Categorie archieven: Joep

Joep over de routine thuis

Zo, eigenlijk is de eerste maand van het  nieuwe jaar best wel heel erg snel voorbij gegaan, want morgen begint de tweede maand alweer.

‘t Zou voor vandaag misschien best wel een idee zijn geweest om op de hele afgelopen maand terug te kijken in deze blog, maar dan zou die best wel heel errug kort zijn, want ik heb dit jaar alleen nog maar geslapen, gegeten, gedut, gespeeld, geknuffeld en gedronken. O, en een beetje buiten gewandeld natuurlijk maar dat was vooral ‘s nachts, als ik even niet meer kon slapen vanwegens het harde gesnurk van m’n personeel. Ik snap echt niet dat ze daar zelf niet eens wakker van worden, want soms hoor ik ze nog wanneer ik buiten ben.
En dan weet ik dat ik nog even geduld moet hebben voordat de tuindeur weer opengaat en ik naar binnen kan, want pas wanneer ‘t even stil is kan ik eindelijk zonder al die herrie zachtjes mauwen dat het tijd is om m’n ontbijt te serveren. En als ze daar dan niet wakker van worden ga ik gewoon steeds harder mauwen, net zolang tot m’n personeel uit bed komt.

Dagzeggen

Maar meestal lig ik buiten nog lekker beschut te wachten totdat ik zie dat ‘t licht in de keuken aangaat. Of ik hoor de sleutel al omgedraaid worden in ‘t slot, en dan neem ik een sprintje naar binnen. Ik ren dan gelijk zonder goeiemorgen te mauwen door naar m’n krabpaal naast de bank om m’n stiletto’s bij te scherpen. Want dat is heel erg belangrijk voor een huis-, tuin- en keukenkatermans, omdat ik m’n dag graag goed wil beginnen.
Wanneer alle aarde en ander spul van buiten weer tussen m’n tenen vandaan is en m’n nagels ook weer netjes scherp en schoon zijn wordt ‘t tijd om m’n neus en oren tegen de benen van m’n personeel aan te wrijven. Dat zien zij als dat ik ze gedag kom zeggen, dus dan krijg ik aaien en lieve woordjes. Allemaal heel leuk en lief bedoeld natuurlijk, maar ik probeer ze dan een beetje richting m’n voorraadkast te duwen zodat ze iets pakken voor m’n ontbijt. Maar eerst moet ik elke ochtend weer aanhoren dat m’n jas koud is, en voor mijn gefoel duurt het dan uren voordat ze eindelijk de deur van die kast open doen.

Mauwen

Senior is wat serveren betreft altijd wat sneller dan Junior, want hij pakt gewoon iets uit m’n voorraad, maakt het open en lepelt m’n eten in m’n bakje. Maar met Junior moet ik altijd wat meer geduld hebben, want die vraagt altijd of ik een moesje of een kuipje of een hartje of een zakje of een luxe blikje van de bovenste plank in de voorraadkast wil hebben. Alsof mij dat iets uitmaakt, want ik lust altijd alles wat er in m’n kast staat…
Wanneer ‘t me allemaal wat te lang duurt bij haar dan strek ik me helemaal uit tegen het aanrecht zodat m’n voorpoten bijna bij m’n bakje kunnen en begin ik heel hard te mauwen terwijl m’n ontbijt uit de verpakking wordt geschept. Soms mag ik dan ook nog het lepeltje aflikken voordat m’n eten op de grond wordt gezet, dus dan heb ik al een idee wat er op ‘t menu staat.

Maar soms heb ik ‘s morgens niet altijd even veel trek in wat ik voorgeschoteld krijg, al lik ik dan toch even aan wat er in m’n bakje ligt. Gewoon, om geen ondankbare katermans te lijken, want ik weet dat er buurtkatten zijn die niet eens de luxe hebben van twee keer per dag natvoer krijgen. Maar daarna loop ik dan demonstratief naar m’n bakje met droge brokjes om een paar happen weg te knabbelen. Omdat ik weet dat m’n natvoer altijd nog wel een uurtje of zo blijft staan, en zo heb ik dan in de ochtend een lekker uitgebreid ontbijt waarmee ik ‘t wel kan redden tot aan de lunch, wanneer ik een kattensoepje geserveerd krijg. Want m’n personeel zegt dat ik elke dag wat moet drinken, dus er staat altijd vers water voor me. Maar een zakje soepje erbij is natuurlijk wel veel lekkerderder dan water, al laat ik de kleine stukjes vis of vlees die er in zitten vaak wel liggen omdat dat niet zo lekker weg slobbert.

