
‘Japie, kom eens naar beneden. Het is tijd voor meowe letters.’ ‘Nee, hè,’ mopper ik, ‘moet dat nu? Ik heb em bijna!’ Ik zie de frêle snorhaartjes boven de plooien van het gordijn uitpiepen. Als ik net iets hoger klim, hoef ik alleen nog maar mijn klauw uit te steken en dan rijg ik em zo aan mijn vlijmscherpe stiletto.
‘Jaaapie!’
De miauw van tante Cato gaat een octaaf hoger. Ik moet óf nu toeslaan óf me omlaag laten zakken. Om tijd te winnen vraag ik poeslief: ‘Waarom roept ù me, en niet ons mens? Mo helpt me toch altijd met typen?’ Ik hoor m’n tante zuchten. ‘Je weet zelf ook wel dat ze al dagen lang een schorre zeehond imiteert. Daarom ben ik deze keer jouw rechterpoot. Zo groei ik gelijk in mijn nieuwe rol bij Muisbezorgd.’
Bissniss
Het is net in dat ene onbewaakte moment dat muis z’n kans schoon ziet om razendsnel aan de achterzijde van het gordijn richting vloer te roetsjen. Daar gaat mijn kans. Maar hij is nog niet verkeken. Ik kijk achterom, een paar obstakels maar, dat moet lukken. Ik trek mij nagels uit de stof – sorry Mo, voor de gaten, dit is een noodsituatie, dat zul je vast begrijpen – en stort me omlaag. Met luid gekletter donderen een paar krukjes op de grond, waardoor de brokken alle kanten opvliegen. Tante Cato springt verschrikt opzij, maar herpakt zich snel. Streng miauwt ze me toe dat we nu toch echt aan mijn furhaal moeten beginnen.
‘Bissniss is bissniss’, voegt ze er aan toe.
‘Eerst die muis,’ piep ik, ‘dat is ook bissniss! Als ik em te pakken krijg, mag u die kleine rakker opeten.’ Ondertussen zie ik de snoodaard vanuit mijn ooghoeken over de tafel rennen. Met alles wat ik in me heb, neem ik een snoekduik en glij over het plastic tafelkleed. Net voor ik zijn staart kan grijpen, is hij al op de grond en schiet onder de deur van de kast door. Katjandosie. Hoe krijg ik em daar uit?
Idee? Of niet?
Terwijl ik wiskundige berekeningen maak hoe ik dat onderkruipsel het beste te grazen kan nemen, begint m’n tante opnieuw aan mijn kop te zeuren. ‘Misschien kunt u zelf iets miauwen,’ opper ik, ‘dat vinden de lezers vast leuk.’ De muis zit in de kast waar onze brokken staan. Ik weet dat die deur altijd op een kiertje staat. Niet dat ik daar veel aan heb,

want ons eten zit hermetisch afgesloten in een blik. Dus zelfbediening is er niet bij. Maar met een beetje mazzel kan ik de deur wel eigenpotig open krijgen.
‘Zal ik miauwen over al die teken die door je jas kruipen, Japie? Nee, dat is niet aardig. Die gluiperds zijn echt gemeen voor je.’ Ik luister met een half oor als ze verder gaat met opsommen.
‘Wacht, misschien is het leuk om te miauwen dat ik tegenwoordig alleen in een kamer durf te eten met de deur dicht. Daar ben ik best wel trots op.’
‘Dat is absoluut een mijlpaal om te miauwen’, roep ik, met mijn poot klem onder de deur. Het is een kwestie van wrikken, dat voel ik aan alles. ‘Alleen wel jammer dat u nooit meer afwas voor mij laat staan’, denk ik hardop. Ze lijkt het te niet horen. Of ze wil het niet horen, dat kan ook. ‘Ik kan iets vertellen over mijn spiksplintermeowe plasdoos, gevuld met aarde en plantjes en dorre blaadjes. Dat zou wel eens een trend kunnen worden.’ Voor ik kan reageren, zwaait de kastdeur open. Ik wist dat ik het kon.
Nu alleen dat piepbeest zien te lokaliseren. Beetje jammer dat die kast vol staat met spullen. Dat is zo onhandig. Nu moet ik ook nog alles opzij schuiven.
‘Of zal ik…’
Oeps

‘Japie, luister je wel?!’ Ik ga zo op in het leeghalen van de kast dat ik allang niet meer hoor wat m’n tante aan ideeën heeft. Ik sjor aan wat opbergboxen. Daar in het hoekje, juist achter de zwaarste doos, daar zit ie. Ik zie em heus wel. Zijn bruine kraaloogjes schieten nerveus heen en weer. Ook muis doet aan wiskunde.
‘Jongens!’ klinkt het opeens vanuit de deuropening, ‘wat gebeurt hier allemaal?!’
Haar stem kraakt als een oude radio, maar is onmiskenbaar streng. Wat ik toen deed, hoort niet in het pootboek ‘Zo vang ik een muis’. Mijn aandacht verslapte. Even maar. Muis schiet zijn kans schoon en rent rakelings langs Mo’s blote benen, linea recta richting keuken. Daar verdwijnt ie onder de koelkast, die ik never nooit niet van zijn plek kan krijgen. Tante Cato ziet de teleurstelling in mijn ogen. Zacht schraapt ze haar keel.
‘Ik denk dat we het simpel moeten houden, Japie,’ fluistert ze, ‘zal ik alleen maar even zeggen dat je site online*) staat?’
Koppie van Japie
*) een eerste proefversie om alvast te snuiven.
‘Nee, hè, Japie, ik heb net gedweild’, kreunt ze als ik door het luik de keuken binnen dender en slippend bij m’n voerbak tot stilstand kom. Verbouwereerd kijk ik omhoog. Niet omdat ze me een standje geeft, maar omdat er niks nada noppes niente in dat bakje zit. Hoe kan dat, wil ik weten.
je spontaan trek bij het zien van dat goddelijke schepsel. Nee, het vraagt om uiterste zelfbeheersing om je poot pas op het schubbige staartje te zetten alsie er helemaal uit is.
een vaKATurepagina en nog meer. Het liefst zou ik nu keihard willen miauwen ‘hou de socials in de gaten’ alleen doen we daar al een tijdje niet meer aan. Daarom hoop ik dat jullie tegen die tijd veel bek-tot-bekreclame willen maken om Muisbezorgd nog meer op de kaart te zetten.
Wauw miauw, toffe furriendjes, ik kan het wel van de daken schreeuwen. Alleen kom ik met geen mogelijkheid mijn dak op. Dat loopt schuin af. Voor ik op de nok ben, schuif ik honderdduizend keer naar beneden. Zeker met de gladheid van de laatste tijd. Daarom miauw ik het hier.
Grote Bruine Knoeperd
Zo was op slag wakker, knipte het licht aan en wist gelijk hoe laat het was. Half één, om precies te zijn. Zwijgend pakte ze haar beddengoed, bracht het naar boven in de ijskoude slaapkamer waar een gemene oostenwind door de kieren gierde. Ze kwam terug om de status van mijn GBK te bestuderen en knoopte daarna de gordijnen omhoog. ‘Sorry’, zei ze tegen het beest met zijn grote bruine kraalogen, waarom dat snap ik niet zo goed. Voor ze de deur dicht deed, liet ze me weten dat ik het zelf maar moest opknappen. Daar zat ik dan, samen met mijn vangst. En had de tijd van mijn leven. Zo rond de klok van vijf was het gevecht beslecht.
Een dag later lig ik in de vensterbank als Mo aan komt fietsen. Een purrrfecte plek om alles in de smiezen te houden. Ik zie hoe een vaag type onder de struiken vandaan komt en razendsnel richting een met dichte klimop begroeide muur sprint. Eén keer knipperen met m’n ogen en de ragebol is uit het zicht verdwenen. Als mijn mens maar niet gezien heeft waar die vreemde op vier poten de muur door ging. Dan komt mijn geheime ingang aan het licht. ‘Japie, Japie,’ roept mijn mens, ‘ga je mee naar huis?’ Mijn mens trekt wit weg als ik haar in de gang enthousiast begroet. Ze snapt er niks van. Eerlijk gemiauwd, ik ook niet. Moet ik me zorgen gaan maken om Mo?
Een extra jaap
‘Mo, we moeten nodig praten! Nu het meeste gedoe voorbij is, is het tijd om de draad weer op te pakken. Want mijn handel ligt plat. Als het zo doorgaat, is Muisbezorgd binnenkort failliet, foetsie, met één veeg van de kaart, verdwenen!’ Die woorden komen binnen bij mijn mens. Ik heb direct haar volle aandacht.
knallen en flitsen kwamen van alle kanten en gingen door merg en poot. Het voelde alsof we omsingeld waren door oorverdovend vuurwerk. Toen er ook nog ontelbaar veel sirenes kwamen en zwaailichten die onophoudelijk doorgingen, wist ik het helemaal niet meer. ‘Dat was heel erg eng, Japie’, geeft Mo toe. ‘Ik vond het ook heel spannend dat er vlammen uit de auto’s kwamen in de parkeergarage aan de overkant.’ Ik kijk mijn mens aan. Vond zij het ook eng? Daar heb ik helemaal niets van gemerkt. Ze bleef zo kalm terwijl ze met haar hoofd tussen de dichte gordijnen door nauwlettend in de gaten hield wat er voor de deur gebeurde. ‘Denk je dat de muizen oververhit zijn geraakt door de brand?’ Daar moet ze over nadenken. ‘Dat weet ik niet zeker, Japie. Wel dat muizen superslim en razendsnel zijn. Ze konden vast allemaal op tijd weg komen.’ Ik hoop het zo, want ik heb er sindsdien niet één meer gezien.
moeten de muizen zichzelf trouwens vetmesten als ze door de sneeuw niet op zoek kunnen naar eten?’ Nu ik alles zo opgesomd heb, zakt de moed me tot diep in m’n poten. Ik denk niet dat het ooit nog goed gaat komen met Muisbezorgd. Omdat mijn Beestboek al maanden stil ligt, kan ik geen nieuwe katlega’s werven. De bestellingen liggen op zijn gat, terwijl ik zo had gehoopt dat de feestdagen voor een opleving zouden zorgen. Tot overmaat van ramp komen daar die enorme temperatuurschommelingen bij. Mocht ik al een muis kunnen vangen, dan zit er waarschijnlijk kraak noch smaak aan.