Je hoort vaak dat je katten niks kunt leren. Dat is zeker niet waar.
Maar mijn ervaring is wel dat ze alleen dingen leren waar ze zelf het nut van inzien. En dan nog is het makkelijker om ze iets te laten doen, dan om ze iets NIET te laten doen.
En juist daar wil ik het deze keer eens over hebben – wat mag je kat niet?
Alles mag
Bij ons in huis mag eigenlijk alles. Onze katten mogen/mochten in alle kamers komen Maar ja: we hebben dan ook maar twee kamers. Ze mogen ook in de badkamer, die trouwens normaal gesproken wel dicht is.
Ze mogen/mochten overal op liggen en zitten (bank, bed, stoelen, tafel, bureau etc). Ze mogen/mochten zelf altijd naar binnen of naar buiten via het kattenluikje.
Het enige dat niet zou mogen is op het fornuis klimmen. Maar dat heeft niemand ooit gedaan. O, en uit de toiletpot drinken, dat zou ik ook niet willen. Maar dat heeft ook nog nooit iemand gedaan.
Pop

In het begin waren we strenger. Ik wilde niet dat Pop aan onze nieuwe bank krabde. Jeroen wilde niet dat Pop aan de muziekboxen krabde.
En Pop deed dat wel. We probeerden dit te voorkómen door Nee te zeggen of te roepen. Dat hielp één seconde en daarna niet meer. Of door het negéren, want Pop deed het vaak om aandacht te krijgen. Maar daar trapte hij niet in, en hij bleef gewoon net zo lang doorgaan tot hij aandacht kreeg.
Ik heb ook nog wel dingen tegen de bank aan gezet, of er overheen gelegd, zodat Pop niet bij de bekleding kon. Maar ja, om je hele bank nou in te bouwen met boeken en kranten en lakens… Bovendien vond Pop altijd wel een plekje om te krabben.
Het enige dat een beetje hielp was een krabplank aan de deur, waar hij dol op was.
Door Pop heb ik geleerd dat als je met een kat woont die echt weet wat hij wil, het nauwelijks zin heeft om iets te verbieden. Het enige dat je kunt doen is zorgen dat hij er niet meer bijkan. En een alternatief aanbieden.
Dus zat er een kinderslot op onze klerenkast, omdat Pop anders alles in die kast omver ging gooien, en drijfnat uit de tuin kwam om op de schone dekbedhoezen te gaan slapen.
En zat er om een deel van onze elektriciteitskabels een schuimrubberen buis, zodat Pop niet in de kabels kon bijten om ons ‘s nachts wakker te maken.
We zorgden voor veel krabspullen, zowel hangend als liggend. En Pop gebruikte dat ook volop. We hebben meerdere keren nieuwe krabspullen moeten kopen omdat ze helemaal aan flarden waren gekrabt.
Maar als hij iets persé wilde hing hij toch altijd aan de bank, haha!
Verder staat alles wat eventueel gevaarlijk kan zijn (schoonmaakmiddelen, medicijnen, etc.) uiteraard zo dat katten er niet bijkunnen!
Beer, Mol en Bol waren in huis iets “makkelijker”. Mol en Beer krabden niet echt maar gaven vooral kopjes aan deuren en dergelijke. Bol krabde keurig aan de krabplanken.
Iets kapot maken is eigenlijk nooit gebeurd. Behalve dan dat Pop dus de bekleding van de bank vakkundig heeft gesloopt.
Kever
Kever lijkt qua gedrag op Pop. Als hij iets wil gaat hij aan de bank of aan de boxen krabben. Helaas voor hem is het nieuwe daar al jaaaaren vanaf, dus heeft hij beduidend minder succes. Maar daar heeft hij dan zijn toeter voor ????
Verder krabt hij net waar het hem uitkomt, wat je ook neerzet of ophangt. Daar hebben we ons al lang bij neergelegd.
En net als Pop maakt hij ons meerdere keren per nacht wakker voor aandacht. De enige oplossing daarvoor zou zijn om hem niet in de slaapkamer te laten, maar dat willen zowel Jeroen als ik niet.
Verder heeft in huis eigenlijk nooit iemand dingen gedaan die we ECHT niet wilden hebben.
Maar buiten is een ander verhaal.
Buiten dingen verbieden is helemaal ondoenlijk.
Kever mag als eerste van onze katten de tuin niet uit. In de tuin mag hij doen wat hij wil. Nou is hij niet zo’n avonturier, en blijft hij netjes op de paden.
Toen Pop, Beer, Mol en Bol hier woonden had ik nog wel eens ideeën over planten die ik op een bepaalde plek wilde hebben. Er geen rekening mee houdend dat dan een kattenpaadje bleek te zijn, waar alle katten uit de buurt liepen. Katten lopen altijd op dezelfde paadjes door een tuin, in elkaars voetsporen. Van een nieuwe plant trokken ze zich niks aan. Dus na een week was zo’n plant dan helemaal vertrapt. Ik heb geleerd dat dat dus niet werkt.
