Deze keer gaat mijn blog over het blaasmonster. En nu denken jullie natuurlijk, Minnie noem jij jezelf nou een blaasmonster? Nee, ik heb het niet over mijzelf.
Twee blaasmonsters
In huis zijn twee blaasmonsters. Een kleine en een grote. De kleine die blaast zachtjes. Daar durf ik wel een beetje bij in de buurt te zitten. Ik heb wel eens gemauwd waar die kleine nou voor is. Toen kreeg ik te horen dat het voor kruimels was. En voor mijn rommel. Nou van mijn ja! Alsof ik er wat aan kan doen dat mijn vacht soms wat haren verliest. Enne niet verder vertellen hoor, maar frau verliest ook wel eens haren. Ze denkt dat ik dat niet zie. Maar mauw hihi ik zie alles! En ok, als ik mijn natvoer door de lucht laat vliegen om het te vangen, dan valt er wel eens wat verkeerd. Dat zou ik dan kunnen opruimen maar dat doe ik niet. En daar is dan dus het kleine blaasding voor.
Grote blaasding
Nou en dan is er dus het grote blaasding. Die maakt heel veel geluid. Echt zo eng. Ik heb er zelfs wel eens een keer tegen aan geplast. In de hoop dat het dan stuk zou gaan. Maar nee helaas. Als het aan gaat dan sluip ik snel weg. En dan ga ik van een afstandje zitten kijken. Soms lukt het me om op de bank een beetje verstopt te kunnen wegdoezelen. Maar dat duurt nooit lang. Want dat stomme blaasding gaat door het hele huis heen. Dus dan lig je net weg te dromen of een lekker sappig muisje. En waar eerst het muisje dan nog piep piep zegt gaat het ineens grommen. Eerst zachtjes en steeds harder. Totdat ik dan mijn oogjes opendoe en zie dat hellepie het blaasding komt eraan. Nou dan race ik meteen weg naar een veilig plekje.
Ik heb frau wel eens gemauwd waarom ze dat blaasding heeft. Want ze heeft ook een stok met haartjes, een beesum heet dat. En daar kan je ook mee vieze geit weghalen. Maar het blaasding is een moelijk woord, hiegieeenieser. Dat kreeg ik te horen. Nou ik blijf het een eng ding vinden.
Over de plank
Ook wil ik nog wat vertellen over de plank boven de warme plaat. Die was er eerst niet. Mensenopa vond dat een kat toch niet zonder lekkere vensterbank kan. En omdat hij superhandig is, heeft hij toen er eentje voor mij gemaakt. Ik kan daar op superlekker slapen, liggen, controle doen en gewoon zitten. Hij is wel een beetje hoog en dat is niet altijd even handig. Want soms heb ik een katmerrie. Dan droom ik dat honden achter me aanzitten en dat ik moet rennen voor m’n leven. Nou en als ik dan wakker schrik dan ligt mijn staartje niet altijd goed in positie. En au, dan val ik dus wel eens van de vensterbank af.
Ze zeggen wel eens dat katjes altijd op hun pootjes terecht komen. Nou, ik kan jullie mauwen, dat als je net wakker schrikt uit een katmerrie, dat je dan echt niet altijd meteen op alle vier je pootjes terecht komt. Eerder op twee of drie. Gelukkig vindt frau me dan meestal wel zielig en krijg ik een fijne knuffel. En als ik heel zielig kijk dan soms ook een snoepje.
Dit was dan weer mijn blog voor deze week. Ik wens alle katers en poezen een fijne week en heel veel zachte kopjes.

Afgelopen zondag was het Dierendag. En alhoewel frau elke dag lief voor mij is (ik ben nu eenmaal mama’s mooie prinsesje), vandaag werd ik nog eens extra verwend. Ik heb een nieuwe krabpaal gekregen. Nou en dat was wel nodig ook hoor. De vorige had ik met krabben in al die jaren he-le-maal gesloopt. Nu heb ik dus een nieuwe en die ben ik meteen flink uit gaan testen.
Loesjedinnie had het laatst over tijd. Frau is 41 en op de televee zeggen ze nou steeds dat je met 40+ oud bent. Dus ik zo van miauw miauw je bent een seenioor. Toen liet ze me een stukje lezen van Dokter Kat. Daar stond in dat als je als kat of poes 7+ bent je ook een senioor bent. Nou toen heb ik wijselijk mijn bekkie maar gehouden en heb ik maar wat kopjes gegeven.
Mauw, het is weer mijn week. Ik wil beginnen met iedereen een hele dikke knuffel te geven. Dat is altijd wel fijn om te krijgen.
Op een andere dag was ik lekker vensterbank controle aan het doen. Ik zat lekker te genieten van alle voorbij vliegende vogels. In gedachte was ik ze allemaal aan het vangen. Ik was zo in gedachte dat ik ineens schrok van een heel hard geluid. Wooeeee woeeee woeeee. Meteen ging ik onder het bed zitten. Au mijn oortjes wat is dat voor geluid! Toen ik wat tot rust was gekomen, herinnerde ik me dat ik dit nare geluid vaker heb gehoord. ‘s Avonds mauwde ik tegen frau wat er gebeurd was. Die legde me uit dat het testen is voor als er gevaar is. Nou mauwde ik terug, dat kan toch ook zonder geluid. Ikke was er echt van geschrokken en de hond van de buren ook. Die zat de blaffen als een wolf.
Het laatste waar ik het over wil hebben is de trap. Ik ren hem op en af en weer op en af. En dat het liefst in de nacht want dan hoor je het geluid zo goed. Wat ik ook wel eens doe op de trap is mijn staartje vangen. Dat is niet altijd even handig en soms val ik dan een paar treetjes naar beneden. Als frau dat ziet dan moet ze meestal wel een beetje lachen. Ook moet ik vaak de trap afrennen om mijn natvoer te vangen. Dat heb ik dan in de lucht gegooit om heel oer te vangen, maar het valt soms de verkeerde kant op. Dan moet ik dus snel de trap af om het te pakken.
Frau zegt dat ze vaak rare dromen heeft waarin van alles gebeurd. Nou ik heb toen maar eens een hartig woordje met haar gemauwd.
Ik kom aan bij de balie waar iedereen zicht moet melden. Snel poot ik mijn naam neer en pak mijn goodiebag. Die krijgt elke deelnemer. Waauwie wat leuk zeg. Er zitten kattesnoepjes in en natvoer van meneer Royaal Konijn. Ik loop met mijn katdootjes naar een leeg kattemand en krul mijzelf er in op. Erg lang kan ik niet rusten. Want er komen katten mijn kant opgelopen.
Minnie… Minnie… Minnie de Poes! Huh hè wat? Verdwaasd kijk ik uit mijn oogjes en zie frau voor me zitten. Ze moet lachen om mijn verbaasde kopje. Als ik haar mauw wat ik allemaal gedroomd heb moet ze nog harder lachen. Je bent me er wel eentje, Minnie, zegt ze. Kom maar lekker op schoot dan krijg je een lekkere lange knuffel van mij.
Afgelopen woensdag ging de deur open terwijl frau gewoon binnen was. Dus ik meteen de trap af rennen! Want frau had het al tegen me gezegd, je mensenopa en oma komen hun kleinkat bezoeken en ze nemen katdootjes mee.
Als eerste katdootje kreeg ik een eikeltje die ze in het park bij hun hadden gevonden. Om mee te pootballen werd erbij gezegd. Nou, dát laat ik mij geen tweede keer zeggen! Tikkie links, tikkie rechts, daar ging ik. En scoren, echt wel! Onder de stoel was het doel. Mensenopa lachen, die vond het helemaal geweldig.
Maar ik kwam al snel weer terug naar waar ze waren hoor. Want het laatste katdootje was kattengras in een plastic ding. Een plantje heet dat zei frau. Nou konden we er allebei van genieten zei ze. Zij iets moois op tafel en ik lekker jammie kattengras.