Categorie archieven: Joep

Joep en het misteerie van het eetbakje

Ken je dat? Lig je net lekker te slapen, hoor je ineens ‘ahhh’… En dan voel je dat er weer een foto gemaakt gaat worden, omdat je er zo lief bij ligt.

Foto

Ik ben me op dat soort momenten helemaal nergens van bewust want ik lig gewoon altijd zoals ik ‘t lekkerste lig. Maar m’n personeel kan dan tijdenlang vertederend naar me kijken en knipt de ene foto na de andere, om later dan de leukste te bewaren. Zeggen ze.
Maar waar ‘t op neerkomt is dat ze al zóveel foto’s van me hebben gemaakt sinds ik op mezelf woon dat ze door de bomen ‘t bos niet meer zien…
Ik ben het intussen wel gewend, dat paparazzi gedrag van m’n personeel. Heel eerlijk vind ik het ook eigenlijk best wel leuk, want ik weet inmiddels precies dat er samen met die ooohhh’s en aaahhh’s ook extra veel knuffels en aaien loskomen. En dat vind ik heerlijk. Vooral onder m’n kin, over m’n wangen, achter m’n oren. Eigenlijk m’n hele kop, m’n nek, hals, rug, zij, pootjes, buik… Soms lig ik zó te genieten van al die aandacht dat ik gewoon alle vier m’n poten in de lucht gooi en m’n kop achterover leg. Kom maar op, denk ik dan.

Polona

Maar soms heb ik er ook dagen bij dat ik even geen pola… polina… nou ja, polonadinges aan m’n lijf wil. Ik draai me dan al snel op m’n zij en begin met m’n achterpoten tegen de onderarm van degene die kriebelt te trappen (zonder nageltjes hè, want ik wil m’n personeel niet beschadigen), sla m’n voorpoten om de hand heen en begin dan zachtjes te bijten. Maar wel héél zachtjes, want m’n moeder heeft me vroeger geleerd dat ik nooit de hand moet bijten die m’n drink- en etensbak vult. ‘t Is ook meer een beetje dollen dan vechten, want na twee of drie hapjes begin ik die hand te likken. M’n personeel weet dan dat ze me daarna even met rust moeten laten, ‘t kan natuurlijk niet de hele dag feest blijven. Zeker nu ik sinds een paar dagen ook weer buiten de nachtcontrole doe, heb ik m’n dutjes overdag hard nodig…

Bakjes

‘t Liefst lig ik dan helemaal opgekruld, en dan weet m’n personeel dat ik even met rust gelaten wil worden. Vaak lig ik te slapen met m’n achterpoten onder m’n voorpoten en m’n kop daar dan bovenop. Maar dat lukt eigenlijk alleen nog op de bank, of op ‘t grote bed. Want als ik in de vensterbank op m’n kleedje lig hangt er altijd wel minstens één poot omlaag. Gewoon omdat die vensterbank de laatste maanden veels te smal is geworden. En zo is er wel meer in huis dat gekrompen is.
Ik pas niet meer in m’n villa, maar ik kan gelukkig nog wel op ‘t dakterras liggen. Ik kijk nu makkelijk over m’n puzzeltoren heen, ik moet bijna bukken om de snekkies van de onderste verdieping te pakken te krijgen.
En als ik me uitrek kom ik met m’n voorpoten makkelijk bij de rand van het aanrechtblad, dat al 20 centimeter hoger ligt dan op een gewoon keukenblok omdat Senior zo lang is.
M’n etensbakjes zijn ook veel kleiner geworden. Terwijl m’n personeel blijft volhouden dat het nog precies dezelfde zijn als toen ik op mezelf ging wonen, maar hoe kan het dan dat ik er toen makkelijk in kon gaan liggen als ze leeg waren, terwijl ik er nu alleen nog maar met m’n kop in kan?

Hoog

En over etensbakjes gesproken…
Van de week kreeg ik een nieuwe voor m’n natvoer, terwijl ik nog een hele stapel stenen bakjes heb staan. Maar dit is een bijzondere, want hij staat op een voetje en is aan de achterkant hoger dan aan de voorkant. En ik moet mauwen, ik ben er heel erg blij mee want ‘t eet een stuk gemakkelijker. Zo’n bak wil ik eigenlijk ook wel voor m’n brokjes. En voor m’n water. En dan nog eentje in reserve, misschien zelfs wel twee.

