Moos wil ook wat zeggen

Hoi allemaal, hier ben ik weer samen met mijn broer Moos. Hij wil ook graag wat schrijven deze keer en dat is natuurlijk prima. Moos is een slimme jongen die goed weet hoe hij met een beperking kan omgaan maar we noemen dat hier niet zo. We zeggen juist dat hij heel speciaal en uniek is want dat klinkt natuurlijk veel beter en hij kan heel veel dingen gewoon goed. Soms zelfs beter dan ik. Ik zal Moos nu aan het woord laten zodat jullie weten wat er zoal speelt in zijn katerleven.

Moos

Hoi lieve vriendjes, Moos hier. Ik ben dus net als Lucky een rood witte katermans maar onze kleur rood is wel anders. Hij heeft meer donkerrood in zijn vacht en is veel witter aan de onderkant dan ik. Mijn haren zijn meer abrikoos kleurig zegt mijn vrouw dan. Dat vindt ze dan leuk want dan kan ze me Moos Abrikoos noemen. Nou, ik ben heus geen stuk fruit hoor maar goed, als ze dat leuk vindt moet ze dat vooral maar zeggen. Ik hoor het toch niet als ze dat zegt. Daarover wil ik dus wel vertellen.

Toen mijn mensen mij gezien hadden op Snuitjesboek, zat ik nog in het asiel. En no offence hoor, want ze waren daar heel lief en zorgden goed voor me maar het was niet mijn ding daar en ik had het er niet echt naar mijn zin. Ze kwamen me voldoende lekkers brengen hoor maar ik ben niet zo graag alleen en dol op knuffels dus dat leek me een stuk prettiger als dat gewoon de hele dag kon maar ja, er zijn in een opvang natuurlijk veel meer beestjes waarvoor ze moeten zorgen. Hoe dan ook, mijn vrouw had me dus gezien en toen hebben ze gebeld of ze naar me mochten komen kijken. Dus zo gezegd, zo gedaan. Ik had meteen een klik met mijn man en liep direct naar hem toe voor knuffels. Ze hebben nog een poosje bij me gezeten en toen werden de papieren in orde gemaakt en mocht ik mee. Het vangen bleek niet zo makkelijk want die gekke mand zag ik niet helemaal zitten. Ik heb inmiddels wel geleerd hoe ik daarin moet zonder te krabben of bijten dus dat is wel knap toch?

Na een lange reis kwamen we thuis aan. Daar mocht ik op zolder om even te wennen aan alles, aan alle geluiden en geuren maar ik had het daar zo gezien. Ik heb er een poosje gezeten totdat ik naar beneden kwam. Met Lucky had ik al kennisgemaakt toen maar we moesten wel een beetje aan elkaar wennen. Je krijgt er immers niet zomaar alle dagen een broertje bij. Als mijn mensen mij riepen toen ik op zolder zat, kwam ik niet altijd. Ik zat wel eens onder het bed en dan zag ik hun voeten, dan kwam ik wel hoor. Maar ze vroegen zich wel af waarom ik niet altijd meteen kwam kijken, terwijl ik eigenlijk helemaal niet zo bang was en ook graag knuffels wilde hebben.

