Categorie archieven: Joep

Joep is vandaag jarig

De afgelopen dagen is m’n personeel druk bezig geweest met oude foto’s. Af en toe keek ik even met ze mee, maar heel eerlijk gemauwd had ik daar na een stuk of tien plaatjes al snel genoeg van en ben ik lekker naar buiten gegaan, de zon in.

Voor mij was ‘t een lekker rustig weekje, maar m’n personeel had ‘t er maar druk mee tussen hun dagelijkse bezigheden door. Na een tijdje hoorde ik hun ooohhh’s en aaahhh’s geeneens meer door de open tuindeur en draaide ik me nog ‘s lekker om op m’n kussen op de tuintafel en sliep verder.
Maar elke keer als ik weer even binnen kwam voor een hapje of wat likjes water, zat m’n personeel naar ‘t beeldscherm van de leptop te wijzen en riep ‘hee Joep, herinner je je deze nog?’
Uit beleefdheid mauwde ik dan even, nam een hap en ‘n slok en maakte weer dat ik naar buiten kwam. Want natuurlijk herinnerde ik me alles wat aangewezen werd op ‘t scherm, ik was er tenslotte zelf bij geweest…

Poeseren

Al vanaf dag één dat ik hier op mezelf ging wonen werden er foto’s van me gemaakt. Nog niet eens met een échte camera, maar gewoon, met de telefoon. Want die had m’n personeel altijd bij zich, en ach, dat werden vaak toch best nog wel aardige plaatjes. Ik had er ook helemaal geen verstand van en soms merkte ik niet eens dat er foto’s gemaakt werden, want ik hoorde of zag daar bijna helemaal niks van. Ik had het toen ook eigenlijk gewoon veuls te druk met spelen en ontdekken.
Toen ik wat ouderder werd kreeg ik een beetje door wanneer ik op de foto gezet werd, want dat merkte ik vooral aan het gedrag van Junior. Ze kwam dan heel stilletjes naar me toe om me niet te storen, maar omdat ze niet de snelste is om actiefoto’s te maken bleef ik dan soms even stil zitten en keek ik recht in de telefoon, zodat ze een foto kon maken.
Poeseren, heet dat geloof ik. En daar draaide ik toen al niet eens m’n poot voor om.

Feestboek

Eigenlijk had ik gedacht dat er in die eerste dagen dat ik hier was wel genoeg plaatjes en filmpjes waren geschoten en dat de lol er uiteindelijk wel van af zou gaan, maar toen kreeg ik m’n eigen Feestboekpagina. En dát was leuk! Ik mauwde bijna elke dag wat ik meegemaakt had, met een foto of een filmpje erbij. En langzaam maar zeker kreeg ik steeds meer vriendjes die ook een eigen pagina hebben, of die iets mogen mauwen of blaffen op de pagina van hun personeel. En terwijl ik toen nog te klein was om naar buiten te mogen, werd m’n wereld achter die leptop steeds groter. Gewoon, lekker in m’n luie stoel of op schoot berichtjes voorgelezen krijgen.
Al ging dat, zeker in het begin, met de nodige spellings- en grammaticafouten van m’n personeel. Maar we gingen elkaar steeds beter verstaan en daardoor ook beter begrijpen, waardoor we nu samen een kattastische band hebben. Ik hoef tegenwoordig soms alleen maar te kijken en ze snappen al precies wat ik bedoel. De training ‘Non-verbaal communiceren met personeel volgens eigen inzicht’ kan ik dan ook écht aan al m’n vrienden aanraden.

Beebie

Maar goed, ik dwaal af.
Ik had het over oude foto’s. Zelf heb ik daar niet zoveel mee, maar ik hoorde al van de buurtpoezen dat tweebeners af en toe graag weer iets uit het verleden willen zien, en mijn personeel is daar blijkbaar geen uitzondering op. Hoewel ik nog nooit foto’s heb gezien van toen zij zelf beebie-tweebenertjes waren, want de leptop en de telefoons staan vol met alleen maar foto’s van mij, vanaf de allereerste dag dat ik hier m’n poot binnenzette tot aan gisteren. Honderden, duizenden, misschien wel miljoenen foto’s, maar zover kan ik niet eens tellen op m’n achttien tenen. M’n personeel had het er gisteren zelfs zó druk mee dat m’n lunch vijf minuten te laat geserveerd werd. Moet toch niet gekker gaan worden vind ik!
Maar net voordat ik er iets over wilde gaan mauwen werd de leptop dichtgeklapt en kreeg ik een lekker kommetje kattensoep. Ze waren klaar met al die foto’s en mijn rust was dus weer voorbij.

