
Elk jaar is mijn tuin in de winter heel anders dan in de zomer. Het lijkt wel alsof mijn tuin ook verhaart, net als ik zelf. Alleen dan andersom. Ik heb in de zomer een dunnere vacht en in de winter een dikkere. Mijn tuin heeft in de zomer juist meer bladeren en in de winter veel minder.
Reenoovaatsie
In de winter is mijn tuin helemaal bruin en grijs en kalig. Maar dit jaar was hij ekstrasuper kaal. Wegens de reenoovaatsie. O het was echt erg, dat zeiden mijn mensen ook. Er waren stukken waar eerst grote planten stonden en waar nu helemaal niks meer was, alleen maar aarde. Vooral mijn vrouw was daar best verdrietig over.
Ikzelf kwam niet zoveel meer in mijn tuin. Dat was omdat het koud was, of nat, of allebei. Ik was een beetje bang geworden, ik dacht steeds dat er weer mannen zouden komen. En wat moet ik trouwens in een tuin zonder planten?
Mijn tuin foelde helemaal niet meer fijn meer.
Mijn trap
Toen dat fierus coroona kwam, had mijn vrouw ineens heel veel tijd om aan mijn tuin te werken. Ze heeft alles schoongemaakt, en al mijn manden weer neergezet. Ze heeft nieuwe planten gehaald en sommige oude planten weer terug gezet. Mijn man heeft mijn trap gemaakt, alle plankjes die kapot waren heeft hij er af gehaald en daar nieuwe op gemaakt. Op de bovenste plank heeft hij een ekstra leuning gemaakt voor mij. En hij heeft allemaal spullen die op zolder stonden naar beneden gehaald.
Mijn stoel
Omdat er meer zon was gingen de planten weer groeien. Eerst een beetje en toen steeds meer. Mijn buitenweecee was eerst kaal, er waren alleen takken. Nu is het weer net of ik door de djungel loop. Mijn stoel staat nu tussen de bloemen. Als ik naar binnen kom heb ik altijd een paar bloemetjes in mijn haren, dan zegt mijn vrouw dat ik haar bloemenjongen ben.
Mijn grasveld was niet zo mooi meer, maar nu is het weer helemaal groen. Ik lig daar graag in de zon, helemaal uitgestrekt. En soms ook op mijn rug, dan kan mijn buik lekker warm worden. Als ik in mijn grote mand lig zien mijn mensen me soms niet. Dat komt mijn grote mand achter een grote struik vol bladeren staat. Ik kan me overal verstoppen, want alles staat vol met bloemen en planten.
Eigenlijk is mijn tuin nog fijner geworden dan hij eerst was.
Gastvrei
Er komen ook weer meer katten naar buiten. Bassie van een paar deuren verderop loopt over de schuurtjes. Juffrouw Mier komt soms in mijn tuin, als het donker is. Een grijs met oranje damespoes komt elke dag drinken uit mijn waterbakken. Ik vind dat prima, ik ben gastvrei zeggen mijn mensen.
Vooral in het donker is het best wel weer druk. Ik ben elke nacht weer een tijdje op stap, om alles in de gaten te houden.
Soms is er vechten. Dat is best spannend. Gisteren zat ik op mijn schuurtje toen er ineens gekrijs was op de daken. Ik rende eerst snel naar mijn vrouw toe, want ik vond het een beetje grieselig. Toen het krijsen ophield rende ik toch weer mijn trap op om te gaan kijken wat er nou presies aan de hand was. Mijn vrouw zei dat ik een ramptoerist was, maar ik moet toch weten wat er allemaal gebeurt in de tuinen?
Ik ben weer helemaal gewend aan de hond naast mij. Ik weet dat hij mij niet kan zien. En ik kan aan zijn blaffen horen of hij boos is of vrolijk of wat dan ook. De hond is mij weer vergeten en kijkt gelukkig nooit meer door het gaatje in het hek.
Doos
Mijn vrouw had een grote doos gekregen en daar heeft ze een doos voor mij van gemaakt. Ze heeft er een stuk uitgescheurd zodat ik er makkelijk in kan stappen. De doos staat al een tijdje op het terras, maar ik ging er nooit in liggen.
