Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Praat-aaien (blog)

Als u mij ziet, dan begrijpt u meteen dat ik een knuffelkater ben. Een dikke wollige vacht, wolkenzacht ook nog en thuis hoor ik niks anders dan dat ik er aaibaar uitzie. Maar dat is mijn buitenkant. Hoe het van binnen zit, dat is een ander verhaal.

Toen ik hier pas woonde, wilde ik vaak geaaid worden. Dat was voor de geruststelling, zodat ik me veilig voelde bij al dat nieuwe. Lang aaien doen we nog, hoor. Nu alleen voor het fijn. Heerlijk vooral ’s avonds en lekker zacht, van even achter mijn oortjes friemelen tot strelingen vanaf mijn kop tot aan mijn staart, en soms een klein beetje over mijn voorpootjes. En dan even met een vinger langzaam onder mijn kin tot op mijn borsthaar en weer terug. Zo kom ik goed in slaap. Tegenwoordig doen we ook iets anders.

Het gaat zo. Ik lig op mijn kussen op de bank. Mijn vrouw zit voor de bank op het tapijt, dicht bij me. En dan knijpen we steeds onze ogen dicht als we naar elkaar kijken. Het is zo fijn dat ik dan eigenlijk geen hand op mijn vacht meer erbij hoef.

Kijken en een beetje praten en fluisteren is genoeg, ik kan gewoon wel aan de gang blijven met spinnen, zelfs met dat diepe ronken. Mijn vrouw zei, dat dit nu praat-aaien was. Ik wist niet eens dat het bestond. Eerst dacht ik, dat ik niet goed in mijn kop was. Waarom zou je immers spinnen als er helemaal niks gebeurt? Soms zegt mijn vrouw niks en dan spin ik toch. Of juist.

We doen nou bijna elke dag aan praat-aaien. Als mijn vrouw eindelijk terug is van het boodschappen doen, komt ze met haar jas aan meteen naar de huiskamer, want daar sta ik dan te miauwen van “schiet op, schiet op.” En dat doet ze. We gaan dan op het tapijt liggen, tegenover elkaar, om te praat-aaien.

Eerlijk is eerlijk, ik vind het nog steeds een beetje gek, maar het is te fijn om het te laten. Je hebt dus gewoon aaien en praat-aaien. Misschien bestaat er wel meer, daar heb ik nog geen idee van!! Sinds ik hier ben, ontdek ik allerlei dingen die ik helemaal niet kende. En ik hoop dat u ook praat-aaien heeft of iets anders dat even fijn is. Anders moet u maar denken: Bertje wist ook niet hoe fijn het leven kon zijn, en die is gelukkig dus ik kan het ook worden.

Dit blog verscheen eerder bij de <a href=”http://www.kattenzorg-denhaag.nl/index.php/bertje”>Vereniging Kattenzorg.</a>

&nbsp;

De alleroudste kat ter wereld

Op de foto: Scooter, geboren op 26 maart 1986. Hang de vlag voor die jongen uit, want hij is met zijn 30 jaar de wereldrecordhouder oud-worden-voor-katten. Dat meldt Guiness World Records.

Een heerlijk idee dat katten zo oud kunnen worden. Kijk naar je eigen lieveling en besef dat je veel meer tijd samen zult hebben dan je dacht. Dat is een heerlijk gevoel.

Scooter is een Amerikaan van Siamese afkomst. Hij woont bij zijn vrouw Gail Floyd die erbij was toen Scooter werd geboren. Sindsdien zijn ze samen. Ook wanneer Gail gaat reizen, en daar houdt ze nogal van. Zij en Scooter hebben bijna alle staten van Amerika al bezocht. Scooter zit dan bij voorkeur op  haar schouder. Daar zat hij al toen hij nog een kitten was, en dan speelde hij met Gails haar.

Een gewone dag voor deze supersenior begin om zes uur ’s morgens met miauwen en rondspringen, zo wordt zijn vrouw wakker. Hij slaapt veel. Hij eet goed.

Hoe een kat zo oud kan worden? Gail vermoedt dat het zijn karakter is: nieuwsgierig naar mensen en steden.  En hij is speels gebleven, dan sta je ook positief in het leven. Plus: hij wil leven,  heel graag zelfs.

Dat laatste komt misschien ook door het het ongeluk in 2014. Toen brak hij een pootje en dat leverde de nodige behandelingen op. Nu geniet Scooter extra van zijn lievelingssnack kip, die hij om de dag krijgt. Een gelukkige jongen. Hartelijk gefeliciteerd!

Update : kort nadat Scooter erkend werd als oudste ter wereld is hij overleden. Het wereldrecord aller tijden staat overigens op naam van Creme Puff, die in 2005 de leeftijd bereikte van maar liefsy 38 jaar en 3 dagen.

Een goed slaapkussen

In een kattenleven is een goed slaapkussen heel belangrijk. Het is je basis. Want je kunt wel overal slapen, en persoonlijk kan ik dat ook, maar je hebt een kussen nodig waar je altijd van op aan kunt. Gelukkig heb ik dat.

Mijn kussen komt van Xenos, het was de grootste maat die ze hadden: 60 en 60 centimeter.  Dus ik pas er goed op, want ik ben natuurlijk geen kleine jongen. Dat is belangrijk om op te letten als u een kussen koopt: het moet groot zijn. Dat je lekker ruim ligt.

Wat is belangrijk is: stevigheid. Dit is stevig en toch zacht genoeg om mee te geven. Kijk, ik wil natuurlijk wel wat onder me voelen, iets warms en gezellig maar ik wil er niet helemaal in wegzakken dat is ook niks. Dus u moet geen harde kussens kopen. Dikke zachte kussens die u niet helemaal kunt indeuken die zijn het.

Nou, dan heeft u dat kussen gekocht en ik of uw kat ligt er lekker op. Ga dat dan niet elke week wassen. Dan ruikt het nieuw of vies of alletwee en dan is het vertrouwde veilige helemaal weg. Dat is naar voor elke kat! Wij zijn niet vies en dus is ons kussen dat ook niet.  Een beetje schoonvegen met de hand is genoeg. Na overgeven ofzo mag het wel in de handwas.  Even.

Dit was mijn ervaring met een goed slaapkussen. Ik denk dat dit kussen van Xenos het allerbeste is!!  Of weet u iets wat ook heel goed is? Laat dan een berichtje achter bij de reacties.

Als je blijft verharen

De winter is voorbij en ik ben nog steeds aan het verharen. Dat valt tegen. Ik had echt gedacht,  een paar weekjes en dan is het klaar. Het kriebelt soms. En jeuken ook al. Wat te doen?

Zelf kan ik wel aan het wassen blijven, maar dat is niet genoeg. Er kwam een borstel in huis. Een rode.  Hij is zacht en toch stevig. Eerst moest ik er nogal aan wennen, dat lukte doordat de borstel gewoon in de huiskamer lag en er gebeurde niks mee. Ik rook er af en toe aan.

Op de borstel zitten een soort pinnetjes. Ze zijn zacht en stevig tegelijk. Af en toe neemt mijn vrouw de borstel en dan aait ze me daarmee heel voorzichtig. Dat helpt bij het verharen. De losse haren komen er dan uit. Ze laat me altijd zien wat erna in de borstel zit, dan wil ik daaraan ruiken. Het is zo vreemd, het ruikt naar mij en toch ben ik het niet.

Eigenlijk wil ik niet verharen. Maar wat doe je ertegen. Niks.

Wat me echt helpt, en beter dan die borstel, is dat mijn vrouw me aait met een heel klein beetje vochtige hand. Ze likt dan aan haar hand. En dan aaien. Ik vind dat niet vies, hoor, als u dat soms dacht. Het is juist fijn.  Wat het ruikt gewoon, haar hand is warm, ik weet dat zij het is, en het helpt. Elke keer ga ik spinnen.  Maar het hoeft niet de hele tijd.

Weet u ook iets dat helpt bij verharen? Speciaal snoep ofzo? Dan lees ik het graag bij de reacties!!

Het leven als binnenkater (blog)

Ik kan hier niet naar buiten. We hebben geen tuin en ook al geen balkon. Dus ik zit de hele tijd binnen. En dan krijg ik weleens de vraag of ik me als binnenkater verveel. Typisch een mensenvraag vind ik dat.

Eerst over het binnenzitten. Vroeger heb ik op straat geleefd en dat moet u niet romantiseren. Ik weet dat er films zijn waarin je dan katten leuk over de daken ziet lopen enzo. Die katten hebben het samen gezellig. Honger kennen ze niet. En ze zijn ook nooit ziek. Nou, toen ik straatkater was, ging het heel anders. Ziek en in de war belandde ik in het Dierenhospitaal. Het duurde maanden eer ik weer een beetje normaal was. Dus denkt u echt dat ik weer naar buiten wil?

Nou over verveling. Ja, soms verveel ik me. Dan denk ik: wat zal ik nou doen? Ik heb dan al: gespeeld, geslapen, op de trap gerend, ik ben dan al in de badkamer geweest om water van de flesdoppen te drinken, ik heb vanuit de vensterbank naar de straat gekeken of er iets gebeurde en daarna ben ik weer geslapen en toen heb ik wat brokjes gegeten.
Dus dan weet ik niks meer om te doen en dan verveel ik me.
Dat is heel erg hoor. Je voelt dat je van alles kunt doen en er is niets om te doen. Bleeeh.

Ik ga dan vanzelf miauwen. Dan vraagt mijn vrouw: “Bertje, wat is er?” Ik loop over het tapijt naar haar toe, ze zit altijd aan tafel te computeren, en ga daar verder miauwen terwijl ik haar strak aanstaar.
Zij: “Bertje toch!”
Ik: “Meeeeew!!!”
ZIj: “Waar heb je behoefte aan?”
Ik zwijg meteen en zet een paar stappen terug.
Zij: “Wil je brokjes?”
Ik doe niks.
“Heb je dorst?”
Ik beweeg geen poot.
Zij: “Wil je misschien… samen spelen?”
Daar moet ik over nadenken, maar voordat ik het antwoord weet, heeft ze een lintje gepakt en daar friemelt ze mee. Onder een krant nog wel!! Het kraakt een beetje. Ik erheen: bam op de krant! Meteen verveel ik me niet meer.

Dus vervelen is eigenlijk helemaal niet erg, want dan komt er altijd wel iemand op het idee om samen iets fijns te doen. En dan is alles weer in orde.

Dit blog verscheen ook bij de Vereniging Kattenzorg. Daar staan alle Bertje-blogs!