Het is voor mij een bijzondere dag want vandaag, op de dertigste van deze maand, mag ik precies m’n dertigste blog aan jullie presenteren.
Heel eerlijk, ik had niet gedacht dat ik ooit zo ver zou komen toen ik hoorde dat Bert over de Regenboogbrug was gegaan omdat z’n leef-tijd bij Mevrouw Bert op was. In de weken daarna keek ik niet naar de leptop om, ik had gewoon helemaal geen zin meer om nog een blog te laten opschrijven. Ik kon écht niks verzinnen dat leuk of interessant of belangrijk genoeg was om over te mauwen…
Boep
Inmiddels weet ik dat dat gewoon kwam omdat ik Bert kwijt was. Hij was m’n inspiratiebron, m’n leermeester (oooh, en best wel een beetje strenge hoor, als hij vond dat ‘t even nodig was) en m’n vriend. Ook al kenden we elkaar helemaal nog niet zo lang, voor mij leek het alsof Bert m’n hele leven al bij me was. Eigenlijk hetzelfde gevoel als dat ik had toen Bram plotseling vertrok. Want ook hij was net zo wijs als Bert en als jonge kittenkater wist ik toen al gewoon gelijk dat ik van allebei nog heel veel kon leren.
‘k Had me zelfs voorgenomen om, als ik eenmaal net zou oud en wijs zou zijn als Bram en Bert, dat ik m’n naam zou gaan veranderen in Boep. Want ik wist toen heel zeker dat de wijsheid die zij hadden en hun talent om prachtige letters te kunnen schrijven iets te maken moest hebben met de B waarmee hun naam begon.
In je hart
Intussen ben ik er achter gekomen dat het gevoel dat ik toen had, alles te maken bleek te hebben met iemand heel erg missen. Ik heb daar lang met m’n personeel over zitten mauwen, en zij herkenden het wel. Ze zijn al héél veel ouderderder dan ik en hebben al heel veel meer lieverds over de Regenboogbrug moeten laten gaan. Elke keer weer voelden ze die enorme leegte, zoals ik die ook had gevoeld in ‘t afgelopen jaar. Ze mauwden me dat alle mooie herinneringen die je samen gemaakt hebt zorgen dat iemand voor altijd in je hart blijft wonen, ook als je ze nooit meer kunt knuffelen, of kopjes geven. En dat ze stilletjes nog steeds naar al die mooie sterren knipogen, omdat andere tweebeners het vaak maar raar vinden als ze ineens naar een ster zouden gaan staan zwaaien.
Nou, ik vind dat helemaal niet raar hoor, en ik weet zeker dat iedereen die iemand mist daar ook niks raars aan zou vinden.
Letters
Toen Mevrouw Bert vroeg of ik weer wilde gaan bloggen was ik net bezig om alles wat ik in de weken daarvoor had gevoeld een plaatsje te geven. En hoe vaker ik weer achter de leptop zat te mauwen, hoe steviger en mooier dat plaatsje werd. Met Bert dicht bij me in de buurt kon ik alle letters weer laten intikken.
Want ik wist dat niet alleen hij, maar ook Bram met me mee zou kijken, zolang ik blogs blijf mauwen. Omdat echte vrienden elkaar nooit meer kwijtraken…
Kater
En zo ben ik alweer dertig blogs verder. De zeven zaterdagen nadat Bert vertrokken was en alle dagen daartussen in heb ik veel nagedacht. Over vrienden, over ‘t leven, over de Regenboogbrug. Maar ook welk natvoer favoriet is en waarom ik sommige speeltjes in huis helemaal niet leuk meer vind en andere juist ineens wel.
Ik denk dat ik in die tijd ook begon te veranderen, van de kittenkater die ik was naar de echte katermans die ik nu geworden ben. Da’s best nog wel even wennen hoor, want ik moet helemaal zelf gaan bedenken hoe ik me als kater moet gaan gedragen omdat m’n moeder me daar nooit iets over gemauwd heeft. Volgens m’n personeel ben ik gewoon nog even lekker aan ‘t puberen, maar ik heb echt geen idee wat ze daarmee bedoelen.
O, en ik denk nu dat ik toch m’n eigen naam maar hou, voor de rest van m’n leven. Ik ben er nou eenmaal aan gewend, en volgens mij kan ik ook met een naam die met een J begint prima wijs worden en blogs mauwen.
Zachte kopjes en ‘n stevige poot,
Joep
Van de week is m’n krabpaal eindelijk weer naast de bank opgehangen. Je weet wel, die hele lange zak van Quapas, waar ik bijna helemaal vanaf de grond tot aan ‘t plafond in kan klimmen om een mooi overzicht te krijgen van alles. Niet alleen van wat er buiten in m’n achtertuin gebeurd, maar ik kan ook prima zien wat er op de eettafel staat en op ‘t aanrecht ligt. En dat laatste is best wel handig, omdat ik al regelmatig boven op de grote tafel m’n inspectie doe, maar ‘t nog steeds niet waag om vanaf de vloer op ‘t aanrecht te springen.
Dat komt eigenlijk door Senior. Want omdat hij heel lang is, staat het keukenblok ook een flink stuk hoger dan wat de standaard is, zodat hij niet gebukt aan ‘t aanrecht hoeft te staan. Fijn voor hem, maar tot nog toe onmogelijk voor mij. Want ik heb werkelijk geen idee waar ik op terecht kom. En dat aanrecht is ook niet zo heel diep, dus dikke kans dat ik dan, als ik er zomaar op zou springen, direct vol in de remmen moet om niet met m’n snufferd in de pollepelhouder te belanden, m’n stapel stenen etensbakjes om te gooien of door te schuiven tegen de witte tegeltjes op de achterwand. Want op zo’n aanrecht heb ik helemaal niks om m’n nagels in uit te slaan, dus dat wordt dan doorglijden tot ik ergens tegenaan bots of me in allerlei bochten wringen om gelijk weer naar beneden te springen. En heel eerlijk gemauwd, dat is me eigenlijk teveel moeite.
kijken als de koelste kater van de wereld met m’n staart omhoog naar m’n drinkbak, neem een paar slokjes, knabbel wat brokjes en dan neem ik m’n positie in tussen de stoelen.
Bijna anderhalf jaar geleden kreeg ik m’n eigen FeestBoek pagina. Onder personeelstoezicht natuurlijk, want ik was toen nog veels te jong om zelf allenig de hele wereld over te gaan. Ik had ook nog helemaal geen snekkies gegeten van leptopgebruik, dus alle hulp was welkom. Want ik mauwde geen tweebenerstaal, en ik had m’n personeel hard nodig om m’n verhalen om te zetten naar letters die tweebeners met een beetje ervaring konden lezen. Of voorlezen, natuurlijk.
Verenigde Staten en andere landen waar ik nog nooit van gehoord had. Maar ook dichter bij huis werd ik ‘ontdekt’.
Advertenties
Brrr, wat was het de afgelopen dagen frisjes… En er hingen zelfs wolken in m’n weiland, op m’n achterpad en in m’n straat. En weet je wat het gekke was? M’n vacht werd er hartstikke nat van, terwijl het helemaal niet regende…
in hun mand stapten…
mensenmand, precies tussen de twee bulten die onder ‘t dekbed lagen. Ik kreeg gelijk een handdoek over me heen, en m’n personeel begon me zachtjes droog te aaien. Met een volle buik had ik geen puf meer om te mauwen dat ik dat helemaal niet wilde, en eigenlijk was ‘t ook best wel lekker. Ik voelde ‘t laatste restje kou van buiten helemaal uit m’n vacht trekken, en ik had moeite om m’n ogen open te houden.
Het was een heerlijke jungle, waar ik naar hartelust op vliegbeestjes en spinnen kon jagen, en ik heb bij hun keukendeur zelfs een keer een zielige dikke vette muis gevonden die ik netjes naar m’n weiland terug heb gebracht. Hij piepte met tranen in z’n donkere kraaloogjes een verhaal dat hij verdwaald was en in een grote groene vlakte woonde waar hij niet meer kon komen omdat hij niet wist hoe hij de sloot over moest. Ik begreep al snel dat zijn gezin nog in het weiland woonde, en hoewel ik inmiddels een zeer ervaren muizenvanger was geworden was deze muis te verdrietig om in m’n vriezer terecht te komen. Want verdriet doet iets met je, en dan smaakt zelfs de grootste, dikste, vetste muis nergens meer naar.
En er staat nu dus niet alleen een schutting, maar ik heb daar zelfs twee échte catwalks op! Senior zegt dat hij die gemaakt heeft om de schutting overeind te houden bij een zware storm, maar ik weet dat hij die gewoon speciaal voor mij gemaakt heeft. Eentje loopt vanaf de schuur over het tuinhek naar de nieuwe schutting. En als ik daarop ga zitten heb ik het aller- aller- allermooiste uitzicht over m’n weiland, en ‘t zit een heel stuk beter dan de kiezels op het schuurdak.