Nou, de lente mag dan zijn begonnen, maar ik kon er de afgelopen week weinig van maken… Zon, geen zon. Lekker warm, niet meer lekker warm. Heerlijk lentebriesje, koude wind. En alles daar tussenin…
Bolletjes
Het enige dat meezat was dat ‘t groen in de tuin begint uit te barsten. Overal staan de knoppen aan de takken op springen. Ik hoor weer vogeltjes fluiten, naast ‘t weiland in de hoge bomen. En m’n personeel mauwde dat aan de andere kant van ‘t dorp alweer kleine bolletjes wol door ‘t weiland huppelen. Nou ben ik daar best wel benieuwd naar om die een keer te ontmoeten, want ik heb gehoord dat katten graag met bolletjes wol spelen. Maar ik weet de weg niet naar de andere kant van ‘t dorp omdat ik altijd in de buurt van m’n huis blijf, want dat is me ver genoeg. En eigenlijk mag ik van m’n personeel ook helemaal niet met bolletjes wol spelen, omdat ze bang zijn dat ik dat op ga eten en dat ik dan naar die aardige dierendoktermeneer moet.
Dus in gedachten stel ik me dan maar de bol wol voor waar Junior met dikke naalden sjaals of truien van maakt, maar dan in een witte, bruine, zwarte of gevlekte kleur, die stuiterend door een weiland hupsen. Alleen denk ik er dan wel nog vier pootjes onder, en een kopje aan de voorkant. Want anders kunnen ze natuurlijk niet stuiteren of zien waar ze heen moeten.
Muis
De hele week heb ik nachtdienst gewerkt, samen met de buurkat. Altijd gezellig, zo samen op pad, en hij heeft me al naar heel veel mooie plekjes in de buurt laten ontdekken. Natuurlijk zijn we niet de hele nacht op pad, want als we een inspectieronde gedaan
hebben zoeken we een lekker plekje om even de pootjes wat te laten rusten. Meestal komen we dan ook de andere buurtkatten van dienst daar tegen, en dan wisselen we de laatste nieuwtjes uit. Over hoe het thuis gaat, of tips voor lekkere brokjes of snekkies, of interessante plekjes in de wijk.
Als jonge katermans kan ik nog heel veel van de ouwe garde leren. Maar ook zij hebben al maanden nog steeds geen enkele muis in de buurt kunnen vinden. En ik hou dan natuurlijk heel wijs m’n kaken op elkaar over de muizenfamilie die ik een tijdje geleden heb helpen verhuizen naar ‘t weiland aan de andere kant van de weg.
Geritsel
‘t Was eergisternacht, toen ik met de buurkat weer op ronde was, dat ik wat geritsel onder de struiken hoorde. En heel eerlijk gemauwd, ik was blij dat ik niet alleen was, want net toen ik richting het geluid sloop stond ik ineens oog in oog met een enorm gevaarte op korte pootjes dat onder de struiken vandaan kwam. Ik zette m’n rugharen op en m’n staart werd wel drie keer zo dik, en ik begon keihard te blazen. Het gevaarte schrok van me, en binnen 0,001 seconde had ‘ie zich opgerold tot een bal. Ik kon er werkelijk geen snuit of pootjes meer aan terug vinden.
M’n nieuwsgierigheid won het toch van m’n schrik, zeker omdat het gevaarte niet meer bewoog. Terwijl de buurkat van een afstandje toekeek, snuffelde ik aan de bal en gaf er heel zachtjes een tikje tegen met m’n voorpoot. Het voelde raar, een beetje stekelig zoals sommige struiken in de buurt. Ik besloot om naast de buurtkat te gaan zitten, en te wachten op wat er zou gaan gebeuren.
De stekel
Heel zachtjes mauwde de buurkat tegen me dat die bal helemaal geen gevaarte was, maar een heel vriendelijk dier. Hij kende ‘m, want hij woonde hier al jaren in de buurt met z’n gezin. En elk voorjaar werden ze wakker uit hun winterslaap, en gingen in ‘t donker op zoek naar eten. De buurkat had me expres meegenomen naar deze plek, om me kennis te laten maken met dit voor mij onbekende wezen, dat blijkbaar dus geen enkel kwaad deed.
Voorzichtig liep ik terug naar het dier, en ineens zag ik dat er pootjes uit de bal staken, en er kwam een puntig neusje tevoorschijn. We bleven doodstil zitten terwijl de stekel naar ons toe kwam, wat snuffelde aan m’n voorpoten en toen langs ons heen een tuin in liep. De buurkat mauwde dat daar voor de stekel vaak voer wordt neergezet, en dat als eind van de zomer de beebiestekeltjes groot genoeg zijn gegroeid de hele familie daar dan komt eten.
Vriendje
Ik vraag me nu dus af of ik deze week nou een nieuw vriendje heb ontmoet. Misschien dat ik wat vaker naar die plek onder de struiken ga, om ‘m wat beter te leren kennen. Ik heb gehoord dat hij kattenvoer lust, maar liever wat meelwormen of een rauw eitje heeft. En een bakje vers water.
