
Hoi lieve allemaal, fandaag is het vijftig bloggen geleden dat ik voor het eerst deed bloggen. Ik wist niet eens of ik wel kon bloggen toen Bertje mij vroeg of ik wilde bloggen.
Feranderingen
Dat kwam omdat ik niet wist wat bloggen was. Nu weet ik het wel want ik heb het geleerd. In bloggen vertel je wat je allemaal meemaakt. Je eigen afontuuren. Het zijn leuke en spannende afontuuren maar soms ook verdrietig als er bijvoorbeeld een vriend van ons allemaal over de regenboogbrug gaat. De eerste blog schrijven was heel spannend voor mij. Ik wist niet welke reejaksies er zouden komen, als er een reejaksie kwam. Dat weet je op dat moment gewoon niet. Het is afwachten. Door de blogs heen heb ik een aantal feranderingen gemerkt aan mezelf en deze wil ik graag met jullie delen.
1 Onzeker
Ik ben nog steeds onzeker maar al minder dan eerst. Voorheen durfde ik niet zomaar over een onderwerp te praten maar nu wel. Bijvoorbeeld toen ik te veel fla had gesnoept en ik ineens naar de bak moest. En dat daarna mijn billen gewassen moesten worden omdat ze vies waren. Eerst durfde ik dat niet te zeggen. Toen heb ik ook aan Bertje gevraagd of het wel in de blog kon. Want wie leest het allemaal en is er dan geen schaamte? Maar Bertje vertelde me dat het bloggen juist gaat om wat er allemaal in je leven gebeurd, dus ook dit soort dingen. Toen durfde ik al wat meer. Soms vraag ik nog steeds aan Bertje of het een goede blog is of niet. Maar ik ben nou eenmaal een gefoelige katermans.
2 Kontakt
Voordat ik deed bloggen deed ik al wat feesboeken. Niet zoveel omdat ik kontakt nog steeds moeilijk vindt. Soms wil mijn kop gewoon niks doen. Maar dat gaat niet als je friende hebt. Dan fraag je ook aan je friende hoe het gaat. Dat doen ze ook bij mij. Zo gaat kontakt nou eenmaal. Bij de blog vertelde Bertje dat de schrijvers het fijn vinden als ze ook een berichtje terug krijgen als ze op de blog hebben gereejageerd. Dat was en is nog steeds heel spannend voor me omdat ik soms niet goed weet wat ik moet terug schrijven. Ik vind het heel erg lief dat ik reejaksies krijg en ik wil ook iedereen kopjes geefe maar soms is het ook moeilijk om een kopje te geven. Dan is mijn kop ergens anders. Nu gaat het iets beter maar ik moet nog zeker door oefenen met reejageere.
3 Kreejatief
Voordat ik deed bloggen was ik wel kreejatief maar niet zo veel. Eerst deed ik niet meehelpen in de keuken maar voor de blog wel. Dus dat is feranderd. Ik ben meer gaan doen. Door de blog neem ik jullie mee op afontuur en dan moet je soms heel kreejatief zijn. Net zoals met het zwembad. Ik wist nieteens dat ik water fijn vind en heel veel andere niet. Ik probeer steeds nieuwe dingen uit. Dat is kreejatief zijn. Er was ook een keertje dat ik op een kamer een kast vond waarvan ik een mooie dut plek zag. Ik wist alleen niet of ik erin kon springen. Maar het lukte me wel en dat heb ik toen ook gedeeld. Dus dat gaat goed.
Overal liefe
Voor mijn volgende bloggen zou ik minder onzeker willen zijn en meer durven. Dus dat er geen schaamte is voor wat ik meemaak en dat ik mijn mening durft geven. Want dat vind ik soms nog moeillijk. Ik vind het fijn dat je de blog hebt gelezen.
Ik wens jullie allemaal een fijn wiekent en een fijne falentijndag. Dat er overal liefe mag zijn foor iedereen.