Of ben ik nu een klein beetje aan het overdrijven?

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep over de buurtkat en het Weilandfeest

Was me dat wat, afgelopen week…

Ik heb mijn allereerste kattengevecht gehad! Niet echt iets om trots op te zijn, want ik hou niet van vechten. Het is veel leuker om buiten m’n eigen tuin vriendjes met alle buurtkatten te zijn. Tot nu toe kon ik de boze buurtkat altijd ontwijken, omdat hij mij blijkbaar niet aardig vindt. Maar maandag gaf hij me een paar tikken en ik sloeg terug. ‘t Was zelfverdediging, echt, zonder dat de plukken haar door de lucht vlogen of er een druppel bloed vloeide. We hebben daarna nog even naar elkaar staan blazen, en toen ben ik weer naar huis gegaan. En de boze buurtkat kwam niet eens achter me aan!
Dus maandag kon ik eind van de middag m’n reismand weer in, naar die lieve dierendoktermeneer. Omdat m’n personeel toch wel ongerust was over een paar kleine wondjes.
Nou ja, ‘t viel allemaal reuze mee, en ik heb de afgelopen week heel braaf m’n pillen ingenomen die ik had gekregen. En die wondjes, daar zie je nu bijna niks meer van.

Buurtkat

Ik heb de laatste dagen heel veel nagedacht, tussen ‘t dutten door. Ik geloof gewoon niet dat de boze buurtkat écht boos is. Want eigenlijk was ‘t maandag een vechtpartijtje van niks. Misschien is deze buurtkat wel verdrietig, of heeft ‘ie pijn. Of is ‘ie bang, omdat we nog niet echt kennis met elkaar hebben gemaakt en hij denkt dat ik geen vriendjes met ‘m wil worden.
Want als je iemand niet kent is ‘t best wel moeilijk om te weten wie je voor je hebt. Dat weet ik nog, toen ik zelf voor ‘t eerst naar buiten ging en de buurtkatten niet kende. Ik vond ‘t heel eng om helemaal alleen een andere kat tegen te komen, ook al omdat ik toen nog een stukje kleiner was dan dat ik nu ben.
Beetje bij beetje leerde ik vooral de katten kennen die aan m’n achterpad wonen, en tegenwoordig rennen we samen over ‘t pad of door ‘t weiland en buurten we bij elkaar in een tuin om bij te mauwen.
Maar de boze buurtkat woont niet aan ons pad. Eigenlijk weet ik niet eens waar hij vandaan komt, wie z’n personeel is en hoe hij echt heet. Ik weet alleen dat mijn buurkatten een beetje bang van ‘m zijn omdat ‘ie zo groot is, en daarom uit z’n buurt blijven.
Maar eigenlijk is ‘t niet eerlijk.Dus ik heb me voorgenomen om wat aan m’n sociale vaardigheden te gaan werken en hopelijk kan ik, als de boze buurtkat en ik elkaar weer ‘s tegenkomen, samen met hem een goede mauw hebben. Misschien kunnen we wel vrienden worden, want de buurt is groot genoeg voor ons allemaal.
Ik wil ‘m zelfs uitnodigen om naar ‘t Weilandfeest te komen, als ‘ie daar zin in heeft. En ik ga ‘m niet langer de boze buurtkat noemen. Zolang ik nog niet weet hoe ‘ie heet noem ik ‘m Zwartjas. Want dat is ‘ie, op een paar witte vlekjes na. En Zwartjas klinkt toch veel vriendelijker.
Poesitieve gedachten geven een poesitieve sfeer. En dan kan er van alles gebeuren…

Weilandfeest

Over ‘t Weilandfeest gemauwd, nog drie weken en dan is ‘t eindelijk zo ver. Heel veel vriendjes hebben al gemauwd dat ze komen! Er zijn nu twaalf workshops aangemeld, en Kever heeft zelfs een speciale soonaate geschreven die hij op ‘t feest zal spelen. Rannoch en Ayden treden op met hun emmer en de ketting van de badstopper, en er zullen zeker nog wel meer muzikale talenten op het podium komen. Muisbezorgd levert zakken met zachte zilte zeemuizen voor de barbecue ’s avonds, en als je na afloop van het feest wilt blijven kamperen dan staat op zondagochtend een feestelijk ontbijt voor je klaar.
Er komen diverse partytenten langs de rand van ‘t weiland, en eentje wil ik nu alvast noemen: de snekproeverijpartytent.
Die had nog wel wat pootjes in de aarde, want het duurde even om sponsors te vinden die zowel katten- als hondensnekkies wilden doneren. Maar ‘t is gelukt. En ik stuur m’n personeel binnenkort ook nog naar Duitsland, om daar wat bijzondere snekkies te halen die hier in Nederland niet te koop zijn. Ik heb m’n boodschappenlijstje al doorgemauwd en de tassen liggen klaar…

Dutje

Met zoveel goede plannen is ‘t weer hoog tijd voor een dutje. Of twee. En misschien wel meer. Maandag begint m’n werkweek weer, maar nu is ‘t tijd voor een lekker weekendje waarin heel veel mag, maar niks moet.
Wees lief voor elkaar, geniet van ‘t leven. En elke druppel die dit weekend valt, valt niet meer op ‘t Weilandfeest…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep.

Joep kijkt terug en vooruit

Vorig jaar rond deze tijd was ik net vier maanden oud en had ik binnen in m’n eigen huis nog zóveel te ontdekken dat ik helemaal geen belangstelling had om naar buiten te gaan. Buiten, dat was voor mij alles wat ik in de tuin zag vanuit de vensterbank, net voordat ik ging slapen. Want dat deed ik als beebiekitten heel graag. Dutjes, spelen, knuffelen, ontdekken. En eten natuurlijk.

Te jong

Ik had geen idee van wat tweebeners ‘seizoenen’ noemden want als de zon scheen ging ik daar lekker in liggen, ik keek naar de blaadjes die door de tuin waaiden, probeerde de regendruppels van het raam te likken en heb toen ik veilig op de arm van Senior even in de tuin was zelfs sneeuwvlokken gevangen. En ik vond ‘t eigenlijk best heel leuk om buiten te zijn. Dat wilde ik ook wel vaker, maar m’n personeel zei dat ik nog te jong was om alleen op stap te gaan. En dan kwam er ook nog iets over meisjespoezen en kittenallimentatie achteraan maar daar begreep ik helemaal niks van, dus dan ging ik maar weer spelen. Of slapen, of door het huis rennen…

Weiland

Intussen zijn we vijf maanden verder en heb ik m’n katerlijkheid bij m’n eigen lieve dierendoktermeneer achtergelaten in ruil voor een chippie, een slaapfeestje en een katerig gevoel toen ik thuis weer uit m’n reismand stapte. Dat moest wel een geweldig feest zijn geweest, alleen jammer dat ik me er helemaal niets meer van kon herinneren.
Maar toen het dit jaar dus echt voorjaar werd mocht ik eindelijk naar buiten. Eerst nog heel voorzichtig alleen in de achtertuin, samen met m’n personeel. Maar al snel leerde ik over het tuinhek te springen zonder in de sloot terecht te komen en ontdekte ik dat het lange achterpad een fantastische racebaan was om als een echte Joep Verstappen keihard overheen te rennen. En de schutting met horizontale planken was een prima klimrek om m’n evenwicht op te leren bewaren. Of om op het schuurdak te komen, want daarvandaan had ik het beste uitzicht van de buurt.
‘t Duurde daarna niet lang meer voordat ik de weg naar ‘t weiland ontdekte en kennis maakte met de buurkatten, die ik sindsdien vriendelijk goeiedag mauw als we elkaar tegenkomen. Behalve dan tegen die grote zwart-witte kater, aan wie ik m’n tweede onvrijwillige zwemles te danken heb. Hij en ik zijn nog steeds geen vriendjes want hij blaast naar me in ‘t voorbijgaan. Ik denk dat hij gewoon bang is dat ik boos op ‘m ben, maar dankzij hem heb ik inmiddels wel m’n snorkeldiploma en m’n slootvisvangpas gehaald. Misschien moeten we gewoon ’s een keer de tijd nemen om rustig met elkaar in gemauw te gaan, want ik geloof echt niet dat ’t een kwaaie is.