Zonder stukjes

Maar m’n favoriete lunch is toch wel de kaassoep zonder stukjes, die m’n personeel altijd over de grens gaat jagen. Maar toen ze de afgelopen week weer met een volle tas thuis kwamen, zat daar geen enkele verpakking kaassoep in. Wel blikjes met tonijn en kip met stukjes kaas, maar die krijg ik soms als diner. Dat zijn de blikjes voor speciale gelegenheden die in de bak op de bovenste plank van m’n voorraadkast staan. En als die tevoorschijn komt dan loopt ‘t water me al door ‘t bekkie. Want ik ben nou eenmaal een oerhollandse katermans die dol is op kaas, en m’n personeel weet dat.
Gelukkig waren ze op weg naar huis ook nog even bij de lokale dierenwinkel langs geweest, en daar hadden ze m’n favoriete kuipjes natvoer met kaassaus buitgemaakt. Die schijnen dan weer niet over de grens te wonen, maar wel gewoon vlakbij m’n huis.
Dus dit weekend ga ik met een paar plakken belegen kaas en wat brie m’n weiland in, om de eerste muizen daar uit hun holletjes te lokken. Want hoewel die kuipjes en blikjes allemaal heel erg lekker zijn om de winter mee door te komen, gaat er volgens mij toch niks boven lokale, krakend verse weilandmuis, gevuld met kaas.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep kijkt uit naar het voorjaar

Zoals veel van mijn vrienden hier begin ik echt alweer uit te kijken naar ‘t voorjaar. Niet dat ik een winterdipje ofzo heb, maar ik heb ‘t gewoon niet zo op dat kouwe weer buiten. En hoe ouderder ik word, des te meer begin ik van warmte te houden.

Wachten

Ik ben tenslotte ook als een voorjaarsbeebiekitten geboren, en tegen de tijd dat ik op mezelf ging wonen was ‘t alweer zomer en lekker warm zo achter glas in de vensterbank. Want ik moest toen nog tot het eind van de winter daarop wachten voordat ik echt kon voelen hoe het buiten was, omdat ik van m’n personeel nog niet helemaal alleen over straat mocht. Ze vonden één rood-witte jonge katermans meer dan genoeg in de wijk en m’n zakgeld was toen ook nog veuls te weinig om een eigen gezin van te kunnen onderhouden.
Daar kwam dan ook nog ‘s bij dat ik eigenlijk niet zat te wachten op nakomelingen die ‘pappa’ tegen me zouden mauwen. Want ik had al heel jong besloten dat ik, als ik later groot zou zijn, een vrije katermans wilde worden. En profpootballer in het Nationaal Pootbalelftal, maar trouwe lezers en toehoorders van m’n blog weten inmiddels al wel dat zo’n elftal helemaal niet lijkt te bestaan.

Verschillen

Toch vraag ik me nog steeds wel ‘s af of beebiekittens die in de winter geboren zijn dan wel van koud weer houden. Misschien moet ik ‘s proberen om daar achter te komen, want nu ik veel binnen ben en in m’n vensterbank of op ‘t grote bed tussen het dutten door lig te mijmeren, komen er allerlei vragen in m’n kop op waar ik het antwoord niet zo snel op weet. Zoals hoe m’n eten zo netjes in een blikje, een zakje of een kuipje terecht komt. Of waarom tweebeners ‘s nachts niet gewoon lekker mee naar buiten gaan in plaats van met hun ogen dicht bomen te zagen in een groot bed onder een dekentje. Of waarom ik maar één jas heb die ik niet eens kan uittrekken, terwijl m’n personeel er elke dag weer anders uitziet.
Niet dat ik ontevreden ben over m’n jas, integendeel zelfs. Maar het valt me gewoon steeds vaker op dat m’n personeel en andere tweebeners best veel verschillen van mij en de buurtkatten.