Horen

Het heeft nog een poosje geduurd en ineens wisten ze het. Ik hoor gewoon niet zo goed als de meeste katten doen. En dan bedoel ik niet dat ik Oost-Indisch doof ben, want dat zijn veel katten volgens mij. Dat betekent dat je het wel hoort als je mensen wat tegen je zeggen maar dat je net doet alsof je het niet hoort. Dat is iets dat katten heel goed kunnen en dat ook helemaal erbij past. Dus als jullie dat wel eens doen, niks mis mee hoor want dat hoort erbij. Ik ben alleen echt slechthorend wat wil zeggen dat ik niet alles hoor. Dat betekent dat ik bijvoorbeeld wel de auto hoor als mijn mensen thuis komen, ook wanneer de deurbel gaat als de postmevrouw komt en soms ook bepaalde andere geluiden maar dat kan verschillend zijn. Soms hoor ik het ook helemaal niet en slaap ik heerlijk door terwijl er buiten best veel geluid of zelfs herrie is.
Als je niet goed hoort zoals ik, kan dat soms lastig zijn maar we hebben een goede manier gevonden om ermee om te gaan. Als ik contact wil met mijn mensen, dan ga ik dichtbij ze zitten, soms doe ik dan een zachte miauw of geef een kopje zodat ze weten dat ik erbij wil zijn. Dan krijg ik knuffels en ik weet dat ze tegen me praten want dan kijken ze me aan en blijven ze aaien. Dat is een prima manier om contact te hebben en zo doen we het vaak. Het slechte horen betekent wel dat ik niet vrij in de tuin mag lopen maar de onderdelen van onze nieuwe, grote ren zijn inmiddels hier en deze wordt de komende week nog in elkaar gezet zodat we daar alle ruimte hebben. Ik kan nu ook buiten maar zou wel graag wat meer ruimte hebben natuurlijk.

Anders

Als poezel zijnde is het niet erg als je anders bent dan een ander. Je bent er niet minder of maar juist uniek. Dus doof of slechthorend, misschien mis je een pootje (zoals vriendje Beam en die lieve rode poezel waarvan ik de naam vergeten ben, sorry) of een staartje, zie je slecht of ben je blind zoals bijvoorbeeld Ginger, het zusje van Lucky en haar zusje Abby of is er wat anders aan de poot? Dat maakt jou juist zeer speciaal en dat is iets dat je zeker niet mag vergeten! Je mensen vinden jou dan ook bijzonder en zullen zeker niet zoveel bij je willen zijn en je liefde geven! Die jij, ook al ben je net even anders, gewoon beantwoordt, ook al gaat het dan misschien wat anders en hoor je, zoals ik, het niet altijd. Het kan ook zijn voordelen hebben, want ik heb geen last van vuurwerk met het oudjaar en hoor het ook niet als de buurkindjes aan het gillen zijn. Ook dat is prettig want ik kan dan gewoon lekker doorslapen en word niet gestoord in mijn rust.

Knuffels van Moos en de rest

PS deze keer alleen foto’s van Moos want we hadden er best veel en konden anders niet kiezen

Kever heeft een mening over de naazomer

Foordat ik mijn letters ga maken, wil ik mijn vrienden en vriendinnen bedanken voor alle lieve woorden voor Mikkie, we hebben ze doorgegeefen aan zijn mensen en die hebben ze weer aan Mikkie ferteld, hij kan het goed gebruiken want hij is nog steeds bij de dokter, maar hij mag binnenkort weer naar huis, gelukkig maar!

~~~

Troopies

Mijn zomer lijkt elke keer wel voor altijd te zijn, ook dit jaar kan ik me bijna niet meer herinneren hoe het VOOR mijn zomer was, ik find mijn zomer het allerfijnste dat er bestaat, nau ja er zijn meer allerfijnste dingen, maar mijn zomer hoort daar zeker bij, ik hau zoooooveel van zon, hoe meer zon er is hoe fijner, ook als het keiheet is find ik dat fantasties, ik heb het nooit te warm, zau ik misschien een troopiese Kever zijn?!

Een paar daagen geleeden lag ik in mijn tuin en foelde ik ineens druppels… het reegende!, ik bleef gewoon in de struiken liggen want daar komt de reegen niet, totdat de reegen daar plotseling WEL kwam en ik snel naar binnen rende om tegen mijn mensen te tetteren dat ze me droog moesten maken met mijn haswand, dat is een haswand die spesjaal voor mij is als ik nat ben.

Naazomer

Na een paar minuutjes wilde ik weer naar buiten, maar het reegende nog steeds, echt keihard, hoe kan zoiets?, mijn vrouw legde me uit dat het al bijna het einde van de zomer is, dat heet naazomer, en toen begreep ik het: dus daarom is het froeger donker, en daarom liggen er allemaal appeltjes en peertjes in mijn gras, daarom waait het ineens vaker, en daarom foelt het in mijn tuin soms te frips om in het gras te liggen: mijn zomer is bijna afgeloopen…

Ik weet als tuinKever natuurlijk dat er na mijn zomer een herfst komt, en daarna een winter, dat is een tijd om meer binnen in mijn huis te zijn, en daar moet ik nu efentjes aan wennen, dat is omdat ik mijn hele zomer zo veel in mijn tuin ben, nieuwe dingen find ik altijd een beetje moeilijk, ik ga mijn zomer missen, dat weet ik nu al, van mij mag het wel altijd zomer blijfen, maar ik heb geleerd dat dat niet kan, hoe graag ik dat ook zau willen.

Ik werd er een beetje sip van, en mijn vrouw begreep dat meteen, zij findt de zomer ook het fijnste en ze haudt niet van de herfst en de winter, fooral niet als het reegent, Je bent echt een kind van mij Keef!, zei ze, maar dat was maar een grapje hoor!

Fieren

Het feest van mijn zomer is bijna foorbij, dat is jammer, maar mijn vrouw zei dat we nau Saame dan maar een feest van de herfst en de winter gaan maken, ja dat find ik een goed plan!, we weeten nog niet presies hoe, maar ik geloof dat je oferal en altijd feest kan fieren, misschien is het niet het feest waar we op gehoopt hadden, maar nau we er toch zijn gaan we ook dansen en rennen en genieten.

***

Ik blijf keihard tetteren voor vreede!!
En iedereen die iemand mist stuur ik zachte kopjes.

Joep over een bewogen week

Afgelopen woensdag was ‘t alweer een jaar geleden dat het even heel stil werd op de site van Saame…
Mevrouw Bert schreef daar donderdag al een prachtige blog over, waarin ze zowel over Tim, de voorganger van Huiskater Bert, als Ollie, de opvolger van Bert, hele mooie letters schreef. Maar vooral over Bert, en zijn voor mij toch nog plotselinge vertrek naar over de Regenboogbrug.
Ik had net 22 blogs op m’n naam staan, dankzij het vertrouwen dat Bert in mij, toen nog een kittenkatertje van amper 1 jaar, had uitgemauwd. Toch nog wat onzeker maakte ik m’n eerste blog, maar na 22 keer had ik het toch wel behoorlijk onder de voorpoot, al mauw ik ‘t zelf. En toen ineens was m’n mentor, m’n grote voorbeeld, één van m’n allergrootste helden, aan z’n laatste reis begonnen.

Herinneringen

Dagen, wekenlang daarna ben ik van slag geweest. Geen zin om te spelen, geen zin om naar buiten te gaan. Ik lag binnen op ‘t grote bed, of op de bank of in de vensterbank. Te denken en te verzinnen hoe het eruit zou zien daar achter de Brug. Ik had contact met m’n vrienden op Feestboek die al meer ervaring hadden met dierbaren die vertrokken, en daar heb ik een heleboel van geleerd. Zo kon ik het gemis, de leegte en de verslagenheid een plaatsje geven, niet alleen van Bert maar ook van mijn lieve vriend Brammiesaurus, die zo’n vijf maanden eerder uit m’n leven verdween.
Sindsdien zijn ze allebei nog steeds heel dicht bij me, samen met al die andere sterren waar ik ‘s nachts naar zwaai. Want liefhebben is ook loslaten om daarna voor altijd diep in je hart alle mooie herinneringen met je mee te blijven dragen…

Planten

Wat ik voor de rest nog heb gedaan deze week? Nou, eigenlijk niet zo heel veel. Vooral buiten genoten van ‘t mooie weer, lekker in de zon gezeten en gewandeld. O, en toezicht gehouden op m’n personeel  tijdens ‘t poten van de laatste planten in de volle grond. Maar daarvoor moest eerst plek gemaakt worden, dus Senior ging enthousiast met de snoeischaar in de weer om de oude hortensidingessen in te korten. Precies, de planten die in m’n persoonlijke buitenkattenbak staan, en die ik al het hele jaar goed bemest en bewaterd heb. Dat leek me een mooi moment om even de poten te strekken en een pauze te nemen, want toezicht houden is best hard werken hoor.
Maar toen ik weer terugkwam in m’n achtertuin schrok ik best wel, want alle uitgebloeide bloemen en heel veel grote bladeren waren gewoon… WEG!
Geen enkele praaivessie dus meer tijdens m’n dagelijkse bakgang… Nou ja, er staat nu nog één hortensidinges, maar die staat écht te dicht op de schutting om even katfortabel achter te kunnen gaan zitten. En die nieuwe planten zijn gewoon nog te klein om onder te bemesten en bewateren, dat duurt nog jaren voordat ik daar onder pas…

Plank

Midden in de week ontdekte ik trouwens dat het best wel lekker rustig ligt op de plank in de grote kledingkast, dus daar heb ik uit protest voor het genadeloos snoeien en de inbreuk op mijn privaat twee ochtenden, tussen ontbijt en lunch, heerlijk liggen dutten. ‘t Duurde even voordat m’n personeel door had waar ik was gebleven, want ik had me tussen een heel smal spleetje van de schuifdeur doorgewurmd. Ze hebben uren naar me lopen zoeken en ik hoorde ze een paar keer langs lopen en gniffelde zachtjes in m’n voorpoten, terwijl ik lekker tussen de wollen vesten en de truien lag. Pas op de tweede dag zagen ze me uit de kast komen voor m’n lunch, dus toen was de lol er voor mij alweer af om me in de kast te verstoppen. Maar ik hou dat plekje zeker in gedachten voor als het straks weer winter gaat worden.

Reismand

En wat denk je? Gisteren werd ik vlak voor m’n avondeten ineens in m’n kladden gepakt en in m’n reismand gezet. Ik heb nog twee geslaagde pogingen gedaan om me er weer uit te wringen, maar de derde keer lukte het me niet meer. Daar zat ik dan, terwijl ik eigenlijk naar buiten had gewild om de restanten van de hortensidingessen te bewateren en bemesten, maar m’n personeel was onverbiddelijk. Ik werd op schoot bij Senior in dat blik op wielen gezet, en er was geen ontkomen meer aan.
Nog voordat we de straat uit waren begon ik alle liedjes die ik van Kianjo tijdens haar workshop op het GWF had geleerd te zingen, maar m’n personeel begreep me niet. Nou, en toen heb ik het matje in m’n reismand maar bemest en bewaterd, net toen we voor de deur van die lieve dierendoktermeneer gestopt waren. Terwijl ik m’n matje aan het dubbelvouwen was om toch nog droog te kunnen zitten, zag ik m’n personeel een beetje pips rond de neus worden en werden de deuren heel snel opengezet. Tsja, een verteerde muis ruikt nou eenmaal niet naar bloemetjes…
Gelukkig is de mat in de wachtkamer uit m’n mand gehaald, netjes in een vuilniszak gestopt en buiten bij ‘t restafval in de container gegooid, zodat ik met schone droge billen rustig kon wachten tot ik aan de beurt was.

Dokter

Misschien vraag je je nu af waarom ik ineens naar die lieve dierendoktermeneer moest? Nou, niks ernstigs hoor. Junior had even daarvoor tijdens het kriebelen onder m’n kin een heel klein roze bobbeltje ontdekt. En omdat ze niet wist wat ‘t was wilde ze ‘t na laten kijken.
De lieve dierendoktermeneer keek er naar, pakte een tangetje, draaide het bobbeltje uit m’n kin en legde ‘t in z’n hand. ‘t Was zó klein dat Junior er zelfs haar leesbril voor op moest zetten, en toen zag ze dat er pootjes aan ‘t bobbeltje bewogen. Bleek dat ik een teek gevonden had zonder dat ik ‘t door had!
Nou ja, voor alles is een eerste keer mauw ik dan maar…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Ben ik een jager of een graver?

“Ollie, kom eens,” zei mijn vrouw.
Ik keek eefe en dacht het kan. Want je weet nooit, misschien staat het reiskorfje ergens waar ik het niet zie.
Ze gaf knuffels en ik liggen en knorren, ik hou fan knuffels, alleen toen opeens stelde ze een fraag en dat was of ik een jager was of een graver.
Meteen was ik uit mijn gefoel. Ik ging nadenken.

Hengel

Wat ik nou leuk find met treene is de flieberhengel. Daar zitten aan het eind fliebers en die vang ik dan als ze bewegen.
Soms zie ik ze onder mijn kussen dan kijk ik, dan span ik me eigen aan en dan spring ik op het kussen meteen met mijn poot eronder, dan heb ik de fliebers. Dus dat is eigenlijk fan ik graaf het op. Alleen laatst toen zat de flieg ergens in en die heb ik er met een poot eefe uit gehaald, dat kon ik gewoon, maar toen de flieg meteen terug ging erin toen dacht ik dat heb ik net al gedaan en dat doe ik niet nogeens. Dus dat is fan ik ben geen graver.

Kranten

De flieberhengel gaat soms onder de kranten die ik in de huiskamer heb liggen. Dat hoor ik, de kranten kraken een beetje. En ik weet nooit, waar komen de fliebers dus daar heb ik spanning aan, dat is een fijn gefoel. Ik lig er dan bij, ik ben aalert, ik ben klaar om te springen.
En dan! Ik zie ze!
Ik spring op de fliebers en de kranten en zo ren ik door en alles doet mee. En dan vanaf de andere kant van de kamer ren ik terug soms helemaal ook ofer de bank en weer terug en dan spring ik weer op de fliebers en dan schuif ik weer door de kamer.
Dat is folgens mij jagen. Dat je iets wil pakken. Maar soms moet je het opgraven.
Dus ik weet het niet of ik een jager of een graver ben dus ik ga dat ferder onderzoeken, misschien is het belangrijk om te weete.

Bert en ik een jaar later

Deze week was het een jaar geleden dat Bert over de Regenboogbrug ging, om daar eindelijk weer gezond te zijn, in het gras te gaan liggen, de warme zon op zijn vacht te voelen en te wachten tot ik ook kom.
Dat beeld hou ik voor ogen.

Een jaar alweer, waar blijft de tijd.
Tegen mezelf zeg ik: “Ben je er nou nog niet overheen?” En ook zeg ik: “Het verdriet duurt zolang het duurt.”
En het duurt nu nog steeds, ook al deel ik nu het dagelijks leven met Ollie, die hier ook alweer elf maanden is. Ja. Waar blijft de tijd.

Er valt iets voor te zeggen om alle herinneringen weg te duwen, met kracht te onderdrukken, omdat elke herinnering een einde heeft gekregen en dat was er toen niet. Net zoals ik nu bij elk kopje dat Ollie geeft verwacht dat er een volgend kopje zal zijn, en ik dit ene dus niet helemaal en totaal hoef te onthouden, zo was dat destijds tussen Bert en mij ook. Ik verwachtte altijd een volgende dag, een nieuwe ochtend, een vervolg van het heerlijke gewone leven samen dat we hadden.
Dat het eindig was, wist ik eerder met mijn verstand dan met mijn gevoel. En ik sta rationeel in het leven, behalve als het over poezen en katers gaat. Dan overheerst de emotie.

Het lijkt nog pas gisteren, dat Bert en ik samen waren. Of ik alleen maar door een deur hoef te gaan en alles is weer gewoon. Maar ik kan die deur niet vinden.
Tegelijkertijd lijkt het een eeuwigheid geleden.

Wat ik doe, is de herinneringen bewaren. De afgelopen maanden spitte ik logboeken door met aantekeningen, schreef ik stukjes voor Saame.nl en werkte ik aan het boek over Bert en ik samen. Dat komt en ik laat het dan ook weten.
Het is een vorm van bewaren, dat schrijven over hem. Omdat ik niet bereid ben en nooit bereid zal zijn, Bert te vergeten. Maar ook omdat ik wil weten hoe dat toch kon, dat er zo’n grote liefde ontstond. Hij kwam met ernstige angstklachten uit het asiel, ik was in de rouw over Tim, en toch vonden we elkaar, of misschien juist. Daar zal het boek over gaan, heb ik in de afgelopen tijd ontdekt. Over die grote liefde.