Joep her-ontdekt de hengel

De hele week had ik allerlei dingen waarvan ik dacht ‘dát moet ik onthouden voor m’n blog op zaterdag, en dat, en dat…’
En nou zit ik hier met Junior achter de leptop, te staren naar een heel leeg scherm met een knipperend streepje.

Avondeten

Ik merk dat ik zelf met m’n ogen mee begin te knipperen, en dan lijkt het net of ‘t streepje stil staat terwijl ik in m’n kop de hele week nog ‘s doorloop.
Zo zou ik kunnen mauwen dat ik de afgelopen dagen drie keer een flinke bui over me heen heb gekregen, maar dat vind ik helemaal niet zo erg zolang het nog niet koud is buiten.
Of ik kan mauwen over dat ik ‘n keer m’n avondeten retour heb gestuurd naar de keuken omdat ik ‘t gewoon echt niet lekker vond. Kip met worteltjes, dat eet m’n personeel maar lekker zelf. Bléééhhh. Maar een vervangend diner geserveerd krijgen? Nou, echt niet hoor. Eten wat de pot schaft, noemt m’n personeel dat dan. En als me dat niet aanstaat, kan ik altijd verder met de restjes in m’n brokjesbak zeggen ze. Gelukkig werd er voordat ik die nacht aan m’n straatcontrole begon nog wel wat lekkers in m’n snoeptoren gedaan, anders was ik in m’n pauze tijdens m’n werk toch echt wel op zoek gegaan naar een lekkere sappige muis. Zonder worteltjes.

Hengel

Terwijl ik zo zit te mauwen waar ik het in deze blog juist even niét over wil hebben, tikt Senior tegen m’n nieuwe speeltje in de bank. Oooo, da’s waar ook, ik heb deze week weer een hengel gekregen! Daar kan ik ‘t wel even over gaan hebben want die hengel, da’s kittensentiment…
Misschien herinner je je nog wel dat ik vroeger, toen ik net op mezelf woonde, een uitschuifbare stok had, met aan ‘t eind een bosje veren. Kattastisch speelgoed vond ik dat, waar ik uren mee bezig kon zijn. En als ik dan moe was van ‘t spelen, schoof m’n personeel het uiteinde van de hengel tussen de kussens in de bank zodat ik, als ik weer uitgeslapen was, er ook zelf mee aan de slag kon.
Jammer genoeg hing de hengel binnen een jaar al van dik zwart plakband aan elkaar omdat niemand me ooit had geleerd dat ik niet op de stok moest gaan staan springen. Terwijl ‘ie juist dan zo lekker mee veerde onder m’n kittenpootjes.
Toen uiteindelijk ook bijna alle veertjes weg waren, verdween de oude opgelapte hengel in de vuilnisbak. Maar een nieuwe vinden, dat bleek nog niet zo gemakkelijk. Maandenlang heeft m’n personeel elke dierenwinkel die ze tegenkwamen afgejaagd, maar ze konden nergens meer zo’n zelfde hengel vinden. Totdat iemand de gouden tip gaf en er deze week ineens een pakketje voor me bezorgd werd.

Spelen

Ik snuffelde wat aan de verpakking, maar echt interessant vond ik het niet. Die nieuwe hengel was niet eens zoveel langerderder dan dat ik ben… Tot de verpakking er af ging en een tweede stuk uitgeschoven werd, en nog een derde. De hengel bleek bijna net zo groot als Senior te zijn, dus ik wilde er natuurlijk ook gelijk mee spelen. Springen, vangen, achteraan jagen zoals ik vroeger als kleine kitten al zo graag deed…
De rest van de ochtend zijn m’n personeel en ik met die hengel aan ‘t spelen geweest, ik kon er gewoon geen genoeg van krijgen. Tegen lunchtijd werd ‘ie op de oude vertrouwde plek in de bank tussen de kussens geschoven, omdat m’n personeel aan tafel ging.
Terwijl ik op de armleuning zat te genieten van hoe mooi die nieuwe hengel daar stond, stak ik voorzichtig een voorpoot uit om de hengel omlaag te trekken. Dat ging prima, en ik zette m’n andere poot erbij om te zien hoe ver de hengel kon doorbuigen. En dat had ik dus niet moeten doen…

Moe

Zelf denk ik dat er gewoon metaalmoeheid in die nieuwe hengel zat, maar volgens m’n personeel ben ik nu veel sterkerderder dan toen ik nog klein was. En ze mompelden ook nog iets over m’n gewicht, maar dat heb ik niet helemaal meegekregen.
Een beetje teleurgesteld keek ik naar de geknakte hengel en gaf ik nog een tikje tegen de veren die onderaan het draadje hingen voordat ik besloot om een dutje op de bank te doen, dicht in de buurt van de gebroken hengel die ik in m’n enthousiasme al binnen een paar uur gesloopt had.

Ik werd wakker van de heerlijke lucht van een bakje kaassoep voor de lunch, die ik bij hoge uitzondering voor een keer op de bank mocht opslobberen. Ik kreeg aaitjes, en m’n personeel verzekerde me dat het allemaal wel weer goed zou komen.
En nadat ik m’n lunch achter de kiezen had kwam Senior met die grote zwarte rol plakband, dat hij om m’n gebroken hengel begon te plakken. En wat denk je? Ik kan er nu gewoon weer mee spelen. Alleen zal ik onthouden dat ik er niet meer op moet gaan staan, of ‘m te hard naar beneden trekken. Want anders kan ik misschien wel weer een jaar wachten op een nieuwe hengel…

Catwalk

Gisteravond was het zulk lekker weer dat ik nog voordat ‘t echt donker werd al op m’n catwalk zat. Da’s tegenwoordig helemaal geen gemakkelijke klus om daar te komen, want er groeien sinds een paar weken enorme lange stengels, nog langerderder dan m’n nieuwe hengel, en daar komen volgens m’n personeel ook nog ‘s hele grote gele bloemen aan.
Nou ja, ‘t is in elk geval altijd heerlijk om hoog tussen al dat groen over m’n weiland heen te staren en te wachten tot ik naar alle mooie sterren kan gaan zwaaien.
Misschien zaten m’n gedachten nog wel bij al die lieve vrienden toen ik vanmorgen heel vroeg achter de leptop ging zitten om m’n blog door te mauwen. Maar volgens mij is het uiteindelijk toch nog goed gekomen, dankzij m’n nieuwe hengel waar ik nu heel zuinig op ga zijn…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Waarom ik nou weer te dik ben

Het ging best goed met slank en atleeties worden en ik geloof ook dat ik het was, hoe lang weet ik niet, maar wel eefe, ik ben ook zo een keer op de foto gegaan, maar ik weet nou ook, ik ben weer dikker dan ik moet zijn.

Hoe kan dat nou.
Ik was atleeties en nou niet meer.
Mijn vrouw friemelde aan mijn buik en zei dat ik weer een tummie had en dat er iets moet gebeuren.

Nou is het zo dat ik allergies ben dus ik kan geen sportbrokken of ander slank-eete, ik moet diejeet hebben en houden dat mag niet anders foor mijn gezond.
Dus ik kreeg minder eete.
Toen kreeg ik minder eete met de luns en met het afondeete, dus wel twee keer.. Dat is toch poosietief. Alleen ik kreeg ook minder brokjes. Eerst een beetje minder en toen nog wat minder. Nou heb ik elke ochtend bijna alle brokjes op. En ik hou fan brokjes. Ik wil meer. Lekker eete en kraake. Ik heb nou ’s avonds laat dat ik mijn brokjes krijg dan ga ik meteen lekker dooreete, dat doe ik.
Dus eete is eete.
Ik hoef geen honger te lijden zegt mijn vrouw en dan kijkt ze moeilijk naar mijn tummie.

Ik moet nou meer treene dat snap ik.
De flieg kan ik al helemaal.
Muizen heb ik gedaan.
Ik had een spin met fleugels die kan ik nou ook.
Een bal heb ik ook gedaan.

Ik knaag soms op een lintje en ik ren soms achter de flieberhengel aan en dan schuif ik over de kranten. Dat doe ik.
Maar geeneens elke dag.

Dat komt ook omdat ik meer rust in mijn kop heb. En ik kan meer genieten van knuffels. Dus nou is het zo dat ik liefer op mijn kussen lig en kriebels op mijn buik foel, dan dat ik door de kamer ren.
Iets moet er feranderen, maar ik weet nog niet wat.

Hoe Bert leerde durven

Nu ik terug kijk op de tijd die Bert en ik samen deelden, verbaast het me hoe moedig hij de eerste weken was.

Want hij kwam met serieuze angsklachten uit het asiel, met de aantekening dat hij beslist een rustig huis moest. Dat was hier. Ik ben tamelijk saai, dus dat kwam ook goed uit. Ik schrijf en ik lees, veel meer deed ik toen niet thuis.
Evenzogoed was het een enorme verandering voor hem. Misschien juist daardoor. In het asiel waren ook andere katten, er waren meerdere verzorgsters, er was gelegenheid tot op de achtergrond blijven en situatie voor situatie te bestuderen.
Hier was het meteen hij en ik, en we moesten het met elkaar zien te rooien.

Misschien was het daarom, dat Bert ’s nachts het meeste leerde. Van zichzelf, van hoe ik was, van wat hij kon en mocht doen zonder dat er iets moeilijks gebeurde.
In de nacht kon hij het huis verkennen en dat deed hij, terwijl hij de eerste tijd overdag het liefste in de huiskamer bleef. Dat was overzichtelijk.

Ik sliep in de tijd onrustig en licht, dus ik werd vanzelf wakker van het tipperditaptap-geluid van poezenpootjes in de slaapkamer.
– Bert, ben jij het?
Soms bleef het stil. Dan sliep ik weer verder.
Op andere momenten k;oml er een mewww. Er waren nachten dat hij zomaar – of desgevraagd – op bed sprong, mij zag liggen, overwoog even geaaid te worden en dan sprong hij weer weg, naar beneden.
Bert oefende met dichterbij komen, lichamelijk en emotioneel.

’s Nachts hoefde hij niks. Dan stelde ik geen vragen over op schoot komen of erbij liggen. Ik was slaperig. Of ik ging naar de wc, heen en terug, ook overzichtelijk. Maar wel gspannend. Meestal schoot hij weg, als ik eraan kwam, naar de veilige ruimte achter de kastjes.
Er kwam een nacht dat ik door de huiskamer banjerde en Bert zomaar op het tapijt bleef liggen. Ik stapte over hem heen, alsof het niet een blijk van vertrouwen was.
Weer boven in bed lag ik er even wakker van, net zoals hij vermoedelijk beneden een wat harder kloppend hart had gevoeld. Dichterbij, vertrouwen laten zien, we waren op de goede weg, en dit gebeurde al in de eerste maanden.

Langzaam gaan, dachten we alletwee, dan lukt het samenzijn misschien.

🐾 Doerak en de krekel op de schutting

Hallo katermannen en kattenpoezen,
Ik ga jullie vertellen over mijn avontuur met een krekel. Die kwam echt waar zomaar op mijn pad.
Het was op een zwoele zomeravond in mijn jungle in Doetinchem. De tuin van tante Fleur leek echt op een jungle: varens zo groot als paraplu’s, klimop die als lianen over de schutting hingen. En overal het zachte geritsel van nachtelijke dieren. Ik, als avontuurlijke rode kater, sprong behendig op de schutting om mijn avondronde te beginnen.
Terwijl ik mijn evenwicht hield op de smalle rand, hoorde ik een vreemd geluid: tsjirrrr – tsjirrrr – tsjirrr. Het kwam van een klein, glanzend groen wezentje dat op een takje zat, net boven de klimop. Ik spitste mijn oren.

Kri-kri

Wie ben jij? Vroeg ik nieuwsgierig.
Ik ben Kri – Kri zei de krekel trots. De nachtzanger van deze tuin.
Ik ging zitten en zwiepte met mijn staart langzaam heen en weer. Zanger? Wat zing jij dan vroeg ik.

Kri – kri lachte en zei: Ik zing over de geheimen van de nacht. Over de maan die danst op de vijver, over de slakkenrace in het gras en over de vuurvliegjes die hun lichtjes aan elkaar laten knipperen als groet.
Dat vond ik allemaal maar raar. Hoe kan een krekel nou zingen.
Het klinkt gewoon heel mooi, maar alleen voor wie durft te luisteren zei de krekel.

Jungle

 

En dus bleef ik op de schutting zitten, terwijl de jungle om mij heen tot leven kwam. Ik hoorde het zachte geritsel van de bladeren, het getik van de egel die langs de heg liep, en het ritmische gezang van Kri – Kri, dat klonk als een geheim dat alleen de nacht kende.
Vanaf die avond, elke keer als ik op de schutting sprong, keek ik eerst of Kri – Kri er was. En als hij er was, luisterde ik. Want de jungle – tuin van Tante Fleur was elke nacht een nieuw verhaal, en Kri – Kri was de zanger ervan.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik weer knuffels, lekker eten, snacks en veel zon.
🐾 Poot van Doerak

Minnie moest naar de witjas

Vorige blog had ik gemauwd over dat ik op reis moest. Naar witjas. Want die kwam helaas niet meer naar mij. Fandaag lezen jullie hoe die dag mij verging.
Het begon allemaal op de dag met de dins er in. Jawel liefe lezer dezelfde dag als waarop jullie mijn mooie blog lazen. Toen ik wakker werd en naar beneden dribbelde was er nog niets aan de hand. Kon gewoon een brokje en een slokje nemen en mijn fensterbank kontrole doen. Tot dat Frau wakker werd en ook naar beneden kwam.
Ze liep naar de MinKeef en ik dribbelde achter haar aan om te zien wat ze daar zou gaan doen. Nou daar kwam ik al snel achter! Ze pakte mijn reismand op en liep ermee naar de woonkamer. Daarna liep ze naar de keuken om daar uit een kastje een handdoek te pakken. Van een afstandje hield ik haar goed in de gaten.

Mensenopa

Ze legde de handdoek in mijn reismand. Foorzichtig kwam ik dichterbij en snuffelde eraan. Ik kreeg een aai over mijn koppie. Miauw, waarom staat die mand hier? Dat froeg ik. Oh lieve Minnie zei Frau ben je furrgeten wat foor dag het fandaag is? Mew ehh nou misschien weet ik het nog maar zeg jij toch maar foor de seekerheid wat het is. Ze keek me aan en aaide me weer over mijn koppie.
Je moet vanmiddag naar de witjas toe, je weet wel die met de rode loper en aparte ingang foor katjes. Ik zuchte en mauwde terug nou dan moet je me eerst nog in de mand zien te krijgen. Daarna draaide ik me resoluut om en ging ferder met de fensterbank kontrole. Frau liet mij maar even en ging haar eigen ding doen en ik deed het mijne.
Een paar uurtjes later hoorde ik de poort gaan. Ohh had Frau zich vergist en kwam witjas toch naar mij toe? Maar nee toen de poort open ging zag ik wie er aan kwam. Mensenopa! Hij furrtelde mij dat hij was gekomen om Frau te ondersteunen tijdens de reis naar en bij de witjas. Ook had hij een zak vol met lekker meegenomen. Blikjes weekentsneks, noepies en likwit sneks.
Kom maar hier Minnie zei hij. Dan krijg je nu alvast een paar noepies. En als we terug zijn van de witjas dan krijg je er ook nog een paar. Nou dat wilde ik natuurlijk wel. Ik sprong bij hem op schoot en ging daar lekker liggen spinnen. Ondertussen merkte ik dat Frau steeds stiller werd. Ze wreef ook steeds oofer haar buik en ze zuchte een beetje. En toen ineens stond ze op en ging ze naar de mensenbak waar ze een tijdje op bleef zitten.

Reismand

Mensenopa furrtelde dat ze waarschijnlijk een beetje zenuwachtig was voor wat we moesten gaan doen. En toen dacht ik bij mezelf Minnie nou is het tijd om jezelf groot te houden en er voor haar te zijn. Dus ik sprong van mensenopa zijn schoot zo op de grond en liep naar de reismand toe. Ik rook er aan en zette foorzichtig een pootje erin. Daarna ging ik er helemaal in en ging liggen op de handdoek die erin lag. Oh dat ligt best wel zachtjes.
Ik hoorde mensenopa ook opstaan. Hij was trots op mij. Goed zo Minnie zei hij terwijl hij het deurtje van de reismand dicht deed. Oh doe je het op slot. Hmm dat vind ik wat minder. Ja zei hij ik wil niet dat je er uit valt als we met de mand gaan lopen of dat je je bedenkt en er toch weer uitspringt. Tsja dat moest ik toegeven daar had hij wel een punt.
Inmiddels was Frau van de mensenbak afgekomen en zag wat er allemaal gebeurd was. Ze stak haar finger door het deurtje heen en aaide me. Ook zij zei dat ze trots op me was. En dat ze nou hierdoor iets minder zenuwen had. Toen was het tijd om te gaan. Ik werd opgetild en we gingen op weg naar iets wat zei bushalte noemde. Dat is de plek waar je in een hele groote auto met meer mensen of dieren in kan. Een bus dus.

Toen we de bus instapte dacht ik nog oh ok dit is best ok. Tot dat de bus ging rijden. Hellepie wat is dit foor gevoel! Oh nee dit find ik helemaal niet leuk! Dus ik zette het op een mauwen. Achterin de bus zat een mensenkind. Poesie mauw doen. Dat hoorde ik haar zeggen. Ja ja deze poes doet inderdaad mauw. En hard ook! Gelukkig hoefde we niet heel lang in de bus te zitten. Toen we uitstapte rook ik de buitenlucht en snofde ik die eens goed op. Frau deed weer haar finger door het deurtje en aaide me weer even.
We zijn er nu bijna Min zei ze. Na eefe te hebben gelopen waren we er inderdaad. Echt helemaal een eigen ingang was het. Met allemaal plaatjes van katten op de ramen. En binnen rook ik allemaal noepies en brokjes en natfoer. En andere katten. Dat ook. Die waren er nu niet maar ik kon wel ruiken dat ze er waren geweest. Toen ging de deur open van witjas zijn kamer. Hij ging me aan alle kanten bekijken en bevoelen. Daarna wilde hij mijn cijfer weten. Dus ik wilde nog mauwen dat dat preifussie is maar ik werd hop zonder pardon op het weegding gezet. En wat er daarna gebeurde! Ik bloos er nog steeds een beetje fan!

Mooi

Witjas zei dat een heel mooi poesje was. Mooi gezond en dat ie niet geloofde dat ik al 12 was. Hij fond me er als 8 of 9 uitzien. Dus ik wees met mijn pootje naar mijn poespoort. Frau moest glimlachen. Je bent echt mijn kattekind he, ik word ook altijd jonger geschat. Daarna was onderzoek klaar en gingen we weer naar huis. Ik krijg mijn beloofde noepie en ging een heel lang tukkie doen.
Nou dit was het weer foor deze keer. Ik tetter nog steeds mee foor freede en ook foor feiligheid. Dat iedereen feilig over straat kan lopen hoe, waar, wanneer en hoe laat die maar wil!
Pootje van Minnie