
Hoi allemaal, ik hoop dat jullie een fijn wiekent hebben. Het is namelijk lente. En in de lente wordt mijn tuintje alleen maar mooier.
Tuin
Er komen keiveel beestjes. Ik zal ze opnoemen.
Er komen: bijtjes, hommels, vogeltjes, lieveheersbeestjes, spinnetjes en van die andere vliegende insekten waarvan ik niet weet hoe die heten. En mijn struiken worden kei mooi groen en je zal wel denken, ‘Bram de tuinman’ die weet het wel van dat tuinen en zo. Nou nee hoor. Ik weet alleen dat als het kei groen is dan kan ik me beter verstoppen in de struik voor de beestjes. Dan heb ik kammoeflaasje en dan zien ze mij niet in de struik zitten.
Groeien
Maar nu is dat nog niet zo. De struik moet nog iets beter groeien. Nu doe ik alleen nog maar de planten in de potten tjekken. Ik ga met mijn neus er boven hangen en dan kijk ik of ik kleine beebie plantjes zie. In heel veel potten is dat nog niet. Dat is best raar toch want het is al lente. Dan moeten de plantjes uit de grond groeien. Ik ging dat navragen bij mijn vrouw want ik weet niet waarom het zo is. Toen vertelde ze tegen mij dat het eigenlijk nog een beetje te koud is voor de beebie plantjes. Pas als de zon iets langer warm is, dan komen de beebie plantjes uit de grond. Nou wilde ik kei graag dat de zon er al langer was en dat de zon ook wat warmer was zodat ik die beebie plantjes kan zien.
Kip
Toen dacht ik, ik kan toch ook een beetje zon zijn? Hoe doen kippen dat dan? Die gaan op hun beebie ei zitten om te warmen. Ooooo en nou snap ik het helemaal! Ik ga op de beebie plantjes zitten en dan warm ik ze op! Net als een mama kip dat doet. Dan worden ze straks kei mooi groot en sterk.
De zon was er ook een beetje en ik had mijn pot gevonden waar ik mijn beebie plantjes deed opwarmen. Ik ging er helemaal in liggen zodat de beebie plantjes het kei warm hebben, slim he. Nu wachten we tot de beebies uit willen komen. Ik ben kei benieuwd want ik vind op zo’n beebie plantje zitten kei leuk. Het is spannend. Je weet niet hoeveel beebie plantjes er uit komen en dan ben je in een keer een mama kip voor de beebie plantjes.
Warm
Ik kan nu niet te lang bij de kompjoeter blijven, want die beebies moeten warm worden. Tot volgende keer! En als jullie beebie plantjes hebben, lees ik het heel graag! Dat vind ik leuk, dan ben ik niet alleen een mama kip!
Bram

Mijn vrouw heeft een kei grote pot van dat spul want zij maakt wiewzakjes. Dat doet ze voor de bange katers en poesen onder ons. Ze worden dan iets rielekster en dan is hun tijd niet zo moeilijk. Sommige kunnen dan zelfs iets meer dan anders. Zoals een kopje durven geven want niet iedereen durft dat. En natuurlijk zit ik er met mijn neus bovenop want ik wil altijd snoffen aan de pot.
Ik ging toch maar eens dichterbij zitten en snuffelen aan de blokjes. Ze roken vreemd. Ze roken naar oud zand en geemies, dat is een moeilijk woord voor allemaal ingreediejenten. Mijn vrouw liep weer naar de kast en haalde daar een ijzer ding uit met een snoer er aan. Nu wist ik het niet meer want er zijn geen kwasten. Die heeft ze ook niet gepakt want ze deed de stekker in het stopkontakt en daarna ging ze op de stoel zitten. Opeens vroeg ze, ‘Brammie, doe je mee?’ Dat wil ik wel maar wat gaan we doen dan? Nou ze vertelde mij in deetaj wat dit is.
Ik vond dit kei spannend en leuk. Ik werd blij en mijn staart ging bibberen. Dat doe ik als ik het kei maar dan ook kei leuk vind. Eerst wilde ik Blauw! Of nee? Of toch Roze? Oh wat moeilijk! En al die mooie kleuren. En ja, ik trappelde een beetje want dit is zo leuk om te doen. Ik vond blauw en roze toch echt de mooiste kleuren. Ik heb ze zelf gekozen met mijn neus want ik rook eraan en deze roken niet geemies.
Hoe gebeurt dat? Nou, we hebben emmers, een visnetje en oja water in een emmer met een plantje er in zodat de visjes daarin kunnen. Mijn vrouw doet met het netje de visjes vangen en in de emmer met water. Daar moet ik natuurlijk bij zijn want ze moeten wel allemaal in de emmer. Ik loop op en neer en kijk dan in de emmer. Ook sta ik wel eens op mijn vrouw haar been als ze hurkt. Dan kan ik beter in de emmer kijken.
Als de visjes in de emmer zitten, kijk ik daar graag naar. Ze zijn heel snel namelijk. Soms raak ik wel eens een visje aan met mijn poot. Dat kriebelt. Mijn vrouw zegt wel dat ik voorzichtig moet doen en dat ze geen snek zijn. Ik denk dat deze visjes niet eens lekker zijn want het water wat op mijn poot zit, lik ik er af en het smaakt geeneens naar vis.
beestjes, op kleine donsjes en andere veren. Er zijn ook verdiepingen met ramen zodat ik daar naar buiten kan kijken voor als er seeriejeus iets aan de hand is. Ik mag alleen de tuin niet uit en de straat niet over omdat ik de weg niet ken, dat is alles.