Heb ik jullie ooit wel ‘s gemauwd over m’n allereerste uitschuifbare hengel, die ik als beebiekittenkater kreeg toen ik op mezelf ging wonen?
Ik heb daar heel erg lang veel plezier van gehad, want ik oefende daarop om het veertje aan het uiteinde van de hengel te vangen en omdat het uiteinde van de hengel lekker doorveerde kon ik er met m’n kleine pootjes op trainen om m’n evenwicht te bewaren. Met als gevolg dat, toen ik eenmaal naar buiten mocht in het voorjaar nadat ik was geboren, geen muis te snel voor me was en geen schutting te smal. Maar dat had een prijs…
Hengel
Naarmate ik groterder groeide, m’n poten sterkerder werden door het vele rennen, klimmen en klauwteren in huis en de cijfertjes van m’n geboortegewicht al lang meer dan verdubbeld waren, brak de hengel steeds vaker en elke keer weer op een andere plek dan waar m’n personeel ‘m net met een dikke laag plakspul omwikkeld had. Dat ging net zo lang goed tot er bijna een hele rol plakspul over de hele hengel zat, en hij ook lang niet meer zo leuk doorveerde wanneer ik er op sprong.
Hengel
Toen de hengel op een ochtend op zó veel plaatsen was doorgebogen dat ‘ie echt niet meer te redden was en alleen nog maar van plakspul aan elkaar hing, verdween hij in de grote vuilnisbak. Ik moet eerlijk toegeven, m’n personeel heeft hun best gedaan om een nieuwe voor me te vinden die net zo mooi uitschoof, maar ze konden niks vinden. Zelfs bij m’n lokale dierenwinkelmeneer, waar m’n allereerste hengel vandaan kwam, was een vervangend model niet meer verkrijgbaar. Die had alleen nog maar van die korte houten stokjes, die helemaal niet mee bogen als ik er op sprong. O, ik heb echt een poging gedaan hoor, om die bij gebrek aan beter toch leuk te vinden, maar de lol was daar snel van af toen het stokje tijdens een wilde speelpartij al snel gewoon krak deed. De maanden daarna heb ik zonder hengel gezeten, maar ik kon m’n snelheid en evenwicht gelukkig buiten purrrfectioneren. Maar ja, toen werd het weer winter dus de muizen bleven binnen en de schuttingen en richeltjes waren te nat en te glad om te oefenen.
Dat was het moment om me te gaan bekwamen in pootbal, want ik moest toch wat om m’n katditie op peil te houden als ik binnen was. Ik begon zelfs te dromen van een loopbaan in
het Nationale Kattenteam, als eerste doelkater. Want er kwam geen bal voorbij me, hoe snel, hoog of groot die ballen ook waren. Maar ja, m’n personeel en ik waren het er over eens dat we geen ballenkittens over de vloer wilden, om de ballen te verzamelen en terug te brengen zodat ze opnieuw gegooid of gerold konden worden, dus m’n droom ging voorlopig even in de onderste la van de koelkast. Daarbij kwam ook nog ‘s dat ik het na die winter heel druk kreeg met de straatcontroles in m’n wijk, dus ik had weinig tijd meer om een hele dag binnen te spelen. Het leek er op dat zulke keuzes nou eenmaal gemaakt moeten worden wanneer je ineens een volwassen katermans bent geworden.
In m’n blog van volgende week mauw ik verder over de zoektocht van m’n personeel naar een telescoophengel, want ze hadden natuurlijk al lang door dat ik toch wel weer heel erg graag een nieuwe zou willen. Dus dat verhaal gaat nog verder.
‘t Is niet dat ik geen ander speelgoed meer had om de dag door te komen hoor, maar zo’n hengel was toch echt wel m’n favoriet. En volgens mij vond m’n personeel het zelf ook wel leuk speelgoed, want we konden daar saame dagenlang mee bezig zijn.
Maar ik wil ook nog wel wat kwijt over de afgelopen week, want tussen het dutten door scheen af en toe de zon en hoewel het best wel wat kouderder is geworden doet me dat dit najaar weinig, want m’n winterjas is inmiddels dik genoeg om een hele tijd lekker warm te blijven. En als ik echt kouwe poten krijg kan ik altijd weer terug naar binnen, om lekker op ‘t grote bed of in de vensterbank te slapen.
Bank
Maar halverwege de afgelopen week ontdekte ik dus een heel nieuw plekje in m’n huis om warm te worden, en dat wil ik vandaag even met jullie delen omdat ‘t buiten nou echt geen
zomer meer is.
Want waarom zou ik, als ik na een inspectieronde buiten weer binnen kom, óp de vensterbank gaan liggen op een dik zacht kussen, als ik ook ónder de vensterbank kan opwarmen, direct op dat grote ribbeltjesding waar de warmte van af komt? Ik vond het best wel een aardig idee van mezelf, dus zo gemauwd, zo gedaan. Ik moet toegeven, het duurde even voordat ik echt katfortabel lag, met de nagels van m’n voorpoot in m’n bank voor een beetje extra houvast. Want iets nieuws uitproberen, da’s toch altijd best wel een beetje eng. En ik ben katermans genoeg om dat toe te durven geven. Maar al snel warmde m’n buik op, en m’n poten, en durfde ik los te laten om een half uurtje lekker warm te dutten voor de lunch werd geserveerd.
