Hallo lieve katermannen en kattenpoezen,
Toen ik van de week vroeg in de ochtend mijn neus tegen het koude raam drukte, wist ik het meteen: Dit wordt een mooie witte dag. Buiten in mijn jungle lag alles onder een dikke, witte deken. Mijn tuin was veranderd in een stil sprookje, waar elk geluid zacht klonk, alsof de sneeuw zelf de wacht hield.
Kou
Zodra de deur een kiertje open ging, glipte ik naar buiten. De kou kriebelde aan mijn snorharen, maar ik liep gewoon door. Integendeel, mijn ogen glansden. Met een voorzichtige poot tikte ik de sneeuw aan. KOUD! Maar ook spannend. Ik zette nog een stap, en nog één, tot mijn pootafdrukken als kleine bliksemschichtjes achterbleven in het wit.
Plotseling sprong ik op ……een sneeuwvlok was recht op mijn neus geland. Ik schudde met mijn kop en rende achter de dwarrelende vlokken aan, alsof het spelende insecten waren. Ik maakte rare sprongen, rolde door de sneeuw en kwam weer overeind met een snuit vol witte stipjes. Voor één keer leek ik zelf wel een sneeuwkat.
Struik
Bij de oude struik bleef ik even staan. Onder de sneeuw hoorde ik iets ritselen. Was het de wind? Of misschien ….de egels, diep verstopt en dromend van de lente? Ik sloop dichterbij, stap voor stap, mijn staart laag maar ontspannen. Ik blies zachtjes tegen de struik, als of ik wilde zeggen: slaap maar rustig verder, en wandelde toen trots verder.
Aan het eind van de tuin vond ik mijn favoriete plekje, nu bedekt met sneeuw. Ik draaide een paar rondjes en ging zitten, rechtop, als een wachtersbeeld. De wereld was stil, fris en nieuw, en ik voelde mij er helemaal thuis. De sneeuw maakt mij niet bang ….ik kreeg het gevoel dat elke pootstap een avontuur kon zijn.
Ineens hoorde ik een bekend geluid. Krraap..krraap. Dit geluid kende ik maar al te goed:
Roover.
Roover zijn vacht licht opgezet tegen de kou, zijn ogen scherp en onderzoekend. Hij keek mij aan en zei: kom mee, dit moet je zien.
Samen glipten we door de sneeuw. Die lag er nog net zo stil bij als eerder die dag. Maar omdat het al begon te schemeren leek het net of in de tuin duizend sterren aan het fonkelen waren in de sneeuw. Ik stapte zonder aarzelen de sneeuw in, terwijl Roover eerst voorzichtig een poot neerzette.
Ik rende vooruit en liet zien dat sneeuw helemaal geen probleem was. Ik sprong, gleed, en maakte scherpe bochten alsof de wind mij achterna zat. Roover keek toe en kon een glimlach niet onderdrukken. Maar volgde mij rustig en bedachtzaam.
Bij de schutting ontdekten wij vreemde sporen. Geen vogelpootjes. Geen kat, iets kleins, met een slingerende lijn. Roover en ik begonnen gelijk te snuffelen.
De sporen leiden naar een hoekje in de tuin, waar de sneeuw hoger lag en het stiller was dan elders. Hier bleven we staan. Geen van ons maakte een geluid. Wij wisten het allebei, hier hoorde je zacht te zijn. Hier sliep de winter.
Roover ging zitten, zijn staart netjes om zijn poten. Ik deed hetzelfde. Samen hielden we de wacht. Twee katten in een witte wereld, jong en iets ouder, vriendjes.
Toen tikte Roover zachtjes zijn kop tegen die van mij aan. We wisten genoeg. Geen woorden nodig. We keerden terug naar huis. Onze pootafdrukken naast elkaar in de sneeuw.
Witte velden
Toen ik later weer naar binnen ging, koud maar tevreden, kroop ik op mijn zachte deken. Met half gesloten ogen en een diepe zucht viel ik in slaap, terwijl buiten de sneeuw bleef vallen. En in mijn dromen rende ik verder, door de eindeloze witte velden, waar elk spoor liet zien: hier ben ik geweest.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik knuffels, lekker eten, snacks en snel veel zon toe. En ome Doerak zit voor altijd in mijn hart.
🐾 Poot van Bliksem

Dan hadden we Roover.
Luna
Hallo katermannen en kattenpoezen,
Er was iets bijzonders aan deze deken. Het leek net of deze deken mij zachtjes riep.
bank. Werd de deken gewassen? Dan wachtte ik geduldig naast de wasmand, alsof ik toezicht hield op een heel belangrijk iets.
Hallo katermannen en kattenpoezen,
Plotseling hoorde we een zacht miauwtje. Uit een boom kwam Luna naar beneden geklauterd, haar vacht glanzend in het daglicht.
Saame
Hallo katermannen en kattenpoezen,
zonnestralen op de vensterbank, zachte dekens op koude dagen, en de stille taal van liefde die geen woorden nodig heeft.
Doerak