Pfffff, dat het toch nog is gelukt om wat letters uit mijn duim te zuigen is een wonder. Het had nogal wat poten in de aarde. De computer waar ik mijn furhaal mee maak heeft kuren. Het oude barrel blijft maar updaten. Om dan na uren ratelen te zeggen dat er een fout is opgetreden en de update opnieuw gaat starten. Ik krijg er geen nagel tussen om ook maar één woord te typen. Dan is het apparaat nog erger van slag.
Eten
Wie ook kuren heeft, is mijn grote broer. Eerder meowde ik over onze avonturen bij witjas. Foppe zakte voor de apk en kreeg geen stempel in zijn poespoort. Dat furhaal kreeg een staartje. Hij moest steeds opnieuw terugkomen, omdat zijn jas is gaan slobberen en er uit ziet alsof er motten in wonen. Ik heb mijn poten vol aan zijn afwas. Hij eet alleen maar minihapjes en laat daar de helft van staan. Natuurlijk help ik mee. Ik ben de rotste niet. Het is zo zonde om restjes weg te gooien, vind ik.
Ons mens sjouwt zich licht en donkers een breuk aan emmers sop die nodig zijn om sporen uit te wissen als hij hoge nood heeft. Onder ons gemiauwd, elf van de tien keer haalt hij de plastic plasdoos niet.
Gezond
Verder zijn er zorgen om kwakkelende furriendjes. Nee, nee, geen kakelende, kwakkelende. Dat is als je tobt met je gezondheid. Onze oudste blogger heeft zelfs zijn koffer gepakt en kleurt nu de hemel mooier. Ook hier bied ik mijn helpende poot. Een jas met veel haar komt goed van pas. Die dept tranen als de beste. Daarnaast vind ik het spannend wat er met onze opperblogger aan de poot is.
Al met al wist ik eerlijk gemiauwd niet zo goed of ik deze keer wel verder moest furtellen over ons kattenluik, dat nog altijd ieder donker klikklakklikklak doet. ‘Hallo lieverd,’ zegt mijn mens dan met een glimlach in haar verdrietige stem, ‘fijn dat je er weer bent.’ Misschien moet ik de pootleiding voor het resetten van mijn chip maar furstoppen. Mo wordt er blij van als Oom Sjakie gedag komt miauwen.
Of zou ik het kunnen gebruiken voor dat stomme apparaat dat maar blijft zeggen dat er een fout is opgetreden, maar er niet bij zegt wat voor fout. Misschien is chiptuning wel iets voor de pc. Dan is dat probleem tenminste opgelost. En kan ik volgende keer in geuren en kleuren furtellen over de ongekende mogelijkheden van deze nieuwe vinding.
Koppie van Japie
Extra veel voor iedereen die dat nodig heeft

In de grote deur die op de tuin uitkomt, zit een luik op kattenooghoogte. Dat is handig, want als mijn mens weigert voor portier te spelen, kan ik dat lage deurtje eigenpotig bedienen. Het enige wat ik nodig heb, is een pursoonlijke sleutel. Die sleutel zit diep verstopt onder mijn jas, zodat niemand hem kan pikken en ik hem nooit kwijt kan raken. Zo’n ding wordt een chip genoemd en is superslim. Want die chip kan dat kattenluik voor mij open maken. Zodra ik op kopafstand van dat kattendeurtje ben, ‘ziet’ die chip dat en voilà, het luikje klikklakt vanzelf van slot. Wel heeft dat luik eerst moeten leren wie er wel en wie er geen pursoonlijke sleutel heeft. Mijn furriend CW bijvoorbeeld zou maar wat graag mijn voerbak leeg vreten, maar hij heeft pech. Zijn sleutel past niet in ons slot. De enige die naast mij, Foppe en tante Cato naar binnen mag, is Oom Sjaak. Van die optie maakt hij nog altijd gebruik. Dat zit zo.
slot gaan. Dat is raar, want Foppe ligt bij ons mens op schoot, Cato naast haar op de bank en ik opgerold op een stoel. Mo deed er nieuwe batterijen in. Dat hielp niet. Ze maakte het luik van binnen en van buiten brandschoon. Er kwam een complete zandbak uit de motor en ook een halve Japie aan vacht. Deze grote schoonmaak had geen effect. Het luik bleef klik, klak, klik, klak doen. De fabrikant werd benaderd. Die heeft al eerder met succes geholpen toen dit deurtje fratsen had. Alle tips werden opgevolgd en toch bleef het luik iedere avond doen waar het zelf zin in had. Ze keek de instellingen van onze automatische deur na en realiseerde zich toen pas dat niet alleen wij drieën maar ook Oom Sjaak nog altijd toegang heeft. Sindsdien praat ze tegen hem als het slot weer uit zichzelf open en dicht gaat, terwijl wij liggen te ronken. ‘Fijn dat je er weer bent, lieverd’, zegt ze dan. Je kunt van alles vinden van dit onzichtbare contact. Wij zijn allang blij dat ze niet meer zo neurotisch doet over dat slot. Eind goed al goed, zou je denken. Tot we pas naar witjas moesten voor onze APK.
langs je jas en bij een bliep is je chip oké. Bij mij ging de piep al bliepen voordat het apparaat in de buurt van mijn jas was. Dat hoort niet. Opeens ging er een lichtje branden bij ons mens. Zou dat de reden zijn waarom het luik iedere avond klik, klak, klik, klak doet?! De stoel waarop ik slaap staat dan wel in de woonkamer, maar er zit alleen maar een dun muurtje tussen mijn slaapplek en het luik.
Het had de nodige poten in de aarde, maar na een fikse workout zitten we dan eindelijk alle drie in een rammelbakkie. Als door een wonder heb ik net geen wortel geschoten.
haar poespoort. Zo doet ze dat dus. Netjes blijven zitten, dan is het snel achter de rug.
een specialist over hoe nu verder. Daar horen we later meer over. Na een prik, een compliment dat ik echt een mooie kerel ben en dapper bovendien krijg ik toch die felbegeerde stempel en mag terug in het bakkie. Onderweg naar huis maak ik in mijn kop een lijst voor de volgende keer.
Daar zit ik dan. In dat hermetisch afgesloten bakkie waar ik wel in kan draaien, maar verder geen kant op kan. Door de tralies heen ziet de wereld er blokkerig uit. Het bakkie staat op de mat bij de voordeur. Vanaf hier heb ik zicht op de keuken en de trap. ‘We gaan zo weg’, zei Mo naar wat het lijkt een eeuwigheid geleden. De smaak van de extra kipsnackjes die ik als beloning kreeg, is allang verdwenen.
te dagen. We hebben een familie-uitje. Mijn broer en tante gaan mee voor mijn Algemene Poezen Keuring. Het wordt tijd dat ze opschieten, want ik heb het wel een beetje gehad in dit bakkie.
Het is verdacht stil als ik door het kattenluik dender. Mijn wacht in de boom zit er op. De kinderen zijn naar school. De buren naar het werk. Tijd voor een tweede ontbijt.
verder: ‘Kom op, man, het is hartstikke lekker weer. Dan ga je toch niet hier in die smoorhitte liggen.’ Eindelijk draait Foppe zijn kop om. ‘Je moet je verstoppen, Japie, zo snel mogelijk! Heb je de rammelbak niet zien staan?’ ‘Bedoel je dat ding met het tralietje? Ja, die heb ik al even uitgeprobeerd. Leuk bakkie, toch?!’ Als Foppe begint te raaskallen over witjas trek ik aan mijn stutten. Misschien moet ik dat bakkie wat beter bekijken.
‘Ga je mee, Japie?’ Het is een vraag en tegelijkertijd voel ik aan mijn snorharen dat elk antwoord overbodig is. Ik kan wel nee miauwen, maar ik heb zomaar het gevoel dat mijn nee nul komma nul effect heeft. Mo heeft moeite om het bakkie met het hermetisch afgesloten traliewerk op te tillen. Binnenin schommel ik alle kanten op. Ik moet me schrap zetten om niet om te vallen. ‘Waar gaan we heen?’ wil ik weten. ‘Het is tijd voor je eerste APK. Dus we gaan even langs de dierenarts.’ Ik denk terug aan die ene keer. Jullie weten wel, toen die witjas me de allerlelijkste meen koen noemde die hij ooit had gezien. Hoogste tijd voor revanche.