Zo, eigenlijk is de eerste maand van het nieuwe jaar best wel heel erg snel voorbij gegaan, want morgen begint de tweede maand alweer.
‘t Zou voor vandaag misschien best wel een idee zijn geweest om op de hele afgelopen maand terug te kijken in deze blog, maar dan zou die best wel heel errug kort zijn, want ik heb dit jaar alleen nog maar geslapen, gegeten, gedut, gespeeld, geknuffeld en gedronken. O, en een beetje buiten gewandeld natuurlijk maar dat was vooral ‘s nachts, als ik even niet meer kon slapen vanwegens het harde gesnurk van m’n personeel. Ik snap echt niet dat ze daar zelf niet eens wakker van worden, want soms hoor ik ze nog wanneer ik buiten ben.
En dan weet ik dat ik nog even geduld moet hebben voordat de tuindeur weer opengaat en ik naar binnen kan, want pas wanneer ‘t even stil is kan ik eindelijk zonder al die herrie zachtjes mauwen dat het tijd is om m’n ontbijt te serveren. En als ze daar dan niet wakker van worden ga ik gewoon steeds harder mauwen, net zolang tot m’n personeel uit bed komt.
Dagzeggen
Maar meestal lig ik buiten nog lekker beschut te wachten totdat ik zie dat ‘t licht in de keuken aangaat. Of ik hoor de sleutel al omgedraaid worden in ‘t slot, en dan neem ik een sprintje naar binnen. Ik ren dan gelijk zonder goeiemorgen te mauwen door naar m’n krabpaal naast de bank om m’n stiletto’s bij te scherpen. Want dat is heel erg belangrijk voor een huis-, tuin- en keukenkatermans, omdat ik m’n dag graag goed wil beginnen.
Wanneer alle aarde en ander spul van buiten weer tussen m’n tenen vandaan is en m’n nagels ook weer netjes scherp en schoon zijn wordt ‘t tijd om m’n neus en oren tegen de
benen van m’n personeel aan te wrijven. Dat zien zij als dat ik ze gedag kom zeggen, dus dan krijg ik aaien en lieve woordjes. Allemaal heel leuk en lief bedoeld natuurlijk, maar ik probeer ze dan een beetje richting m’n voorraadkast te duwen zodat ze iets pakken voor m’n ontbijt. Maar eerst moet ik elke ochtend weer aanhoren dat m’n jas koud is, en voor mijn gefoel duurt het dan uren voordat ze eindelijk de deur van die kast open doen.
Mauwen
Senior is wat serveren betreft altijd wat sneller dan Junior, want hij pakt gewoon iets uit m’n voorraad, maakt het open en lepelt m’n eten in m’n bakje. Maar met Junior moet ik altijd wat meer geduld hebben, want die vraagt altijd of ik een moesje of een kuipje of een hartje of een zakje of een luxe blikje van de bovenste plank in de voorraadkast wil hebben. Alsof mij dat iets uitmaakt, want ik lust altijd alles wat er in m’n kast staat…
Wanneer ‘t me allemaal wat te lang duurt bij haar dan strek ik me helemaal uit tegen het aanrecht zodat m’n voorpoten bijna bij m’n bakje kunnen en begin ik heel hard te mauwen terwijl m’n ontbijt uit de verpakking wordt geschept. Soms mag ik dan ook nog het lepeltje aflikken voordat m’n eten op de grond wordt gezet, dus dan heb ik al een idee wat er op ‘t menu staat.
Maar soms heb ik ‘s morgens niet altijd even veel trek in wat ik voorgeschoteld krijg, al lik ik dan toch even aan wat er in m’n bakje ligt. Gewoon, om geen ondankbare katermans te lijken, want ik weet dat er buurtkatten zijn die niet eens de luxe hebben van twee keer per dag natvoer krijgen. Maar daarna loop ik dan demonstratief naar m’n bakje met droge brokjes om een paar happen weg te knabbelen. Omdat ik weet dat m’n natvoer altijd nog wel een uurtje of zo blijft staan, en zo heb ik dan in de ochtend een lekker uitgebreid ontbijt waarmee ik ‘t wel kan redden tot aan de lunch, wanneer ik een kattensoepje geserveerd krijg. Want m’n personeel zegt dat ik elke dag wat moet drinken, dus er staat altijd vers water voor me. Maar een zakje soepje erbij is natuurlijk wel veel lekkerderder dan water, al laat ik de kleine stukjes vis of vlees die er in zitten vaak wel liggen omdat dat niet zo lekker weg slobbert.
Zonder stukjes
Maar m’n favoriete lunch is toch wel de kaassoep zonder stukjes, die m’n personeel altijd over de grens gaat jagen. Maar toen ze de afgelopen week weer met een volle tas thuis kwamen, zat daar geen enkele verpakking kaassoep in. Wel blikjes met tonijn en kip met stukjes kaas, maar die krijg ik soms als diner. Dat zijn de blikjes voor speciale gelegenheden die in de bak op de bovenste plank van m’n voorraadkast staan. En als die
tevoorschijn komt dan loopt ‘t water me al door ‘t bekkie. Want ik ben nou eenmaal een oerhollandse katermans die dol is op kaas, en m’n personeel weet dat.
