
Hoi allemaal, ik hoop dat jullie een fijn wiekent hebben. Mijn vrouw vertelde me pas dat ik iets speesjaals aan het doen was en ik had geen idee wat ze nou bedoelde.
Ze zei tegen mij dat ik aan het dromen was. Ik wil je vertellen hoe dat eruit zag en waar de droom over ging want ik weet het nog.
Lekker liggen
Zoals jullie weten lig ik soms heel raar. Soms lig ik op mijn rug met mijn poten ingetrokken. Andere keren lig ik op mijn buik met mijn kop op mijn voor poten. En dan heb je ook nog de houding waar ik op mijn rug/zij lig en mijn poten maar ergens bengelen. Die is het fijnst want dan ben ik het meest rieleksts. Dan vallen mijn ogen zo dicht. Pas geleden had had ik dit ook. Dat ik lekker lag en dat ik gewoon wilde slapen. Even niks aan mijn kop. Dat is fijn. Het was stil thuis en in mijn kop. Ik hoorde alleen de normale dingen die ik altijd hoor maar niks anders dus dat is dan stil voor mij. En mijn kop wilde niet eens nadenken over de geluiden. Mijn oog zakte langzaam dicht en ik draaide mijn poot nog een keer zodat ik zeker weten lekker lig.
‘Tjoep, joep’
In eens was ik in een grasveld en die was echt kei groot. Het maakte niet uit welke kant ik opkeek, ik zag alleen maar gras, de lucht, wolken en de zon. Er waren geen huizen of andere grote gebouwen. Mijn huis was er ook niet. Het weer was lekker warm. Niet te heet. Ik vind het niet fijn als de zon zo heet brand op mijn vacht. En af en toe kwam er een wolk voor de zon en dan kwam er ook een zuchtje wind langs. Die snofte ik meteen op. De wind ging zachtjes door mijn snorharen heen en dat gaf een kleine kriebel. Opeens zag ik iets in het gras: *tjoep, tjoep* ging het. Ik moest even goed kijken hoor. ‘Tjoep, joep’ daar ging weer iets door het gras heen. Ik ging met lijf laag tegen de grond zitten en kijken of ik er nog meer zag, en ja hoor, daar ging er weer een, ’tjoep’. Nu dacht ik, dat kan ik best vangen en kijken wat het is. Ja dat is een goed plan. Zitten, wachten en dan hoppa! En dat deed ik dus ook.
Muisje
Ik ging er klaar voor zitten. Dat is wanneer je laag zit maar toch kunt springen. Mijn oren gingen een beetje plat en mijn staart zwiepte heel langzaam. En nu zat ik in mijn oer houding te wachten. Ik maakte geen geluid maar keek naar de tjoepers in het veld. Er waren er best veel. Toen zag ik er eentje vlakbij. Het was klein, grijs van kleur en het had een lang dun staartje. Met mijn hele lijf maakte ik een sprong. Pof! Met al mijn vier poten landde ik tegelijk. Hebbes! Er zit iets onder mijn voorpoot. Lanzaam tilde ik mijn voorpoot op. Wat zie ik nu, het is een klein muisje. Een klein grijs muisje. Het zat als een opgerolde bal in onder mijn voorpoot. Ik denk dat het bang was want het bewoog bijna niet. Ik zag alleen maar het buikje op en neer gaan van als je adem doet halen. Eigenlijk vond ik dit kei zielig. Toen heb ik mijn hele voorpoot eraf gehaald om te kijken wat het deed. Eerst bleef het stil zitten, toen gaf ik het een zetje en daarmee tjoepte het weer terug het gras veld in. Ik keek nog even na hoe dat kleine muisje weg tjoepte. Ook keek ik nog even naar de ander muisjes in het veld. Er waren er echt kei veel. Ik kon ze niet tellen zoveel. Ik besloot om daar maar in het gras te liggen en te kijken hoe de muisjes deden tjoepen. En toen… toen zakte mijn oog daar ook dicht.
Aaien
Even later voelde ik iets bekends. Een aai. Een aai die van mijn kop naar mijn staart gaat en dan best langzaam. Ik wilde zeker weten of het mijn vrouw was dus ik deed mijn oog open en keek. En ja, gelukkig was het mijn vrouw. Ze gaf me aaien en knuffels en ze plantte ook een kus op mijn kop.
Ze vertelde me dat ik aan het dromen was. Ze zei dat ze mijn snorharen zag trillen en dat mijn staart langzaam zwiepte. Ze vroeg aan mij of ik boos was in mijn droom. Nou…. wat denk je ? Zal ik het haar ooit gaan vertellen wat er gebeurde in de droom? Ik hoop dat jullie allemaal lekker dutten en slapen. En wie weet, heb jij ook zo’n koele droom!

Brammiesaurus! Wat is dat nou, een brammiesaurus? Nou ik zal even uitleggen wat dat is. Het is geen gefaarlukke dienosaurus. Het is ook geen gefaarluk monster of zo, nee, ik ben het! Ik ben de brammiesaurus. En dat kwam omdat ik met mijn achterwerk in het zwembad gefallen was en toen was mijn kont en staart helemaal nat. Mijn vacht op mijn kont ging heel stekelig staan als een egel. Maar mijn kont en staart leken toen heel erg op een dienosaurus.