Misschien moet ik ‘m maar ‘s uitnodigen in mijn eigen tuin. M’n personeel vindt dat vast ook heel leuk, want als ze vogeltjes de winter door helpen hebben ze ook wel iets lekkers voor de stekels. Altijd gezellig, zeker als ‘ie dan ook nog z’n hele familie meeneemt. En wie weet lust ik ook wel meelwormen…
Zachte kopjes en ‘n stevige poot,
Joep
De afgelopen week heb ik eigenlijk helemaal niks bijzonders gedaan. Dat leek me even het beste, na de stunt die ik vorige week heb uitgehaald waarmee ik m’n personeel de stuipen op ‘t lijf heb gejaagd. Dus ik heb me heel netjes gedragen, heb m’n inspectierondes buiten afgewisseld met lekker lui binnen op het grote bed liggen. Of op de stoel onder de eettafel, of in de vensterbank in de zon.
Weilandfeest
ik Bram altijd weer te vinden tussen al die andere prachtige sterren. Want Bram heeft een speciaal plekje in m’n hart. Ook zonder al zijn mooie letters, wijze woorden en prachtige blogs is Bram nog steeds dicht bij me. Hij was de mooie vlinder die me spelenderwijs de wereld liet ontdekken en hij was de wind die door het hoge gras in ‘t weiland streek toen ik als kleine kittenkater m’n eerste stappen buiten zette.
Van de week was m’n personeel niet echt blij met mij, als ondernemende jonge katermans. Terwijl ze me altijd uitdagen en motiveren om steeds een stapje verder te gaan ontdekken, nèt even dat pootje erbij te zetten om wat angst voor het onbekende te overwinnen. Maar deze keer ben ik geloof ik net iets te ver gegaan. ‘t Was maar een metertje of wat, maar dat was meer dan genoeg wat m’n personeel betrof.
En toen het eenmaal zomer werd vorig jaar sprong ik zonder moeite heel sierlijk op de tuinstoelen buiten, ik vond dat ik binnen al lang genoeg geoefend had.
Voorzichtig zette ik een poot tegen de onderkant van de boom, en voordat ik er erg in had zat ik er in en kon ik ineens op m’n eigen schuurdak kijken. Maar weet je wat het mooie was? Als ik heel voorzichtig over een dunne tak in de boom zou balanceren kon ik op het dak van de bergingen van de bovenburen komen. En daar vandaan was het maar een klein sprongetje naar het balkon van de bovenbuurman op de hoek. En die afstand durfde ik zelfs wel met m’n ogen dicht te overbruggen.
Wat was het weer heerlijk weer van de week. Ik heb, zodra de zon ging schijnen, heerlijk buiten gewandeld tussen m’n buurt inspecties door, maakte hier en daar een mauwtje met de buurtkatten die al met pensioen zijn en dus niet meer hoeven te werken, speelde weer lekker met m’n vriendjes in ‘t weiland, ging op ontdekkingstocht of lag gewoon lekker op m’n catwalk in de zon.
Na de lunch kwam de zon in de achtertuin, en ben ik lekker op m’n catwalk gaan liggen. De tweebener die voor m’n weiland zorgt was druk in de weer met een grote machine met hele grote wielen aan de achterkant. Ze was denk ik al druk bezig om m’n weiland weer in tiptop conditie te brengen voor het Tweede Grote Weilandfeest, dat er over een maandje of vier weer aan zit te komen. En zo heb ik, met de zon van kop tot staart op m’n velletje, heerlijk liggen bedenken wat ik dit jaar voor het feest allemaal saame met jullie wil gaan organiseren. Want gaat het een kopie worden van vorig jaar? Of heeft iemand ideetjes voor wat anders, of iets dat misschien zelfs wel beter zou kunnen?
Maar ook dit jaar moet ik weer streng zijn. Uit veiligheidsoverwegingen kunnen geen vogels, muizen, ratjes, nijntjes en andere kleine dieren mee naar ‘t feest, want ik moet er niet aan denken dat woefers of mauwers deze per ongeluk als snack gaan verorberen. Onder een half jaar oud kun je alleen naar binnen als je onder begeleiding komt van iemand die minstens dubbel zo oud is. En net als vorig jaar wordt er geen ketnipwijn of bottenbouillonbier geschonken aan minderjarige gasten, want veiligheid staat voorop en we gaan het wel gezellig houden voor iedereen. Nou ja, ‘t is eigenlijk meer om de feestvergunning niet kwijt te raken, maar dat klinkt weer zo zakelijk…
Zo hee, en dan is ‘t inmiddels alweer maart… Dat gaat de goede kant weer uit, nog even en m’n personeel komt ook weer zonder dikke jas de tuin in.
‘t Was best wel lekker rustig hoor, zo’n dagje alleen thuis. Er stond genoeg te eten en te drinken voor me klaar, en ik kon eindelijk ‘s lekker doordutten zonder dat er foto’s gemaakt moesten worden, of ik weer knuffels kreeg omdat ik zo lief lag te slapen. Nadeel was alleen dat ik niet even lekker naar buiten kon wanneer ik wilde, dus ik moest weer ouderwets op de bak. Nou ja, er zijn ergere dingen dan dat. Voor een keertje vind ik dat helemaal niet erg, al ga ik toch liever even achter de hortensia’s tegen m’n schuur aan zitten, bovenop de hosta’s.
eerlijk, saame is ‘t toch veel leuker dan alleen.