
Aaien vind ik heerlijk, knuffelen en kusjes krijgen en geven ook. Ik wil altijd wel knuffelen.
Maar alleen met mijn eigen mensen.
Andere mensen mogen mij niet aaien, dat wil ik persee niet. Nou ja, misschien even over mijn hoofd, maar meer niet.
Dat is altijd zo geweest, en ik dacht dat dat ook altijd zo zou blijven.
Veilig
Mijn mensen zijn heel rustig. Gelukkig. Ze doen geen feestjes houden of dat soort dingen.
Maar er komen wel mensen op bezoek in ons huis, vrienden of vriendinnen van mijn mensen.
Ook wel eens monteurs en zo, maar dat telt niet. Daar blijf ik soowiesoo bij uit de buurt, want ze maken vaak lawaai en ze stampen op de vloer. Dat is grieselig.
Eigenlijk doe ik als mensen op bezoek komen altijd hetzelfde: ik ga naar de slaapkamer en ik blijf daar. Of ik ga naar mijn tuin en ik blijf daar.
In de slaapkamer komt niemand, alleen mijn mensen en ik.
In de tuin kan ik me verstoppen of ik lig in mijn mand achter de struiken. Als mensen in mijn tuin gaan kijken zien ze mij meestal helemaal niet. Dus in de slaapkamer en in mijn tuin ben ik veilig.
Ik ken katten die overal bij komen zitten, die zomaar bij vreemde mensen op schoot gaan zitten. Zo ben ik dus niet, dat heb je vast al wel begrepen.
Damesmensen
Na een tijdje kom ik altijd wel eventjes kijken, en heel soms mag iemand me dan over mijn hoofd aaien. Alleen damesmensen, want die vind ik het minst eng.
Als iemand me zomaar probeert te aaien probeer ik om die mens heen te lopen. Of ik ren KEIhard voorbij, zo hard dat je me geeneens kunt zien. Als iemand me toch aan kan raken zak ik door mijn poten en loop heel laag bij de grond, als een rups, onder de hand vandaan.
Buurman
Nu met coroona was er al een hele tijd niemand geweest. Ik vind dat prima, van mij mag het altijd wel zo zijn.
Maar vorige week kwam onze buurman Daan op bezoek. Ik ken Daan al lang en hij is best vaak geweest.
Daan doet altijd heel rustig en praat ook tegen me. Hij zegt “Dag jongen” en steekt zijn hand naar me uit. Daar snuffel ik altijd wel even aan en dan loop ik snel voorbij. Zoals bij iedereen.
En nu zat Daan in mijn tuin, samen met mijn mensen. Op mijn grasveld!
Eerst had ik me verstopt, in mijn grote mand onder het perenboompje. Maar ik was toch wel een beetje nieuwsgierig naar wat ze daar deden dus ik ging voorzichtig kijken.
Er stond een beker met dat bruine spul op de grond, dat heet koffie. Ik heb er aan geroken maar ik lust het niet. Het ruikt fies. Er stond ook me-loen. Dat rook niet fies, maar ook niet dat ik er van wilde eten. Daarna snuffelde ik heel voorzichtig aan de voet van Daan en dat merkte hij. Hij stak zijn hand naar achteren en aaide me over mijn hoofd. Eerst schrok ik eventjes, maar ik liep niet weg. Eigenlijk vond ik het wel gezellig, dat ik zo over mijn hoofd werd geaaid. Mijn vrouw zei Goed zo Bol! en daardoor foelde ik me veilig. En weet je wat er toen gebeurde?
Brommen
Ik zakte door mijn poten en rolde zomaar op mijn rug! Mijn vrouw moest lachen en zei tegen Daan dat iemand op zijn buik geaaid wilde worden. Daar bedoelde ze mij natuurlijk mee, dat snapte ik echt wel en Daan ook. Hij kwam bij me zitten en aaide me zachtjes over mijn rug en over mijn buik en over mijn hoofd. Het was eerlijk waar presies goed. Ik ging brommen, zo lekker vond ik het. En mijn tong ging zelfs een beetje naar buiten, per ongeluk.
Ik heb best een tijdje zo gelegen en Daan heeft me best een tijd geaaid.
Manmens
Mijn mensen waren allebei helemaal verbaasd. Ikzelf ook wel.
Ik kreeg ook heel veel kompliementen van mijn mensen dat ik zo dapper was, daar was ik best een beetje trots op. Maar als je iemand vertrouwt foel je in je hart dat het goed is. En dat foelde ik, die dag.
Dus nu heb ik gemerkt dat ik soms best geaaid durf te worden door iemand anders dan mijn mensen. Zelfs door een manmens.
Ik hoop dat ik dat onthoud.
Biesonder
Ik had zomaar ineens iets nieuws gedurfd. Dat is best biesonder, want ik had er van tevoren helemaal niet mee geoefend. En toch deed ik het.
Zo zie je maar dat je ook als je al 15 bent nog nieuwe dingen kunt leren.
Deze week waren er heel veel biesondere dagen. Bert was jarig, hij werd ongeveer twaalf jaar. Hij heeft er woensdag een supermooie blog over geschreven.
Toen moest ik ineens weer denken hoe fijn het is als je een huis en lieve mensen hebt. Als je weet dat je mensen je geen kwaad doen. Als er altijd eten is en je niet hoeft te vechten met andere katten om de laatste stukjes vlees. Als je niet in een hoekje in een asielkooi weggedoken zit, helemaal steif van angst. Als je niet op hoeft te letten in je slaap, maar gewoon languit kunt liggen en helemaal van de wereld kunt zijn.
Soms word ik verdrietig, omdat ik weet dat niet iedereen veilig is. Maar dan foel ik ekstragoed dat ikzelf na een lange reis nu thuis ben, bij mijn mensen. Daar ben ik heel blij mee, en mijn mensen ook.
Maar sinds een tijdje is er iets veranderd.
Weet je wat ik nog leuker vind? Als het donker is. Dan loopt de rat rond door mijn tuin, hij denkt dat iedereen slaapt. Vorige week ben ik twee nachten buiten gebleven. Ik kwam steeds heel even snel binnen iets eten en hallo zeggen tegen mijn mensen. Daarna moest ik meteen weer naar buiten. Ik had geen tijd om te slapen, ik was op jacht.
Ik doe de rat in mijn tuin dus niks. In mijn tuin is iedereen welkom, vind ik. Als je je maar netjes gedraagt.
Vorige week had ik geschreven over dat mijn heupen soms pijn doen. En dat ik daardoor moeilijker loop of ga liggen.
Mijn vrouw heeft eerst geprobeerd of ik het misschien zo van een lepel wilde eten. Dat wilde ik niet. Toen heeft ze het door goermet moes met tonijn gedaan. Dat wilde ik ook niet. Dus heeft ze het onderin een kom gedaan met mijn favoriete smaak natvoer erover heen. Maar ik rook meteen dat dat fiese spul er in zat. Natuurlijk wilde ik het daarom niet eten, dat snap je. Het leek mijn mensen beter om er even mee te stoppen en gelukkig kreeg ik mijn gewone eten. Maar ik was nu aa-lert. Ik vertrouwde het niet meer en heb eerst heel lang gesnuffeld of mijn eten wel okee was. Pas nadat mijn mensen niet meer op mij letten heb ik het gegeten.
Ik had sinds een tijdje ook moeite om uit mijn eetkommen te eten, dat deed pijn aan mijn nek. Mijn kom met brokken staat al wat hoger maar ik eet het liefst van iets waar de brokken niet steeds zo schuiven. En in mijn kom schuiven de brokken.
Mijn natvoer en mijn brokken die er altijd staan staan ook op een verhoging. Daardoor hoef ik mijn nek niet steeds zo te buigen als ik eet. Ik kan zittend of staand eten. Ik was er meteen helemaal blij mee. Als het tijd is voor mijn natvoer ga ik daar vast zitten, het eet heel fijn. Alleen niet als die druppels door mijn eten zitten, dan niet.
Dan moeten we zachtjes doen omdat het al laat is. Ik lig een hele tijd ineengedoken naar de grasstengel te loeren die mijn vrouw door het gras beweegt. En ineens kom ik keihard aanrennen en spring bovenop de grasspriet. Mijn vrouw kan in het donker niet zo goed zien en valt soms van schrik achterover in het gras. Daar moet ze altijd om lachen, ze zegt dat ik een echte teiger ben.
Ik vind het mooi om ouder te worden. Als je ouder bent heb je veel erfaring, je weet een heleboel, je hoeft niet meer de hele tijd te rennen en te spelen en je kan lekker veel slapen. Superfijn vind ik dat. Maar sommige dingen zijn misschien niet zo leuk. Dat je een beetje minder soepel bent in je lijf en in je gewrigten beivoorbeeld. Dat hoort er bij, het is sleitaasje. Mensen noemen dat ar-tro-se.
GroteBeer, die hier voor mij woonde, kreeg spesjaal voer voor zijn gewrigten. Dat hielp een hele tijd goed, en toen het niet meer hielp kreeg hij elke dag iets tegen de pijn. Zover is het bij mij nog niet. Maar mijn mensen zeggen dat ze volgende week de dierendokter gaan bellen. Ik hoef zelf niet aan de telefoon gelukkig, want ik zou niet presies weten wat ik moet zeggen. En ik wil er liever ook niet heen want ik ben net geweest. Straks kom ik dan zonder tanden thuis, net als Loes!
Ik vind het niet erg dat ik niet meer zo snel en zo soepel ben. Zo gaat dat in het leven, dat weet ik best. Eerst ben je een beebie en dan een grote kater of poes en als laatste een seeniejor. Andersom kan nou eenmaal niet.