Belle: wie ik ben en hoe het gekomen is

Hoe ik, poes Belle, van een angstig en boos meisje, een lieve en blije poes ben geworden.

Hier ben ik Belle een cyperse poes, zoals ze dat noemen, en ik ben 5 jaar. Op een dag werd ik aangereden, ik weet meer door wat. Het kan een auto geweest zijn een fiets of een brommer, maar ik lag opeens op de straat. Ik was natuurlijk vreselijk geschrokken, mijn rug deed pijn en ik kon ook niet goed opstaan. Ik was in sjokk denk ik. Toen hebben lieve mensen de dierenambulance gebeld en die kwamen met een rotgang aanrijden. Ze pakte mij op en hup ging ik in de dierenambulance en brachten ze mij naar het dierenhospitaal.

Gelukkig had ik niks gebroken, maar wel pijnlijke kneuzingen in mijn rug. Ik kreeg een spuit, pijnstillers en medicijnen om van de sjokk te bekomen. Lieve verzorgsters brachten mij naar een hok en daar stond een zacht bedje voor mij klaar. Ik kreeg lekker eten en goed te drinken en kwamen ze veel bij mij kijken en met mij praten.

Eigen hok

Maar ik moest niets van die lieve verzorgsters weten. Ik wilde geen bedrust in een hok en al die handen iedere keer, ik was er bang van en ik was ook boos. Blazen dat ik deed als ze weer kwamen, ik haalde hard uit met mijn poote en krabte naar die verzorgsters. Ze wisten met mij geen raad. Ondertussen was mijn rug weer in orde en mocht ik verhuizen naar een andere kamer.
Daar had ik ook een eigen hok en stond het deurtje los zodat ik overdag rond kon lopen in de kamer. Maar ik vertikte het en bleef boos in het hok liggen. Iedere verzorgster kon een flinke mep krijgen of een lelijke beet. Zo gingen de weken voorbij, en werden het maanden. Hoe moet dat nou met Belle zeiden de verzorgsters, ze kan hier niet eeuwig blijven ! We gunnen haar weer een fijn huisje met een lief baasje of vrouwtje, maar dat is moeilijk te vinden als we niet weten hoe haar werkelijke karakter is.

Stokkie en Oscar

Er was een verzorgster, en zij wist raad. Ze zei we gaan mevrouw Corine bellen. Zij heeft veel ervaring met katten en heeft ze met veel liefde gezorgd voor de oude Stokkie en Oscar, die op hoge leeftijd door haar waren geadopteerd, en inmiddels van ouderdom waren ingeslapen. Dus werd op een dag mevrouw Corine gebeld. We hebben een poes Belle heet ze, die al een poos bij ons in het dierenhospitaal zit zei de verzorgster. Ze ligt alleen maar in haar hok, is boos, haalt uit, bijt en krabt. We denken dat het beter voor Belle is als ze een poosje uit logeren gaat, zodat ze kan socialiseren en kan wennen aan mensen en een huiselijk leven. Nou zat mevrouw Corine natuurlijk niet te wachten op een agressieve poes, maar ze zei stuur maar een foto van Belle.

Mevrouw Corine belde al gauw terug en ze zei, aan haar koppie te zien heeft Belle wel een lief karakter denk ik. Ze mag bij mij een poosje logeren, dan kijken we of ze ontdooit.
Ik werd de volgende dag gelijk gehaald. Eenmaal thuis schoot ik onder de kast. Laat maar, dacht mevrouw Corine, Belle komt er vanzelf wel weer onder vandaan. Mevrouw Corine ging lief tegen mij praten en ze deed rustige muziek aan met vogelgeluiden, zachte belletjes en kabbelend water. Ik raakte ontspannen en high. Nou, toen ben ik na een dag onder de kast vandaan gekropen en heb ik het huis geinspecteerd. Het lekkere eten beviel mij wel en ik kreeg langaam het vertrouwen dat het hier best fijn kon zijn, dus ik dacht laat de logeerpartij maar beginnen!
Er waren zachte mandjes om in te liggen en leuke speeltjes. Ik kwam na een paar dagen helemaal los en begon te rollenbollen en te spelen van blijdschap. Rennen dat ik deed in huis, en sprong met een noodgang op de klimpaal. Ik gaf mevrouw Corine voorzichtig kopjes en kontjes tegen haar elleboog en later durfde ik dat ook tegen haar hand. En even later liet ik toe dat mevrouw Corine mij zachtjes aaide over mijn koppie, ik vond het zowaar fijn. Ik kwam helemaal los en miauwde vriendelijk terug tegen mevrouw Corine als ze tegen mij sprak.
En op een nacht sprong ik ineens bij mevrouw Corine op bed, wat was dat een lekker warm en zacht plekje! Ik begon mevrouw Corine te steeds meer te vertrouwen en lief te vinden, en gaf haar een lik over haar neus toen ze ’s morgens wakker werd. We speelden samen op bed met een muis aan een touwtje en hadden de grootste pret.