Nu heeft het een paar dagen geregend en is de doos een beetje krom en fiezig. En vanmorgen zag mijn vrouw dat ik er in lag te slapen. Logies natuurlijk, een doos hoort niet helemaal nieuw te zijn. Een doos moet naar mijn tuin ruiken en beetje uit elkaar vallen, dan is het een fijne doos.
In de tuin
Als het mooi weer is gaan we met zijn drietjes in mijn tuin zitten. Mijn mensen zitten op hun stoelen, ik zit op mijn eigen stoel tussen de bloemetjes. Overal hoor ik bzzzzz van beien en twiet twiet van vogels. Ik zie vogels in de lucht, ze vliegen echt superhoog. Ik ruik allemaal geuren, de ene keer zoet en de andere keer een beetje groenig. Ik foel de zon in mijn haren, en tussendoor een beetje wind.
Zo zie je dat alles toch weer goed kan komen. Ook als je denkt dat het nooit meer iets wordt. Het kan lang duren en veel enersjie kosten. Je moet ook een beetje geluk hebben, dat er een zonnetje is. Maar dan is alles toch weer zoals het hoort te zijn.
Misschien is het een beetje anders dan je je herinnert. Maar dat kan ook zijn omdat het nóg mooier is geworden dan het was.

Als kat kan je ook beestjes hebben. Toen ik bij mijn mensen kwam wonen zat ik helemaal vol met vlooitjes. Dat is een beestje dat bijna alle katten hebben die buiten wonen. En ze gaan hops van de ene kat naar de andere, en zo hebben in een hele korte tijd alle katten uit een groep vlooien.
Nou denk je misschien wat een fiese beesten zijn katten. Maar wij kunnen er zelf niks aan doen, dat die beestjes op ons gaan zitten. Die beestjes zitten gewoon in de natuur, in struiken en in planten. En in andere dieren. Als ik door mijn tuin loop kan ik ze krijgen. Terwijl ik elke dag en ook nacht mijn patroeje doe om te kijken of alles in orde is. Maar die beestjes zijn zó klein, die zie ik niet. Anders zou ik vast en zeker tegen ze zeggen dat ze ergens anders naar toe moeten gaan.
Van de dokter kreeg ik een prik dat ik niet ziek word. De dokter keek overal waar je maar kan kijken waarvan je dat als kat helemaal niet wilt. En ik moest op de weegschaal.
We gingen naar buiten. Daar stond mijn man op ons te wachten. Mijn vrouw vertelde hoe alles was gegaan, en toen gingen we eindelijk weer naar huis.
Ik ben nog steeds heel bescheiden. Zo noemen mijn mensen dat. Ik maak nooit iets kapot, ik doe niks wat niet mag en ik vraag nooit ergens om. Dat hoeft eigenlijk ook niet, want ik krijg alles wat ik wil.
De dag daarvoor had ik met mijn mensen met de veer gespeeld. Ik had gesurfd over mijn tasjes en ik was zelfs een keertje bovenop de hand van mijn man gesprongen. Daar moest hij om lachhen, dat ik dat deed.
Nu met dat fierus cooroona lijkt het soms wel alsof alles voor altijd is veranderd. En niet leuk veranderd, maar verdrietig veranderd. Mensen worden ziek en soms niet meer beter, en je mag heel veel dingen niet meer. Ook als kat merk je dat natuurlijk.
Zomaar ineens is het zomer geworden. Eerst deed het alleen maar regenen en waaien en was er zelfs keiharde wind. Elk wiekent was er storrem, eerlijk waar.
Naast de tegels groeien mijn ketnipplanten. Ik heb er twee. In de zomer komen er paarse bloemen in en ga ik vaak tussen de planten in liggen. Of mijn vrouw doet een paar blaadjes over de tegels wrijven en daar ga ik liggen. Dat heeft ze vanochtend ook gedaan. Ik rol, ik lik, ik wrijf mezelf helemaal in met de ketnip. En dan ben ik knetterstoont.
Als ik vind dat het te lang duurt voordat mijn vrouw bij me komt zitten ga ik haar halen.