Daarna ga ik me furstoppen. In mijn tuintje heb ik kei veel planten en bloemen staan en struiken en daar kruip in dan onder. Dan ga ik er aan de ene kant in en dan zoek ik een fijn plekje uit onder wat blaadjes. Daar ga ik dan liggen en dan kijk ik wat er allemaal in de tuin gebeurt. Het is daar best fijn want ik lig in het zand en dat is koud. En waar ik dan lig heb ik boven me de blaadjes dus ik krijg geen hete zon op mijn lijf. Soms is het daar zo fijn dat ik daar gewoon inslaap val. Mijn vrouw weet inmiddels waar dat plekje is dus als het stil is kijkt ze even onder de blaadjes en dan ziet ze mij liggen. Fijn hoor want dan voel ik me veilig. Dat ik weet dat ze er toch is.
ruikt bekend en veilig. Ik weet welke geur de bak heeft en hoe mijn eten ruikt en zo en Mila rook zo niet. Ze had een andere thuis geur. En toen gebeurde er iets met mij. Ik denk dat het oer was maar ik weet het niet zeker. Ik wilde dat ze naar ons ging ruiken dus ik ging haar poetsen. Man man man, wat was zij vies zeg. Overal zand en blaadjes bij haar pootjes. Dus ik ging ekstra mijn best doen want Mila moest van mij wel schoon zijn. Ze vond het niet erg dat ik haar deed poetsen en ze deed zelfs spinnen.
ze doet haar eigen poesen dingen. Ik mag haar niet meer wassen want ze vind het niet meer fijn. Ze mauwt dan dat ze al een grote poesedame is en dat het niet meer hoeft.
Hoi allemaal, ik hoop dat jullie een fijn wiekent hebben. Het is kei mooi weer en dat vind ik fijn. Dat ik lekker in de tuin kan zijn en de zon op mijn vacht kan voelen.
Als ik de tuin in ga heb ik een soort roetiene. Een roetiene is als je heel vaak dezelfde dingen doet. En dat doe ik in de tuin. Ik mag smorgens altijd naar buiten want dan ga ik alles tjekken. Tjekken of alles is zoals het hoort, dat je geen andere dingen ziet in je tuin. Daarna ga ik gras knabbelen. Dat is kei lekker. Ik eet dat voor de haarballen als ik me was of furhaar. Dan pak ik zo’n grassprietje in mijn bek en dan kauw ik daar op. Ik zaag met mijn kiesjes het grassprietje los en dan eet ik hem op. Ze zijn best lekker. Ze zijn dun en knapperig, ze smaken nat en zoet en als ik ze doorslik gaat dat heel makkelijk omdat ze dan slap zijn van het kauwen. Dit doe ik denk ik best lang. Misschien wel een kwartier lang.
Als ik naar de stoel loop bedenk me alvast hoe en waar ik me wil wassen want ik wil wel een schone kater zijn en in mijn kop tjek ik of het allemaal klopt. Eerst de tuin tjekke, dan gras eten, daarna alles in mijn kop nalopen zoals nu, dan wassen en dan dutten. Dus ik ben al halverwege. En daar zie ik mijn stoel. Het is een tuinstoel met een kussen erop die eigenlijk voor mensen is maar ik slaap er graag op. Het kussen is namelijk heel erg zacht, dat je met je poten een beetje wegzakt als je er op staat. Dus als je gaat liggen heb je een klein kuiltje voor jezelf. Dat slaapt best fijn.
Dit is dus mijn roetiene wat ik bijna elke dag doe. Gewoon omdat ik het kei fijn vind. Het is een beetje een furzorging van mezelf. Dat mijn dag gewoon lekker gaat. Dat ik makkelijk haarballen kwijt kan door het gras en dat mijn vrouw tegen me zegt dat ik een knappe jongen ben omdat ik schoon ben. Dat zijn de fijnste dingen.
Hoe ziet er dat dan uit? Nou eerlijk gezegd weet ik het niet zo goed maar ik ga het proberen. Onzeker zijn, dan wacht je meestal langer met een antwoord geven omdat je niet weet of het netjes en gepast is. Je vraagt aan andere of ze een tjek willen doen, gewoon zodat je weet dat het oke is. Dat je van jezelf niet kan zeggen of het zo is want je gefoel is anders. Je gefoel laat je in de steek. Dat je kop denkt “ja!” en je lijf doet iets anders. Bijvoorbeeld dat je oren in eens plat gaan en je rug haren omhoog komen omdat je lijf voelt dat je bang bent terwijl je dat misschien niet eens bent. Wat ga je dan doen? Meestal ben ik dan stil omdat ik het niet meer weet. Maar wat ik heb geleerd van mijn vrouw is dat ik best om hulp kan vragen. Het is niet erg als je onzeker bent want ik ben niet alleen onzeker, er zijn meer poesen en kater die onzeker zijn. Hoe koel zou het zijn als we elkaar daarin kunnen helpen? Dan zijn we gewoon ineens pauwer cats!!
Mijn vrouw zegt ook wel eens dat ik het eerst zelf moet proberen en dat ze daarna komt helpen als het niet lukt. Ik vind het gewoon het fijnst als ze me altijd helpt. Want dan weet ik namelijk zeker dat het ok is. En wat ook wel eens helpt is zeggen dat je onzeker bent zodat de anderen een beetje rekening kunnen houden met je. Dat je misschien ekstra tijd nodig hebt om te denken of om te voelen wat je voelt en of dat oke is. Dat je kop en lijf allebei rustig zijn en geen gekke dingen doen.