Zomer

‘t Wordt m’n tweede zomer dit jaar, maar de eerste waarin ik heerlijk buiten kan zijn. En dat is echt kattastisch want de temperaturen zijn nu al aangenaam, zelfs als het bewolkt is of regent. Maar wanneer de zon schijnt heb ik ‘t helemaal naar m’n zin. Dan zoek ik een lekker plekje in de tuin en als ‘t me te warm wordt ga ik onder ‘t afdak in de schaduw liggen. Lekker dutten of een beetje om me heen kijken, af en toe een grote bromvlieg uit de lucht meppen, luisteren naar de vogeltjes en niet te vergeten, de dagelijkse wasbeurten. Want nu ik zoveel buiten ben moet ik m’n vacht, en zeker m’n poten, vaker schoonmaken dan toen ik nog gewoon een huiskittenkater was. Maar ik heb ‘t er graag voor over…
Sinds kort heb ik ontdekt dat het niet alleen heerlijk is om overdag buiten te zijn, maar ook ‘s nachts. Dat heb ik geleerd van mijn Drentse vriend Zorro, die wel ‘s vertelde dat hij naar buiten loopt als z’n personeel gaat slapen. Lekker in de tuin genieten van de frisse lucht en de stilte. En vooral dat laatste leek mij ook wel wat, want als m’n personeel gemiddeld een heel bos per nacht in stereo omzaagt wordt ‘t voor mij als lichte slaper toch best wel moeilijk om m’n rust te pakken.

Dienst

Dus voordat ik tegen middernacht naar buiten ga eet ik nog een hapje, lebber wat uit m’n waterbak, mauw m’n personeel welterusten en dan ga ik in m’n tuin zitten om, als ‘t helder weer is, op m’n gemak naar de sterren te kijken die naar me knipogen en fonkelen. En dan knipoog ik terug naar allemaal, maar nog ‘s extra naar die sterren waarvan ik van naam ken…
Daarna ga ik de buurt- en tuin inspectie doen. Die dienst is ‘s nachts een stuk rustiger, omdat er dan heel weinig verkeer en tweebeners op straat zijn. Soms kom ik een buurkat tegen en dan lopen we al mauwend over onze belevenissen van die dag een eindje met elkaar op. Omdat m’n buurkatten allemaal een stuk ouder zijn dan ik weten ze mooie plekjes te vinden die ik zelf nooit ontdekt zou hebben, en mauwen ze door in welke huizen de aardige tweebeners wonen. Maar ik weet dankzij hun nu ook bij welke huizen ik een eind uit de buurt moet blijven.
Na een tijdje samen gaan we dan ieder weer onze eigen weg, want net als ik zijn m’n buurkatten ook allemaal lekker op zichzelf, zeker ‘s nachts.

Terug

Wanneer de zon opkomt ga ik terug naar m’n eigen tuin om op de dekenkist voor ‘t raam te dutten tot ik hoor dat m’n personeel wakker is. Soms duurt het even voordat ze doorhebben dat ik ‘t tijd vind voor m’n ontbijt, maar als ik te lang moet wachten voordat de achterdeur open gaat dan is een zacht mauwtje genoeg om die deur heel snel open te krijgen.
Het is ons vaste ochtendritueel tegenwoordig, bij binnenkomst krijgt m’n personeel kopjes en ik krijg aaien en knuffels terug. Zij vertellen dat ze me gemist hebben en blij zijn dat ik weer thuis ben, en ik mauw tegen hun dat ik honger heb.
Ook daarom hebben we geen kattenluik in de deur, want dit is elke keer weer een heerlijk moment om samen de nieuwe dag te beginnen. Maar wat belangrijker is, m’n etensbak wordt direct daarna gevuld met overheerlijk natvoer. Daar kan ‘s nachts écht geen rauwe muis of dikke bromvlieg tegen op. Ik eet liever thuis.

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep.

