Nou is het nieuwe jaar alweer vier dagen oud, en alles begint weer een beetje normaal te worden in huis. De kerssemusseboom is weer ingepakt, net als alle kleine lichtjes. Er staan alleen nog wat kaarsen met van die knopjes aan de onderkant, het soort waar ik rustig aan kan snuffelen zonder m’n snorharen kwijt te raken. En dat is wel zo prettig. O, en m’n eigen rode kralen kerssemusseboom heb ik ook nog steeds staan hoor, want die vind ik altijd leuk. Is gewoon een klein dingetje waar m’n personeel lichtjes doorheen gevlochten heeft, maar ik denk dat ‘ie vooral mag blijven omdat ze die draadjes met piepkleinere dan piepkleine lichtjes niet meer tussen die kraaltjes uit krijgen.
Villa
Misschien zet ik ‘m wel op de grond onder de eettafel, naast m’n rotan villa met dakterras. Dan is ‘t net of ik daar ook nog een tuin met boom bij heb. Want ik heb al zo’n bubbelzwembad bij m’n villa. Nou ja, soms dan, als m’n personeel hun voetbad onder de tafel zet om te gaan ontspannen. Ik hengel dan altijd naar de bubbeltjes die uit dat bad omhoog komen, en soms mep ik er poten vol met water uit of ga ik met m’n voorpoten in die bak staan.
Da’s bij Junior altijd een makkie, daar pas ik zelfs nog wel met alle vier m’n poten bij. Maar als Senior z’n achterpoten in de bak zet wordt ‘t wel wat krapjes…
Buiten
Na zo’n drukke laatste maand van het vorige jaar en de oudejaarsavond met de nieuwjaarsnacht kunnen we hier in huis ook best wel wat ontspanning gebruiken. Er wordt
tussen het werken door veel geslapen, maar dat komt misschien ook wel door ‘t sombere weer van de laatste tijd. Want ‘t is nou niet al te best geweest, al hebben we vorige maand toch heus wel een echte witte kerssemus gehad, die bijna een hele week bleef hangen. Tenminste, dat vond ik.
Want toen op 25 december ‘s morgens heel vroeg de gordijnen open gingen was ‘t buiten helemaal wit. Echt, ik kon geen poot voor ogen zien, zelfs ‘t weiland naast ‘t achterpad aan de overkant van de sloot was helemaal verdwenen. Je snapt dat ik gelijk bij de achterdeur klaarstond om naar buiten te gaan, want ik had zooo veel mooie verhalen van de buurtkatten gehoord over die witte buitenwereld en wat een lol dat was om doorheen te rennen en te rollen. En een witte kerssemus schijnt best wel bijzonder te zijn. Maar ik kan je mauwen, ‘t viel me enorm tegen. Niks geen geknerp onder m’n poten, de tuin was gewoon nat. Alsof het regende, maar ik voelde helemaal geen druppels. En toch kwam ik na een kwartiertje druipnat weer binnen. Ik snapte daar helemaal niks van.
Lege poten
M’n buurtkatten hadden ook gemauwd dat ‘t altijd wel een feest werd als ‘t buiten wit was. En dat tweebeners, vooral die kleine, dan ballen maakten van dat witte spul om naar elkaar te gooien. Nou, ik heb diverse pogingen gedaan, maar ik kreeg ‘t gewoon niet te pakken. Elke keer als ik ‘t probeerde stond ik met lege poten, die alleen maar steeds natter werden.
Dus ik ben maar weer naar huis gegaan, om tegen m’n personeel te mauwen dat m’n vrienden me gewoon voor de gek hadden gehouden. Dat ik het hele achterpad had afgewandeld, maar als ik achterom keek zag ik helemaal geen pootsporen waar ik gelopen had. Terwijl ze dat toch écht tegen me gemauwd hadden. Sterker, achter me was het ook gewoon weer helemaal wit, en boven ‘t pad, en naast me, en voor me… Ik heb m’n neus maar gevolgd en was allang blij toen ik m’n eigen tuinhek weer terug had gevonden. Precies op tijd om m’n voorraadkast in de keuken open te horen gaan. Mooi. Misschien dat een lekker ontbijtje de teleurstelling over die witte buitenwereld wat kon verzachten. En binnen was ‘t tenminste droog. En lekker warm.
Knuffels
Zoals gebruikelijk was het na ‘t ontbijt tijd voor knuffels. Kwam mooi uit, want dan kon ik gelijk m’n nog natte jas verder afdrogen aan de stof die m’n personeel altijd over hun eigen vel aantrekt. Alleen was ik nu nog zó nat, dat Senior een dikke warme handdoek om me heen sloeg. En voor deze keer vond ik dat eigenlijk best wel lekker. Buikje rond, knuffels en dan zachtjes weer droog worden. Dat maakte veel goed.
Terwijl ik langzaam in slaap begon te sukkelen hoorde ik m’n personeel praten over mist, en dat de wereld wel heel erg klein was die dag. Mist? Ik tilde m’n kop op, want hier wilde ik toch wel even meer van weten…
Om een lang verhaal wat korter te mauwen, op eerste kerssemussedag heb ik dus geleerd dat mist helemaal niet ‘t zelfde is als de sneeuw waarover m’n vrienden gemauwd hadden. Okee, ‘t is allebei wit, maar bij mist lijkt ‘t alsof de hele wolk naar beneden is gekomen, terwijl die met sneeuw gewoon in de lucht blijft hangen. Ofzoiets. Nou ja, dat is ‘t laatste wat ik hoorde voordat ik onder die dikke handdoek in slaap viel.
Het duurde toch nog wel even voordat ik m’n weiland weer kon zien als ik in de vensterbank boven de verwarming naar buiten zat te kijken. Maar het bleef grauw en grijs. En koud buiten, dus ik heb in de afgelopen dagen lekker vanuit huis gewerkt. Tot eergisteren. Want toen was de zon er ineens weer en heb ik extra straatcontroles met de buurtkatten buiten gelopen om lekker saame te genieten. ‘t Leek ineens wel weer voorjaar…
En ik had natuurlijk gelijk ook een nieuwtje te delen tijdens de wandelingen. Want ík weet nu dat mist niet ‘t zelfde is als sneeuw, maar dat ‘t wel net zo wit en net zo nat is. Dus dat vergeet ik nu nooit meer.
Zachte kopjes en ‘n stevige poot,
Joep
Nog drie nachtjes slapen, en dan is volgens m’n personeel dit jaar alweer voorbij. Gelukkig komt daar achteraan dan wel weer een heel nieuw jaar, alleen het laatste cijfer van de vier is dan anders. En dat is toch een hele geruststelling.
Stel je voor, vorig jaar om deze tijd bestond mijn hele wereld uit de slaapkamer, de gang, de badkamer, de zijkamer, de woonkamer en de keuken. En heel veel vensterbanken, waar ik toen al heerlijk kon liggen dutten.
heeft gedaan. Tsjonge, wat kan die poezendame mooi schrijven, zeg. Ik heb nu nog niet alle verhalen voorgelezen gekregen, maar ik weet zeker dat Bram vanachter de Regenboogbrug katertrots is op z’n zus.
Deze week heb ik precies één keer in ‘t zonnetje kunnen liggen. Dat was dinsdagmiddag, precies een haf uur lang.
buiten helemaal wit is, en dat het een leuk geluid maakt als je er overheen loopt. ‘t Schijnt alleen wel koud te zijn aan de poten als je te lang buiten bent en je laat sporen na, dus iedereen kan zien waar je bent geweest. Wat m’n vrienden daarmee bedoelen weet ik niet, maar ze mauwden dat ik dat wel zou snappen als ‘t ooit nog ‘s wit gaat worden buiten.
achterdeur om naar terug te gaan. We boffen. Dus m’n personeel en ik vinden dat ook de dakloze diertjes geholpen moeten worden en rond de kerst juist nog meer dan in andere maanden. Want uit eigen ervaring weet ik dat er in dit seizoen weinig muizen te vinden zijn. En slapen met een knorrend buikje is niet goed.
Vorige week zaterdag heb ik toch wat meegemaakt… Ik ben naar het Lichtjesfeest van Kianjo en Djoeke geweest. M’n blog was nèt af, en toen stond de bus die Belle gehuurd had al voor de deur om me op te halen. Altijd gezellig, want sinds de zomer zijn er eigenlijk geen grote feesten meer geweest, dus ‘t was kattastisch om zoveel vrienden al in de bus tegen te komen en de hele rit naar Brabant lekker met elkaar bij te kunnen mauwen. Ik had nog nooit een Lichtjesfeest meegemaakt, dus was wel heel nieuwsgierig naar hoe dat zou zijn…
Maar ja, m’n moeder heeft me geleerd dat ‘t niet netjes is om als ik ergens binnen kom gelijk m’n bekkie vol te proppen, dus ik heb eerst de boom ‘s goed bekeken, en het hele kerstdorp met huisjes en lichtjes. Want zóveel heb ik bij mij in huis niet staan, dus ik keek m’n ogen uit en genoot. En er was natuurlijk een hoop bij te mauwen met alle vrienden die al op ’t feest waren, en dat kan ook niet met een bek vol.
Er was nog heel wat gebeurd terwijl ik onder de kerssemusseboom lag te slapen, en ik heb daar echt waar werkelijk helemaal niks van meegekregen.
Nou, ik hoop dat jullie deze nieuwe blog allemaal nog gewoon op je eigen vertrouwde plekje voorgelezen krijgen of zelf kunnen lezen, en dat niemand met Sinterklaas naar Spanje is vertrokken…
Gelukkig was het droog die avond, maar na een uurtje of wat begon ik toch kouwe poten te krijgen. En daar hou ik niet van, dus ik nam afscheid van m’n vrienden en ben maar weer naar huis gelopen. Ik had wel trek in een paar brokjes, en m’n personeel was toch nog wakker want ‘t licht in de woonkamer was nog aan. Voor de zekerheid heb ik eerst even vanaf de tuintafel naar binnen zitten gluren of er écht geen drukte bij mij thuis was, maar m’n personeel zat gewoon lekker rustig in de bank en alles zag er vertrouwd uit.
Dat was nog niet alles, ik kreeg ook nog een pakje in m’n poten gedrukt. Nou ben ik zelf wat onhandig met pakjes openmaken, dus m’n personeel hielp een beetje mee en maakte het papier aan één kant voor me open. Ik stak m’n neus erin, want er kwam me een heerlijke lucht tegemoet die ik gelijk herkende: kattenkruid!