Personeel

Terwijl ik m’n gedachten zo hardop voor me uit mauw, zie ik dat m’n personeel zit te denken. Er is nog zoveel dat ik als katermans niet begrijp, maar zij weten de antwoorden dus ook niet. Nou ja, behalve dan over m’n eten, want daar weet de leptop wel een oplossing voor als de juiste letters worden ingetikt. Maar de rest lijkt gewoon een gefoel te zijn. Want hoewel m’n personeel en ik niet in alles hetzelfde zijn, weet ik zeker dat ik van hullie hou en zij van mij. En dat het ons eigenlijk helemaal niks uitmaakt dat de buitenkant en de gewoontes die we hebben zoveel van elkaar verschilt, zolang we aan de binnenkant hetzelfde foelen.
Want mauw nou eerlijk, stel je voor dat je eigen personeel met je mee op jacht zou gaan naar muizen en mollen. Daar zou dan toch helemaal niks van terecht komen, want dat kunnen ze gewoon niet zelf. Net zo min als dat ik de blikjes, zakjes of kuipjes uit m’n voorraadkast kan pakken en zelf netjes in m’n etensbak krijg. Zo hebben we allebei onze eigen dingen en dat is eigenlijk maar goed ook. Want als iedereen hetzelfde zou kunnen zou het best een hele saaie boel worden.

Vensterbank

Daarom ben ik heel blij dat m’n personeel ook niet elke dag bij me in de vensterbank ligt. Daar zijn ze namelijk veuls te groot voor, en ze zouden niet alleen zichzelf maar ook mij al snel gaan vervelen. En dan kan ik m’n werk niet goed doen, want ik heb de hele afgelopen week elke dag wel een paar uur heel serieus parkeerplaatscontrole gedaan. Omdat ik ‘t buiten gewoon te koud vond en het heerlijk ligt zo boven dat warme ribbelding, heb ik lekker vanuit huis gewerkt. En daar had ik ‘t best druk mee hoor, want ik heb heel veel tweebeners met blaffers voorbij zien wandelen, en tweebeners in hun brommende blikken zien komen en gaan. Inmiddels weet ik precies welk blik bij welke tweebener hoort, al blijft het altijd wel een verrassing wat ze bij zich hebben. Soms een tas, soms een doos, soms allebei. Maar zolang ze mijn deur voorbij lopen ben ik eigenlijk helemaal niet meer nieuwsgierig naar wat daar allemaal in zit, want als ‘t belangrijk genoeg is dan hoor ik dat ‘s nachts altijd wel van van m’n buurkatten, als we elkaar weer tegenkomen.

Uit huis

Dit weekend blijf ik weer lekker vanuit huis werken overdag, want parkeerplaatscontrole bevalt me best wel. Met een beetje geluk schijnt de zon ook weer in de vensterbank en dan droom ik gewoon verder over het voorjaar dat er aan komt.
En ik ben blij dat ik de afgelopen dagen geleerd heb dat verschil juist heel goed is, omdat we diep van binnen altijd wel iets vinden dat saame toch purrrcies hetzelfde is. En dat maakt de wereld altijd weer een heel stuk mooier, zelfs als de zon even niet schijnt…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep was eigenlijk lekker lui

Gisteravond vroeg m’n personeel zich hardop af of ik misschien een winterslaap aan ‘t houden ben, omdat ik al de hele week overdag zoveel lig te dutten terwijl ik de vorige twee winters veel katiever was.

Tenminste, voor zover ze zich dat dan nog kunnen herinneren, want ze zijn zelf natuurlijk ook al wat daagjes ouderder dus hun geheugen laat ze soms ook wel ‘s een beetje in de steek. En hoe hard ik ook probeerde, ik wist ‘t zelf eigenlijk ook niet meer zo precies. Omdat ik dat helemaal niet zo belangrijk vind.

Tijd

Wat ik wel weet is dat ik op redelijk vaste tijden de deur van m’n voorraadkast open hoor gaan, en dan weet ik dat even later de inhoud van een blikje, zakje of kuipje natvoer in m’n etensbak ligt. Soms, als ik ‘t te lang vind duren dan loop ik gewoon naar m’n personeel toe om te mauwen dat ik trek heb en het volgens m’n ingebouwde klok de hoogste tijd is dat er iets voor me wordt geserveerd.
En dat is dus heel anders dan wat mijn vrienden Egel doen, waar ik deze week weer even ben langsgegaan. Heel stilletjes, want volgens de buurtkatten ligt de hele familie te slapen totdat ‘t weer voorjaar wordt, en ze willen dan door niemand gestoord worden.

Muizen

Nou moet ik heel eerlijk toegeven, daar kan ik soms best wel een beetje jaloersig op zijn. Want als ik lekker lig te dutten in de vensterbank, op de bank of op ‘t grote bed dan loopt m’n personeel zelden stilletjes voorbij.
Ze willen dan vaak wel knuffeltjes komen geven, of oor- en kinkriebels, of over m’n buik aaien. Of ze fluisteren zachtjes dat ik lief ben, en de mooiste katermans van de hele wereld.

Nou vind ik dat wel lekker hoor, want voor zoiets mogen ze me altijd wel wakker maken. Maar wanneer ik dan toevallig net aan het dromen ben over een paar grote dikke muizen die ik in m’n weiland aan het besluipen ben dan word ik toch wel ‘s een beetje kattig wakker, sla m’n poten om de hand die wil aaien en hap er zachtjes in.
Dan is ‘t net alsof ik zo’n hele grote muis uit m’n dromen heb gevangen. Alleen smaakt die hand dan toch altijd net even wat anders…

Conditie

Maar, heel eerlijk gemauwd, ik vind ‘t nu gewoon heerlijk om overdag lekker te dutten. Ik dut zelfs in de avond en een deel van de nacht, al ga ik tussendoor toch ook echt wel even naar buiten om de plantjes in m’n tuin te bewateren of bemesten, of gewoon voor een wandelingetje door de buurt. Maar het is rustig buiten omdat de meeste tweebeners en vierpoters binnen bij de kachel blijven.

Natuurlijk maak ik ook tijd om binnenshuis lekker te eten en te drinken, want buiten is nu nog geen mol of muis te bekennen bij deze temperaturen.
En ik treen een paar keer per dag met m’n personeel door met ze te hengelen of een potje te pootballen. Want ook zij moeten deze winter in een goede conditie gehouden worden, en daar maak ik dan ook graag wat tijd voor vrij tussen het dutten door.

Dus ondanks dat er in de winter best nog wel veel voor een Katermans te doen is op een dag, verlang ik toch ook wel naar ‘t voorjaar. Dat ik weer hele nachten op pad kan gaan, samen met m’n vrienden. En dat de tuin weer lekker ruikt en er een heleboel diertjes wakker zijn om naar te kijken, op te jagen en naar te luisteren. Zonder dat ik kouwe poten krijg of m’n jas moet opzetten om warm te blijven.

Ik verlang er weer naar dat ik in het donker op m’n schuurdak kan gaan zitten om de hele nacht te zwaaien naar alle vriendjes die achter de Regenboogbrug zijn gaan wonen. Of naar het moment dat de grote barbeknoei weer uit de schuur komt en staat te roken in m’n tuin. Want ik weet dat er dan altijd wel een stukje vis of vlees apart gelegd wordt voor me. En ik heb ook best alweer zin om te gaan verzinnen wat ik dit jaar allemaal op het Derde Grote Weiland Feest wil gaan doen.

Voorjaar

Volgens m’n personeel moet ik nog even geduld hebben voordat het weer voorjaar gaat worden en ik languit op m’n tuintafel in de zon kan gaan liggen. Tegen die tijd heb ik ook m’n derde verhaardag alweer achter de rug en wil ik net als de vorige voorjaren weer dag en nacht buiten zijn. Kijken hoe m’n tuin weer gaat groeien. Klimmen in bomen, rennen over ‘t achterpad, door ‘t weiland sluipen om de vriezers van Muisbezorgd te helpen vullen, balanceren op de schuttingen of gewoon lekker genieten bovenop m’n katwalk.
Maar voor nu kan ik het nog even lekker rustig aan doen, aandacht geven aan m’n personeel of urenlang luieren boven dat warme ribbelding zolang het nog koud is buiten en de zon zich bijna niet laat zien.
En als ik ongestoord wil dutten dan ga ik gewoon boven in de mand van m’n kaktuskrabpaal liggen, of in m’n rieten villa met dakterras die onder de grote eettafel staat. Daar maak ik dan ook alvast de mooiste plannen voor de zomer. Straks dan hè, want eerst ga ik nog even helemaal niks doen waar ik geen zin in heb omdat m’n personeel toch al denkt dat ik een winterslaap aan ‘t houden ben tussen het spelen, eten, drinken en knuffelen door. En dat kan ik nog makkelijk volhouden hoor, de komende weken…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep beleeft zijn eerste sneeuw

Nadat ik vorige zaterdag in de ochtend binnen was gekomen voor m’n ontbijt, spelen met m’n personeel en de dagelijkse kroelen, knuffels en lieve woordjes, ben ik daarna nietsvermoedend op het grote bed heel tevreden in slaap gevallen. In de woonkamer hoorde ik de vertrouwde geluiden van m’n personeel en dat herrieapparaat waar donker water uitkomt, dat m’n personeel zo graag drinkt. Zelf moet ik daar niks van hebben, het ruikt raar als het in hun hoge drinkbakjes op tafel staat, en ‘t is warm. Nee, ik hou ‘t liever bij m’n eigen drinken, gewoon helder en koel uit m’n glazen schaaltje, dat vind ik veel lekkerderder.
Ik zal misschien net een uurtje gedut hebben, maar dat kan ook best wat langerder zijn geweest, toen Senior me wakker kwam maken. Hij klonk heel entoesjast, alsof hij net een hele grote dikke muis voor me had gevonden waar ik achteraan moest. Maar ja, als ik net wakker word gemaakt neem ik liever eerst even de tijd om te gapen, lekker helemaal uit te rekken en de poten languit te strekken. Daarna ga ik dan staan, zet een hoge rug op, strek m’n voorpoten voor me uit met m’n staart recht omhoog en dan geeuw ik nog een keer. Misschien zelfs wel twee keer. Want wakker worden, dat moet je rustig aan doen.

Eerste sneeuw

Maar die dag kreeg ik daar geen tijd voor.
Senior nam me in z’n armen en daar lag ik, pootjes in de lucht, en hij droeg me de woonkamer in terwijl ik ‘m vol ongeloof aan bleef staren. Want hoe durfde hij m’n gebruikelijke wakkerwordenmoment zo te onderbreken. Dat had ‘ie nog nooit gedaan…
Vastbesloten liep hij naar de tuindeur die wagenwijd open stond, wees naar buiten en zei ‘kijk ‘s Joep, je eerste sneeuw’.
Geen woord over een dikke vette muis. Maar het zag er nu buiten ineens heel anders uit dan toen ik binnen was gekomen. Alsof iemand een heel groot dik warm dekbed over m’n tuin had gelegd.
Ik werd op de drempel gezet en stak m’n neus naar buiten. Maar ik rook helemaal niks en dat vond ik vreemd. Meestal ruikt de tuin naar natte aarde, maar die zag ik ook niet meer. Alles was gewoon wit.
Voorzichtig zette ik één poot buiten, en terwijl Senior me aanmoedigde, stond ik al snel in m’n tuin. ‘t Voelde nat aan, en vreemd. Bij elke stap die ik verder zette, maakte dat witte spul onder m’n poten een raar geluid. Maar ‘t was best wel leuk, en al snel maakte ik sprongen in de sneeuw. Ik liep naar ‘t tuinhek en keek naar m’n achterpad, dat ook helemaal wit was. En m’n weiland ook. En de sloot daar tussen in zag er ook heel anders uit, een beetje wittig met een donker spoor waar de eenden gezwommen hadden.

Avontuur

Ik kende de verhalen die de buurtkatten gemauwd hadden, maar zelf had ik nog nooit sneeuw gezien in m’n leven, laat staan dat ik het gevoeld had. Sommige van m’n vrienden vonden sneeuw kattastisch, anderen vonden het helemaal niks en bleven dan liever binnen. Maar nou kon ik er eindelijk ook zelf over meemauwen, ik stond er gewoon midden in!
Natuurlijk moest ik eerst wel even onderzoeken of de sneeuw op m’n achterpad wel ‘t zelfde was als in m’n tuin, dus ik wandelde op m’n gemak ‘t hele pad uit. Maar terug naar m’n tuin ging ik er in volle vaart overheen. Normaal gemauwd  kan ik zonder snelheid te minderen onder m’n tuinhek door rennen, zo de tuin weer in. Alleen lukte dat nu even niet want ik gleed door. M’n stiletto’s kregen gewoon geen grip in de sneeuw. Gelukkig kon ik nog net een poot in de schutting slaan om te voorkomen dat ik in de struiken terecht zou komen…

Met een beetje gedeukt katermansego wandelde ik weer koel de tuin in alsof er helemaal niks gebeurd was. Senior kwam net naar buiten met de trommel vol knapperige snekkies, die ik na m’n eerste avontuur in de sneeuw toch zeker wel verdiend had.
Hij haalde er eentje uit en gooide die in de sneeuw. Maar hoe ik ook zocht, ik kon ‘m niet terugvinden, want hij was helemaal weggezakt. Ik begon te graven, maar zonder succes. Senior gooide er nog eentje, maar ook die verdween spoorloos. Ik begon luidkeels te protesteren, en toen besloot Senior het hele bakje maar in de sneeuw te zetten zodat ik zelf wat kon pakken. Zelfbediening in de sneeuw, m’n dag kon gewoon niet meer stuk.
Ik had net vijf snekkies op toen Senior het bakje weer oppakte en naar binnen ging. Hij hield de deur voor me open en ik volgde de snekkies, in de hoop dat er binnen nog een paar gegooid zouden worden waar ik achteraan kon rennen. Maar nee hoor, het bakje ging dicht en weer terug de kast in.

Warm

Omdat ik buiten toch wel een paar koude poten had gekregen ben ik toen maar weer lekker op het grote bed gaan liggen. De zon scheen naar binnen en ik rolde me helemaal op. ‘t Was een heerlijke dag om verder te dutten.
De dagen daarna bleven wit, maar de zon liet zich niet meer zien dus het was lang niet zo lekker meer om buiten te spelen. En ik kon de plantjes in m’n tuin ook moeilijk bemesten en bewateren, want de sneeuw werd steeds hogerder.
Tot donderdag.
Toen was de sneeuw ineens weer verdwenen en ben ik op zoek gegaan naar de twee brokjes die ik eerder in de tuin was kwijtgeraakt. Maar ik kon niks terugvinden. Zelfs geen dikke vette muis om achteraan te jagen. Die zit nu natuurlijk lekker warm in z’n holletje te wachten op ‘t voorjaar. En ik denk dat ik nu ook maar weer lekker in dat grote warme bed ga liggen, want vanmorgen toen ik binnenkwam was het toch best wel heel erg koud geweest buiten, dus even opwarmen kan zeker geen kwaad.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep over hoe hij blogkater werd

Nou daar issie dan hoor, m’n allereerste blog op de derde dag van de eerste maand van het nieuwe jaar…

Om te beginnen wil ik dus heel graag de derde blogger zijn op Saame die op deze pagina, die mijn grote vriend en lichtend voorbeeld Bert ooit begonnen is en die een tijdje nadat Bert een hele mooie ster is geworden gelukkig door zijn opvolger Ollie is voortgezet, al mijn vrienden, vriendinnen en hun personeel nog even 363 hele mooie, gezonde en gelukkige dagen toe te wensen.
Ook namens mijn eigen personeel natuurlijk, dat me ook voor dit komende jaar weer beloofd heeft om me te helpen met het vertalen van mijn gemauwde avonturen en gedachten naar letters die andere tweebeners lijken te kunnen begrijpen. En ik kan je verzekeren dat dat niet altijd even makkelijk gaat, want ze hebben echt wel even heel bedenkelijk zitten kijken hier achter de leptop toen ik m’n tweede zin van deze blog aan ze doormauwde. Maar het is allemaal netjes opgetikt, dus ik kan gewoon verder met m’n verhaal over de afgelopen week.

Katrière

Toen ik nog niet zo heel lang geleden hier kwam wonen als beebiekittenkatertje, had ik nooit gedacht dat ik elke week een stukje zou laten optikken over wat ik allemaal meegemaakt had in de afgelopen week. Ik had wel wat anders aan m’n kop, want in die tijd was ik druk bezig met groterderder en sterkerder te groeien. Mijn droom was toen om ooit een katrière als doelkater in het Nationaal Pootbalteam te beginnen. Maar ja, hoe goed ik ook trainde en m’n personeel ook zocht, er bleek helemaal geen Nationaal Pootbalteam te bestaan dus daar was dan ook geen droge brok mee te verdienen.
In de tussentijd maakte m’n personeel foto’s van me, omdat ze m’n leven van kitten naar kater graag wilden vastleggen. Heel eerlijk vond ik dat in ‘t begin best wel leuk hoor, maar toen bleek dat er geen dag meer voorbij leek te gaan gaan zonder dat ik die camera weer voor m’n snuffert kreeg, was de lol er na een tijdje ook wel van af.

Zaterdag

Die foto’s werden door mijn personeel ook op Feestboek gedeeld, waar ik begon te mauwen over wat ik gedaan had of nog wilde gaan doen. Of hoe ik ergens over dacht. Want ik mauwde wat af in die tijd, en m’n personeel begon dat te vertalen. Ik kreeg vrienden, niet alleen miauwers maar ook blaffers, en zelfs een paar tweebeners begonnen me te volgen. Dagenlang zaten m’n personeel en ik achter de leptop om op iedereen te reageren. Maar m’n personeel moest ook nog tijd overhouden om brokjes voor mij te verdienen, met me te spelen, knuffelen en me te aaien, op jacht te gaan om m’n voorraadkast te vullen en m’n huis aan kant te houden. We hadden het er best wel druk mee.
Een paar weken voordat ik m’n allereerste verjaardag zou vieren kreeg ik een mailtje van Mevrouw Bert, of ik het leuk zou vinden om voor de website van Bert te gaan schrijven. Hij was nog op zoek naar iemand die de zaterdag wilde opvullen toen mijn andere grote vriend Bram een mooie ster was geworden en dus geen tijd meer had om zijn blog nog wekelijks te laten optikken.

Bert

Heel eerlijk gemauwd, m’n personeel en ik zijn toen om de tafel gaan zitten om mijn toekomst te bespreken. Want zij vonden dat ik, nu mijn beebiekittenkatertijd ten einde liep en ik een grote katermans aan het worden was, toch iets om poten moest hebben. Zelf vond ik eigenlijk dat ik het al druk genoeg had met groeien, dutten, spelen en knuffelen tussen fotomodel zijn door, en dan had ik het nog niet eens over de tijd die ik doorbracht achter de leptop om op al mijn vrienden op Feestboek te reageren.
Maar door Bert gevraagd te worden om in Bram z’n voetsporen te treden was toch wel een hele grote eer, dus ik besloot mijn mogelijk toekomstige  pootbalkatrière op te geven en naast fotomodel aan huis ook de stap te wagen  om als schrijver aan de bak te kunnen en de uitnodiging met beide poten aan te nemen. Want ik had ‘t al niet zo op reizen, mijn wereld binnenshuis en buiten in de wijk waar ik woon was al groot genoeg en daar ben ik nog steeds heel tevreden mee. En voor de combinatie van fotomodel en schrijver kon ik gewoon lekker thuis blijven werken, dichtbij al m’n favoriete plekjes om te dutten, m’n eigen personeel en natuurlijk m’n voorraadkast en etens- en drinkbakjes.

Blogkater

Zo ben ik dus blogkater geworden, en ook in het nieuwe jaar ben ik weer van de partij. Saame met alle andere blogkaters en -poezen, die elke week hun belevenissen met jullie als lezer of luisteraar mogen delen. En dat is eigenlijk best wel biezonder, want zo kunnen we kennis met elkaar maken en leren van anderen en ideeën opdoen waar we zelf misschien nog helemaal niet aan gedacht hadden.
Dat maakt onze wereld groterderder, terwijl we gewoon lekker op ons favoriete slaapplekje liggen of met buurtcontrole bezig zijn of gewoon buiten een frisse neus aan het halen zijn. Zolang we onze belevenissen kunnen blijven delen gaat het zeker weer een purrrachtig jaar worden met elkaar.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep