
Hoi allemaal, het is offiesjeel hersft en nu vallen de blaadjes steeds vaker van de bomen. Zelf vind ik het mooi om te zien.
Blaadjes
Het zijn net veertjes van een vogel die naar beneden dwarrelen. Ze hebben allemaal andere kleuren. Sommige zijn nog een beetje groen maar er zijn ook al blaadjes die al oranje of bruin zijn. Dan weet je gewoon zeker dat het al herfst is. En natuurlijk dat het buiten niet meer zo heel warm is. In mijn tuintje is er nog groen gras op sommige plekken. Maar we hebben ook al bruine grasplekken.
Egels
Er zijn egeltjes die door onze voortuin lopen opzoek naar eten of naar een slaapplekje. Vooral in de avond als ik boven voor de raam zit te kijken zie ik ze door de tuin wandelen. Ik vind ze er gezellig uit zien maar ik durft er in het echt niet heen. Ze hebben allemaal prikkels op hun rugje. Dat vind ik eng.
In de tuin
Nu dat het eerder donkerder wordt weten jullie dat mijn avondklok in is gegaan. Dat heeft mijn vrouw zo gedaan omdat ze wil dat ik veilig thuis ben wanneer het echt donker is. Prima voor mij hoor. Ik kan nog steeds in mijn tuinje. Daar doe ik nog steeds alles tjekken.
Zo zie ik wel eens een poepje van een egel liggen. Egel-poepjes zijn keuteltjes. Groter dan die van een muis. Heel veel groter. En die poepjes stinken veel erger dan de mijne omdat ik ze begraaf en de egels niet. Egels mogen in mijn tuinje komen. Die maken niks kapot en die eten alleen insekten op. Dat mag van mij. Misschien kan ik ze vragen om hun poepjes in het zand te doen zodat ze die kunnen begraven.
Naar de poort
Bij mijn andere tjek ga ik naar de poort toe. Dit keer heb ik mijn vrouw gevraagd of ze mee wilde voor de foto’s. Dan kunnen jullie zien wat ik zie als ik doe gluren. Zo noem ik dat.
Ik zit heel laag op de grond voor de poort. Er is ruimte tussen de grond en de poort en daar gluur ik tussendoor. Er komt vanalles langs. Mensen met grote en kleine honden, kleine mensen en mensen op een fiets. Mensen alleen die wandelen.
Vogels
Soms zie ik witte vogels in de lucht die dan op de daken van de achter buren gaan zitten. Ze maken nogal herrie. Ze kunnen namelijk kei-hard schreeuwen. Ik weet niet hoe hun kwetter is maar volgens mij doen ze daar niet aan. Als mijn vrouw brood op het dakje van de schuur legt, dan zijn ze heel eng. Ze vliegen dan kei-snel op het dak af en maken echte schreeuw geluiden. Alsof je staart klem zit. Ik ben dan blij dat ik een katermans ben en dat ik niet zo’n geluid maak. Ik leerde van mijn vrouw dat dit meeuwen zijn. En dat deze vogels eigenlijk bij de zee horen. Waarom weet ik niet. Misschien vinden ze ons brood lekkerder dan die van de zee. Er waren vandaag geen meeuwen op het dak. Dus ik heb geen foto van ze. Ik zag wel een mier over de tegels lopen. Die zijn best snel.
Mieren vind ik ook leuk om te zien. Soms proef ik er een maar die smaken naar niks en mijn vrouw zegt dat ik geen mieren hoor te eten. Wie eet een mier en wat eet die mier dan?
Fieloosoofies
Van dat gluren wordt ik soms best fieloosoofies, dat is een moeilijk woord voor diep denken. Je kop gaat een stapje verder met denken. En soms wordt ik er ook zo moe van dat ik gewoon inslaap val bij de poort. Als het tijd is om naar binnen te gaan raapt mijn vrouw me op en brengt me naar binnen. Vandaag was ik niet zo moe en ben ik zelf naar binnen gelopen. Op het tafeltje waar mijn brokken staan, krijg ik mijn avondsnek. Dan weet ik dat alles voor vandaag okee is.

