Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Hoe ik keimoe werd en lang moest slapen

slapen

De meeste nachten lijken op elkaar en dat is goed en toch zijn er nachten die dan weer heel anders zijn en soms is mijn gefoel dan: dit is beter.  Laatst ging ik helemaal in de aksie.

Senior

Als senior katerman moet ik op mezelf letten. Dus dat ik geen gekke dingen doe. Thuis krijg ik goed eten dus zonder rare dingen erin, ik let heel erg op dat ik genoeg rust neem, aan spanningen als ik schrik kan ik niks doen maar dan krijg ik knuffels en dan gaat het wel weer dus wat hou ik over dat is aksie. Sport. Bewegen. Gym. Spelen.  Als u mij vraagt lig je liever of ren je liever, nou dan lig ik liever. Daar ben ik heel eerlijk over. Lekker liggen, beetje doezelen, dutje doen.

Nacht

Maar nou had ik pas een nacht met een heel ander gefoel. In de vensterbank had ik gekeken naar de lichtjes van de auto’s die voorbij reden. Die gingen snel, steeds weer kwamen er nieuwe die ik opeens zag en dan weer niet zag. En opeens zat dat snelle ook in mij.

  • ik rende de trap op en weer naar beneden en toen ik beneden was, rende ik weer naar boven
  • en boven sprong ik in de kast en toen sprong ik op de planken van de slaapkamervloer en ik maakte zo’n keihard geluid dat ik het vanzelf nog een keer deed, ik moest ervan miauwen en ik geloof dat mijn vrouw zei goedzoBertje, ik kon niet goed luisteren omdat ik even druk was
  • toen rende ik weer naar beneden en daar heb ik met mijn lintje gerold
  • en daarna ben ik tegen mijn vrouw gaan zeggen dat het tijd was om op te staan

Het kwam door die lichtjes buiten. Dat snelle.

Ochtend

’s Morgens had ik nog overal zin in. Maar tijdens de ochtendknuffel voelde ik me ontspannen en eerlijk waar, toen was ik keimoe en ik heb de rest van de dag niks meer gedaan en daarna kwam het avondeten.

Dus ik had een hele fijne dag. Eerst lekker in de aksie en dan rieleksen.

Waarom ik nog steeds van iets schrik

schrik

Nou zegt u vast: Bertje, schrikken, jij? Ja. Ik. Ook al woon ik hier nou langer dan drie jaar, ik weet geeneens hoelang, dan heb ik het nog. Pas in de badkamer gebeurde er weer iets.

Badkamer

De laatste tijd kom ik weer in de badkamer. ’s Morgens. Dan wil ik vers water drinken, dus dan moet eerst mijn vrouw water sproeien en aan de andere kant gaan staan, en dan ga ik van de tegels drinken en pas als ik de badkamer uit ben mag zij er ook uit. Anders wil ik niet drinken. Soms doen we een tweede ronde. Soms staat zij klaar en dan denk ik nou ik drink toch liever uit mijn waterschaal. Die staat gewoon klaar. Maar water van de tegels drinken dat is spannend.

Geluid

Laatst liep ik net van de ene kant naar de andere toen ik een hard geluid hoorde. Opeens.  Ik dook meteen in elkaar. Mijn rug was heel laag en ik  maakte me klein. Ik voelde mijn hart bonken.
“Sorry Bert,” zei mijn vrouw, “dat was mijn voet.”
Nou ik hoefde geen tegelwater meer die ochtend.

Gelukkig ging ze mee naar de huiskamer. Ik op mijn kussen. Zij ervoor. Aaien en bijkomen.

Terug

Dat is nou eenmaal zo als je vroeger op straat hebt moeten leven en het was heel erg moeilijk, dat het opeens kan terugkomen. Om niks. Een geluid. Een schaduw. Opeens het gefoel er is iets. En ik ken het huis heel goed, beter dan mijn vrouw, en dan toch schrik ik opeens zo erg dat ik heel veel knuffels nodig heb.

“Dat moet heel erg langzaam slijten,” zegt mijn vrouw. Ja misschien is dat wel zo. Ik ben ook wel vooruitgegaan want ik hoef nou geen druppels meer tegen de bangigheid van binnen en vroeger nam ik ze elke dag.

Dus het gaat heel langzaam. En dan op een dag schrik ik misschien nergens meer van. Dat lijkt me best fijn, eerlijk waar.

Waarom doezelen zo belangrijk is

doezelen

U ziet het op de foto: ik ben niet wakker en ik slaap niet. Dus ik doezel. Dat is heel belangrijk, misschien nog wel belangrijker dan slapen maar dat weet ik niet zeker. Waarom vind ik het zo belangrijk?

Slapen

Op Feesboek denken sommige vrienden dat ik de hele tijd lig te slapen. Ik slaap vaak maar niet altijd. Dan doezel ik. Slapen doe ik omdat het moet, als ik moe ben en moet uitrusten of bijkomen, en ook als er iets moeilijks is waardoor ik weet nou wil ik er even niet zijn, dan ga ik slapen. Erna is altijd alles beter.

Doezelen

Er is wel een nadeel aan slapen en dat is dat je alle gezellige dingen van thuis niet meemaakt. Dus dan ga ik doezelen. Het is iets dat ik helemaal slap en ontspannen ben en ik zou kunnen slapen maar ik slaap niet. Doezelen gaat het beste als ik net iets lekkers heb gegeten of ik kreeg een lange zachte buikknuffel. Of alletwee. Dan lig ik op mijn kussen op de bank met mijn ogen bijna dicht. Zelfs mijn staart beweegt niet.

Maar als mijn vrouw zegt: “Gezellig hè Bertje, zo samen,” dan hoor ik dat en dan krijg ik een fijn gevoel van binnen. Dus dan moet ik uitkijken dat ik niet ga spinnen anders ben ik uit mijn doezel en dat moet niet.

Dit als voorbeeld. Komt er opeens een extra knuffel of vachthappen dan wil ik best even wakker worden want daarna ga ik weer in de doezel.

Ik kan ook op bed doezelen. Of in mijn slaapdoos. Maar het beste is op de bank want dan kan ik alles zien in de kamer en ook weet ik het als er iets langs het raam vliegt dat gebeurt gelukkig haast nooit.

Veilig

Voor doezelen is wel nodig dat je je veilig voelt. Dat is een gevoel van binnen. Soms duurt het een hele tijd voordat je durft te doezelen en dan is het extra fijn. Dat weet ik uit mijn eigen erfaring.

Waarom ik niks kan met wintertijd

wintertijd

Nou begint mijn vrouw er ook al over. Wintertijd. Koude seizoen. Aanpassen. Als huiskater kan ik daar helemaal niks mee, serieus waar niet. Waarom moet zoiets?

Voor mensen

Mijn positie is eenvoudig en daar heb ik ook het meeste aan. Ik kijk nooit op de klok, die is door mensen verzonnen voor andere mensen en ik ben een dier dus de klok is niet bedoeld voor mij. Dus of ze de klok nu vroeger of later zetten, maakt mij niks uit. Mijn dag blijft toch mijn dag, met mijn eigen dingen die ik op mijn eigen manier doe. Dat komt door mijn gefoel. Daardoor weet ik wanneer het tijd is om te gaan slapen, of te eten, of dutjes te doen of weer wat anders. Mijn gefoel is altijd op tijd.

Maar ja als je samenwoont dan heb je toch te maken met die klok.

Licht

Als mijn vrouw  uit bed komt dan beginnen we aan de dag, behalve als ik al wakker ben of nog slaap. We doen altijd de gewone dingen ’s morgens dan weet ik zeker dan het ochtend is. Bij de tweede lange ochtendknuffel begint het licht te worden.  Dan is normaal. Maar als ze klokken gaan verzetten dan verandert dat. Dan klopt er iets niet meer tussen wat er gebeurt en het donker en licht van buiten. Dus daar moet ik altijd even aan wennen. Gewoon is anders en toch gewoon. En ik moet ook altijd horen hoe laat het is, dan luister ik beleefd maar ik kan er toch niks mee. “Het is nou pas tien uur, Bertje.”  Ze praat tegen me of ze ook Siemees is, daar schrijf ik nog weleens over.

Klok

Dus ik wil zeggen, dat wintertijdgedoe met de klok, voor mij hoeft het niet.  Ik vind het stom. Maar ja, ik woon samen dus ik doe mee en dan is het ook gezellig, want dat is het als je samen iets doet.

Wat ik leerde toen er opeens zon kwam

zon

Ik ben bezig met mijn wintervacht, de verwarming staat bij mij thuis aan en soms zeggen vrienden op mijn feesboek dat het straks heel koud gaat worden. Maar gisteren had ik opeens zon. Lekker warm.

Veel gefoel

Ik ben een katerman met veel gefoel van binnen. Dus als ik iets fijns hoor dan heb ik fijne gefoelens en hoor ik iets naars dan is het moeilijk. Als vrienden beginnen over heel erg koud dan is het meteen anders van binnen. Net of er hele verschrikkelijke dingen gaan gebeuren.

Als mijn vrouw overdag lang weg moet, zegt ze dat nooit. Ze zegt alleen ik kom altijd weer terug Bertje en dan zijn we weer samen. En dat is ook zo. Dus ik heb het liefste dat alles poosietief is.

Het warme

Gisteren lag ik lekker op de bank en ik was helemaal klaar om te doezelen wegens dat er regen en wind was dat kan ik zien door het raam. Toen opeens kwam er een verandering. De zon begon te schijnen. Eerst alleen door het raam en toen steeds meer in de huiskamer. Ik sprong van de bank af en ik ging op het tapijt zitten, midden in het warme.  Mijn vacht werd warm, mijn oortjes ook en van binnen werd ik vanzelf ook warm. Daarna ben ik gaan liggen en ik doezelde helemaal weg maar ik sliep niet want ik wilde de hele tijd dat gefoel hebben hoe fijn het was de zon op me te voelen schijnen.

Poosietief

Nou komt wat ik heb geleerd. Dat is dat er opeens iets heel fijns kan gebeuren ook al denk je ik moet wachten tot de zomer komt eer het weer warm is want iedereen zegt het.  Dus er kan altijd en elke dag iets fijns gebeuren, ook als je denkt kanniet en iedereen zegt van niet. Dan kan het want ik heb het zelf meegemaakt toen opeens de zon kwan. Dus je moet poosietief zijn dat weet ik nou zeker.