Categorie archieven: Joep

Joep beleeft de herfst

Wat een week was het weer… Eigenlijk vind ik de herfst zoals die de afgelopen dagen was helemaal niet zo erg, de hitte is uit de grond in de tuin verdwenen en ik kan genieten van het zachte briesje dat af en toe door m’n vacht streelt.

Ik ben urenlang bezig met blaadjes vangen. En ik kan je verzekeren dat dat toch wel een wat andere behendigheid van me vraagt dan muizen vangen…
Alleen die regen en storm van begin van ‘t vorige weekend, hè… Die zorgde ervoor dat de stoelkussens al heel snel door m’n personeel in de schuur werden opgeborgen. Maar m’n tuintafelkussen, dat nog steeds onder de overkapping lag, is dat weekend midden in de nacht weggewaaid toen ik zelf even m’n poten aan het strekken was op ‘t achterpad.
Hoe ik ook probeerde, ik kreeg ‘t niet voor elkaar om, terwijl m’n personeel binnen in het grote bed hun nachtelijke voorraad haardhout lag te zagen, m’n kussen in die regen en storm weer terug op tafel te krijgen.
En dan is ‘t best arremoei hoor, om op ‘t harde tafelhout te moeten slapen.
Dat hoefde gelukkig ook niet, want onder de tuintafel lag m’n rieten mandje met kussentje nog, helemaal droog tegen de buitenmuur aan, dus daar ben ik toen maar gauw in gaan liggen voordat de wind daar ook vat op zou krijgen, om te wachten tot m’n personeel uitgezaagd was.

Regen

Pas tegen ontbijttijd zag m’n personeel zodra ze de tuindeur voor me opendeden wat er gebeurd was, maar toen was m’n tuintafelkussen op de grond al helemaal door-en-doornat geregend. Ik ben die zondagmorgen dan ook een beetje mopperend naar binnen gegaan voor m’n ontbijt, terwijl m’n personeel een reddingsactie uitvoerde op m’n grote bruine kussen, dat inmiddels een doorweekt en onbruikbaar tuintegelkussen was geworden. Maar nog voordat ik m’n ontbijt achter de kiezen had, lag m’n kussen al in dat grote draaiding dat in de keuken staat en dat brommend m’n kussen nóg natterder maakte dan dat ‘ie al was. Ik snapte er niks van.
Gelukkig hield de regen na twee dagen op, en was ook de storm gaan liggen. Maar ik hield het nog wel even voor gezien buiten, en verlangde alweer terug naar de zomer die nu toch echt definitief voorbij leek te zijn.
In de tussentijd was de kachel in huis alweer aangegaan, dus de beste plek om dan te gaan liggen dutten is altijd op m’n kleedje in de vensterbank. En dan moet ik wel op tijd even draaien natuurlijk, zodat door de warmte van dat ding onder de vensterbank zowel m’n rug als m’n poten extra lekker warm blijven als ik ze net over ’t randje van de vensterbank leg.

Onderpootelingen

Dat heb ik toch zeker de rest van de dag en een hele nacht en nog een hele dag volgehouden, want ik was wel even klaar met die storm en de regen buiten. Ik moest alleen uit m’n voorverwarmde vensterbank komen als ‘t etenstijd was, want m’n personeel vertikte ‘t gewoon om twee keer lunch en diner en één keer ontbijt bij ‘t raam te serveren. Dat moet ik als hun contract over twee en een half jaar afloopt toch wel even gaan aanpassen, zodat m’n natjes en droogjes daarna niet meer alleen in de keuken gezet worden maar gewoon dáár waar ik op dat moment lig geserveerd worden.
Heel eerlijk gemauwd had ik die twee dagen zelfs ook helemaal geen zin om buiten de plantjes te bewateren en te bemesten, want uit eerdere ervaring had ik al geleerd dat ik dan zeker met een paar modderpoten en ‘n nat pak zou thuiskomen. En extra poetsbeurten, daar had ik dat weekend ook even geen zin in. Dus ik heb tot enthousiasme van m’n personeel toch maar weer ‘s gebruik gemaakt van m’n overdekte gritbak met klapdeur die al tijden ongebruikt en brandschoon in de badkamer staat. En dat viel me eigenlijk niet eens tegen…