M’n personeel stond even heel raar te kijken toen ze me zo zagen liggen, maar intussen zijn ze er al aan gewend. Natuurlijk moet ik elke keer als ik daar wil gaan liggen wel eerst checken of de kachel niet te warm is, of te koud. Want dat voelt dan niet lekker. Maar de komende week ga ik proberen of ik ook op m’n rug op dat ribbelding kan liggen, of misschien zelfs wel op m’n zijkant. Al moet ik dan wel in de gaten houden dat m’n personeel niet in de buurt is om foto’s te maken…
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
De afgelopen week vroeg mijn personeel zich af hoeveel een jonge katermans als ik eigenlijk kan slapen op een dag.
Seizoenen
Ik heb m’n personeel inmiddels geleerd dat ze, zodra ze uit bed komen, dan eerst de voordeur even opendoen om te zien of ik daar zit. En anders dan lopen ze gelijk door naar de achterdeur, dus ik hoef nooit lang te wachten om weer binnen te komen. En dat is, nu de nachten langerder en kouderder zijn geworden, best wel lekker.
Okee, ik zal het maar eerlijk toegeven… Vanmorgen was ik laat binnen. Dat komt zo, het was gisteravond nog heerlijk weer dus toen m’n personeel ging slapen ben ik lekker naar buiten gegaan. Ondanks dat er grote druppels in de tuin vielen. Maar weet je, ik vind het gewoon lekker om in het donker, in alle rust, op m’n kussen onder ‘t afdak op de tuintafel te liggen om te luisteren naar de regen die op de dorre blaadjes in m’n tuin valt.
Je moet namelijk weten dat ik wel heel erg stoer lijk, maar eigenlijk ben ik best wel een beetje verlegen als ik katten ontmoet die ik nog niet ken. Ik ben zo’n tiepje dat veel liever eerst even de kat uit de boom, dan wel de krabpaal kijkt voordat ik besluit of ik wel kennis wil maken. Want in de jaren dat ik nu op mezelf woon heb ik al een boze kater meegemaakt, maar ook een nogal kleverige poezendame die me overal achterna liep. Gelukkig kom ik die tegenwoordig allebei niet zo vaak meer tegen, want ik ben een vrije jongen die graag zonder gaten in z’n jas op gezette tijden van m’n rust hou. Aan mijn lijf geen pooloonaaisie, en mijn vrienden de buurtkatten zijn eigenlijk net zo. We houden gewoon geen van allen van drukte, daarom kunnen we ‘t zo goed met elkaar vinden.
wandelen. Dus ik heb m’n personeel geleerd dat ze, zodra ze weer thuis zijn, de tuindeur open doen zodat ik buiten m’n tuinkaterplicht kan doen voordat ik aan een laat diner begin.
Wat me van de week toch overkomen is… Ik stond daar zelf van te kijken, zo van dat doen ze anders noooit, heb ik dat?
Tegenwoordig ga ik er dan lekker bij op tafel zitten en hou mauwlettend in de gaten of het allemaal wel goed gaat, want m’n personeel is inmiddels ook een dagje ouder dus daarom steek ik graag een pootje toe bij de brokcontrole. De brokjesverhouding moet natuurlijk wel kloppen, want anders heb ik niet de variatie die ik al bijna m’n leven lang zo graag lust.
Inmiddels heb ik ook al paard gegeten, en kangoeroe en wild zwijn en hert en eland, en geloof ‘t of niet, zelfs sprinkhanen in een sausje uit een zakje. Aan die laatste vond ik nou niet veel smaak zitten, maar de saus was heerlijk dus m’n bakje kon daarna gewoon gelijk de kast weer in. Maar m’n favoriet blijven toch de blikjes waar kaas in zit, en of er dan tonijn en kip in zit of alleen tonijn, dat maakt me helemaal niks uit. Volgens mij is alles met kaas gewoon lekker.
honderdduizendmiljoen foto’s die al gemaakt zijn sinds ik hier op mezelf woon nog steeds niet genoeg heeft…
Maar sinds woensdag heb ik een heel nieuw plekje in de woonkamer ontdekt. Gewoon, op de bank. Want daar ligt al jaren een dik rood kussen, waar ik nooit eerder belangstelling voor had. Maar toen ik daar toevallig overheen liep om naar de achterdeur te gaan, ontdekte ik ineens dat het best wel lekker aanvoelde onder m’n poten. Dus ik ben er voorzichtig op gaan liggen, eerst met m’n poten ingetrokken, maar al snel merkte ik dat het ook heel lekker aan m’n buik voelt. Dus sinds een paar dagen lig ik nu opgerold of uitgestrekt over dat hele kussen heen op de bank, met m’n hengel en plafondvis en de tuindeur binnen pootbereik. Al vind ik het eigenlijk wel een beetje jammer dat m’n nieuwe favoriete plekje rood is en niet koningsblauw of zwart, want rood kleurt niet zo mooi bij m’n jas. Maar ‘t is een heerlijk plekje om de komende winter op door te komen, en als ik lig te dutten heb ik toch m’n ogen dicht. Dus ik laat het maar zo.