Tunnel

Omdat ik helemaal tot rust was gekomen bij mevrouw Corine heb ik haar echt waar geen 1 keer gebeten of gekrabt en vals uithalen deed ik ook niet, en lelijk blazen ook niet. Ik ben eigenlijk helemaal vergeten dat ik dat ooit heb gedaan.
Mevrouw Corine is blij met mij en dat ik zo goed vooruit ben gegaan, ze kocht zomaar een kattentunnel voor mij! Blij dat ik was, ik sjeesde en zo in en uit. Spinnen van genoegen doe ik ook weer, en lig ik zowaar bij mevrouw Corine op de voetenbank. En ik durf soms ook al bij haar op schoot te springen en lig dan even languit.

De weken gingen voorbij en mevrouw Corine belde met de dierenambulance om te vertellen dat ik een lieve, blije poes was geworden. Klaar voor adoptie dus. Maar vorige week gebeurde er iets moois.
Toen mevrouw Corine wakker werd keek ze in twee grote groene ogen. Zo dicht had ik de hele nacht bij haar gelegen. Ik gaf mevrouw Corine een lik over haar neus. En toen brak haar hart en kreeg ze tranen. Ze zei: ‘Belle jij logeert nu al langer dan twee maanden bij mij, en je bent nu gehecht aan dit huisje en aan mij. Ik wil je geen verdriet aandoen om je te laten adopteren, en je hier weer weg moet. Ik ben ook van jou gaan houden en je hebt zo je best gedaan een lieve zachtaardige Belle te worden. Als je weer naar een ander huisje gaat, zal je weer angstig worden en verdrietig, en zal je vast weer gaan uithalen, krabben en bijten. Dat wil ik je niet aandoen lieve Belle.’
En toen zei mevrouw Corine, ‘luister goed lief meiske, jij mag voorgoed bij mij blijven wonen, je hebt nu een forever home en een gouden mand.’ Ik zei miauwwww en gaf mevrouw Corine nog een lik over haar neus en een zacht kopje. Wat was ik blij, ik kon het bijna niet geloven maar het was toch echt waar!

Blijven

Toen heeft mevrouw Corine gelijk de dierenambulance gebeld en heeft ze gezegd, Belle wil hier niet meer weg, en ik wil ook niet dat Belle naar een ander gaat. Ze is gelukkig hier en ik met haar. Nou, dat was goed en waren de mensen van de dierenambulance heel blij met dit mooie nieuws. Mevrouw Corine gaat haar balkonnetje binnenkort katveilig maken met een net, zodat ik niet van de 7e etage naar beneden kukkel. Dan kan ik lekker naar buiten en op het balkon spelen, een frisse neus halen en nog veel meer leuke dingen doen.

Ik ben blij en dankbaar dat de dierenambulance mij van de straat heeft gehaald en dat ik in het dierenhospitaal mocht bijkomen. Wat was ik blij toen de verzorgsters kwamen vertellen dat ik bij mevrouw Corine mocht logeren. En het mooiste is dat ik hier mag blijven en bij haar mijn forever home heb gevonden.

Dit verhaal is een algemeene introductie over mij. Ik had het al een poos geleden geschreven voor
de mensen van het Dierenhospitaal in Den Haag, waar ik ben opgevangen toen ik was aangereden. En dat ze konder lezen hoe goed ik het had gekregen. Inmiddels woon ik al driekwart jaar in mijn nieuwe huisje met frouwtje en ben ik helemaal gewend. Nu weten jullie allemaal lieve vriendjes wie ik ben. En de volgende keer ga ik vertellen wat ik hier allemaal meemaak.

Heel veel zachte kopjes van Belle

Japie over poesitieve ontwikkelingen

Laat ik maar net als vorige keer met het kattenluik in huis denderen om jullie op de hoogte te brengen van de laatste meowtjes. Om jullie spanning direct weg te nemen: het gaat boven verwachting goed met mijn broer, tante Cato is klaar met de vieze pillen en Beestboek blijft langer op pauze. Verder ben ik wat ideetjes aan het uitbroeden voor het Grote Weilandfeest.

Het spoor bijster

Met Foppe op muizenjacht.

De slapeloze nachten van mijn mens waren nergens voor nodig. Foppe heeft de narcose bij de tandarts purrfect doorstaan. Van de week heeft hij niet één maar zelfs tweemaal een krakend verse veldmuis aan zijn blinkende tanden geslagen. Dat heeft hij in tijden niet gedaan. Een teken dat hij zich kiplekker voelt. Omdat de koelingen nog altijd niet geplaatst kunnen worden – het werk op de vliering loopt gigantisch uit – heeft hij nummero uno gelijk met huid en haar en bot en staart opgegeten.
De tweede doerak rent op het moment van dit schrijven ergens rond. Foppe liet het piepbeest een sprintje trekken op de overloop. De snoodaard maakte zich uit zijn piepkleine voetjes en furstopte zich ergens tussen de furhuisdozen en tassen met spullen die weer terug naar de vliering moeten. Na een urenlang kat- en muisspel is m’n broer het spoor bijster. Nu heeft ons mens opnieuw slapeloze nachten. Ze durft haar bed niet meer in. Het zou namelijk zomaar kunnen dat de piepert zich ergens in haar slaapkamer verschanst heeft.

Roze Muizen

Mijn broer lijkt zowiezo de weg een beetje kwijt. Want toen Foppe terugkwam van witjas miauwde hij over Grote Roze Muizen. Hij was laaiend enthousiast over deze nieuw ontdekte soort. Hoe tof zou het zijn als die geserveerd kunnen worden op Het Grote Weilandfeest. Als ze goed in de smaak vallen, nemen we ze op in het assortiment van Muisbezorgd. De vraag is alleen hoe we er aan kunnen komen. Want Foppe weet niet meer purcies waar hij ze heeft gezien.
Mocht iemand tips hebben, laat het alsjemiauw zo gauw mogelijk weten. Voor je het weet is het feest.

Smaakpanel

Tante Cato

Het kattefietje, waarbij tante Cato haar kiezen in de vingers van Mo heeft gezet, lijkt een poesitieve wending te krijgen. De kast puilt uit van de allerlekkerste hapjes. Uit de keuken komen de meest furrukkullukke geuren. Alles om m’n tante aan het eten te krijgen. Die is in hongerstaking sinds ze een neus heeft gekregen voor verpulverde pilletjes die furstopt worden door haar natvoer. Ze wantrouwt ieder bakje. Uiterst behoedzaam loopt ze er heen, snift er aan, draait zich abrupt om en gaat terug de tuin in, waar ze al weken bivakkeert. Met vuurspuwende ogen kijkt ze door het raam binnen. Haar blik spreekt boekdelen. Hier trap ik echt niet in! Waar ik normaal altijd haar bakjes mag schoonlikken, kaapt mijn mens ze voor mijn snoet weg. Ik snap m’n tante wel. Als ik het niet mag opeten, omdat het niet goed voor mij zou zijn, dan kan het voor haar ook niet goed zijn.
Inmiddels zijn alle pilletjes op. Voor alle duidelijkheid, het gros is met het onaangeroerde natvoer in de prullenbak verdwenen. Wat rest is een walhalla aan verschillende lekkernijen. Dat laatste is absoluut geen straf. Want nu mag ik wel meehelpen met afwassen. Tante Cato is nog altijd op haar katvive. Achterdochtig bestudeert ze de inhoud van haar voerbak. Vaak spoort ze mij aan om te komen testen. Ik offer me met liefde op. Als ons mens het niet weghaalt, moet het wel pilvrij zijn. Ik snap werkelijk waar niet waar ze zo moeilijk over doet. Niet eerder in mijn leven heb ik zoveel verschillende smaken geproefd. Vlees, vis, kip, in saus, in gelei, in stukjes, als paté, puree en soep. Alles smaakt kattastisch. Nu dacht ik aan een smaakpanel. Zou dat iets zijn voor het Grote Weilandfeest?

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over HUIS, TUIN en BUITEN

Als TUINkater weet ik nooit presies wat me buiten te wachten staat, het kan weekenlang warm en zonnig zijn, en dan is er zomaar reegen en kau!, in het begin fond ik dat moeilijk, ik snapte het niet en ging naar mijn mensen om te tetteren dat ze er iets aan moesten doen, mijn vrouw zei altijd dat ze er echt niets aan kon doen, en dat het het hele jaar door zomer zau zijn als zij het voor het zeggen zau hebben, maar toch kon ik niet geloofen dat mijn mensen de zon niet terug konden roepen.

Nu weet ik allang hoe het zit: het weer kan je niet foorspellen en niemand kan er iets aan doen, dat is wel eens moeilijk en ferfeelend, maar zo is het nau eenmaal.

Forige week was er ineens veel reegen en wind, ik fond het ook helemaal niet warm, ik ging een paar keer in mijn gras liggen maar er was niks aan, nadat ik het een paar keer had geprobeerd ging ik maar binnen in mijn kersmusmand slaapen, dat is een foordeel als je een HUIS – EN TUINkat bent, zoals ik dat ben: er is altijd wel ergens een fijne plek om te slaapen of te dutselen.

Buiten

Als je een HUISkat bent heb je met het weer en de natuur niet veel te maken natuurlijk, je ligt altijd lekker droog, net als ik als HUIS – EN TUINkat, maar er zijn ook katten die wel een huis hebben en toch het liefste buiten leefen, zo iemand was poes Pom die bij mevrouw Kim in de tuin woonde, en ook mijn tuinvrienden Mikkie en Juultje zijn BUITENkatten, ze hebben een huis waar ze altijd naar binnen kunnen maar ze foelen zich het fijnste als ze buiten zijn, ze finden het moeilijk en eng om in een huis te zijn, bij mensen.

Met een BUITENkat bedoel ik niet dat je een ZWERFkat bent, dat is alleen maar ferdrietig, je hebt dan niemand die voor je zorgt en geen eigen huis, ik heb er wel erfaaring mee en ik fond er niets aan, ik ben buiten gefonden en naar het asiel gebracht, ik was helemaal maager en bang, en ik wil dat nooooooit meer!

Ik heb toch wel eens ferteld dat Mikkie en Juultje kindertjes zijn van Bolle, die hier voor mij woonde?, hij had wel elluf kindertjes met een damespoes, het waren drie nestjes, ze woonden met zijn allen buiten, pas bij het laatste nestje met kindertjes werden ze allemaal gefangen en kregen ze een sjippie en werd er iets gedaan dat ze geen kindertjes meer konden maken en krijgen, maar als je als kat pas laater in je leefen mensen hebt leeren kennen blijf je ze altijd een beetje eng finden, en foel je je het meeste op je gemak met andere katten, zo is het ook met Mikkie en Juultje.

Fillum

Mikkie een Juultje wonen bij mensen die voor ze zorgen, maar ze komen ook elke dag bij mij langs, mijn mensen knuffelen altijd efentjes met ze en ze krijgen een snekkie, kijk maar op de fillum!, daarna gaan ze lekker op het dak liggen slaapen, OOK als het reegent en ik binnen in mijn mand kruip, dat komt omdat ze dat nau eenmaal het fijnste finden, ze slaapen alleen in de winter binnen in hun huis.

(tekst gaat verder onder de fillum)

Gezellig

Ik find het gezellig dat ze langskomen, en ik mis ze als ze een keertje niet komen want ze hooren er bij, net als Pokon, we zijn allefier kat en toch leefen we allefier ferschillend: ik mag mijn tuin niet uit en zau dat ook niet willen, het lijkt me veeeels te moeilijk en te griezelig!, Pokon woont bij zijn vrouw maar loopt door alle tuinen en klimt in bomen en gaat op bezoek bij andere mensen, hij is een afonturier, en Mikkie en Juultje zijn bijna altijd buiten, zo willen ze dat graag, ze zijn meestal met zijn tweetjes en komen alleen thuis om wat te eeten, allemaal zijn we heppie met hoe we leefen omdat we mogen leefen zoals wij dat zelf het liefste willen, we foelen ons allemaal op onze eigen manier feilig, en je kan pas gelukkig zijn als je je feilig foelt.

***

En ik tetter weer KEIHARD voor vreede, het lijkt wel alsof het steeds MEER noodig is!, en ik stuur iedereen die iemand mist een zacht kopje.

Joep heeft kijk op zijn eten

Vanaf het moment dat ik als kittenkater op mezelf ging wonen wist ik het al heel zeker: ik ga een echte Zuid-Hollandse Bourgondische kater worden. Dat is best wel een beetje vreemd voor iemand die bijna in het noordelijkste puntje van de provincie woont, maar laat ik het proberen uit te mauwen.

Het is namelijk geen toeval dat ik mijn eigen personeel heb uitgekozen, want ondanks dat ze niet hoog scoorden op het aantal kamers in mijn toekomstige huis of het formaat van m’n tuin, voelde ik gewoon vanaf ‘t puntje van m’n neus tot aan het topje van m’n staart dat ik bij hullie een heel mooi leven zou hebben. Zodra ik bij Senior in z’n hand zat begon ik dan ook gelijk zo hard als ik kon te spinnen, want ik wilde heel graag met ‘m mee. En dat is me dus gelukt.

Eigen poten

Je moet weten, sinds de melkbar van m’n moeder gesloten werd omdat ze vond dat m’n broertjes, zusjes en ik al groot genoeg waren om op eigen poten te staan, kregen we van haar personeel te eten en te drinken. In bakjes, die we met z’n allen deelden. Als ik daar nog aan terugdenk…
M’n zusjes kregen het af en toe zelfs voor elkaar om boven op de kleine kittenbrokjes in slaap te vallen, en m’n broertjes hengelden soms met hun voorpoten in het natvoer, om ze daarna uitgebreid af te gaan zitten likken.
En ik? Ik zorgde er wel voor dat ik m’n porties binnen kreeg hoor, want ik stak m’n neus altijd in het midden van de etensbak, om dan rustig achteruit terug naar de rand te eten. Want daar had dan nog niemand met z’n poten in gezeten.

Vier smaken

Eenmaal in m’n eigen huis had ik ‘t eten en drinken helemaal voor mezelf alleen. En die rust tijdens ‘t eten, daar kan ik best nog steeds wel van genieten.
Ik krijg nu al zolang als ik me kan herinneren elke avond voordat m’n personeel gaat slapen een maatschepje met vier smaken brokken die ze zelf door elkaar mengen, en die vind ik nog steeds heel errug lekker. Die brokjes eet ik nog steeds vanuit ‘t midden van m’n etensbak, en vaak ligt er ‘s avonds dan nog wel een klein restje brok langs de randen, maar ik weet ook dat die er dan uit gaan en dat er weer een verse portie in komt. Verwend? Welnee. Ik hou gewoon van verse brokjes…
M’n personeel vond dat ik van kitten af aan ook aanvullend natvoer moest krijgen, omdat droge brokken… nou ja, gewoon een beetje droog zijn. En water is goed tegen de dorst, maar daar is dan ook alles mee gemauwd.

Merken

En zo is het dus gekomen dat ik heel veel verschillende merken natvoer met verschillende smaken voor ontbijt en diner geserveerd krijg. Ik heb zelfs een eigen voorraadkast in de keuken, waar de blikjes, zakjes, kuipjes, muizen en hartjes in aparte bakken staan, dus ik weet al precies wat er op het menu staat zodra m’n personeel een bak pakt. Het blijft alleen altijd weer een verrassing welke smaak ik in m’n etensbakje krijg.
Wekenlang was ik dol op mousse met leverworstsmaak, maar daar begin ik nu een beetje op uitgekeken te raken. Maar rund, tonijn en kip (vooral die met kaas) blijven nog steeds favoriet.
Garnalen en mosselen lust ik niet, en kabeljauw, haring en witvis hoeft m’n personeel me ook niet voor te schotelen. En dat weten ze intussen, want als ik ruik dat dát op ‘t menu staat dan loop ik demonstratief langs m’n bakje met natvoer en begin ik luidruchtig op m’n droge brokjes te knabbelen…

Zalm

Maar als m’n personeel weer ‘s zalm uit de oven eet, dan weet ik dat er altijd ook een stukje voor mij apart wordt gehouden en loopt ‘t water al bijna uit m’n bek. Als ‘t eindelijk lauw in m’n etensbak ligt, dan ga ik daar uitgebreid voor zitten om van elk hapje te genieten. Jammer genoeg eten ze niet elke dag zalm…
Groenten en besjes lust ik ook, maar daar wil ik dan wel lekker veel vlees met saus of boeljon bij, dus dat komt dan uit een blikje. Want verse groenten en zo, dat eet m’n personeel maar lekker zelf op. Enne, wist je al dat insecten met vlees en saus uit een zakje echt veel lekkerderder zijn dan vers uit de tuin? Ze kriebelen ook helemaal niet in je keel als je ze opeet, en er zit veel meer smaak aan.

Onderhandelen

Elke keer als m’n personeel weer op jacht is geweest om m’n voorraadkast bij te vullen, zit er altijd wel weer iets bij dat ik nog niet eerder heb gegeten of gedronken. Gewoon, omdat ze zelf ook niet elke dag ’t zelfde eten, vinden ze ‘t leuk als ik iets nieuws uitprobeer. En als ik m’n bakje dan zó schoongelikt heb dat ‘t gelijk de kast weer in zou kunnen, dan schrijven ze op wat ‘t was en komt ‘t op m’n menulijst. Maar dat is natuurlijk helemaal geen garantie dat ik het een volgende keer weer op eet, want ik moet er ook maar net trek in hebben.
Jammer genoeg krijg ik nooit wat anders te eten als ik iets na een paar hapjes niet lust, want m’n personeel zegt dan dat ik altijd nog brokjes heb staan en ze beweren dat ik dus echt niet om kom van de honger. Misschien moet ik op dat punt toch wat beter leren onderhandelen…

Maar, al met al heb ik dus een heerlijk leven. Goed eten en drinken, heel veel knuffels, speelgoed en heerlijke plekjes in huis om lekker te dutten. En de vrijheid om lekker buiten te zijn, te rennen door ‘t weiland, een catwalk om in te klimmen en vrienden om de straatcontroles mee te doen.
Sommige tweebeners noemen me een verwend nest. Maar zelf mauw ik liever dat ik een geslaagde Zuid-Hollandse Bourgondische katermans ben. Dat klinkt toch wat liever.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Mijn eerste week met een andere laifstail

Ik moet dus afvallen dat zei de dokter vorige week toen ik er was en ze zei ook nog fan alles dat ik anders ziek kon worden dan was er riesiekoo. Dus mijn vrouw schrok, ik foelde het gewoon, en toen we thuis waren was ik nog sloom van het spul in mijn eete maar ik wist, nou gaat er iets gebeuren.

Treene

Die avond kreeg ik al wat minder brokjes.
Toen snapte ik het niet en het maakte me ook weinig uit.
Alleen de dag erna kreeg ik een gesprek. Alsdat ik elke dag ging treene en we deden het saame en het was leuk. Dus ik dacht dat kan ik.
En ik kreeg weer wat minder brokjes en de dag erna ook al. Het was raar en ik ging soms kijken van heb ik al wat bijgekregen.
Dat was nooit zo.

In het gesprek ging het ook ofer laifstail dat is je gewoonte van hoe leef ik. En nou kan ik wel lange knuffels maar het was ook de bedoeling dat ik erbij in de aksie ging. Dat treenen dus. Ook minder brokjes. Het eete gewoon bleef hetzelfde.

Fietaal

De eerste dagen deed ik treene. Achter dingen aanrennen, rollen, met mijn poote ergens naar slaan, met het ritselpapier, het was weer leuk net of ik het fergeete was.
Maar eerlijk waar daarna werd het minder leuk.
En daarna kreeg ik ook minder zin, ook al zwiepte mijn vrouw de hele tijd met de muis, ik kon niet elke keer rennen. Ook omdat ik best foel ik ben te dik froeger was ik dunner en toen kon ik langer rennen en al die dingen meer doen.
Daarom wil ik weer fietaal worden.

Dus ik hoop dat ik ook minder kan treenen. Ik doe nou elke ochtend meestal en soms niet en dan zo ’s avonds ook. Ik eet minder brokjes.
En ferder hoop ik dat ik ben afgefallen dat het dus gemakkelijker gaat.