Mol

Bij Pop, Beer, Mol en Bol hadden we ook een deel van de tijd geen idee wat ze buiten aan het doen waren, omdat ze uit het zicht waren.
Maar we hebben wel gezien dat zowel Pop, Beer als Mol bij een buurvrouw naar binnen gingen en op het aanrecht rondsnuffelden. Terwijl zij geen katten binnen wilde.
Dan kon je roepen wat je wilde, of blikjes opentrekken en sneks aandragen, maar ze hoorden zogenaamd niks. Dus deden we dan meestal maar of we niks merkten… totdat we heel hard KSSSTT!!! hoorden roepen ????
Diezelfde buurvrouw had op een gegeven moment een Perzisch tapijt buiten gelegd, om te luchten. Het lag over een tuinstoel heen. Mol zag dat en wist meteen dat dat een prima plek was om lekker te slapen, lekker zacht. Wat ik ook probeerde, ze deed net of ze met niet hoorde en bleef liggen. Ze heeft er een uurtje van kunnen genieten, toen ineens weer het bekende KSSSTT!!! klonk. Daarna hing die buurvrouw het kleed over twee tuinstoelen, en meteen toen ze weer naar binnen was sprong Mol er bovenop. Nu had ze een eigen hangmat, haha! Ik heb me nergens meer mee bemoeid…
Tja, katten zijn en blijven toch katten.
Vooral mensen die een hekel hadden aan katten waren favoriet. Daar zat/lag iedereen graag in de tuin. Niet alleen GRAAG, zelfs het liefst! Vaak leek het gewoon wel een spelletje, net als kinderen die belletje trekken. Vooral bij de mensen die daar heel boos van werden (of was ik de enige die zo was?????)
Ondertussen ging Beer bij iedereen die katten had ‘s ochtends héél vroeg naar binnen en at mee uit hun bakjes. En werd meerdere keren betrapt. Maar dat heeft hem nooit tegengehouden. Wel heb ik bij een paar mensen een zak brokjes en een bos bloemen langs gebracht, met excuses en ook de mededeling dat wij er verder helaas niet veel aan konden doen.
Bol

Bol bleef in de tuin van de buren komen toen er een hond kwam wonen. Hij vond (mijns inziens terecht…) dat het ZIJN tuin was, omdat hij er eerst was. Meerdere keren is er net een knokpartij voorkomen doordat de buurvrouw ingreep. Hoe we ook stonden te roepen, Bol bleef er naar toe gaan. Ook als we het hek hoger maakten ging hij er naar toe; dan maar via de schuurtjes.
Uiteindelijk heeft hij het een beetje opgegeven.
Maar zelf na jaren ging Bol elke avond, als de hond binnen was, in die tuin voor de ramen heen en weer lopen. Alleen om te laten zien dat hij zich niet weg liet jagen. En als kers op de taart ging hij dan zitten plassen terwijl de hond hysterisch zat te blaffen????
Anderzijds zou ik ook boeken vol kunnen schrijven over andere katten die bij ons binnen kwamen, of de keer dat wij wakker werden met twee vreemde damespoesjes IN ONS BED. Lief slapend, zich van geen kwaad bewust.
Of een ander voorbeeld: Mikkie… ????
Het is best een rustig gevoel dat Kever de tuin niet uit kan, en dat behalve Mikkie andere katten de tuin niet in kunnen. We hebben inmiddels vaak genoeg wakker gelegen omdat iemand op avontuur was en niet thuis kwam.
Dat maakt katten voor mij zo geweldig. Ze gaan hun eigen gang en laten zich niet commanderen. Maar ze zijn heel graag bereid om met je samen te werken, als ze snappen waarom.
Dus op de vraag “Wat mag je kat NIET?” zou mijn antwoord zijn: hij (in dit geval Kever) mag sommige dingen niet. En trekt zich daar niks van aan. Zoals het hoort, als kat zijnde.
Hoe is dat bij jullie? Mogen jullie katten bepaalde dingen niet? En doen ze die toch, of houden ze zich aan de regels? En wat doe je om te zorgen dat ze bepaalde dingen niet doen?
Mevrouw Kever
Forige week lag ik lekker in mijn tuin in de struiken te soeselen, toen ik ineens stemmen hoorde, er kwamen zomaar twee mensen de tuin in!, en dan bedoel ik dus niet mijn eigen mensen, die waren er ook hoor, maar daar ben ik natuurlijk aan gewend, mijn mensen en die andere mensen gingen op het terras zitten, ze praatten rustig en die andere mensen hadden mij niet eens gezien, dus ik bleef liggen waar ik lag, ook al was ik aalert en stond ik op het PUNT om weg te rennen als dat noodig was.
en mijn haaren recht overeind, zo bang was ik dat die meneer mij ging vangen, dat gebeurt me niet nog een keer!, ik rende keihard ons huis in, het laatste dat iedereen van mij zag was het witte PUNTje van mijn staart.
leefen, ik wist weer dat ik Kever ben, dat ik bij mijn mensen woon, in ons huis, dat ik heel veel lieve vrienden heb, en dat er niks grieseligs is, mijn toeter deed het weer en ik was weer frolijk, dat ben ik eigenlijk altijd hoor!, alleen zit ergens diep in mij nog een heel klein donker PUNTje van het ferleeden.
Zooo heee wat was het troopies ineens!, elke dag was er zon, en zon, en nog meer zon, heerlijk vind ik dat!, ik kan goed tegen de warmte, ik kruip onder de struiken of onder mijn stretsjer en daar blijf ik, mijn vrouw maakt elke afond het gras een beetje nat met een grote slang waar water uitkomt, presies op de plek waar ik altijd lig, en dat doet ze ook op de plek onder de struiken waar ik altijd lig, daardoor blijf ik lekker fris, af en toe drink ik een beetje waater of eet ik een paar brokjes, zo kom ik de dag wel door, en ik ga pas weer beweegen als de zon er in mijn tuin er een PUNT achter heeft gezet.
Katten zijn dol op aaien en knuffelen. Tenminste, de meesten dan.
De eerste kat die bij ons kwam wonen was kater Pop. Van kleinsaf aan was hij een ontzettende knuffel. Je mocht hem overal aaien en hij vond alles heerlijk. Vooral “buikie aaien” was favoriet. Er waren maar twee dingen die hij absoluut niet wilde, namelijk optillen en op schoot zitten.
Mol
Bol gaf kusjes, door met zijn halfopen mond langs mijn neus te wrijven. Ik gaf hem eerst drie klapzoenen op zijn hoofd (SMAK SMAK SMAK) en dan wreef hij drie keer met dat open bekkie langs mijn neus. Het was echt een kattenvariant van een kus! Hij waste elke ochtend Jeroens handen, en probeerde wel eens aan mijn haar te beginnen. Maar dat was toch teveel werk.
Kever
Vaak vroegen mensen ons wat er nou zo leuk was aan een kat die je niet kon knuffelen. Dat verbaasde me altijd, want ik vond Beer juist leuk OMDAT hij zo’n eigenheimer was. Er werd ook gezegd “Wacht maar, hij komt vanzelf wel op schoot”. Terwijl dat helemaal niet onze bedoeling was! Hij was al twaalf toen hij bij ons kwam wonen, en de kans dat hij ooit op schoot zou komen was nihil. Bovendien: hij was perfect zoals hij was. Een indrukwekkende en eigengereide kater, die heel wijs en zachtaardig was. Die zich overal mee bemoeide, vooral in de tuin. Die heel erg lief was voor Pop en Mol en voor ons. En die dus niet van aaien hield.
De afgelopen week moest ik veel nadenken, er gebeurde van alles en ik wist niet meer helemaal goed hoe ik me foelde, ik had allemaal gefoelens door elkaar heen, de ene dag was ik frolijk en daarna ineens ferdrietig, ik was en ben natuurlijk heeeeeeeel blij dat Loes weer gesond is en dat ze terug is op de blog, want wat zauden we zonder Loes moeten?, we kunnen Loes niet missen!!, ze is de ferkering van Bertje, de mamsie van Door, de Moeder van alle Sterren, en een vriendin van ons allemaal, ze is zoooo biesonder!!!, en ik hoop maar dat ze nooit een PUNT hoeft te zetten achter haar fantastiese letters.
Mijn mensen zeggen heel vaak tegen mij dat ik een biesonder jochie ben, bijfoorbeeld omdat ik zo groot ben, of omdat ze mijn tandjes zo mooi vinden, en mijn vrouw heeft het altijd over mijn voeten, die vind ze zooo leuk, ze zit er vaak aan of ze geeft er kusjes op, dat zijn allemaal dingen die je aan de buitenkant aan mij kan zien maar ik heb natuurlijk ook een binnenkant!, daar zitten mijn gefoel en mijn hart en mijn ferstand en mijn kaarakter, daar krijg ik ook altijd veel kompliementen voor van mijn mensen, ze vinden me heel lief en frolijk en friendelijk, en ze vinden het leuk dat ik altijd iets heb te zeggen, ik zet nooit een PUNT achter mijn tetteren.
en ferdriet hebt dat is echt heel erg biesonder, ik hoop maar dat ik ooit op dat PUNT kom.