En toen kwam het, bam! Een idee. Kan ik ook in de kast? Dat heb ik nog nooit gedaan. Niet in deze kast. Ja, dit ga ik doen. Ik foel me heel dapper en ik wil de kast in.
Daar ben ik dan, in de kast! Het is me gelukt. Ooo, maar dit is een prima dut-plek. Het is klein, donker en er liggen zachte vachtjes in. Heerlijk. Misschien doe ik straks hier wel dutten. Even kijken hoe het is vanuit de kast. Nou zie ik veel meer. Ik zie een raam en door de raam zie ik een grote boom en ik zie wolken in de lucht. Mijn lijf reejageert meteen. Ik ben kei-blij! Mijn staartje bibbert en mijn poote trappelen zachtjes. Er komt zelfs een oer mauw. Deze klinkt diep en kort. Dat je weet, Bram is dapper. Dit is leuk. Ik kan iets nieuws. Het is me gelukt om zelf de kast in te springen. Op het tweede plankje nog wel. En die is best hoog.
Gefoelig is dat je vatbaar bent voor indrukken. Het maakt niet uit waar ze vandaan komen. Je kop zal het weten en verwerken en je lijf zal reejageren. Ik ga proberen een voorbeeld te geven. Als iemand een lief woordje tegen je fluistert. Ik ben heel gefoelig voor dit soort dingen dus mijn kop reejageert meteen. Die wil meer. Mijn oren blijven omhoog staan maar mijn oog wordt iets kleiner. Dit vindt ik fijn. Mijn lichaam wordt dan ontspannen. Mijn poten staan niet meer zo sterk en zo strak. Meestal ga ik er dan bij liggen zodat ik niet ineens omval. Want dat kan ook gebeuren.
In de avond, met donker weer, hebben mijn vrouw en ik een speesjaale plenning. Deze plenning is ook elke keer anders. In de zomer, wanneer de dagen lang licht zijn, mag ik veel langer buiten blijven. Maar nu gaat dat niet. Dus doen mijn vrouw en ik elke avond iets leuks voor ons zelf. Hier heb ik dan meestal gelijk omdat ik gewoon weet wat leuk is om te doen. De meeste van jullie weten wel dat ik een gefoelige katermans ben die van zachte dingen houdt. Zoals het voorlezen van mijn vrouw. Dan zitten we in bed onder de dekens en dan heeft mijn vrouw een boek voor haar. Ik kruip dan tussen haar en haar boek in en dan doet ze zachtjes hardop lezen. Het is dan een beetje een gefluister maar dan een klein beetje harder. En ze doet dan ook friemelen aan mijn lijfje en dat vind ik ook heel erg fijn.
Eerst ga ik een lekker dut-plekje zoeken op bed. Dat je met je poten voelt van ja daar kan ik wat mee. Dan volgt natuurlijk mijn getrappel want ik vind wel dat ik dan lekker moet liggen. Dat is wanneer je met je poten genoeg getrappelt hebt zodat je meteen om kunt vallen en kunt slapen.
Dit spelletje doen we een keer of drie. Dat is genoeg voor mij.
Als beebie-kitten speel je heel veel en dan moet je ook gewoon veel eten. Gelukkig kreeg ik dat daar ook meteen. En met daar bedoel ik het dierenopvangcentrum. Zo heet dat waar de ambulance mij naar toe bracht. Daar werd ik overgezet in een veel grotere hok waarin ik kon rondlopen.
Soms blijven poesen en katers daar wonen omdat ze het daar fijner vinden. Want eigenlijk is het ook een soort huiskamer. Er zijn genoeg bedden voor iedereen. Dus slapen doe je in je eigen bed. Je hebt daar verschillende krabpalen en speeltjes maar die moet je wel samen delen. Ook staan er overal schaaltjes met brokjes en water. Dus iedereen krijgt het zelfde te eten. En de bak voor je behoefte moet je ook delen. Maar dit wordt elke dag schoongemaakt en je krijgt er bijna elke dag snoep, sneks en knuffels. Ik woonde daar 7 dagen in kamer 32 met andere kittens toen mijn vrouw mij kwam halen. En vanaf die dag woon ik al bij haar. Dat is best lang want dat is nu 11 jaar geleden.