Joep heeft grote plannen

Ken je dat? Dat je over de hele week geen zinnig woord weet te mauwen omdat het van dat flutweer was en je eigenlijk vaker binnen hebt liggen dutten dan dat je iets meegemaakt hebt…

Buiten

Hoewel ik moet toegeven, ik ben toch wel buiten geweest. Vooral als de zon even scheen, of tussen de buien door. Maar het weiland in om muizen te vangen, daar had ik de afgelopen week even geen zin in. De doos in de vriezer tussen de ijsjes en de krentenbollen zit al bomvol met Weilandmuizenbiefstukjes en andere smakelijke delen, dus het was helemaal niet nodig om er nog meer te vangen. Daarbij, de muizen hadden het al moeilijk genoeg met al die regen in het eerste deel van de week…
Nee, ik heb als ‘t even kon voornamelijk in de tuin gezeten of m’n straat- en achterpadcontroles gedaan, want ondanks het slechte weer blijf ik die wel uitvoeren. Maar ook daar was weinig te beleven, hooguit wat tweebeners en andere huisdieren gezien, die een hele goede reden hadden om de straat op te gaan.
En omdat ik overdag best wel wat had liggen dutten wilde ik tegen de tijd dat m’n personeel ging slapen naar buiten. Dat is iets wat ik nog nooit gedaan had, maar na een groot deel van de dag binnen te hebben gezeten leek het me heerlijk om ‘s te gaan ontdekken wat er buiten in het donker gebeurd. Even een frisse neus halen, heen en weer wandelen over het achterpad, wat tuinen inspecteren en dan precies op tijd voor ontbijt weer via het slaapkamerraam naar binnen. Bijkomend voordeel van een paar nachtelijke uurtjes buiten was dat m’n personeel heel gemakkelijk wakker te krijgen was. Een nat kopje of een paar koude pootjes op een arm zijn een prima manier om ze snel wakker te krijgen.

Dutten

En na het ontbijt was ‘t dan weer hoog tijd om nog even te dutten. Terwijl m’n personeel in de woonkamer zat had ik het grote bed helemaal voor mezelf alleen. Ik ben zelfs twee keer onder het dekbed tegen een kussen aangekropen omdat ik koude oren had, dus m’n personeel was even lekker bezig om me te zoeken. Ik mauw dan altijd heel zachtjes als ze me roepen, om ze een klein beetje te helpen. Maar soms spelen ze gemeen en rammelen ze met de snoepjesdoos of scheuren de verpakking van een lekker staafje open, omdat ze weten dat ik dan binnen 0,04 seconden naast ze sta. Ik trap daar elke keer weer in, maar het is altijd de moeite waard.
Gelukkig brak tegen het eind van de week wat vaker de zon door en ben ik overdag ook vaker naar buiten gegaan. Niet alleen om te genieten van de warmte op m’n vacht, maar ook om even uit te waaien. Ik hoefde alleen m’n neus maar in de lucht te steken om te weten wat de buren aten of wie er in de buurt was. En het lekkerste is om dat met m’n ogen dicht te doen, dan lijken alle geuren om me heen nóg sterker.

Feest

Met al dat relaxen in de zon begon ik ook te bedenken wat ik allemaal op m’n feest wilde gaan doen. Want daar heb ik jullie nog helemaal niks over verteld, maar het is een idee dat ik een paar weken geleden ineens in m’n kop kreeg na een geweldig gezellige dag met vrienden, toen ik waarschijnlijk iets te diep in een glaasje catnipwijn had gekeken…
Ik heb helemaal geen ervaring met het organiseren van een feest en eigenlijk is m’n tuin veel te klein als jullie allemaal willen komen. Maar ik denk erover om aan de overbuurvrouw te mauwen of we een paar partytenten in haar weiland mogen neerzetten. En als ze dat goed vind dan wordt het dus geen tuinfeest maar een weilandfeest.
De voorlopige datum is zaterdag 27 juli, tegen die tijd is de regen hopelijk alweer weggetrokken en schijnt de zon volop.
O, en ik ga geen persoonlijke uitnodigingen sturen naar jullie, al m’n katten- en hondenvrienden zijn welkom. Ook jullie katten- en/of hondenhuisgenoten mogen natuurlijk meekomen, maar andere huisgenoten met een vacht, verenkleed, schubben of schild kunnen helaas niet mee omdat dat wat praktische problemen en veiligheidsrisico’s geeft.
Het gaat niet alleen een feest worden om elkaar te ontmoeten, bij te mauwen of te blaffen onder het genot van een hapje en een drankje. Wie zin heeft kan zich inschrijven voor de workshop ‘Slootsnorkelen voor beginners’ (die ik zelf ga geven), en ik hoop nog een paar vrienden te strikken voor het geven van de workshops ‘Weilandmuis vangen in de Praktijk’, ‘Koken met Kattenkruid’ ‘Legaal Bankroven’ en ‘Leeuwentemmen voor Beginners’.
Als je zelf iets heel erg goed kunt wat je anderen ook graag zou willen leren én je hebt op zaterdag 27 juli tijd om te komen, mauw of blaf dat dan even aan me door zodat ik het programma kan maken.