Feest

Nou hebben ze geprobeerd om me uit te leggen waar ze zo druk mee bezig waren, maar ik begrijp er niks van. En wat heb ik er aan dat al m’n foto’s en filmpjes nu bij elkaar staan, van 0 tot 1 jaar en van 1 tot 2 jaar? Ik heb alleen onthouden dat de eerste foto’s van vandaag gelijk in het mapje van 2 tot 3 jaar gaan. Want m’n personeel zegt dat ik vandaag m’n tweede verjaardag mag vieren, maar het is hier toch elke dag feest? Dus waarom zou ik maar één keer per jaar een dag als vandaag vieren? De zon schijnt, de vogeltjes fluiten, m’n eten- en drinkbakken zijn gevuld, m’n huis ligt vol met speelgoed en ik krijg elke dag net zoveel knuffels, aaien en kroelen als ik wil.
Al zou ik vanavond een lekkere lauw gestoomde zalmmoot écht niet laten liggen, als m’n personeel vindt dat m’n verjaardag zo nodig gevierd moet worden…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep is Bewust Enig Katermans en wel hierom

De afgelopen week heb ik ‘n pootje toegestoken in de tuin. ‘t Was zulk lekker weer dat m’n personeel besloot om nog wat bolletjes te planten en zaadjes voor de bijtjes en de vlindertjes te strooien. Er zijn fruitstruikjes in potten gezet en de derde druif is eindelijk van z’n pot naar de volle grond verhuisd. Kortom, ik heb me weer helemaal kunnen uitleven met kuilen voor de planten en kuiltjes voor de bollen te graven, om ze daarna weer zorgvuldig dicht te gooien.

Nou moeten er nog een paar betonnen borderranden verplaatst worden, maar dat graaf- en sjouwwerk laat ik lekker over aan m’n personeel. Stel je voor dat ik daarbij één van m’n stiletto’s afbreek…

Buurpoes

Dinsdag heb ik Zosja, de Poolse buurpoes van twee deuren verder, even streng moeten toemauwen voordat ik haar mijn tuin heb uitgejaagd, omdat ze steeds brutaler begint te worden. Want terwijl ik binnen nietsvermoedend lekker aan m’n lunch zat, wandelde zij stilletjes m’n tuin in en ging gewoon lekker lui in m’n tuinstoel liggen, alsof ze thuis was! Nou, dan heeft ze aan mij de verkeerde katermans hoor, want mijn tuin is van mij en daar komen geen ongenode gasten binnen. Per slot van rekening ben ik niet voor niets een Bewust Enig Katermans in huis en tuin. ‘t Zou toch wat zijn, als alle buurtkatten gewoon maar in en uit zouden wandelen wanneer ‘t hun uitkwam…
En weet je wat nog het ergste was? Ze liet zich gewoon aaien door míjn personeel. Nou, die twee heb ik natuurlijk de rest van de dag niet meer aangekeken, ik negeerde uit protest ‘s avonds ‘t natvoer dat ze voor me neergezet hadden en heb alleen wat brokjes gegeten. Geen kopje, kroel, spin of miauw gunde ik ze, dat stelletje overlopers.

Baas in huis

Dat heb ik net zolang volgehouden totdat ze in bad waren geweest en een schone pyjama hadden aangetrokken. Want aan mijn personeel moet mijn luchtje zitten, en niet die van de buurpoes.
Heel even heb ik er zelfs over zitten denken om ze op staande voet te ontslaan, maar dat idee heb ik snel losgelaten omdat ik zelf m’n verpakkingen natvoer niet open krijg.
En weglopen was ook geen optie, want m’n rolkoffer is net groot genoeg om wat snekkies in mee te nemen als ik naar m’n vriend Keef ga. Daar passen écht geen krabpalen, manden, kleedjes, speelgoed of eten- en drinkbakjes meer bij, laat staan m’n hele voorraadkast met natvoer, soepjes, muizen, brokken en snekkies.
Dus nadat ik m’n natvoer op had heb ik m’n snoet afgeveegd aan hun benen. Ik ben bij ze op schoot gesprongen en heb flink liggen rollen zodat al m’n losse winterharen in hun pyjama’s bleven steken. Zal ze leren, wie de baas in huis is…

