Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Wat ik doe nou het kouder is

kouder

De zomer is weg aan het gaan en ik voel dat het weer kouder wordt. Als binnenjongen heb ik nog altijd mijn instinct dus zo weet ik dingen.

Slaapkamer

Toen het zo keiheet was, kon ik geeneens doen wat ik wilde. Want als mijn vrouw naar de slaapkamer gaat dan wil ik erbij zijn. Maar toen zei mijn instinct het is te heet niet doen. Dus dan lag ik soms even op de planken voor het bed omdat samenzijn heel belangrijk voor me is alleen het ging gewoon niet wegens te heet en dan moest ik naar beneden van mijn  instinct.  Daar was het koeler. En alleenig. Gelukkig is het keihete weg.

Vacht

Volgens mij krijg ik meer vacht. Nog meer haar om te wassen, want het is best een gedoe om dat bij te houden. En mijn vriend Jip zegt altijd we hebben een klein lapje en een groot lichaam en daar heeft hij gelijk in. Maaar warm blijven is nou weer iets fijns. Dus een wintervacht is belangrijk, en het gaat vanzelf dus ik hoef er niets voor te doen.

Anders

Van mezelf doe ik weer andere dingen nou het kouder wordt:

  • ik slaap weer op mijn dekbed op het bed, niet de hele nacht maar wel gewoon als ik zin heb en ik voel me gezelliger
  • ik heb behoefte aan meer aaien voor het warm en het fijn, met twee handen aaien is ook super, dus de ene hand op mijn buik en de andere hand aan de achterkant over mijn kop
  • eten is gemakkelijker het is net of mijn brokjes lekkerder zijn maar ik weet dat het mijn gewone brokjes zijn, ik hoef ook niks nieuws
  • en ik zit vaker in de vensterbank om de straat te controleren, als ik denk nou moet het, dan kan het gewoon zonder dat mijn oren keiheet worden dus dat is fijn
  • spelen lukt ook weer, gisteren pakte ik opeens een propje papier en ik rolde ermee

Serieus, warme zon is het fijnste dat er is. Maar nou het wat kouder is, ontdek ik weer van alles dat ook fijn is. En als er dan een beetje zon komt, ben ik een gelukkige kater.

Wat ik allemaal in mijn straat zie

in mijn straat

Deze week ben ik weer begonnen met mijn werk als controleur vensterbank.  Op de foto kijk ik naar de camera maar normaal kijk ik in de straat. Wat zie ik dan?

Wat voor straat

Ik zal eerst zeggen wat voor straat het is. Helemaal niet groot, ik kan aan de ene kant het begin zien en aan de andere kant het einde van de straat maar dan moet ik wel heen en weer lopen in de vensterbank. Aan de ene kant is een brede verkeersweg daar zie ik de hele dag bussen en auto’s doorheen gaan. ’s Nachts is dat heel mooi om te zien al die lichten. Aan de andere kant van mijn straat zijn ze nu een garage aan het bouwen dus daarvan hoor ik geluiden en die zijn soms eng.

Rust

Dus ik zit tussen twee grote dingen in en dat is precies goed. Want mijn straat moet rust hebben. Rust is dat er niks gebeurt of alleen dingen zonder geluid. Dat kan zijn:

  • er is niemand in mijn straat dat is eigenlijk mijn ideaal
  • er lopen mensen doorheen en ze lopen door, dus dan zie ik waar ze vandaan komen en waar ze naartoe gaan, dat snap ik en dan heb ik rust van binnen
  • soms zitten er vogels op het dak aan de overkant dat is eigenlijk ook mijn straat, die vogels zijn groot en eng maar ik moet van binnen toch de hele tijd naar ze kijken

Ik zit vooral in de vensterbank omdat ik moet weten wat er in de straat gebeurt. En als er iemand oplet, dan is alles beter.

Moeilijk

Het kan ook dat er iets gebeurt dat gewoon te moeilijk voor me is. Als er een hele grote auto onder het raam staat en er komen mannen uit met harde stemmen. Of de glazenwasser spuit water tegen het raam. Dat soort dingen, dan voel ik me bang. Dan neemt mijn vrouw even mijn werk over. Ze kijkt, zegt wat er is en dan wacht ik tot ik weer terug aan het werk kan.

Behalve natuurlijk als ik in slaap ben gevallen, dan wordt het later. Maar het is en blijft mijn werk, dat ik de straat controleer.

Hoe ik de dagen van de week leerde snappen

week

Toen ik hier kwam, wist ik niks van dagen en maanden en wanneer wat wat is. En nou wel. Dat heb ik thuis geleerd. Maar niet meteen.

Na  een hele poos, toen ik gewend begon te raken, toen viel het me op dat mijn vrouw elke ochtend iets tegen me zei dat hetzelfde was en toch anders. Dan begon ze met: “Vandaag is het…” en ze noemde de dag en legde uit: “Dat betekent dat…”  Weer een heel verhaal. Als huiskater zijnde begon ik te luisteren. En ik begon het ook te snappen.

Intelligent

Ik weet dat er mensen zijn die denken nou een dier is een dier en een dier heeft instincten en meer zit er niet in. Maar wij kunnen ook dingen leren. Wij zijn ook intelligent. Zeker katten. Ik weet toevallig dat Dorus nou al thuis in de boeken zit en mijn verkering Loesje geeft zelfs kurzus, en ik krijg thuis alles uitgelegd.

De dagen

Het is maandag als het zondag is geweest. Zondag is mijn fijnste dag. In de straat is het stil, er lopen haast geen mensen en de mannen die de garage bouwen liggen volgens mij thuis op de bank. En op zondag krijg ik een extra snek. Omdat het zondag is.
Dus als het de dag erna maandag is, en mijn vrouw heeft gezegt: “Nu begint de werkweek,” dan snap ik dat.

Erna is het dinsdag, dat  begrijpt iedereen.

Op woensdag en op donderdag vertelt ze wat ze gaat doen en het fijnste is als ze dan zegt: “Dus het is een gewone dag voor ons samen, Bertje.”

Op vrijdag voel ik me al rustiger van binnen omdat ik weet dat het bijna zaterdag is, dat is de dag voor zondag.

Nacht

Dus zo heb ik geleerd welke dag het is. Elke dag ziet er in de straat anders uit, daardoor weet ik het ook.  Maar elke nacht is hetzelfde, dat er auto’s met lampen rijden en als ik beneden in de vensterbank zit, kan ik ze zien.  En in mezelf weet ik, een nacht heet gewoon een nacht en meer hoef je er niet over te zeggen.

“Ben jij dat, Bert?”

geluid

Gelukkig dat het keihete nou voorbij is. Ik lag lekker bij te komen op het krukje naast de werktafel van mijn vrouw, toen er een vreemd geluid klonk. “Ben jij dat, Bert?” vroeg mijn vrouw.

Geluid

Ik had het  ook gehoord. Een lang geluid van heel veel kleine geluidjes achter elkaar. Het kwam uit mijn lichaam. En toen het geluid ophield, rook het een beetje anders in de kamer. Mijn vrouw keek naar mij. Ik keek terug. En ik voelde me een beetje eng. Ze keek zo intens opeens. Of er iets met mij was.

Hapjes

Nou moet ik eerlijk zeggen dat ik zulke geluiden haast nooit maak. Zeker niet zulke lange. Misschien kwam het door de hapjes met water die ik had gekregen tijdens de keihitte. En ’s morgens had ik nog een bordje water op met twee snoepjes, daarvan had ik er maar eentje opgegeten. Toen vond ze dat goed en nou opeens niet want toen ze naar me keek, voelde ik gewoon dat ze aan de dokter dacht.
Maar serieus:

  • in mijn bak was alles als anders dus niks aan de hand
  • ik had die ochtend gewoon wat brokjes gegeten net als altijd
  • water drinken is en blijft iets waar ik steun bij nodig heb dan lukt het
  • mijn vacht glansde en mijn neus was nat

Dus niks aan de hand, dacht ik.

Intens

Maar als een vrouw eenmaal ongerust is, berg je dan maar, hoor. Ze wilde opeens aan mijn vacht ruiken waarom wist ik niet. Toen we gingen bankaaien bleef ze intens naar me kijken, nou probeer dan maar eens te ontspannen.  Uiteindelijk viel ik toch in slaap en toen ging zij gelukkig weer aan haar werktafel zitten.

Ik zal nou eerlijk zeggen: ja,  ik was het. Soms laat ik een wind. Dat hoort gewoon bij het leven en als je samenwoont dan ga je elkaar daarvoor niet naar de dokter brengen.

Gelukkig kan ik altijd slapen

slapen

Serieus waar, ik had niet gedacht dat het toch nog zo keiheet zou zijn. Het was juist fijn, zachtjes zon en soms niet en soms wel en toen opeens WAM. Keiheet. Gelukkig kan ik goed slapen.

Bewegen

Ik was net bezig met elke dag speelkwartier. Dat moest van thuis voor mijn gezond. Bewegen en netjes eten dat helpt, zegt mijn vrouw, ze wist het zeker en dan begin je niks meer als eenvoudige huiskater, hoor. Dan doe je mee.

Maar alles veranderde toen het keiheet werd. Ik kreeg soep (anders alleen als wiekentsnek), ik kreeg sneks in water (mooi meegenomen) en ’s middags gingen we samen voor het waaiding liggen en ik kreeg buikkriebels tot ze in slaap viel. Zult u zeggen dat is het betere leven Bert, maar ik heb wel een hele dikke vacht en keiheet is dan moelijk, hoor.

Liggen

Nou heb ik thuis het voordeel dat ik overal mag liggen. Het nadeel is dat ik heel erg het gevoel heb dat ik wil samenzijn. Daarom ga ik nooit in de badkamer liggen ook al is het daar niet zo keiheet. Overdag slaap ik nooit op het grote bed boven ook al is het daar zacht en gezellig, alleen is te alleen. Dus ik lig vooral in de huiskamer. Dan heb ik het geluk: als ik lig, dan kan ik slapen. En slapen is fijn.

Slapen

Waar kan ik liggen en dus slapen, dat is:

  • onder de werktafel van mijn vrouw, dat klinkt stom maar het is daar stil en donker alleen raakt haar voet mij soms maar dan zegt ze altijd Sorry Bertje
  • in de vensterbank, dat kan alleen ’s morgens en ’s avonds anders is het te heet
  • in mijn doos, maar dat is meer voor de kleine dutjes tussendoor
  • voor de ventilator, persoonlijk combineer ik dat met buikkkriebels maar dan moet ze niet in slaap vallen natuurlijk
  • op mijn bankkussen
  • zomaar op het tapijt, dat is lekker in de ochtend

Dus ik heb niks te klagen thuis, en op het dekentje ga ik nou niet wegens te warm. Maar eerlijk waar, hoe fijn slapen ook is, voor mij hoeft dat keihete niet. Dan maar verplicht een speelkwartier.