Serveren

Gelukkig kreeg ik wel meer dan genoeg knuffels en aaien en lieve woordjes als ik zo de hele dag in de vensterbank lag, en dat was heerlijk. Als ik zin had, draaide ik me op m’n rug met alle vier m’n poten omhoog, en dan kreeg ik ook nog buik- en kin kriebels. Dat maakte toch wel weer heel veel goed en ik bedacht me dat ik het ook eigenlijk helemaal niet slecht getroffen heb met m’n personeel. Maar dat serveren van m’n eten en drinken in de vensterbank of op de bank of op ‘t grote bed of op ‘t dakterras van m’n villa of boven in m’n kaktuskrabpaal opnemen in ‘t nieuwe personeelscontract lijkt me nog helemaal niet zo’n gek idee. Ik denk dat ‘t dan wel harde onderpootelingen gaan worden, want zelf eten ze ook altijd op dezelfde plek aan de grote eettafel. Maar ik wil ‘t tegen die tijd wel gaan proberen als ik er dan nog aan denk.

Kussen

Nou vraag je je misschien af hoe ‘t met m’n tuintafelkussen is afgelopen… Ik kan je mauwen dat die na het weekend weer brandschoon en kurkdroog op de tuintafel lag. En omdat het daarna ook beter weer werd en de zon zelfs af en toe te voorschijn kwam ben ik vanaf dat moment lekker veel buiten geweest. Overdag in de tuin, op ‘t achterpad of in ‘t weiland, en als ik klaar was met m’n straatcontrolenachtdiensten ging ik lekker liggen dutten op m’n schone tuintafelkussen tot het tijd was voor m’n ontbijt.
De plantjes in m’n tuin zijn inmiddels ook weer voldoende bewaterd en bemest, ik eet en drink nog steeds in de keuken dus alles gaat weer gewoon z’n gebruikelijke gangetje hier.
Eigenlijk heb ik toch best wel een mooi leven zo…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep en het ongeluk met de krabpaal

Misschien weten jullie je nog te herinneren dat ik dit jaar voor m’n verjaardag een hele nieuwe krabpaal heb gekregen. En daar was ik heel erg blij mee, ook al was het maar gewoon een kartonnen paal met touw eromheen, een lekker zacht grijs pootstuk en eenzelfde zacht stukje boven op de paal. Want heel eerlijk gemauwd heb ik niet veel meer nodig om een paar keer per dag m’n stiletto’s aan te kunnen scherpen. En ik kon aan m’n nieuwe paal ook weer prima m’n rek- en strek oefeningen doen. Met m’n voorpoten helemaal omhoog, bovenkant paal aanraken en dan weer omlaag. En dat dan een paar keer achter elkaar, echt, ik kan ‘t iedereen aanraden.

Trainen

Soms sloeg ik m’n stiletto’s vast, net onder de bovenkant, en dan ging ik op m’n billen zitten met m’n borstkas helemaal tegen de paal aan, da’s dan weer een andere rek- en strek oefening die ik heel graag deed voor de voorpootspieren.

En als ik daar dan mee klaar was klom ik via de krabzak die nog steeds over m’n oude krabpaal hangt zo snel mogelijk naar boven tot aan ‘t plafond, om daar m’n achterpoten aan te spannen. Want ik grijp elke mogelijkheid aan om de spieren te trainen. Niet om indruk te maken op de buurtkatten hoor, want dat heb ik als jonge katermans helemaal niet nodig, maar gewoon omdat ik dan veel lekkerderder in m’n vel zit en nog harderder kan rennen.

Nou, dat ging dus al die tijd helemaal hartstikke goed. Tot woensdagmiddag…

Helemaal los

Terwijl ik met m’n billen op de grondplaat zat, achterpoten met de tenen tegen de paal en de stiletto’s van m’n voorpoten hoog boven in, trok ik gewoon die hele paal los van de grondplaat! M’n personeel en ik keken elkaar geschrokken aan, zo van wat gebeurd hier nou? Gelukkig kon ik de neerstortende paal nog net ontwijken, anders was ik midden in m’n vakantie nog in de ziektewet terecht gekomen ook.
Maar mede dankzij de knuffels en aaien die ik gelijk van m’n personeel kreeg was ik snel over de eerste schrik heen. En ik moet mauwen, dat lekkere bakje kattenmelk daarna deed ook wonderen om m’n hartslag weer wat omlaag te krijgen.

Gelukkig heeft Senior al wat ervaring met het oplappen van een krabpaal, al wordt ‘ie daardoor wel steeds een stukje korterder. Die paal dan hè, want Senior blijft natuurlijk altijd even lang.
Maar omdat de restanten van de paal een paar dagen in ‘t werkhok verdwenen, heb ik de rest van de week niet meer echt kunnen trainen. Nou ja, gelukkig staat m’n kaktuskrabpaal nog steeds naast de tuindeur, maar dat is meer een ding voor behendigheidstraining omdat ik daarin alleen zigzaggend van plank tot plank naar boven kan. Ik had die kaktus de hele zomer niet meer gebruikt, omdat ik lekker veel buiten ben geweest. Maar nu ‘t alweer wat frisser begint te worden, herinnerde ik me zodra ik een poot in de mand bovenin zette hoe lekker warm het op die hoogte is. En wat een perfect uitzicht ik daar vandaan heb over de hele woonkamer, de gang én de keuken. Kan ik mooi in de gaten houden wanneer m’n krabpaal weer gemaakt gaat worden. Of dat er misschien wel een hele nieuwe krabpaal binnengehaald gaat worden, zo eentje die wel drie keer zo dik is als m’n vorige en die ik met mijn katermanskracht niet zo snel meer omver kan trekken.

Katdootje

Ik hoop een beetje op dat laatste, want wisten jullie trouwens al dat het vandaag Werelddierendag is, dus een feestdag? En bij een feestdag horen volgens mij katdootjes…
Junior zei ‘t vanmorgen tegen me, maar ik had geen idee meer wat dierendag betekent. Dus ik zat al vroeg, voordat ik aan m’n vierenzeventigste blog begon, samen met haar achter de leptop om het hele verhaal aan te horen.
Junior vertelde over een tweebener die niet alleen lief was voor andere tweebeners die het moeilijk hadden, maar ook heel lief voor dieren en planten. En dat meer dan vijfennegentig jaar geleden, heel lang nadat die lieve tweebener al een mooie ster was geworden, besloten werd dat op vier oktober alle dieren van de hele wereld een hele dag extra aandacht moesten krijgen. En lekkers. En hopelijk eindelijk een eigen gouden mandje en genoeg te eten voor iedereen die dat nog niet heeft.

Bofkater

Over katdootjes voor dierendag heeft Junior helemaal niks gezegd, maar mij hoor je niet klagen. Zelf ben ik al twee en een half jaar een enorme bofkater omdat ‘t volgens mij hier in huis elke dag dierendag is, maar vandaag dus nog ‘s een beetje extra. Hoop ik. Misschien krijg ik wel een blikje tonijn met kaas voor ontbijt straks. Of iets anders lekkers, want er staat nog genoeg in m’n voorraadkast. En na ‘t ontbijt gaan we tellen hoeveel centjes er in m’n spaarvarken zitten, om te doneren voor andere diertjes die nog geen eigen huis of lekker eten hebben. Want alle kleine beetjes helpen, en als we goed voor elkaar blijven zorgen en lief zijn voor elkaar dan gaat ‘t vandaag weer een hele mooie dag worden, ondanks de regen!

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep beleeft de herfst

Het zal niemand ontgaan zijn, maar afgelopen maandag is de herfst weer begonnen. Dus dat wordt de komende tijd weer hard werken om achter alle afgevallen blaadjes in de tuin aan te rennen, samen met m’n personeel wat gaten in de aarde te maken om alvast wat bolletjes te planten, om daarna heerlijk te luieren in huis. Want deze week neem ik vakantie.

Derde herfst

Ik heb al bedacht dat ik elke dag ‘s morgens na m’n ontbijt lekker op de vensterbank van het kleine raam in de grote slaapkamer ga liggen wachten op de zon. Want dat ligt daar nu toch echt even veel lekkerderder dan buiten, zeker als ‘t waait. En van daaruit kan ik ook heel gemakkelijk nog wat aan straatcontrole doen, als ik daar zin in heb.
Pluspunt van vakantie nemen is ook dat ik altijd op tijd thuis ben voor de lunch, want zodra ik m’n voorraadkast open hoor gaan heb ik nog tijd genoeg om me uit te rekken en op m’n gemak naar de keuken te wandelen om aan te schuiven. En ik kan m’n personeel nu ook wat meer aandacht en knuffels geven, want de afgelopen weken kwam ik eigenlijk vaak alleen maar binnen om te eten, omdat het buiten nog zulk lekker weer was. Urenlang kon door m’n wijk wandelen of lag ik op ‘t kussen op de tuintafel te dutten, en dat laatste was extra gezellig als m’n personeel dan ook in de tuin kwam zitten. Maar nu de avonden weer wat kouder worden en ‘t overdag vaak waait blijven zij toch liever binnen…
‘t Gaat alweer m’n derde herfst worden die ik in m’n leven meemaak. De eerste heb ik grotendeels gemist, omdat ik toen nog te jong was om alleen naar buiten te mogen. Maar de herfst daarna, vorig jaar, was een belevenis met alle veranderingen in m’n tuin. Bijna alle blaadjes waar ik in de zomer nog zo heerlijk onder had gelegen verdwenen de één na de ander van de takken, en ik maakte me toen echt wel zorgen of dat ooit wel weer goed zou komen.

Dikkere vacht

Dit jaar weet ik beter, want die kale takken horen gewoon bij ‘t seizoen. Net zoals ik merk dat m’n vacht nu weer wat dikker begint te worden. En daar ben ik heel blij mee, want anders zouden de nachten best wel koud worden om de straatcontroles uit te voeren of op stap te gaan.
Na m’n diner ga ik vaak nog wel even naar buiten, om de poten te strekken en ‘n luchtje te scheppen. Soms mauw ik wat bij met de buurtkatten, want ook dat is heel belangrijk. En voordat ik dan weer op m’n kussentje op de tuintafel ga liggen loop ik eerst nog een rondje door m’n tuin om wat nieuwe plantjes te bewateren en bemesten, zodat ze volgend jaar weer volop in bloei kunnen staan. Maar zodra m’n personeel het gordijn van de woonkamer dicht doet, weet ik dat ‘t tijd is om naar binnen te gaan omdat ze gaan slapen. En niets is zo lekker om dan tussen hun in op ‘t grote bed te liggen, en dan met heel veel aaien en knuffels en kroelen en lieve woordjes in slaap te vallen.
Maar ja, na een paar uurtjes wil ik eigenlijk toch wel weer naar buiten, omdat ‘s nachts de muizen en de mollen in ‘t weiland ook wakker zijn. Gelukkig is m’n personeel op een leeftijd dat ze vaak midden in de nacht nog even op hun bak gaan, dus dan wacht ik geduldig bij de voordeur tot ze die voor me openmaken om naar buiten te kunnen.

Personeel

Soms kom ik dan de buurtkatten van dienst nog wel tegen, maar vaak loop ik gelijk over de brug richting ‘t weiland. Heerlijk is dat, als alles stil is op straat en de sterren flonkeren boven m’n kop. Meestal ga ik dan even rustig zitten om te luisteren of ik iets in ‘t gras hoor ritselen. Want diep in m’n hart blijf ik natuurlijk een echte jager, zelfs met m’n goedgevulde drink- en etensbakjes in de keuken.
Het is altijd ook een hele goeie training om ‘s nachts op muizen te jagen. Soms laat ik de muis winnen, want m’n personeel lust ze niet. En heel eerlijk gemauwd, sinds ik de gemarineerde muizensateetjes op de diverse feesten heb geproefd vind ik rauwe Weilandmuis ook eigenlijk niet eens lekker meer. Maar de barbeknoei staat alweer helemaal schoon in de schuur, dus die mag ik niet meer gebruiken…
Voordat ik dan weer richting huis wandel, ren ik eerst nog wat rondjes door ‘t weiland. Lekker door ‘t hoge gras, waar ik dan bovenuit spring om te zien waar ik ben. Soms kom ik nog wel ‘s een buurtkat tegen die ook z’n poten aan ‘t strekken is en rennen we achter elkaar aan, da’s ook heel leuk. Maar zodra ik thuis het licht aan zie gaan in m’n woonkamer dan weet ik dat m’n personeel wakker is en ga ik weer op huis aan om aan m’n nieuwe dag te beginnen met een lekker ontbijtje.

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

 

 

 

Joep over de kleur van zijn jas

Na even van Feestboek en andere pagina’s te zijn weggeweest vanwege drukte op ‘t werk bij m’n personeel ben ik deze week weer met ze voor de leptop gaan zitten, al blijft m’n personeel volhouden dat we er achter zitten. Daar snap ik werkelijk helemaal niks van, want als ik er achter ga zitten dan zie ik helemaal niks… Maar ik mauw daar niet meer over tegen hullie hoor, want ik weet zeker dat ik er nu voor zit en m’n personeel blijft volhouden dat we er achter zitten. En als zij daar gelukkig van worden vind ik dat helemaal prima. Want gelukkig personeel betekent gewoon meer kroelen en aaien en lieve woordjes. En natuurlijk niet te vergeten, vaak ook wat meer snekkies. Dus ik laat het maar zo.

Mijn wereld en die van tweebeners ziet er toch vaak wat anders uit. Zij houden al niet van muizen of kouwe soeppies, ze willen ‘s nachts juist altijd op het grote bed slapen in plaats van lekker in ‘t donker onder de sterren, of als ‘t regent nooit op een kussentje op de tuintafel onder het balkon zitten.
Ze kunnen vaak ook heel beleefd blijven tegen andere tweebeners waar ik zelf graag met een grote boog omheen loop. En ik vraag me af, waarom zien zij niet wat ik zie?

Blafvriend

Ik heb deze week flink nagedacht terwijl ik na de straatcontroles lekker op ‘t grote bed of op m’n kleedje in de vensterbank, of ergens anders in of rondom m’n huis lag, nadat ik een bericht voorgelezen kreeg van een goede blafvriend van me. Hij vertelde dat sommige tweebeners bang van hem en z’n zus zijn, en hij denkt dat ‘t komt omdat ze allebei groot zijn, lang haar hebben en een mooie diepzwarte jas dragen.
Nou, ik heb die twee al een paar keer meegemaakt op feestjes en ‘t zijn een paar van de liefste, zachtaardigste blaffers die je je kunt voorstellen. Met een heel groot hart op de juiste plaats. Hun baasje en vrouw houden heel erg veel van ze en ze hebben een hele goede opleiding gehad. Dus waarom zouden sommige tweebeners bang voor ze zijn?
Zelf heb ik nooit een opleiding gevolgd, ik heb alles wat ik moest weten geleerd van m’n moeder voordat ik op mezelf ging wonen. Daardoor kon ik al vanaf dag één m’n personeel trainen en hoewel ze nog lang niet uitgeleerd zijn doen ze het al prima.
En hoewel ik een stuk kleinerder ben dan mijn blafvriend en z’n zus, ben ik nog nooit een tweebener tegengekomen die bang van me is. Ze willen me juist altijd graag aaien, al ben ik daar niet altijd van gediend. Maar zelfs als ik naar sommige tweebeners blaas om ze uit m’n buurt te houden vinden ze me nog lief. En dat snap ik dus niet.

Mijn enige jas

Zou het er dan misschien aan kunnen liggen dat ik geen lang haar heb? Ik heb buurtkatten die ‘t hele jaar door lang haar hebben, maar daar is ook niemand bang van…
Het brokje viel bij mij pas toen ik op een avond laat binnenkwam, en m’n personeel in koor riep ‘ja hoor, daar is de mooiste rooie katermans van de buurt weer!’ Weet je, ik heb er nooit bij stilgestaan dat m’n vacht rood, of beter gemauwd, oranje is. Want het is de enige jas die ik heb, en ik ben er heel tevreden mee, hij zit als gegoten. Maar zou m’n personeel net zo lief zijn en zoveel van me houden als ik, laat maar mauwen, een hele witte, bruine of grijze jas had gehad? Of eentje met verschillende kleuren, zoals de jas van de poezenzus van m’n blafvriend? Of glanzend zwart, zoals sommigen van mijn vrienden?
Zouden er dan echt tweebeners bestaan die zo blind zijn dat ze alleen de buitenkant van iemand zien, en daar dan gewoon al een oordeel over hebben?

Gelukkig kent m’n personeel me intussen, en weet ik zeker dat ze me niet om de kleur of de lengte van m’n jas hebben gekozen. Nee, dat was enkel en alleen omdat ik, de eerste keer dat ze kwamen kijken naar mij en m’n broertjes en zusjes, in de hand van Senior zacht spinnend in slaap viel. Daarmee gaf ik aan dat ik hem wel graag als personeel wilde aannemen, en hij snapte dat. Junior kreeg ik er eigenlijk als bonus blikjes-, zakjes- en kuipjesopener bij, want hoewel ze me al vanaf de eerste keer dat ik haar in de ogen keek ook heel erg lief vond, heeft ze nog dagenlang volgehouden dat ze eigenlijk meer van de grote blaffers was en nog niet zo goed wist wat ze met zo’n kleine beebiekitten aan moest. Maar daarna was ze helemaal om en kreeg ik van alle twee evenveel kriebels en knuffels en lieve woordjes en lekker eten. Zoals goed personeel dat doet.

Zwarte jas

Maar ik begrijp nog steeds niet waarom blaffers en mauwers met een zwarte jas vaak als laatste uit het nest eigen personeel kunnen krijgen. Of voorbij gelopen worden in dierenopvangen. Want het gaat er helemaal niet om welke kleur je jas is, het gaat om karakter en een klik met toekomstig personeel.
En dat zit bij mij thuis wel snor, want zoals ik niet kijk naar hoe m’n personeel er uit ziet (maar breek me de bek niet open over ‘s morgens heel vroeg, want dat is soms best wel even schrikken), kijkt m’n personeel niet naar de kleur van m’n vacht. Want of die nou rood, bruin, grijs, wit, zwart, groen of pimpelpaars met een roze streep zou zijn, liefde maakt blind. En als blaffers en mauwers daar geen probleem van maken, zouden tweebeners dat ook niet hoeven te doen.
‘t Zou de wereld weer een stukje mooier maken…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep en zijn persoonlijke ochtendroutine

Katkatkat, wat is deze week weer omgevlogen… En heel eerlijk gemauwd, ik heb lekker veel liggen dutten. Zeker als ‘t buiten nat was en heel hard waaide, want dat is iets waar ik niet zo gek op ben.

Ik heb ook gemerkt dat ‘t ineens nog steeds donker is wanneer ik ‘s morgens weer richting huis wandel na m’n inspectierondes. M’n ingebouwde klok loopt misschien wel ‘s een paar minuten voor of achter, maar dat vind ik helemaal niet zo erg zolang ‘t buiten nog niet echt koud is. Dan ga ik lekker op m’n kussentje op de tafel in de achtertuin liggen en zodra binnen dan ‘t licht aangaat, druk ik m’n neus bijna tegen het grote raam en geef ik een mauwtje. Wel zachtjes natuurlijk, want de buren slapen dan meestal nog.

Buurtcontroleur

Terwijl m’n personeel dan op weg naar de tuindeur dat grote herrieding met kopjes op ‘t aanrecht aandrukt, rek ik me nog even uit op tafel en wandel op m’n gemak naar de grote mat die voor de deur ligt om m’n stiletto’s nog wat aan te scherpen na al die nachtelijke inspectiewandelingen door de wijk. Zodra de deur dan open gaat stap ik binnen, staart omhoog met het puntje gebogen, geef wat kopjes aan m’n personeel, krijg wat aaien en lieve woordjes en loop gelijk door naar m’n krabpaal, waar ik altijd m’n fitnessoefeningen doe voor ‘t ontbijt.
Want m’n conditie moet natuurlijk wel op peil blijven hè, als buurtcontroleur.

Oefening

Om te beginnen zet ik m’n nagels onderaan in de krabpaal, ga met m’n borst op de grond liggen terwijl ik met m’n achterpoten gewoon op de grond blijf staan. En dan ga ik voorpoot voor voorpoot steeds een beetje hoger de krabpaal in totdat m’n achterpoten op de bodemplaat van m’n krabpaal staan. Net zolang totdat ik helemaal gestrekt sta en met één voorpoot de bovenkant van de paal kan aantikken. Soms leg ik dan m’n andere voorpoot er ook nog naast, of ik wissel links en rechts af en rek ik me nog een keer helemaal uit, voordat ik m’n oefening in omgekeerde volgorde afsluit.
Tegen die tijd staat m’n personeel al bij m’n voorraadkast te bedenken of het een zakje, een kuipje of een blikje met natvoer voor ontbijt gaat worden, want ik krijg nooit twee keer achter elkaar ‘t zelfde.
Soms wordt de bak van de bovenste plank uit m’n voorraadkast gepakt, met de allerlekkerste hapjes van andere merken dan die op de plank daaronder staan. En dan weet ik gewoon dat ‘t een heerlijk ontbijtje wordt, want m’n personeel heeft de resterende blikjes kip met wortel aan één van de buurtkatten gedoneerd dus die hoef ik niet meer te eten.
Om m’n tevredenheid over de keuze van de bovenste plank te laten merken, geef ik dan kopjes tegen de personeelsbenen, totdat m’n etensbak op de grond wordt gezet. En pas als ik klaar ben is ‘t tijd voor knuffels en kroelen, want dat voelt altijd nóg lekkerderder met een gevulde buik. ‘t Heeft wel even geduurd voordat ik m’n personeel had aangeleerd dat ik ‘s morgens eerst op m’n gemak wil kunnen ontbijten voordat ik ze aandacht geef, maar ze wachten tegenwoordig geduldig tot ik klaar ben met eten en de wasbeurt die daar dan altijd nog achteraan komt.

Dutten

Wanneer dat ochtendritueel is afgesloten ga ik dutten op ‘t grote bed of in de vensterbank. Want ook m’n slaap is heel belangrijk om fit te blijven na een hele nacht hard werken. Meestal kan ik lekker tot aan de lunch ongestoord blijven slapen. Maar soms gaat m’n personeel ‘s morgens op jacht en dan komen ze me even gedag zeggen voordat ze met een lege tas de deur uitgaan, krijg ik knuffels en aaien en weet ik dat ik ‘t hele huis even voor mezelf alleen heb zodra de deur dichtgetrokken wordt. Heerlijk rustig!
Af en toe verhuis ik dan naar de grote vensterbank, want terwijl ik met een half oog de straat in de gaten hou, hoor ik ook gelijk wanneer het personeelsblik op wielen er weer aan komt. Dan heb ik nog tijd genoeg om me weer lekker even uit te rekken en op m’n gemak naar de voordeur te lopen om de tas of tassen bij binnenkomst te inspecteren. Dat doe ik al sinds ik kitten was, en hoewel ik als volwassen katermans niet meer zoveel belangstelling heb voor tassen, kan de inhoud toch vaak best wel interessant zijn…

Blaffertjes

Had ik trouwens al gemauwd dat er bij mij naast op de hoek nieuwe buren komen wonen? Ik ben al even kennis wezen maken, maar ze zijn nog druk bezig in hun huis met allerlei herrie-apparaten dus dan maak ik gelijk weer dat ik thuis kom want zulk soort herrie, da’s niks voor mij.
Toen ik een keer langsliep op weg naar ‘t weiland heb ik al wel een blaffertje in de tuin zien lopen, op hele dunne pootjes. M’n personeel vertelde dat ‘ie Bubbles heet, dus als de herrie straks voorbij is moet ik maar ‘s nader kennis met ‘m gaan maken. Eerlijk gemauwd had ik stilletjes gehoopt op tweebeners met een paar katten als buren, maar wie weet is Bub wel net zo aardig en lief als Ziva, het buurhondje dat aan de andere kant van me woont, en worden we ook goeie vriendjes.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep