
Hoi lieve allemaal, het is buiten al gewoon zomer geworden. De zon schijnt de hele dag en het is echt al kei warm buiten. De bloeme zijn al kei mooi aan het worden. Sommige zijn wit van kleur en we hebben ook paarse en roze bloeme. Van mij vrouw mag ik daar nu niet meer op liggen. Eerst deed ik dat wel. Toen waren dees bloeme nog klein en een zaadje in de grond. Want ik was toen een Brammiekip omdat ik dees bloeme warm wilde houden maar nu doet de zon dat.
Eigen gras
In mijn tuintje heb heel veel bloeme en bomen. En ik heb ook weer gras. Mijn eigen gras waar ik van eet. Dees gras is goed voor als je last hebt van haarballen. Het is gras die alleen voor poese en katers is, dus niet voor mensen. Je manspersoon of vrouw kan heel ziek worden als ze gras eten. Maar ik vind het lekker. ’s Morgens als ik wakker ben en mijn vrouw is ook wakker, dan mag ik meteen naar buiten. In de winter mag dat niet maar nu wel omdat het warm is. Dan ga ik eerst even alles kontrooleere. Dat hoort zo. Dat is mijn roetiene die ik al heel lang heb. En ik vind het fijn.
Saame
Nu dat Mila ook buiten durft te zijn, doen we saame spelen. Soms tik ik haar aan met mijn
poot en dan ren ik kei hard weg. Maar zij doet dat ook. Dan tikt ze mij aan en dan rent ze hard weg. We doen ook wel eens verstoppen. Dan gaat een van ons achter een struik zitten en dan gaat de ander zoeken. Maar je mag niet mauwen waar je zit. Anders ben je te snel gefonde. En als een van ons dan langs de struik komt, spring je als een groote leeuw boven op de ander. Het gebeurt ook wel eens dat ik dan oer wordt en dat ik dan Mila doe bijten. Niet hard hoor maar gewoon omdat ik oer ben. Zij krijst dan kei hard omdat ze schrikt. Dan vind ze het spelen niet meer leuk.
Bam
Mijn vrouw deed laatst ook mee spelen. Zij pakt dan een grasje van mijn grasplek en dan zwiept ze die rond. Dan moet ik gewoon dat grasje hebben. Het is van mijn grasplek en dan wil ik gewoon aan dat grasje knabbelen. Mijn vrouw zwiept het van links naar rechts en van onder naar boven zodat ik het moet fange. Saame spelen is het leukst en ik doe graag mee. Met mijn oog probeer ik het grasje te folge en met mijn lijf zit ik stil. Mijn achterwerk staat in pooziezie klaar. Dat wil zeggen klaar voor aksie. Mijn kop denkt alleen maar aan dat grasje. Het grasje komt nog eens langs mijn kop af. Van links naar rechts en weer terug. En nog een keertje komt het grasje langs en nu ben ik er klaar voor.
Bam! Met mijn poot tik ik kei hard tegen het grasje maar het was mis. Nu komt het grasje weer langs maar nu ben ik slimmer. Met mijn voorpoot tik ik tegen mijn vrouws hand en ik doe een klein beetje nagel gebruiken. Dan kan haar hand niet weg maar het grasje ook niet.
Bam! Hebben. Ik heb haar hand gefange en het grasje. Nu kan ik het grasje opknabbelen. Trekt mijn vrouw zomaar ineens haar hand terug toen ik niet deed opletten en nu was ik het grasje kwijt. Ik keek om me heen maar ik zag het nergens meer. Opeens voelde ik iets op mijn kop. Ik schudde mijn kop en boog mijn kop naar voren. En toen zag ik het. Daar was het grasje wat ik had gefange van mijn vrouws hand.
Nu ga ik het grasje wel opeten want ik heb het verdient want ik heb het goed gefange.
Hoi lieve allemaal, het saame poote wassen is bij heel veel goed gegaan. Sommige kwamen een beetje in de knoop maar ik denk dat dees poese en katers misschien een beetje ongeduldig waren. Maar iedereen heeft het kei-goed gedaan! Misschien doen we een keertje poote wassen voor erfare poese en katers. Maar dan moet ik zelf eerst erfare worden. Want nu doe ik alleen nog beginners poote wassen.
ook dat er een rood puntje aan het stokje zit. Toen heeft mijn vrouw het stokje opgeraapt en het bolletje eraf gebroken. ‘Zo Brammie, dat bolletje is gevaarlijk, daar kan je vuur mee maken’. Nou, dan snap ik wel waarom ze dat bolletje eraf brak. Ik wist niet eens dat stokjes vuur konden maken. Ik ben dan ook een tuinkater en geen dafinsie. Mijn vrouw rolde het stokje terug op de grond en toen rolde het verder. Mijn kop en lijf kwamen meteen in aksie. Met mijn lijf sprong ik keihoog in de lucht en toen bam! Bovenop het stokje met beide poote. Nu had ik het stokje gefange.
Heel even stond ik stil op het stokje om te kijken of mijn vrouw gezien heeft dat ik het stokje meteen had gefange. En dat heeft ze want ze zei meteen: ‘Goed zo Bram, die heb je snel gevangen.’ En dat had ik ook. Daarna foelde ik in mijn lijf dat ik verder wilde spelen. Het is een beetje oer maar toch ook weer niet. Ik moest gewoon met mijn poot tegen het stokje tikken om te zien wat het deed. Mijn zusje Mila was er inmiddels ook bij komen staan want ook zij heeft nog nooit een stokje gezien die eerst kon branden en toen niet meer toen mijn vrouw dat bolletje eraf haalde.
Toen ben ik naar mijn vrouw gegaan en heb ik gevraagd waarom het zo lastig is om te spelen met het stokje. Ik leerde van mijn vrouw dat het een luusiefer houtje is en dat dees vierkant zijn. Het heeft kanten en daarom kan het moeilijk of niet rollen. Ik wist eerst niet eens wat een luusiefer houtje is maar nu wel. Je kan er vuur mee maken als het rode bolletje erop zit. Eerlijk is eerlijk, ik hoopte van dat houtje dat het meer deed alleen maar schuiven. Het had moeten rollen zodat ik erachter aan kon rennen en dan kon ik het fange als een echte prooi. Maar dees hout mag van mij een luusiefer blijfe. Ik ga nu lekker in de zon dutten. Fijn wiekent allemaal.
de tuin. Zij deed kontroole met de bloeme. Het zijn aardbeienbloeme. Daar komen beestjes op af die de pollen willen hebben. Van mij mogen ze want als ik aan de bloem snof, moet ik vaak niezen. En nu was dat ook zo. Een bak van de aardbeienbloeme hangt laag aan een hek. Ik kan er makkelijk bij. Dus ik moet snoffen en kijken wat het is. Toen ik wilde snoffen zag ik ineens iets bij de tafel staan. Natuurlijk moet ik op inspeksie en kijken wat het is. Het is plestiek! Dat ken ik. Plestiek heb ik eerder gehad. Toen was het een zakje. Nu is het iets anders. Mijn vrouw zag dat ik met mijn kop langs het plestiek afwreef en zei tegen me; Brammie, dat is een emmer. Oh? Dacht ik bij mezelf. Een emmer.
Mijn kop kreeg een iedee. Ik kan met mijn poot in de emmer, dan kan ik water vissen. Dat is wanneer je je poot onder water duwt en dan het water oplikt van je poot. Zo heb ik dat vissen genoemd. Je vist naar water en het werkt. Mijn poot duwt de schijf aan de kant en vist voor water. Het water is koud aan mijn teene. Maar ik vind het lekker om het van mijn poot te likken. Ik proef het en het proeft nat. Ik weet niet of dat dat een smaak is maar het is geen kipsmaak want die ken ik. Ik proef eigenlijk geen andere smaken als alleen dat het nat is.
Ik leerde later van mijn vrouw dat de schijf een deksel is. Het hoort ook op de emmer te passen. Dat is voor wanneer je iets wilt bewaren en er mag niks anders bij. Met een deksel kan er niks anders vanzelf bij totdat je zelf de deksel eraf haalt. Dees deksel zat los en daarom kon er water in druppelen van de wolken. Ik vind dat niet zo erg want ik vind water van de wolken lekker om te drinken. Net als het water uit mijn eigen drinkbak binnen.
Maar toen ik over de blog aan het denken was, kwamen er allemaal spannende en soms verdrietige berichtjes van onze vrienden. Ik wil ze graag delen want ik vind het heel moeilijk als er iemand ziek is of zich niet lekker voelt. Van mezelf ben ik gefoelig en dan wil ik het deele zodat er misschien andere gefoelige katers of poesen zijn die dan denken, hoe doet Bram al die moeilijke dingen? Ik schrijf er over en deel het met jullie.
Wonderzalf
Hoi lieve allemaal, in de reejakzies van de vorige blog over plestiek las ik dat jullie kei erfaare zijn met dit soort dingen. Ik ken het niet eens.
Binnen heb ik een akwaariejum met visjes. Het zijn gup-visjes en de visjes moeten altijd warm water hebben. Dat is voor mij wel fijn want door dat het water warm hoort te zijn, wordt de bak ook warm. En dat is mijn denk-plek voor binnen geworden. Ik spring dan voorzichtig boven op de akwaariejum deksel. Daar kan ik op liggen en warm worden. Voor de raam hangen luuksefleksen. Die kun je open en dicht maken. Dat is voor wanneer het donker wordt of als er keiveel zon is. Als de luuksefleks open zijn, kan ik naar buiten kijken. Daar zie ik dan de voorkant van de straat. Soms lig ik dan op de akwaariejum te denke. Mijn buik wordt verwarmd en ik denk over alles na. Alles is natuurlijk wel heel veel. Maar er gaat ook heel veel door mijn kop heen.
Wolken