Goedmaken

Tegen de tijd dat m’n personeel naar ‘t grote bed wilde, lag ik er al languit dwars in. Ze schoven voorzichtig elk aan een kant onder ‘t dekbed, op ‘t randje van ‘t matras. Nou ja, toen heb ik ‘t maar weer helemaal goedgemaakt met ze door nog even een flinke wasbeurt met extra kroelen te geven zodat ze allebei weer van top tot teen naar mij roken en daarna zijn we alle drie tevreden in slaap gevallen.
En Zosja? Die is nu geloof ik nog steeds een beetje boos op me omdat ik haar m’n tuin uit heb gejaagd. Maar dat komt wel weer goed hoor, want gisteren kwamen we elkaar tegen op ‘t achterpad en liep ze langs zonder naar me te blazen.
Misschien vraag ik haar morgenavond wel mee voor een rondje weilandinspectie, samen met wat andere buurtkatten. En dan kunnen we na afloop met z’n allen naar elke stralende ster zwaaien die we zien. Want ‘t leven is té mooi om lang boos te blijven…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep ontmoet een nieuwe vriend

Nou, de lente mag dan zijn begonnen, maar ik kon er de afgelopen week weinig van maken… Zon, geen zon. Lekker warm, niet meer lekker warm. Heerlijk lentebriesje, koude wind. En alles daar tussenin…

Bolletjes

Het enige dat meezat was dat ‘t groen in de tuin begint uit te barsten. Overal staan de knoppen aan de takken op springen. Ik hoor weer vogeltjes fluiten, naast ‘t weiland in de hoge bomen. En m’n personeel mauwde dat aan de andere kant van ‘t dorp alweer kleine bolletjes wol door ‘t weiland huppelen. Nou ben ik daar best wel benieuwd naar om die een keer te ontmoeten, want ik heb gehoord dat katten graag met bolletjes wol spelen. Maar ik weet de weg niet naar de andere kant van ‘t dorp omdat ik altijd in de buurt van m’n huis blijf, want dat is me ver genoeg. En eigenlijk mag ik van m’n personeel ook helemaal niet met bolletjes wol spelen, omdat ze bang zijn dat ik dat op ga eten en dat ik dan naar die aardige dierendoktermeneer moet.
Dus in gedachten stel ik me dan maar de bol wol voor waar Junior met dikke naalden sjaals of truien van maakt, maar dan in een witte, bruine, zwarte of gevlekte kleur, die stuiterend door een weiland hupsen. Alleen denk ik er dan wel nog vier pootjes onder, en een kopje aan de voorkant. Want anders kunnen ze natuurlijk niet stuiteren of zien waar ze heen moeten.

Muis

De hele week heb ik nachtdienst gewerkt, samen met de buurkat. Altijd gezellig, zo samen op pad, en hij heeft me al naar heel veel mooie plekjes in de buurt laten ontdekken. Natuurlijk zijn we niet de hele nacht op pad, want als we een inspectieronde gedaan hebben zoeken we een lekker plekje om even de pootjes wat te laten rusten. Meestal komen we dan ook de andere buurtkatten van dienst daar tegen, en dan wisselen we de laatste nieuwtjes uit. Over hoe het thuis gaat, of tips voor lekkere brokjes of snekkies, of interessante plekjes in de wijk.
Als jonge katermans kan ik nog heel veel van de ouwe garde leren. Maar ook zij hebben al maanden nog steeds geen enkele muis in de buurt kunnen vinden. En ik hou dan natuurlijk heel wijs m’n kaken op elkaar over de muizenfamilie die ik een tijdje geleden heb helpen verhuizen naar ‘t weiland aan de andere kant van de weg.

