De afgelopen week ben ik lekker veel binnen gebleven. Gewoon, omdat ‘t kon en omdat ik ‘t buiten veuls te koud vond. Want ik heb ‘t niet zo op die kouwe nachten die er ineens waren.
Soms stak ik even m’n neus buiten de tuindeur en heel soms rende ik ook nog even een rondje om m’n huizenblok, om gelijk wat straatinspectie te doen en de gemeenteperkjes wat te bemesten en te bewateren. Maar daarna was ‘t snel terug naar de voordeur om te mauwen dat ik toch wel weer naar binnen wilde.
Terwijl ik me dan lekker tussen m’n personeel op ‘t grote bed nestelde, kreeg ik nog een hele hoop aaitjes en knuffeltjes, en dan slaap viel ik tevreden in slaap. Want ik heb een heel goed kattenleven.
De kerssemusdagen waren niet zoveel anders dan de andere dagen, omdat m’n personeel eigenlijk niet zoveel aan kerssemus doet. Geen katdootjes, bijna geen vreemde tweebeners over de vloer, en gewoon het eten dat het hele jaar door al lekker genoeg is. Ik hou daarvan, dat er niet ineens allerlei dingen veranderen maar gewoon z’n gebruikelijke gangetje blijven gaan.
Binnen
Eigenlijk heb ik deze week dus helemaal niks spannends beleefd. De buurtkatten lagen net als ik overdag boven dat ribbelding in de vensterbank of op een ander warm plekje in huis, of deden de buurtcontrole lekker van achter het raam uit de wind in ‘t zonnetje. En ons
personeel was gewoon brokjes aan ‘t verdienen of op jacht om de voorraadkasten te vullen. Of allebei.
Dus toen het weer tijd was om achter de leptop te gaan zitten om m’n nieuwe blog te maken moest ik toch wel even heel hard nadenken waar ik deze keer over zou mauwen. Misschien over die lieve dierendoktermeneer van me, die vorige week met pensjoen is gegaan. En dat ik daarom vanaf volgend jaar ineens dierendoktermevrouwen krijg die ik helemaal nog niet ken. Maar ik weet haast wel zeker dat mijn lieve dierendoktermeneer heel erg z’n best heeft gedaan om goede opvolgers te vinden. Nou nog even afwachten wanneer ik kennis met ze ga maken, want ik ben nog steeds niet van plan om er vaak langs te gaan. Als ik ‘t voor het mauwen heb maar één keer per jaar voor m’n APK-tje (de Algemene Periodieke Kattencontrole), voor ‘t stempeltje in m’n paspoort als buitenkat. Maar voorlopig ben ik nu nog even liever binnen- dan buitenkater, zolang ‘t in m’n tuin en daarbuiten nog te koud is naar m’n zin.
Kittenkatertje
Misschien kan ik ook nog mauwen over dat ik de afgelopen week weer netjes op m’n huis heb gepast omdat m’n personeel een paar keer weg was. Ik ga dan altijd heel straategies in de vensterbank van het grote raam liggen, want dan kan ik precies in de gaten houden wie er over m’n tuinpad naar m’n voordeur loopt. En ik zie dan ook wanneer m’n personeel weer thuiskomt, en wat ze bij zich hebben.
Vroeger, toen ik nog kittenkatertje was, sprong ik dan gelijk uit de vensterbank en liep naar de voordeur voor een grondige tasseninspectie, maar tegenwoordig neem ik die moeite niet meer omdat ik wel weet dat m’n personeel best wel goed kan jagen. Ze weten precies wat ik graag lust, al slaan ze af en toe toch nog wel ‘s de plank mis door met iets onbekends thuis te komen, om ‘t me te laten proeven. Soms is ‘t heel erg lekker en wordt het toegevoegd aan m’n boodschappenlijst, maar het komt ook wel ‘s voor dat ik al gelijk ruik dat ‘t niks is wanneer m’n etensbakje gevuld wordt.
