Categorie archieven: Uit het leven van Bert

Nou het slapen weer voor het fijne gefoel is

slapen

Gisteren was er opeens heel veel regen, ik vond het eng maar ook fijn want ik wist: nou gaat het tropiese weg. En dan is slapen weer echt fijn.

Mijn oer

Toen het tropies was, heb ik heel veel geslapen. Ik lag onder de werktafel van mijn vrouw, onder een vensterbank, voor het waaiding en haast nooit in de vensterbank. Het was slapen vanuit mijn oer-gefoel, dat ik wist: dit is nou het beste om te doen.
En dan doe ik dat dus.
Maar echt dat je zegt, wat supergezellig, dat was het niet.
Mijn kussen op de de bank was te warm, daar kon ik geeneens op liggen.

Het fijnste

Supergezellig was aan het einde van de avond, na mijn snek, dat ik met mijn vrouw voor de ventilator lag en dat ze me over mijn kop aaide en achter mijn oren en dat ik tegelijk wind in mijn vacht had en dat het raam open stond en er kwam lucht van buiten. Dat was het fijnste van elke tropiese dag.
Toch heb ik liefer mijn gewone leefe, echt waar.

Samen

In mijn gewoone leefe is slapen voor het fijne gefoel van binnen. Dan snurk ik of ik hang op mijn kussen en af en toe ben ik even wakker en dan zegt mijn vrouw: “Wat hebben we het goed samen, hè Bertje?” en dat is waar dus dab slaap ik weer verder.
En ik slaap dan ook op bed, maar toen het tropies was niet. Te warm. Dan ging ik soms op de planken van de slaapkamer liggen dan was ik toch een beetje samen.

Gewoon

Gisteren kwam die regen en nou ben ik aan het oefenen om weer mijn gewoone leefe terug te vinden. In huis is het nog warm, maar anders en minder. De lucht van buiten is beter. Eten is gemakkelijker. En het slapen begint weer dat echte fijne te krijgen.

Eerlijk waar, ik hou van de zon en de warmte. Maar dat tropiese duurde te lang en nou foel ik: het gewone leefe is het allerfijnste leefe.

Dit blijf ik eten na het tropiese

Het is keiheet of het is tropies en ik hoor dat het nou bijna over is. Maar ik heb nou nieuwe gewoonten waarvan ik zeg: dat blijf ik doen.

Water in eten

Heel soms drink ik uit mezelf maar het beste drink ik als er water in mijn eten zit. Dat klinkt raar maar het kan wel.  Soep dat is eten en drinken tegelijk. Met het tropiese krijg ik elke middag soep  met kip of tonijn of weer wat anders erin dus dat blijf ik doen. Superlekker dat je zoiets op de middag hebt.

In mijn avondeten doet mijn vrouw extra water. Dat maakt mij niet uit, zolang het een beetje is. Ik eet met pauze en in die pauze doet ze er weer water bij. Neem ik gewoon mee naar binnen wegens dat het water naar avondeten smaakt dus dat kan het. Het maakt me niet uit zei ik dus als ze er straks mee stopt dan is het ook goed.

Avondsnek

Ik krijg elke avond een snek, dat is al sinds de eerste dag dat ik hier woon. Het komt omdat Tim, de kater die hier voor mij woonde, ’s avonds altjd een snek kreeg met zijn meedicijnen erin, dus dat moest een superlekkere snek zijn anders at hij niks. Ik krijg dat dus ook alleen zonder meediecijnen, alleen snek. Daarom zeg ik: bedankt Tim.

In die avondsnek zit geen ekstra water maar ik krijg nou de hele tijd spul uit het staafje. Niks mis mee. Alleen straks wil ik wel weer snoepjes of een kauwstaaf in stukken, dan heb je toch je avondsnek maar die is net even anders.

Gewoonte

Dat ik een jongen van vaste gewoonten ben, dat weet iedereen die mij een beetje kent. En nou heb ik er nieuwe gewoonten bij en dat is vooral elke middag soep. Stukken kip. Tonijn. Dat blijf ik eten als het tropiese weg is, zeker weten van wel.

Wat ik durfde met de doos op de slaapkamer

doos

Ik had mijn vrouw naar bed gebracht en zij sliep maar ik niet. Dus ik ging op het bed zitten en keek rond in de slaapkamer. Wat kon ik doen?

Kast

Er verandert bij mij in huis haast niks en dat is goed. Dan hou ik het overzicht. Een hele tijd terug kwam er een kast op de slaapkamer. Ik kon er niet tegen, echt niet. Maar toen op een dag rook de kast gewoon en ik zag een handdoek op een plank. Daar ging ik op liggen en sinds die dag ben ik niet meer bang voor de kast. Soms spring ik er gewoon in en uit, dat durf ik nou ook.

Doos

Vanaf het bed kan ik alles zien. De kast dus. En ook de tafel en onder die tafel staan dozen daar zitten boeken in. Ik zag dat er een grote doos open stond. Open?
Ik sprong van het bed, liep in het donker naar de tafel en klom op de eerste doos, wat helemaal niet gemakkelijk was. Eraf, er weer op, er weer af, maar ik wilde het. Toen naar de tweede doos. En met een sprong was ik in de grote doos en ik wist meteen hier zitten boeken in want die had ik onder mijn poten.

“Bertje, wat ben je aan het doen?” vroeg mijn vrouw. Ze deed het licht aan en keek naar mij. Ik keek terug van niks aan de hand. Ze deed het licht weer uit.

Toen heb ik gewoon een tijdje gezeten waar ik zat. Onder de tafel in een doos met boeken. Het was anders dan anders en ik vond het een beetje raar. Want ik wist van Feesboek dat er heel veel katten zijn die van dozen houden maar ik wist niet meer wat ze dan doen.

Tapijt

Dus nou ja, toen ben ik maar weer uit de doos gegaan. Ik ging op het tapijt voor het bed liggen om na te denken over het afontuur, want dat was het. Want ik was toch in de doos gegaan en al ben ik nog steeds geen dozenjongen, ik durfde toch wel iets meer en dat is belangrijk in het leefe, dat je iets durft.

Tips voor nou het weer tropies is

tropies

Ik foelde het aan mijn snorharen, ik rook het aan de voordeur: het tropiese komt terug. Elke dag is het nou keiheter dan de dag ervoor.

De vorige keer heb ik praktiese tips gegeven, dus wat je moet doen en wat je moet laten als het tropies is. Het belangrijkste was:

  •  drink iets lekkers, bijfoorbeeld water met sneks
  •  pak je rust, dus slapen en dutjes doen

Van binnen

Deze keer wil ik wat zeggen over wat je het beste van binnen kunt doen, dus psygies. Ik ben zelf een kater die snel bang is maar als het tropies is, weet ik wat ik moet doen en hier komen dus mijn tips.

  •  aksepteer dat het tropies is, dus niet gaan zeggen dat je het anders wil en dat het daarom ook anders moet zijn. Als ik het tropiese voel, dan weet ik: het is zoals het is. Dan heb ik rust van binnen. En dan is de dag fijner.
  •  foel je gefoel, dus wat je ook voor gefoel van binnen hebt, foel wat er is. Dat doe ik altijd en helemaal als het tropies is want zo weet ik wat ik nodig heb. Soms een knuffel, of een dutje of een hapje of een lief woordje als ik het even niet meer weet. Als je een mens bent, kun je iemand opbellen voor een lief woordje.

Tropies is best moeilijk als het er opeens is en dat is niet door het tropiese maar door de verandering. Dat het plotseling anders is en je kunt je gewone dingen niet en je moet dan andere dingen gaan doen. Zelf ben ik nooit goed met veranderingen maar dit snap ik. En dat is omdat ik mijn leefe per dag leef.

Vandaag

Ik heb wel gefoel voor de toekomst, daarom weet ik dat het tropiese komt. Maar ik leef per dag dus dan wil ik het vandaag fijn hebben en dat lukt ook, en morgen zeker weten ook en daarna vast ook. Maar ik leef vandaag.

Een thuis voor je eigen

thuisIk zeg hoera en gefeeliesieteerd. Wegens dat de Vereniging Kattenzorg jarig is. Ze hebben een superdik blad gemaakt en daar sta ik ook in. Wilt u de Vereniging steunen, klik dan hier.

Hieronder staat mijn column die ik op de foto nog een keer lees.

Superfijn

Als u mij ziet slapen of hangen of helemaal rieleksen wegens dat ik net weer een lange knuffel op mijn buik heb gekregen dat weet u dat mijn leven superfijn is. Maar dat is niet altijd zo geweest.

Opvang

Voordat ik hier kwam zat ik in de opvang en daarvoor leefde ik op straat. Dat was moeilijk. Iedereen denkt van een straatkat o die redt zich wel, en voor een hond bellen ze meteen de ambulance want die is zielig. Een hond heeft dan steun nodig, en ik zeg eerlijk een kat ook. Want op straat is het leven gewoon moeilijk. Je hebt geen bak, wanneer er eten is dat weet je niet en mensen jagen je best gauw weg dus knuffels heb je haast nooit, en iedereen heeft liefde nodig dus een straatkater ook. Wegens al die moeilijkheden en ook door de andere straatkatten ging het slecht met mij. Ik was heel raar van binnen. Dat ik niet goed meer wist wat echt was en wat niet, en ik vond alles gevaarlijk en moeilijk. Dan ben je ver weg, hoor. Op een dag hebben mensen me gevangen en binnen gehouden dus toen zat ik in de opvang.

Gewend

Ik kreeg medicijnen. En ik kreeg knuffels achter mijn oor, dat waren de medicijnen voor van binnen. Druppeltjes kreeg ik ook. Er ging ik weet niet hoeveel tijd voorbij en net toen ik dacht nou hier blijf ik, toen kreeg ik bericht dat ik in aanmerking kwam voor een huis.
Een huis? Ik was net gewend. Maar zo deden ze het, zeiden de mensen van de opvang, en als ex-asielkater durfde ik niks te zeggen.

Gelukkig wilde niemand me hebben. Er kwam steeds bezoek en de andere katten gingen dan miauwen en voorin hun hokje staan dus die kregen een thuis. Ik miauwde nooit en ik verstopte me. Ja, en als je dan al zeven jaar bent en je hebt angstklachten, dan is er gewoon geen belangstelling, echt waar niet.

Keihard miauwen

Op een dag kwam er een vrouw voor mijn hokje staan. Iemand van de opvang stond naast haar. Ik voelde me bang worden. Dus ik meteen na de oorknuffel achterin mijn hok. Even later hoorde ik dat ik met haar mee naar huis moest. In de taxi heb ik keihard gemiauwd.

Een thuis

Hier in huis gebeurde niets. Soms zei ze wat tegen me. Dus toen kreeg ik het gevoel van misschien is het iets, een thuis. Ik heb die nacht naast haar geslapen wegens dat gevoel en daarna begon de eerste dag van ons leven samen. Ik kreeg lekker eten. Ik leerde spelen en knuffels en samen op de bank hangen. Ze zei dat ik niet op schoot hoefde als dat te moeilijk voor me was.

Zo heb ik geleerd wat het betekent als je een thuis voor je eigen hebt. Er is iemand die je kunt vertrouwen en die van je houdt zoals je bent. Dus dat hoop ik voor iedere kat in de opvang.