Geritsel

‘t Was eergisternacht, toen ik met de buurkat weer op ronde was, dat ik wat geritsel onder de struiken hoorde. En heel eerlijk gemauwd, ik was blij dat ik niet alleen was, want net toen ik richting het geluid sloop stond ik ineens oog in oog met een enorm gevaarte op korte pootjes dat onder de struiken vandaan kwam. Ik zette m’n rugharen op en m’n staart werd wel drie keer zo dik, en ik begon keihard te blazen. Het gevaarte schrok van me, en binnen 0,001 seconde had ‘ie zich opgerold tot een bal. Ik kon er werkelijk geen snuit of pootjes meer aan terug vinden.
M’n nieuwsgierigheid won het toch van m’n schrik, zeker omdat het gevaarte niet meer bewoog. Terwijl de buurkat van een afstandje toekeek, snuffelde ik aan de bal en gaf er heel zachtjes een tikje tegen met m’n voorpoot. Het voelde raar, een beetje stekelig zoals sommige struiken in de buurt. Ik besloot om naast de buurtkat te gaan zitten, en te wachten op wat er zou gaan gebeuren.

De stekel

Heel zachtjes mauwde de buurkat tegen me dat die bal helemaal geen gevaarte was, maar een heel vriendelijk dier. Hij kende ‘m, want hij woonde hier al jaren in de buurt met z’n gezin. En elk voorjaar werden ze wakker uit hun winterslaap, en gingen in ‘t donker op zoek naar eten. De buurkat had me expres meegenomen naar deze plek, om me kennis te laten maken met dit voor mij onbekende wezen, dat blijkbaar dus geen enkel kwaad deed.
Voorzichtig liep ik terug naar het dier, en ineens zag ik dat er pootjes uit de bal staken, en er kwam een puntig neusje tevoorschijn. We bleven doodstil zitten terwijl de stekel naar ons toe kwam, wat snuffelde aan m’n voorpoten en toen langs ons heen een tuin in liep. De buurkat mauwde dat daar voor de stekel vaak voer wordt neergezet, en dat als eind van de zomer de beebiestekeltjes groot genoeg zijn gegroeid de hele familie daar dan komt eten.

Vriendje

Ik vraag me nu dus af of ik deze week nou een nieuw vriendje heb ontmoet. Misschien dat ik wat vaker naar die plek onder de struiken ga, om ‘m wat beter te leren kennen. Ik heb gehoord dat hij kattenvoer lust, maar liever wat meelwormen of een rauw eitje heeft. En een bakje vers water.
Misschien moet ik ‘m maar ‘s uitnodigen in mijn eigen tuin. M’n personeel vindt dat vast ook heel leuk, want als ze vogeltjes de winter door helpen hebben ze ook wel iets lekkers voor de stekels. Altijd gezellig, zeker als ‘ie dan ook nog z’n hele familie meeneemt. En wie weet lust ik ook wel meelwormen…

Zachte kopjes en ‘n stevige poot,
Joep

Joep denkt na over de week en over Bram

De afgelopen week heb ik eigenlijk helemaal niks bijzonders gedaan. Dat leek me even het beste, na de stunt die ik vorige week heb uitgehaald waarmee ik m’n personeel de stuipen op ‘t lijf heb gejaagd. Dus ik heb me heel netjes gedragen, heb m’n inspectierondes buiten afgewisseld met lekker lui binnen op het grote bed liggen. Of op de stoel onder de eettafel, of in de vensterbank in de zon.

De week

‘k Heb gevochten met m’n vis die boven de bank met een elastiek aan het plafond hangt, gepootbald, m’n hippe snuffelzakjes en m’n ketnipmuis ondergekwijld, met m’n knikkerbaan gespeeld en achter balletjes aangerend.
O, en ik heb ook nog netjes m’n etensbakjes met natvoer in twee keer leeggegeten en heel veel kopjes, likjes en knuffels aan m’n personeel gegeven. Want daar worden ze altijd blij van, en als m’n personeel blij is dan is de kans groot ‘t voor mij wat lekkere snekkies oplevert…

Weilandfeest

Er zijn trouwens al heel veel reacties binnengekomen op het Grote Weilandfeest 2025, met hele goeie ideeën. Jammer genoeg heeft m’n personeel het de afgelopen week heel druk gehad met brokjes verdienen, dus ze hebben flink wat achterstand opgelopen om te reageren. Maar ik beloof met m’n poot op m’n hart dat ik er alles aan ga doen om ze in de komende dagen achter de leptop te krijgen om alles te noteren en te beantwoorden!
‘t Duurt dan nog wel bijna vier maanden voordat het zo ver is, maar er kan natuurlijk al een hoop geregeld worden. Zo heb ik kattakt gehad met de kater van de Dubbele Wokkelwaterglijbaan, en hij heeft al toe kunnen mauwen dat die er ook dit jaar weer komt. En ik ben nog in onderhandeling met de nieuwe waakhond van het tentenbedrijf maar dat heeft nog wel wat poten in de aarde vanwege de taalbarrière, dus ik ben nu op zoek naar een tolk die blafs én mauws verstaat om te vertalen zodat ik binnenkort m’n poottekening onder de reservering kan zetten. Wie zou me daarbij binnenkort willen helpen?