Eten
Nou heb ik, toen ik nog thuis woonde bij m’n moeder, geleerd om netjes m’n bakje leeg te eten. Maar als baas in m’n eigen huis moet ik m’n personeel natuurlijk wel duidelijk maken wanneer ik iets niet lekker vind. Uit beleefdheid snuffel ik dan wel even in m’n etensbakje, en soms lik ik de saus er uit. Want die is vaak best wel lekker, maar de rest niet. Dus dat laat ik dan staan en neem demonstratief een paar droge brokjes. M’n personeel weet dan genoeg, al laten ze dat afgekeurde bakje nog wel een uurtje staan, voor het geval ik me toch bedenk en wil eten. Maar dat gebeurt zelden, kan ik je mauwen.
Nadeel is dan wel dat ik heus geen ander natvoer in m’n bakje krijg als ik iets niet lust, dus dan zit er niks anders op dan gewoon m’n brokjes te eten als ik écht trek heb. Nou ja, dat vind ik voor een keertje ook helemaal niet erg hoor, maar het moet toch ook weer niet te vaak voorkomen want dan ga ik daar echt wel even een paar hartige woordjes over mauwen.
Druppeltjes
De laatste paar weken merk ik dat er ook iets van druppeltjes aan m’n natvoer worden toegevoegd, en dat doet m’n personeel nou al voor de derde keer zo tegen het einde van ‘t jaar. Ze zeggen dat ik dan beter tegen de harde knallen kan die buiten zijn, dat ik er niet zo erg van schrik. En eigenlijk vind ik ‘t ook best wel lekker, die druppetjes, want het is net alsof ik na het eten lekker relekst ben. Alsof ik een heel half uur met m’n ketnipmuis gespeeld heb en een beetje wieuw ben geworden.
Voordeel is ook dat ik, net als vorige jaren, volgende week weer lekker vanaf de vensterbank boven dat warme ribbelding naar alle lichtjes buiten ga kijken. En voor alle herrie die daarbij hoort draai ik dan m’n poot niet om. Want met de jaarwisseling en de dagen daarvoor ben ik gewoon een Koele Katermans, al mag ik dan niet naar buiten van m’n personeel. Maar dat vind met de kou ook helemaal niet erg hoor.
Ik wens al m’n blogvriendjes alvast een hele mooie jaarwisseling, met heel veel knuffels en gezondheid en lief personeel voor het hele nieuwe jaar!
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Wat gaat zo’n week toch hard hè… Misschien komt ‘t wel omdat ik overdag veel geslapen heb. In een vensterbank, op ‘t grote bed, in verschillende stoelen, op de bank. En natuurlijk in m’n ribbeldingmandje, of boven in m’n cactuskrabpaal of lekker rustig in m’n villa onder de eettafel.
Eigenlijk zijn de dagen voor kerssemus hier in huis best wel raar. M’n personeel is druk bezig met allerlei dingen die nog moeten gebeuren, en dat geeft mij de tijd om lekker ongestoord te kunnen dutten.
Niet alleen met iedereen die je lief is, maar ook met anderen die best wel wat extra hulp of aandacht kunnen gebruiken. Omdat saame zijn niet alleen maar in twee dagen gepropt hoeft te worden maar het hele jaar door gewoon kan. De wereld zou er een heleboel liever en zachterder van worden als we de kerssemusgedachte het hele jaar door vast kunnen houden.
Nou dacht ik de afgelopen week toch echt dat het alweer voorjaar was geworden. M’n personeel durfde overdag zelfs zonder jas de tuin in en, behalve dan de twee dagen dat ik op ‘t achterpad bijna uit m’n jas woeide, was ‘t ook best wel lekker buiten.
het een beetje te druk worden in z’n huis. Maar hij mauwde dat die vreemde tweebeners wel hele mooie jute zakken bij zich hadden, waar hij voordat ‘ie naar buiten ging nog even snel z’n nagels aan gescherpt had en dat er toen allemaal van die rare bolle brokjes uit waren gevallen die hij niet eens mocht opeten.
tafel werd gezet. En ook daar zaten allemaal lichtjes in, en iets dat m’n personeel slingers noemt. Natuurlijk heb ik die boom op tafel aan een potige inspectie onderworpen, maar ik vind er helemaal niks aan. ‘k Ben zelfs op m’n achterpoten gaan staan om ‘m van de bovenste tot de onderste tak te inspecteren, maar er is iets vreemds mee aan de hand. Hij is zacht genoeg om kopjes tegen te geven, maar ik denk niet dat ‘ie mest of bewatering nodig heeft. En hij ruikt helemaal niet interessant genoeg om mee te spelen, maar m’n personeel is er zo te zien best wel blij mee, dus ik gun ze hun pleziertje en blijf er verder van af.
Vorige week heb ik jullie gemauwd over m’n allereerste uitschuifbare hengel die ik als beebiekittenkater gekregen had, weet je nog? En dat die na een tijdje van dik plakband aan elkaar hing, en helemaal niet meer uitschoof en dus uiteindelijk in de vuilnisbak belandde.
Dus nadat het dunste stukje van m’n nieuwe hengel gemaakt was en weer stevig recht stond, wilde ik ‘m ook gelijk uittesten. En ik vond ‘m werkelijk kattastisch. Urenlang ben ik met m’n nieuwe speeltje in de weer geweest om de veertjes te pakken te krijgen. Ik sprong, dook, sloeg er met m’n poten naar en was dan helemaal blij. Vaak kreeg ik ze te pakken, maar soms waren ze net te snel om te grijpen en dan maakte ik me heel klein en volgde in opperste concentratie de bewegingen van de veertjes voordat ik BAM met m’n voorpoot deed om ze dan alsnog te vangen. Ik kreeg er gewoon geen genoeg van, en zelfs als m’n personeel even geen tijd had mocht ik er alleen mee spelen.
Kortom, ik heb dus gisteren niks van Sinterklaas gekregen. Sterker, er is zelfs niemand langsgeweest. Maar gelukkig heb ik wel een lekkere snek gekregen van m’n personeel en heel veel kroelen, kriebels, aaien en lieve woordjes. Zelfs een paar kusjes op m’n neus en tussen m’n oren, maar ik weet nog niet helemaal zeker of ik dat nou echt wel zo leuk vind. Maar ze bedoelen ‘t goed hoor, dat personeel van me. Al is ‘t ze nog steeds niet gelukt om scherpe foto’s te maken als ik met m’n uitschuifhengel speel, want ik ben dan zo afgrijselijk snel dat ik gewoon niet bij te houden ben. Vandaar dat je het even moet doen met een foto van toen ik net wakker was geworden en gelijk de veren van m’n raamhengel greep. Dat is voornamelijk voorpotenwerk zoals je kunt zien aan ‘t bewogen beeld, maar ‘t gaat om ‘t idee, toch?
Heb ik jullie ooit wel ‘s gemauwd over m’n allereerste uitschuifbare hengel, die ik als beebiekittenkater kreeg toen ik op mezelf ging wonen?
het Nationale Kattenteam, als eerste doelkater. Want er kwam geen bal voorbij me, hoe snel, hoog of groot die ballen ook waren. Maar ja, m’n personeel en ik waren het er over eens dat we geen ballenkittens over de vloer wilden, om de ballen te verzamelen en terug te brengen zodat ze opnieuw gegooid of gerold konden worden, dus m’n droom ging voorlopig even in de onderste la van de koelkast. Daarbij kwam ook nog ‘s dat ik het na die winter heel druk kreeg met de straatcontroles in m’n wijk, dus ik had weinig tijd meer om een hele dag binnen te spelen. Het leek er op dat zulke keuzes nou eenmaal gemaakt moeten worden wanneer je ineens een volwassen katermans bent geworden.
zomer meer is.