Gelukkig waren ze op weg naar huis ook nog even bij de lokale dierenwinkel langs geweest, en daar hadden ze m’n favoriete kuipjes natvoer met kaassaus buitgemaakt. Die schijnen dan weer niet over de grens te wonen, maar wel gewoon vlakbij m’n huis.
Dus dit weekend ga ik met een paar plakken belegen kaas en wat brie m’n weiland in, om de eerste muizen daar uit hun holletjes te lokken. Want hoewel die kuipjes en blikjes allemaal heel erg lekker zijn om de winter mee door te komen, gaat er volgens mij toch niks boven lokale, krakend verse weilandmuis, gevuld met kaas.
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Zoals veel van mijn vrienden hier begin ik echt alweer uit te kijken naar ‘t voorjaar. Niet dat ik een winterdipje ofzo heb, maar ik heb ‘t gewoon niet zo op dat kouwe weer buiten. En hoe ouderder ik word, des te meer begin ik van warmte te houden.
Toch vraag ik me nog steeds wel ‘s af of beebiekittens die in de winter geboren zijn dan wel van koud weer houden. Misschien moet ik ‘s proberen om daar achter te komen, want nu ik veel binnen ben en in m’n vensterbank of op ‘t grote bed tussen het dutten door lig te mijmeren, komen er allerlei vragen in m’n kop op waar ik het antwoord niet zo snel op weet. Zoals hoe m’n eten zo netjes in een blikje, een zakje of een kuipje terecht komt. Of waarom tweebeners ‘s nachts niet gewoon lekker mee naar buiten gaan in plaats van met hun ogen dicht bomen te zagen in een groot bed onder een dekentje. Of waarom ik maar één jas heb die ik niet eens kan uittrekken, terwijl m’n personeel er elke dag weer anders uitziet.
buiten gewoon te koud vond en het heerlijk ligt zo boven dat warme ribbelding, heb ik lekker vanuit huis gewerkt. En daar had ik ‘t best druk mee hoor, want ik heb heel veel tweebeners met blaffers voorbij zien wandelen, en tweebeners in hun brommende blikken zien komen en gaan. Inmiddels weet ik precies welk blik bij welke tweebener hoort, al blijft het altijd wel een verrassing wat ze bij zich hebben. Soms een tas, soms een doos, soms allebei. Maar zolang ze mijn deur voorbij lopen ben ik eigenlijk helemaal niet meer nieuwsgierig naar wat daar allemaal in zit, want als ‘t belangrijk genoeg is dan hoor ik dat ‘s nachts altijd wel van van m’n buurkatten, als we elkaar weer tegenkomen.
Gisteravond vroeg m’n personeel zich hardop af of ik misschien een winterslaap aan ‘t houden ben, omdat ik al de hele week overdag zoveel lig te dutten terwijl ik de vorige twee winters veel katiever was.
Nou moet ik heel eerlijk toegeven, daar kan ik soms best wel een beetje jaloersig op zijn. Want als ik lekker lig te dutten in de vensterbank, op de bank of op ‘t grote bed dan loopt m’n personeel zelden stilletjes voorbij.
balanceren op de schuttingen of gewoon lekker genieten bovenop m’n katwalk.
Nadat ik vorige zaterdag in de ochtend binnen was gekomen voor m’n ontbijt, spelen met m’n personeel en de dagelijkse kroelen, knuffels en lieve woordjes, ben ik daarna nietsvermoedend op het grote bed heel tevreden in slaap gevallen. In de woonkamer hoorde ik de vertrouwde geluiden van m’n personeel en dat herrieapparaat waar donker water uitkomt, dat m’n personeel zo graag drinkt. Zelf moet ik daar niks van hebben, het ruikt raar als het in hun hoge drinkbakjes op tafel staat, en ‘t is warm. Nee, ik hou ‘t liever bij m’n eigen drinken, gewoon helder en koel uit m’n glazen schaaltje, dat vind ik veel lekkerderder.
Geen woord over een dikke vette muis. Maar het zag er nu buiten ineens heel anders uit dan toen ik binnen was gekomen. Alsof iemand een heel groot dik warm dekbed over m’n tuin had gelegd.
Tot donderdag.
Nou daar issie dan hoor, m’n allereerste blog op de derde dag van de eerste maand van het nieuwe jaar…
Die foto’s werden door mijn personeel ook op Feestboek gedeeld, waar ik begon te mauwen over wat ik gedaan had of nog wilde gaan doen. Of hoe ik ergens over dacht. Want ik mauwde wat af in die tijd, en m’n personeel begon dat te vertalen. Ik kreeg vrienden, niet alleen miauwers maar ook blaffers, en zelfs een paar tweebeners begonnen me te volgen. Dagenlang zaten m’n personeel en ik achter de leptop om op iedereen te reageren. Maar m’n personeel moest ook nog tijd overhouden om brokjes voor mij te verdienen, met me te spelen, knuffelen en me te aaien, op jacht te gaan om m’n voorraadkast te vullen en m’n huis aan kant te houden. We hadden het er best wel druk mee.
als lezer of luisteraar mogen delen. En dat is eigenlijk best wel biezonder, want zo kunnen we kennis met elkaar maken en leren van anderen en ideeën opdoen waar we zelf misschien nog helemaal niet aan gedacht hadden.