
Hoi allemaal, ik hoop dat jullie een fijn wiekent hebben. De meeste van jullie kennen mijn zusje wel maar niet iedereen. Vandaag ga ik haar voorstellen aan jullie.
Ze heet Mila en ze wordt bijna 8 jaar. Haar verjaardag is geschat op 13 juni 2012. Ze is mijn gevonden zusje. Ik ga je vertellen hoe dat zo ging en hoe dat was.
Zacht miew
Op een dag, ik weet niet meer welke, komt mijn vrouw thuis met iets onder haar tiesjurt. Nou ik was kei benieuwd wat dat was. Want het rook een beetje vreemd. Het rook naar bladeren en grond lucht gemikst met mijn vrouw’s parfum. Mijn vrouw ging op de bank zitten zodat ik er bij kon en kon zien wat ze had. En toen… en toen hoorde ik een geluidje, heel zacht miew. Ik was kei nieuwsgierig naar wat dat was maar ik snapte er niks van. Hoe kon mijn vrouw’s tiesjurt nou mauwen? Mijn vrouw vroeg of ik lief wilde doen. Nou tegen een tiesjurt kan dat toch wel.
Daarna schrok ik een beetje want toen zag ik een beebie kat onder de tiesjurt vandaan komen. Een hele kleine beebie kat. En ik moest gelijk blazen van schrik. Dat mijn oren plat gaan en dat ik niet blij was. De haren op mijn rug waren een beetje omhoog omdat ik bang was. Ik wist niet wat dit was. Mijn vrouw vertelde me dat ze dit kitten in het bos had gevonden zonder mama of broertjes of zusjes. Het was daar helemaal alleen.
Oer in mij
Kijk Bram, dit is je zusje en ze heet Mila, vertelde mijn vrouw. Mijn vrouw vertelde me ook dat ze echt nog een beebie is en dat ik echt kei lief moet doen zodat ze niet meer bang hoef te zijn. Je mag best weten, ik vond het niks. Ze rook raar en niet naar ons thuis. Ons thuis
ruikt bekend en veilig. Ik weet welke geur de bak heeft en hoe mijn eten ruikt en zo en Mila rook zo niet. Ze had een andere thuis geur. En toen gebeurde er iets met mij. Ik denk dat het oer was maar ik weet het niet zeker. Ik wilde dat ze naar ons ging ruiken dus ik ging haar poetsen. Man man man, wat was zij vies zeg. Overal zand en blaadjes bij haar pootjes. Dus ik ging ekstra mijn best doen want Mila moest van mij wel schoon zijn. Ze vond het niet erg dat ik haar deed poetsen en ze deed zelfs spinnen.
En elke dag deed ik bij haar kijken en dan ging ik bij haar liggen en dan deed ik haar poetsen als dat nodig was. Ze was wel een bange beebie want ze wilde de heletijd bij mij zijn. Als ik dan wou eten ging ze mauwen. Mijn vrouw zei dat ze me kei lief vond hoe ik voor Mila deed zorgen. Als een soort papa. Dat is misschien ook zo, dat weet ik niet. Ik ben nog nooit papa geweest van mezelf.
Echt poesemeisje
Nu is Mila bijna acht jaar en woont ze al kei lang bij ons. Soms vind ik haar lief, soms ook niet. Ze is een echte poesemeisje met dromen en ideeën. En ze heeft een eigen mening en
ze doet haar eigen poesen dingen. Ik mag haar niet meer wassen want ze vind het niet meer fijn. Ze mauwt dan dat ze al een grote poesedame is en dat het niet meer hoeft.
We doen nog wel samen spelen en jagen op beestjes binnen. Dat is nog wel kei leuk. Maar als ik dan haar vacht in de war maak, krijg ik wel eens een mep want dan zegt ze dat ze er slordig uit ziet. Poesemeisjes ook, ik denk dat ik dat altijd lastig vind.
Ik hoop dat jullie allemaal een fijn wiekent hebben met genoeg sneks en water want het weer is weer lekker warm.
Hoi allemaal, ik hoop dat jullie een fijn wiekent hebben. Het is kei mooi weer en dat vind ik fijn. Dat ik lekker in de tuin kan zijn en de zon op mijn vacht kan voelen.
Als ik de tuin in ga heb ik een soort roetiene. Een roetiene is als je heel vaak dezelfde dingen doet. En dat doe ik in de tuin. Ik mag smorgens altijd naar buiten want dan ga ik alles tjekken. Tjekken of alles is zoals het hoort, dat je geen andere dingen ziet in je tuin. Daarna ga ik gras knabbelen. Dat is kei lekker. Ik eet dat voor de haarballen als ik me was of furhaar. Dan pak ik zo’n grassprietje in mijn bek en dan kauw ik daar op. Ik zaag met mijn kiesjes het grassprietje los en dan eet ik hem op. Ze zijn best lekker. Ze zijn dun en knapperig, ze smaken nat en zoet en als ik ze doorslik gaat dat heel makkelijk omdat ze dan slap zijn van het kauwen. Dit doe ik denk ik best lang. Misschien wel een kwartier lang.
Als ik naar de stoel loop bedenk me alvast hoe en waar ik me wil wassen want ik wil wel een schone kater zijn en in mijn kop tjek ik of het allemaal klopt. Eerst de tuin tjekke, dan gras eten, daarna alles in mijn kop nalopen zoals nu, dan wassen en dan dutten. Dus ik ben al halverwege. En daar zie ik mijn stoel. Het is een tuinstoel met een kussen erop die eigenlijk voor mensen is maar ik slaap er graag op. Het kussen is namelijk heel erg zacht, dat je met je poten een beetje wegzakt als je er op staat. Dus als je gaat liggen heb je een klein kuiltje voor jezelf. Dat slaapt best fijn.
Dit is dus mijn roetiene wat ik bijna elke dag doe. Gewoon omdat ik het kei fijn vind. Het is een beetje een furzorging van mezelf. Dat mijn dag gewoon lekker gaat. Dat ik makkelijk haarballen kwijt kan door het gras en dat mijn vrouw tegen me zegt dat ik een knappe jongen ben omdat ik schoon ben. Dat zijn de fijnste dingen.
Hoe ziet er dat dan uit? Nou eerlijk gezegd weet ik het niet zo goed maar ik ga het proberen. Onzeker zijn, dan wacht je meestal langer met een antwoord geven omdat je niet weet of het netjes en gepast is. Je vraagt aan andere of ze een tjek willen doen, gewoon zodat je weet dat het oke is. Dat je van jezelf niet kan zeggen of het zo is want je gefoel is anders. Je gefoel laat je in de steek. Dat je kop denkt “ja!” en je lijf doet iets anders. Bijvoorbeeld dat je oren in eens plat gaan en je rug haren omhoog komen omdat je lijf voelt dat je bang bent terwijl je dat misschien niet eens bent. Wat ga je dan doen? Meestal ben ik dan stil omdat ik het niet meer weet. Maar wat ik heb geleerd van mijn vrouw is dat ik best om hulp kan vragen. Het is niet erg als je onzeker bent want ik ben niet alleen onzeker, er zijn meer poesen en kater die onzeker zijn. Hoe koel zou het zijn als we elkaar daarin kunnen helpen? Dan zijn we gewoon ineens pauwer cats!!
Mijn vrouw zegt ook wel eens dat ik het eerst zelf moet proberen en dat ze daarna komt helpen als het niet lukt. Ik vind het gewoon het fijnst als ze me altijd helpt. Want dan weet ik namelijk zeker dat het ok is. En wat ook wel eens helpt is zeggen dat je onzeker bent zodat de anderen een beetje rekening kunnen houden met je. Dat je misschien ekstra tijd nodig hebt om te denken of om te voelen wat je voelt en of dat oke is. Dat je kop en lijf allebei rustig zijn en geen gekke dingen doen.
De tweede is een hele speesjaale. Die heb ik geleerd van Bertje. Eerst wilde ik geen vingers op mijn borst hebben. Dat vond ik eng. Ik wist niet wat die vingers gingen doen en aangezien ik kei onzeker ben wilde ik ze bijten. Mijn kop snapte niet dat ze ook fijn konden zijn dus er was meteen paniek. Met mijn poten pakte ik dan haar hand vast en met mijn bek deed ik een knauw geven. Dat ze wist dat ik het niet fijn vond.
Mijn nummer 1 is altijd mijn faafooriete knuffel geweest. Het is een hele veilige en warme knuffel. Bij deze knuffel wil ik gewoon bij mijn vrouw zijn. Of beter gezegd, op mijn vrouw zijn. Het allerfijnste is wanneer ik op haar buik/borst lig en dat ze me dan vasthoud met haar armen. Dat ik haar voel met mijn lijf en dat ik weet dat ik veilig ben. Dat ik lekker lam kan zijn en gewoon niks in mijn kop hoeft te hebben. Dat ik haar hart kan horen en mee kan snurken. Meestal krijg ik nog een dekentje over me heen zodat ik ingepakt ben en dat vind ik kei fijn.
Een seeniejoor zijn is als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt. In de mensen wereld zit dat ongeveer rond de 7 a 8 jaar. In de dierenwereld is dat wanneer je voelt dat niet alles meer gaat zoals je dat eigenlijk gewend bent. Soms heb je iemand nodig die tegen je zegt dat je een seeniejoor bent want je weet het niet altijd.
Hetzelfde is met het eten. Mijn etens bak staat op een tafel zodat Toby er niet bij kan want hij mag dit niet eten. Meestal spring gewoon hoppa zo op de tafel als ik trek heb. Op de tafel staan 3 bakjes, een met brokjes, een met zacht vlees en nog eentje waar af en toe iets speesjaals in komt zoals een snek.
Mijn vrouw zag dit en ik keek haar aan. Ik mauwde en ze snapte dat het me niet gelukt was. Ik stond een beetje stil en toch ook weer niet. Ik was in de war denk ik. De tafel was een beetje te hoog geworden voor me.