Senioren

Verder heb ik het plan om ook nog wat sport- en spelevenementen toe te voegen, waaronder een behendigheidsparcours voor katten en honden, graafwedstrijden en een hordenloop.
Maar ook aan de oudere gasten wordt gedacht, want er komt een aparte tent waarin de senioren hun wijsheden kunnen doorvertellen aan de jongere gasten, een geluidsdichte loungetent om heerlijk te dutten en een waterbar om lekker rustig bij te mauwen of te blaffen.
En ‘s avonds is er een grote barbecue en een kampvuur om snekkies op te roosteren. Ik zit er zelfs aan te denken om slaapplaatsen te regelen voor diegenen die pas op zondag terug willen naar huis, als daar belangstelling voor is.

Allemaal grote plannen voor het feest, dus kijk in je agenda of je er zaterdag 27 juli bij kunt zijn. Over vervoer ga ik nog even nadenken, maar mocht je daarbij willen helpen, laat maar weten.
En wil je zelf een workshop geven, hou je niet in om je kennis en ervaring te delen.

Stevige poot, zachte kopjes en hopelijk tot ziens op ‘t feest!

Joep.

Joep heeft een groot succes

Van m’n moeder, die nog altijd op het platteland woont, had ik al jong begrepen dat ik later muizen zou gaan vangen. Omdat dat nou eenmaal iets is wat katten doen, als ze de kans krijgen. Jagen zit in onze natuur en dat krijgt niemand er uit. En muizen vangen, daar schijnen tweebeners niet zoveel moeite mee te hebben omdat de meesten geen fan van die diertjes zijn. Maar vogeltjes, da’s een heel ander verhaal. Daar kan ik beter van af blijven volgens m’n personeel.

Babykitten

Dus dat ik later ook muizenvanger zou worden stond eigenlijk al vast toen ik geboren werd. Maar hoé ik dat zou moeten worden, dat heb ik nooit van m’n moeder geleerd. Ze mauwde alleen dat als ik daar klaar voor was, ‘t vanzelf wel zou komen.
Als babykitten was ik best wel goed in pootballen, dus toen ik wat groter werd heb ik nog even overwogen om me aan te melden bij het Nationale Kattenteam voor een opleiding om professioneel pootballer te worden in plaats van muizenvanger, maar ik kwam er al snel achter dat zoiets helemaal niet bestaat. En wat moet je dan met je jonge kattenleven, behalve eten, drinken, dutten en spelen? Daar is natuurlijk helemaal niks mis mee, maar als opgroeiende kitten wilde ik toch meer uit m’n leven halen om ergens op terug te kunnen kijken als ik later Seniorkat zou zijn.
En muizenvanger zou zeker hele mooie verhalen kunnen opleveren om aan volgende generaties kittens door te mauwen.

