zeker met een paar modderpoten en ‘n nat pak zou thuiskomen. En extra poetsbeurten, daar had ik dat weekend ook even geen zin in. Dus ik heb tot enthousiasme van m’n personeel toch maar weer ‘s gebruik gemaakt van m’n overdekte gritbak met klapdeur die al tijden ongebruikt en brandschoon in de badkamer staat. En dat viel me eigenlijk niet eens tegen…

Serveren

Gelukkig kreeg ik wel meer dan genoeg knuffels en aaien en lieve woordjes als ik zo de hele dag in de vensterbank lag, en dat was heerlijk. Als ik zin had, draaide ik me op m’n rug met alle vier m’n poten omhoog, en dan kreeg ik ook nog buik- en kin kriebels. Dat maakte toch wel weer heel veel goed en ik bedacht me dat ik het ook eigenlijk helemaal niet slecht getroffen heb met m’n personeel. Maar dat serveren van m’n eten en drinken in de vensterbank of op de bank of op ‘t grote bed of op ‘t dakterras van m’n villa of boven in m’n kaktuskrabpaal opnemen in ‘t nieuwe personeelscontract lijkt me nog helemaal niet zo’n gek idee. Ik denk dat ‘t dan wel harde onderpootelingen gaan worden, want zelf eten ze ook altijd op dezelfde plek aan de grote eettafel. Maar ik wil ‘t tegen die tijd wel gaan proberen als ik er dan nog aan denk.

Kussen

Nou vraag je je misschien af hoe ‘t met m’n tuintafelkussen is afgelopen… Ik kan je mauwen dat die na het weekend weer brandschoon en kurkdroog op de tuintafel lag. En omdat het daarna ook beter weer werd en de zon zelfs af en toe te voorschijn kwam ben ik vanaf dat moment lekker veel buiten geweest. Overdag in de tuin, op ‘t achterpad of in ‘t weiland, en als ik klaar was met m’n straatcontrolenachtdiensten ging ik lekker liggen dutten op m’n schone tuintafelkussen tot het tijd was voor m’n ontbijt.
De plantjes in m’n tuin zijn inmiddels ook weer voldoende bewaterd en bemest, ik eet en drink nog steeds in de keuken dus alles gaat weer gewoon z’n gebruikelijke gangetje hier.
Eigenlijk heb ik toch best wel een mooi leven zo…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep