Lieve furriends van de blog, er moet me iets van mijn hart. In dit huishouden is namelijk iets aan de poot dat ik heel graag met jullie wil bespreken. Ik schijn niet te mogen klagen, omdat ik bij de juiste deur heb aangeklopt om asiel aan te vragen. Toch voel ik me ondanks alles achtergesteld.
Om met het kattenluik in huis te vallen: ik krijg te weinig eten. Dat vind ik. Mijn mens en ik furschillen van inzicht op dat punt. Het cijfer op de weegschaal is volgens haar het bewijs dat ik echt genoeg krijg.
Onderzoek
Mijn mening is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek van eigen poot. Iedere dag hou ik bij hoeveel vlees er in de voerbakken komt. Mijn studie duurt al weken, wat miauw ik, al maandenlang. Na het verwerken van alle resultaten is er maar één conclusie. Er wordt met meerdere maten gemeten. Dit is het geval. De voerbakken van mijn grote broer Foppe, mijn
tante Cato en van mezelf zijn identiek. Kleine ronde bakjes, lichtgroen van kleur. Ze zien er alle drie exact hetzelfde uit. Behalve als het aankomt op de inhoud. Tweemaal daags maakt ons mens een zakje vlees in saus open. Zodra het hoekje scheurt, komt de verleidelijke geur me al tegemoet. In mijn bek voel ik hoe het water zich verzamelt en dan langzaam langs mijn kin drupt. Mijn buik rommelt als een malle. Het voelt als een groot gapend gat. Ik weet zeker dat ik wel een driehonderdduizend van die zakjes op kan. Maar wat krijg ik? Een theelepeltje. Eén schamel theelepeltje.
Verdeling
Hoe ik dat zo zeker weet, hoor ik jullie denken. Dat zit zo. Als ik op mijn achterpoten ga staan en me helemaal lang maak, raken mijn voorpoten de rand van het aanrecht (daar is geen fotografisch bewijsmateriaal van, maar ik kan het echt). Alleen nog even mijn kop uitstrekken en ik kan meekijken hoe ze het vlees verdeelt. In de allergrootste bak voor het zwerfkatje buiten gaat een half blik. U leest het goed, een half blik! Daar heb ik me mee verzoend. Hij heeft geen thuis en de enige plek waar hij zijn buik kan vullen, is bij ons voor de deur. Ik weet nog hoe het is, om geen thuis te hebben. Daarom knijp ik een oogje toe. In het bakje van Foppe gaan twee volle scheppen. Omdat hij anders te mager zou worden. Tante Cato krijgt twee theelepels. En ik dus maar eentje.
Op de foto boven zie je de verschillen. Mo zegt dat ze dat expres doet. Ze zegt dat ik toch wel alle restjes op eet. Dat is waar. Ik doe altijd met veel plezier voor iedereen de afwas. Ik heb tante Cato wel eens horen fluisteren dat ze bewust een beetje voor me laat staan. Omdat ik er nog van moet groeien. Misschien is ze toch wel liever dan ik dacht. Afhankelijk van hoe de snorharen van Foppe hangen, laat hij meer of minder staan. Dat laat ik me goed smaken.
Deksel op mijn neus
Ook deze keer zit ik uitgehongerd bij het aanrecht te wachten tot de bakjes worden verdeeld. Ik verheug me al op de afwas. Soms laat Vriendje (de zwerfkat) ook nog wat staan. Hij heeft superlekker vlees uit een blik. Heel wat anders dan het saaie dieetvoer uit het zakje. Toch eet ik het snel met smaak op. Dan ren ik door naar de plek waar tante Cato eet. Hoe kan dat nu? Met haar tong gaat ze langs alle randjes en laat een smetteloos bakje achter. Foppe heeft een hongerige dag en schrokt alles zonder moeite naar binnen. Er zit maar een ding op. Vriendje wegjagen bij zijn bak. Ik ben te laat. Ook daar vind ik de hond in de pot.
Koppie van Japie
Laat ik gelijk maar met het kattenluik het nieuwe jaar invallen. Slecht meows kan je beter direct meowen. De pleister er in één keer aftrekken. Vorige keer liet ik al iets doorschemeren.
Nadat ik uit het egelhuis was geplukt, ging er een heel protocol van start. Dat is een moeilijk woord voor een stappenplan met allerlei regeltjes. Ik werd aangemeld bij een asiel, die me aanmeldde bij allerlei instanties. Ook bij een witjas. Het toeval wil dat mijn mens als pleegopvang voor dat asiel werkt en dat ik daarom bij haar thuis mocht blijven. Anders had ik in het hotel voor dieren zonder thuis gemoeten. Witjas, je weet wel, die me de allerlelijkste meen koen noemde die hij ooit had gezien, bekeek me van alle kanten en luisterde met een koud ding op mijn toch al zo koude lijf. Een reuteltje in mijn longen. Dat wist ik zelf al lang, omdat ik vaak kuchte. Ik moest vieze pillen slikken, dagenlang. Het hoestje ging over, dus het had wel effect. Eind goed al goed zou je denken. Niets was minder waar.
Zelf ben ik er het levende bewijs van dat het goed is gekomen. Ik ben een halfjaar als zeehond door het leven gegaan en toen waren alle geniepige beestjes *) eindelijk vertrokken. Wat een wonder, hè?! Omdat ik nog in de groei ben, worden mijn longen langzaamaan een beetje beter. Al zit rennen er nog steeds niet in. Wel ben ik supergoed in boomklimmen. Laat ik dat nou ook nog hartstikke leuk vinden. De afgelopen weken klom ik iedere ochtend naar boven en bleef urenlang zitten om te kijken of het nieuwe jaar al in zicht was. Eindelijk is het zover. Een kersvers jaar ligt voor ons met een heleboel blanco bladzijdes. Laten we daar met zijn allen heel veel kleurrijke pootafdrukken op maken. Ik kijk er naar uit samen heel veel purrrrfecte en poesitieve herinneringen te maken. Doen jullie mee? Happy moewyear.
Magnum en Nola, de konijntjes die buiten in de grote ren wonen. Zij gaven mij een schuilplek onder hun golfplaten dak in de tijd dat ik een zwervertje was. Heel verdrietig is Magnum onlangs weduwnaar geworden. Ik ga vaak even bij hem op de grasspriet. Dan snuffelt hij mooie herinneringen over zijn lieve meisie.
Furriends
Mijn opleiding van bang verweesd kitten tot stoer huiskatertje met een familie is afgetrapt met een belangrijke les: Tante Cato gaat altijd voor. Mijn grote broer beaamt het. De wil van zijn nukkige moeder is wet. Daarom gaan we gauw verder met vervolglessen.
Dief
mijn mama ben gescheiden en nog altijd een zuigbehoefte heb. Bij gebrek aan moederlijke types in ons huishouden, mag ik lurken aan een fles vol warme (surrogaat) kittenmelk. Dat gaat er gretig in. Voor het eerst in lange tijd val ik met een volle buik tevreden in slaap. De oplossing voor mijn onverzadigbare honger lijkt onder pootbereik. Tot het moment dat ik niet alleen de fles leeg slurp, maar ook een deel van de speen opvreet. Het bezoek aan witjas laat mijn nekharen recht omhoog staan. Over dat stukkie speen kan hij kort zijn. Die poep ik vanzelf wel uit. Maar hij is streng en zet me op rantsoen! De weegschaal slaat door naar een gevaarlijk hoog cijfer. Ziekelijke vraatzucht is zijn conclusie. De brokken gaan op de bon en de flesjes melk moeten stoppen. Als ik dat hoor, begin ik te schreeuwen als een speenvarken.
Weten jullie nog hoe ik doodsbang verstopt zat onder het vest van mijn nieuwe mens? De warmte van haar lijf en hartslag maakten dat ik me steeds rustiger voelde. Toen de rits een stukje naar beneden ging en ik mijn kop naar buiten wurmde, wachtte daar een grote verrassing: mijn zwarte furriend uit de tuin.