Ik begon binnenshuis alvast te trainen om m’n speelgoed te besluipen en te grijpen en dat leek bijna vanzelf te gaan, precies zoals m’n moeder gemauwd had. Misschien was ik klaar voor het échte werk. Ik wilde als kitten ook eigenlijk gelijk al naar buiten. Urenlang heb ik in de vensterbank gelegen en voor de buitendeur gezeten, maar m’n personeel mauwde met de nodige gramaticafouten dat ik eerst ‘geholpen’ moest zijn voordat ik de buurt mocht verkennen. En wat ze daarmee bedoelden begreep ik pas tegen het eind van de winter…
Nadat ik nog een maandje binnen was gebleven zwaaide op een mooie dag de tuindeur wijd open en mocht ik eindelijk naar buiten. Mét personeel, maar zonder de lijn met m’n tuigje. En ik moet zeggen, ik vond het best wel een beetje eng hoor, ik schrok van alles dat bewoog en ik moest wennen aan de geluiden en geuren om me heen. De tuin was wat mij betrof al groot genoeg om voorlopig mee te beginnen.
Maar al snel ontdekte ik het achterpad, helemaal vanaf de schuur van m’n buren langs de rest van het huizenblok. En daar kon ik heel hard rennen, om m’n conditie op te bouwen. Ik leerde klimmen op de schutting, m’n evenwicht bewaren op de plank die daar boven lag en ik begon op vliegen te jagen. Niet dat die écht lekker waren, maar ik kreeg ze wel te pakken…

Cursus

Al snel had ik de weg naar het weiland gevonden, en ik voelde gewoon dat daar muizen moesten wonen. Maar hoe ik die te pakken kon krijgen, daar had ik nog geen idee van.
Gelukkig wilde Luna Poes haar ervaring op FB delen, en ze bedacht de cursus ‘Hoe vang ik een Weilandmuis?’ in 12 lessen. Daar heb ik heel erg veel aan gehad, en ik heb alle lessen ontelbare keren in het weiland geoefend. Ik wíst na de cursus gewoon dat ik het in me had om een hele goede Weilandmuizenvanger te worden, maar ik kon ze gewoon nergens vinden…
Even begon ik zelfs te twijfelen of ze wel echt bestonden. Maar het was te leuk om niet door het weiland te struinen, en van heel hard rennen door het gras kreeg ik een steeds betere conditie. Mocht ik ooit een muis tegen komen dan wist ik uit de cursus wel wat ik moest doen.
Maar ondanks de lol die ik in het weiland had, kwam ik na weken jagen nog steeds zonder muis thuis. En dat was best wel een flinke tegenvaller voor een aankomende Weilandmuizenvanger…

Samen

Gelukkig kreeg ik van mijn vriend Japie de uitnodiging om samen Zilte Zeemuizen te gaan vangen. En daar hoefde ik helemaal niet over na te denken, dus ik mauwde meteen dat ik graag wilde komen. ‘t Was precies wat ik nog nodig had, om met een ervaren jager in praktijk te brengen wat ik in theorie al van Luna Poes had geleerd.
Dat viel in ‘t begin best wel een beetje tegen. Als oudere kitten wilde ik te snel en te graag laten zien wat ik al wist, maar de ervaring van Japie leerde me vooral dat ik rustig en geduldig moest zijn om niet alleen te jagen, maar ook te vangen.
Het uiteindelijke succes van die middag met Japie heb ik in de vorige blog al gemauwd, dus daar weet je waarschijnlijk al van. Japie had er veel plezier in om zijn kennis ook te delen, en ik ben er trots op dat ik nu eindelijk ook muizen heb kunnen vangen.
Het duurde echt wel een paar dagen voordat ik na m’n Zilte Zeemuisavontuur weer met alle vier m’n pootjes op de grond stond en vol goede moed het weiland achter m’n huis weer in ging. Nu wist ik precies wat ik moest doen, maar vooral laten.
En het duurde dan ook niet lang voordat ik een echte Weilandmuis gevonden én gevangen had.

Vol trots liep ik het weiland uit, muis in bek, naar m’n personeel dat bij het hek stond te roepen dat het al ver na bedtijd was, en ik legde m’n allereerste Weilandmuis voor hun voeten. Ze begonnen bijna te juichen en huilen tegelijk, ik kreeg aaien en complimenten en natuurlijk moest Junior dit moment vastleggen met heel veel foto’s en filmpjes. Maar omdat het al donker was zijn die bijna allemaal mislukt.
Gelukkig heb ik er wel een mooi verhaal aan overgehouden om later, als ik een oude kater ben, te kunnen doorvertellen…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep,

Allround Muizenvanger