Tijdens mijn heerlijke speelbui en oer zijn, kreeg ik de muis te pakken tussen mijn poote en ik zette meteen mijn tande in de muis. Dan doe ik schudde met mijn tande alsof het een prooi is die nog beweegt. Dees muis is natuurlijk nep en doet niet beweege van zichzelf maar voor mijn zekerheid vind ik het fijn om de muis te schudde. En toen gebeurde het. Ik deed mij kop naar achteren en mij poote naar voore. Maar de muis zat klem. Toen schoot mij tande los van de muis en nu zit er een gat in!
Maar nu kan ik niet meer met de muis spelen. Ik ging stil zitten en mauwen. Diep van binnen mauwen, dat je bijna oer bent maar nog net niet. Mijn vrouw snapt het meteen als ik mauw. Zij weet welke mauw wat is en dat scheelt. Gelukkig was zij al beneden en zag ze meteen wat er is.
Whiskas
Dat was froeger toen ik nog een straatmeisje was en net furkeer had met Freek. Ik had altijd honger en bij het asiel schooide ik om eete. Dat kreeg ik daar ook meteen. Dus ben ik daar gebleefe. Ik heb Freek meegenomen zodat hij ook kon eete en same woonde we toen op het buiten terrein van het asiel. Dat is jaare goed gegaan tot dat we allebei ouder werden en meer aandacht wilde. Ik vond de kriebels aan mijn kop heel fijn en ik wilde steeds meer. Omdat we niet meer bang waren, besloten de mensen dat we niet meer op straat hoefde te leefe en mochten we binnen wonen. Mij liefe jonge Freek heeft een aantal jaar geleden zijn koffer gepak en is gefloge naar de regeboogland.
Als ik klaar ben met denke en slaape dan wil ik eete. Lekkere saus en fleesjes. Mij bek heb geen tanne meer dus ik schep het eete met mij onderkaak op en met mij tong. Dat gaat prima. Ik schrok alles op. Dan doe ik uitbuike op een paal binne. Een paal is zo breed dat ik er twee keer op kan, die is het fijnst. Daar kan ik mijn poote strekke als ik lig. Meestal wacht ik op de kriebels van de schoonmaker van die dag. Dat is elke dag anders. Soms krijg ik wel een likwit snek, soms niet. Ligt aan de schoonmaker. Maar meestal zijn mijn daage hetzelfde. In de nacht kijk ik naar de sterren in de lucht. Als ik moe wordt ga ik naar binnen om te slaape. En dan komt de ochtend weer. Ik vind mij leefe goed nu. Ik heb altijd eete en een warm bed. De andere laate mij met rust en dat is fijn. Ik hoef nie meer te schooie en ik krijg ook kriebels.
ik vaak een spurt door de kamer. Dat voelt fijn. Alsof je gewoon klaar bent met alles. Soms kan het namelijk ook moeilijk zijn op de bak. Zeker als je wat fla of joggurt hebt gehad. Maar ik zat te denken en ineens kreeg ik een fis! Mijn vrouw rolde die naar mij toe. Eerst wist niet wat ik er mee moest. Ik keek de fis aan toen ik iets bekends rook. Met mijn kop ging ik naar de fis toe en snofte een paar keer. Oooo, dit is wiew. Dit is een wiew-fis. Wiew is ketnip waar je haai wordt en los gaat in je kop.
De beste fis
Jas
Ik stond er op en toen ging ik kijken of er een holletje is. Een warm holletje waar ik dan ik kan kruipen. Mijn kop steek ik dan in je jas om te kijken of het zo is. Er is geen holletje. Kan ik nog iets anders vraag ik mezelf dan af. Ik draai wat met mijn lijf in het rond en trappel met mijn pooten om te voelen hoe stevig het is. Ik kan er niet in en ik kan er niet onder want dat heb ik met mijn kop bekeken. Het is wel een perfecte dut plek. Ik geef me over en bedenk dat ik er ook op kan liggen. Na wat trappelen en draaien plof zachtjes neer. Ik begin eerst met mijn was-roetiene. Dat hoort zo. Dit keer begin ik bij mijn borst. Daarna ga ik mijn buik en mijn billen wassen en vervolgens ook mijn rug en mijn kop. En als ik klaar ben dan doe ik altijd een keertje diep zuchten voordat ik mijn oog dicht doe en ga snurken.