Bram

Binnenkort is ook wel vroeg genoeg, want voor nu ga ik lekker languit in de vensterbank voor het grote raam liggen, om extra te denken aan mijn vriend Kater Bram. Het is vandaag namelijk precies een jaar geleden dat hij z’n laatste grote reis over de Regenboogbrug maakte. Hoewel ik weet dat hij daar veilig is aangekomen en een mooi plekje gevonden heeft tussen alle vriendjes die hem al waren voorgegaan, mis ik Bram aan deze kant nog steeds enorm en denk ik vaak aan hem. Als het helder weer is en m’n personeel lekker ligt te slapen, klim ik in het donker op ‘t schuurdak om naar de sterren te zwaaien. En dan weet ik Bram altijd weer te vinden tussen al die andere prachtige sterren. Want Bram heeft een speciaal plekje in m’n hart. Ook zonder al zijn mooie letters, wijze woorden en prachtige blogs is Bram nog steeds dicht bij me. Hij was de mooie vlinder die me spelenderwijs de wereld liet ontdekken en hij was de wind die door het hoge gras in ‘t weiland streek toen ik als kleine kittenkater m’n eerste stappen buiten zette.
Nu ik, een jaar later, inmiddels zelf een jonge katermans ben geworden denk ik nog steeds aan Bram. Want échte vrienden blijven voor altijd bij je…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep en zijn avontuur bij de bovenburen

Van de week was m’n personeel niet echt blij met mij, als ondernemende jonge katermans. Terwijl ze me altijd uitdagen en motiveren om steeds een stapje verder te gaan ontdekken, nèt even dat pootje erbij te zetten om wat angst voor het onbekende te overwinnen. Maar deze keer ben ik geloof ik net iets te ver gegaan. ‘t Was maar een metertje of wat, maar dat was meer dan genoeg wat m’n personeel betrof.

Beneden

‘t Zit namelijk zo.
Toen ik alweer ruim een jaar geleden voor ‘t eerst naar buiten mocht, bleef ik bij voorkeur stevig met alle vier m’n pootjes op de grond. Lekker in de tuin, op ‘t achterpad, of in m’n weiland. Later kwam daar aan de voorkant van ‘t huis ook nog de parkeerplaats bij, en dat was me toen al ver genoeg.
Terwijl ik thuis in de woonkamer heel graag tot aan ‘t plafond in m’n Quapasklimzak klom, bleef ik buiten veel liever op klomphoogte, zoals Junior altijd zegt. Want daar stond geen lekkere zachte bank zoals binnen om me op te laten vallen als ik snel weer naar beneden wilde. Natuurlijk kon ik ook prima zelf weer uit die klimzak komen hoor, dat deed ik als ik geen haast had. Kop omhoog, kont omlaag en dan gewoon laten zakken. Pootje voor pootje. Maar soms wilde ik ook wel ‘s weer vlug beneden zijn, als ik zag dat m’n vooraadkast open ging en er iets lekkers voor me gepakt werd. En dan was en is ‘t toch het snelste om gewoon los te laten.

Op hoogte

Nou moet ik toegeven, het was op zich niet onaardig om op de grond te blijven, want in die begintijd buiten had ik het springen nog niet helemaal door. Okee, ik kon binnen op de bank komen, en als ik het dan een beetje uitkiende durfde ik ook op de stoel onder de eettafel te springen.
En toen het eenmaal zomer werd vorig jaar sprong ik zonder moeite heel sierlijk op de tuinstoelen buiten, ik vond dat ik binnen al lang genoeg geoefend had.
Maar daar bleef het niet bij. Via de tuinstoel kon ik heel gemakkelijk op de tuintafel komen, en toen ontdekte ik dat er op hoogte buiten veel meer te zien is.
Ik verzamelde al m’n moed en waagde de eerste sprong in de grote bloempot waarin een mini kersseboom staat. Wat een uitzicht, zeker toen de schutting er nog niet stond tussen mijn tuin en die van de buren kon ik m’n hele weiland in de gaten houden. Terwijl ik steeds dapperderder begon te worden ontdekte ik dat ik m’n stiletto’s ook heel gemakkelijk in de schutting naast de poort kon zetten, om zo naar boven te klimmen. Er ging écht waar een hele nieuwe wereld voor me open toen ik over de rand van de schutting keek…

Balkon

Van ‘t één kwam ‘t ander. Ik kwam er achter dat ik vanaf die schutting op de balk kon klimmen die er boven hing en pootje voor pootje schuifelde ik dan dwars door de takken van de oude druivenstruik naar ‘t dak van de schuur. Was een makkie en ik had dat al een paar keer met veel succes gedaan voordat ik betrapt werd door m’n personeel. Nou, toen ze zagen dat ik boven op de schuur rondliep brak er bijna paniek uit. Er werd een trap naast de schuur gezet in een poging me van ‘t dak af te halen, en ik heb écht heel veel tikken met m’n voorpoot uit moeten delen als hun handen te dicht bij me in de buurt kwamen. Tenslotte was ik helemaal zelf op de schuur gekomen, en ik wist de weg terug heus wel. Maar ze waren heel ongerust, dus ik ben maar even van ‘t dak af gekomen om te mauwen dat ze rustig konden gaan slapen.
Ik heb daarna de hele nacht weer lekker op de schuur gezeten en naar alle sterren gezwaaid die ik zag. Vanaf het hoogste punt dat ik toen kon bereiken.

Springen

Maar ja, dat was vorig jaar. In de tussentijd heb ik natuurlijk niet stilgezeten.
Vanaf m’n schuurdak heb ik deze week zo ‘s zitten bekijken en berekenen of ik daar vandaan de sprong zou kunnen wagen naar de balkons van de bovenburen, maar ik kwam tot de conclusie dat zoiets niet mogelijk zou zijn zonder één van m’n negen levens op ‘t spel te zetten. En aangezien ik heel erg zuinig ben op alle negen legde ik me erbij neer dat het schuurdak eigenlijk wel het hoogst haalbare zou blijven…
Totdat ik dus van de week m’n voordeur uit wandelde, op weg naar ‘t weiland voor de dagelijkse muizenstandcontrôle. Meestal loop ik m’n huis uit via de achterdeur, langs de wildernis naast de sloot en dan ga ik gelijk rechtsaf de brug over. Maar nu was het lekker warm in de zon, dus ik besloot de lange route te nemen over de parkeerplaats, langs de zijkant van ‘t huizenblok naar de brug.
En toen zag ik ‘m ineens…

Afstand

De hele grote takken die ik altijd vanaf ‘t schuurdak had gezien bleken een stam in de grond te hebben, gewoon naast ‘t huis. ‘t Viel me nu pas op omdat daar altijd een vrachtwagen voor staat, waardoor ik nooit langs de zijkant van ‘t blok kan lopen. Maar nu was die wagen ineens weg en schoten er duizend-en-één gedachten door m’n kop die helemaal niks te maken hadden met de muizen in ‘t weiland.
Voorzichtig zette ik een poot tegen de onderkant van de boom, en voordat ik er erg in had zat ik er in en kon ik ineens op m’n eigen schuurdak kijken. Maar weet je wat het mooie was? Als ik heel voorzichtig over een dunne tak in de boom zou balanceren kon ik op het dak van de bergingen van de bovenburen komen. En daar vandaan was het maar een klein sprongetje naar het balkon van de bovenbuurman op de hoek. En die afstand durfde ik zelfs wel met m’n ogen dicht te overbruggen.

Bovenburen

Dus toen mijn personeel even in m’n tuin  stond en me op de balustrade van het balkon bij de bovenburen zag wandelen kregen ze bijna een hartverzakking. Gelukkig hadden ze geen van twee hun telefoon bij zich, dus er is geen enkel bewijs dat ik over die reling heb gelopen. Tegen de tijd dat de telefoon binnen uit de oplader was gehaald stond ik alweer op ‘t balkon en keek met m’n allerliefste snuit tussen de spijlen door in de camera. Want ze kunnen toch niet lang boos op me blijven.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep