Ik foel het aan mijn vagt en ik ruik het aan de lucht, de zomer is nou aan het weg gaan. Het kei-hete is er niet meer. Mijn vrouw zegt dat het waaiding nou naar de schuur kan. En nou denk ik elke afond wat zal ik doen, op bed of niet.
Slaapkamer
Met het keihete ga ik niet op bed, dan is het te warm in de slaapkamer boofe. En eerlijk waar dat is best moeilijk voor mijn vrouw en ook foor mij. Wegens dat je toch gezelligheid met elkaar wil hebben en wilt saame zijn ook als het nacht is.
Maar mijn vacht is zo dik dat lukt dan niet.
Saame
En nou is mijn vacht nog steeds dik alleen het is minder heet.
In deze week ben ik al af en toe op bed gaan slapen. Ik krijg knuffels en liefe woordjes en zo beginnen we dan saame aan de nacht.
Dat is intiem en gezellig, zo saame. Het is donker en stil en het is alleen wij saame. Dan foel ik hoe fijn het is dat ik huiskater ben.
Spannend
Alleen als het nacht is dan is het leefe ook anders. In de straat zie ik van alles en soms als ik op bed lig hoor ik iets dat ik weet, naar beneden Bert, gaan kijken en oplette, want er is iets.
Als het nacht is dan is de straat spannender. En nou het keihete weg is, kan ik gemakkelijker aalert blijfe in de vensterbank. Dan lig ik te kijken naar de nacht en ik foel me een nachtkaterman, dat is best een spannend gefoel. Heel anders dan een knuffelkater maar dat ben ik ook.
En elke nacht weer is het foor mij de vraag van ga ik op bed als knuffelkater zijnde of ga ik naar eneden als nachtkaterman zijnde. Ik spring op bed en ik ga weer naar beneden en dan weer naar bed, ik heb het druk en oferdag moet ik bijkoome, zo is het nou, wegens het is nog zomer maar eigenlijk al niet meer.
“Je hebt een flos, Bertje,” zei mijn vrouw. Het klonk of het niet in orde was. Ze klonk raar, en ze friemelde ook aan mijn staart dat ik dacht wat is hierfan de bedoeling.
Ajoooooooooooo allemaal!
En Simon?
Se stonde bes froeg op en se ginge ineene alle spulle uit de slaapkaamer in de huiskaamer brenge!
Nou ik fint dat ik heul hart hep gewerrek fandaag.
Van mezelf weet ik, rustig en ontspannen liggen kan ik alleen als ik mijn poote dicht bij me hou. Dus tegen me aan. Of poote tegen zichzelf aan. Echt waar.
“Kom dan Bert,” zei mijn vrouw en ze klopte op het bed. Ik keek nog eens goed. Ja, op bed. Maar hoe dan en waar presies?