Categorie archieven: Joep

Joep denkt na over zijn leven

Ik weet het echt even niet meer. De ene dag lig ik met de warme zon op m’n vacht in de vensterbank, ‘t volgende moment kijk ik m’n personeel aan met zo’n blik van ‘je denkt toch niet écht dat ik nu naar buiten ga’ als ze de achterdeur voor me open doen.
Nou ja, soms wil ik best wel even een frisse neus halen, maar nog voordat ze de deur weer dicht doen glip ik snel weer naar binnen. ‘t Lijkt gewoon niet te willen lukken met ‘t voorjaar…

Personeel

Dus eigenlijk heb ik de afgelopen week bijna niks beleefd, en intussen begin ik me toch wel een beetje te vervelen. Natuurlijk is er genoeg te doen in huis, want af en toe zwiep ik de ballen van links naar rechts door m’n verlengde knikkerbaan, en soms geef ik m’n vis die boven de bank hangt een lel en grijp ‘m dan weer vast. Of ren ik achter wat speelgoed aan dat m’n personeel de gang in gooit. Maar dat doe ik eigenlijk meer om hullie in beweging te houden want dat speelgoed terugbrengen, daar begin ik niet aan.
Al een tijdje ben ik ook bezig om m’n personeel nieuwe dingen te leren. Zo snappen ze nu eindelijk dat als ik naast m’n snektoren ga zitten dat ‘ie dan gevuld moet worden. Soms doen ze dat één keer per dag, maar ik ben nu ze aan het trainen om dat elke keer te doen als ik er naast ga zitten. Want snekkies zijn nou eenmaal toch lekkerderder dan m’n brokjes, zelfs als ik er moeite voor moet doen om ze te pakken te krijgen. Maar ze trappen daar nog steeds niet in. ‘t Is zelfs zó errug dat als m’n bakje natvoer niet leeg is ze gewoon hun stoel niet uitkomen om de voorraadtrommel met lekkers te pakken. Dan mauwen ze iets van ‘eerst eten, dan pas snekken’. Tsja, m’n personeel is heel lief, maar soms best wel een beetje streng.

Eten

O, en over eten gemauwd… Krijgen jullie thuis ook natvoer, of alleen maar brokjes?
Zelf heb ik ‘t geluk dat ik alle twee krijg. Brokjes staan er eigenlijk de hele dag door, vier smaken die in een grote schaal door mekaar heen gemengd worden. Daar krijg ik elke dag een maatlepel vol van, en als ze op zijn wordt m’n bakje weer bijgevuld. En met op zijn bedoel ik dan dat de bodem van m’n etensbak te zien is hè. Dan kunnen er nog best wel tien of twintig of meer brokjes in liggen, maar als ik de bodem zie is voor mij m’n bak leeg. En dat laat ik dan ook duidelijk horen, als m’n personeel dat zelf even nog niet in de gaten heeft.
Eigenlijk best wel gek, want m’n schaaltje natvoer eet ik wel bijna elke dag helemaal leeg. Tenzij er weer iets met worteltjes of een andere groente in ligt. Dat vond ik vroeger wel lekker, maar tegenwoordig wil ik gewoon vlees of vis met een sausje. Of in gelei, da’s ook heel errug lekker. Okee, ik wil ook best wel een uitzondering maken als er kaas doorheen zit, maar al dat spul met groenten erdoorheen eet m’n personeel maar lekker zelf maar op. Misschien dat ik het over een tijdje wel weer lust, maar ik ben er nu gewoon even op uitgekeken.
En weet je wat ik ook heerlijk vind? Een stukje kip of zalm. Of een eitje. Vers gebakken in een beetje kokosolie, uit de oven of gewoon gekookt. Zolang het maar genoeg afgekoeld is voordat het opgediend wordt, want ik kijk wel uit dat ik m’n bek niet verbrand.

Inmiddels loopt ‘t water me alweer door de bek als ik denk aan de verse muizensateetjes met ketnipsaus die Chef Tiga vorig jaar zo heerlijk kon klaarmaken op de Hibatsjie. En dan verlang ik alleen nog maar meer naar de zomer, met feesten en vrienden. Met lekker veel zon op m’n bast en lekkere lome temperaturen. Rennen door ‘t weiland, op zoek naar muizen. Lekker buiten zijn, en alleen naar binnen gaan om een hapje te eten. Want de terrasservice in m’n tuin was vorig jaar ronduit slecht, dus daar wil ik voor komende zomer nog ‘s serieus over gaan mauwen met m’n personeel. Er stond genoeg te drinken voor me, maar eten ho maar. Terwijl zij wel lekker aan de tuintafel zaten te eten. Dat kan toch niet?

Voorjaar

‘t Kan nou toch niet lang meer duren voordat ‘t voorjaar wordt. In m’n eigen tuin zitten er alweer knoppen in m’n kersenboom, en in de tuin van de gemeente staan rare gele toeters op lange groene stelen. En dan schijnt de lente er toch echt aan te komen. Dat mauwen de buurtkatten tenminste, en die lopen al heel wat meer jaartjes langer buiten als ik.
Voorlopig nu eerst maar even ontbijten en daarna lekker een dutje doen. En vanmiddag ga ik weer een eindje wandelen, ‘s kijken of ik nog meer groen in m’n buurt kan ontdekken.
Misschien sla ik dat dutje zelfs wel over en ga ik na ‘t eten gelijk weer naar buiten. ‘k Kan natuurlijk ook lekker luieren op m’n catwalk in de tuin, of op het dak van m’n schuur. Vandaag heb ik alle tijd, want m’n agenda is nog helemaal leeg.

Zachte kopjes en ‘n stevige poot,
Joep

Joep kreeg een vreemde cactus

Toen ik op mezelf ging wonen kreeg ik een mandje van m’n personeel. Maar die heeft een hele tijd staan verstoffen, omdat ik van huis uit helemaal geen mandjes gewend was en er, in m’n eigen huis, dus helemaal niet naar om keek. Ik lag de eerste dagen veel liever naast die mand, op een kussentje onder de eettafel. Dat kwam omdat ik nog een ienieminibeebiekatertje was en niet doorhad hoe ik zelf op de grote bank kon komen. Want dat leek me een heerlijk plekje, maar ik durfde toen nog niet te springen…

Als m’n personeel op die bank zat tilden ze me er ook op, om in hun armen geknuffeld te worden. En soms viel ik dan bij ze in slaap als ik moe was van het spelen en ‘t ontdekken in m’n huis. Maar het gebeurde ook wel ‘s dat ik helemaal geen zin had om te knuffelen, en dan ging ik op een ander plekje op de grote bank liggen. Het duurde dan ook niet lang voordat ik een blauw-wit dekentje kreeg, dat wel 4x werd dubbelgevouwen en ingestopt tussen de kussens van de bank. En dat werd míjn plekje in de woonkamer.

Een zak

Na een tijdje ontdekte ik dat ik in m’n eigen huis ook kon klimmen, en vanaf toen sloeg ik gewoon m’n nageltjes in de bank of ‘t beddengoed en klom dan pootje voor pootje naar boven. Zo kon ik zelf uitmaken waar ik wilde gaan liggen, en dat beviel me prima. Klimmen deed ik ook veel liever dan springen. Dat vond ik gewoon een beetje eng, omdat ik niet wist wat ik aan ‘t eind van m’n sprong zou tegenkomen. Maar als ik gewoon op m’n gemakkie naar boven klom, kon ik altijd eerst even kijken of het daar wel interessant genoeg was om te gaan zitten of liggen. En of dat er misschien iets nieuws te ontdekken was.
‘t Duurde dan ook niet lang voordat m’n personeel met een enorme grote zak thuiskwam, die ze aan het plafond naast de bank ophingen. Daar kon ik naar hartelust in klimmen vertelden ze vol trots, maar ik vond het een doodeng ding want hij zwieberde van links naar rechts en van voor naar achter toen ik er de eerste keer in wilde klimmen…

Cactus

Gelukkig had m’n personeel dat al snel opgelost, en kon ik vanaf de vloer helemaal tot aan het plafond naar boven. En zo ontdekte ik dat je op grote hoogte veel meer uitzicht hebt om van alles goed in de gaten te kunnen houden.
Om een lang verhaal wat korterderder te maken, vorig jaar werd er ineens een hele grote doos bezorgd en is m’n personeel een tijdje bezig geweest om de inhoud daarvan in elkaar te zetten. Maar uiteindelijk stond ‘ie er, m’n eigen cactuskrabpaal. Van de vloer tot aan het plafond, met plankjes om op te zitten, en bijna bovenin een soort mandje. Dit leek een klimpaal 2.0, en een hele mooie aanvulling op m’n eerdere lange klimpaal.
Maar om heel eerlijk te zijn, ik moest er echt wel even aan wennen. De cactus staat naast de tuindeur, en geeft een prima overzicht van de woonkamer, de keuken en een stukje tuin. Alleen ‘t weiland kon ik, sinds de schutting met de buren er staat, niet meer zien. En dat was dan wel weer jammer. Eigenlijk had ik ‘m zelf liever aan de andere kant van m’n woonkamer gehad, pal naast het grote raam, maar dan zou de deur van de kast van m’n personeel niet meer open kunnen…
Toen de zomer zo’n beetje voorbij was en het wat kouder werd ben ik dat mandje ‘s gaan uitproberen, omdat ik al gemerkt had dat het boven in die cactus warmer was dan helemaal beneden op de vloer. En eerlijk? Vanaf dat moment was ik niet meer uit dat mandje te krijgen…

Mandje

Nou heeft mijn personeel weinig mauwtjes nodig om me te snappen, dus het kleedje in de vensterbank in de slaapkamer werd ook vervangen door een mandje. En dat ligt me toch heerlijk! Ik kan vanaf de ochtend tot ergens in de middag heerlijk in de zon liggen, als die tenminste weer ‘s wil schijnen. En ‘t is een kattastische werkplek als ik straatcontrole vanuit huis heb, want ik zie alles en iedereen voorbij komen. En ‘t grote voordeel is dat hoe ik me ook in dat mandje draai en uitrek, ik kan er niet uitvallen omdat m’n oude krabpaal met twee verdiepingen er tegen aan staat. M’n personeel gebruikt de bovenste plank van die krabpaal om op te hangen als we samen naar buiten kijken, of als ik even tijd en zin heb om met ze te knuffelen of te spelen. En als ze op jacht zijn geweest zie ik precies wanneer ze weer thuiskomen en kan ik op m’n gemak naar de voordeur wandelen om de tassen te inspecteren. Want ook dat moet nog steeds gebeuren.

Werkplek

Sinds een weekje heb ik in de vensterbank in de woonkamer nu ook mandje staan. Eentje van takken, dus die rekt niet mee als ik m’n poten strek. Maar er ligt een lekker zacht zwart dekje in, dus ook die heb ik goedgekeurd. Tot verbazing van m’n personeel, want ze lieten het kleedje waar ik altijd op lag onder de mand liggen zodat ik nog kon kiezen . Ze hadden nooit gedacht dat ik ooit nog ‘s een mandjeskater zou gaan worden, en nu heb ik er zelfs drie in huis, waar ik graag gebruik van maak.
De mand in de slaapkamer is nu m’n werkplek geworden, die in de woonkamer is om te relaxen met uitzicht op m’n tuintje, het achterpad en ‘t weiland, en m’n cactusmand is de plek waar ik ga liggen als ik eigenlijk niet gestoord wil worden. Hij hangt zó hoog, dat Mamarazzi Junior een krukje moet uitklappen om op te gaan staan, en dan kan ze nét over de rand kijken om te aaien en natuurlijk weer foto’s te maken. Senior kan er wel gewoon bij want die is een stuk langer, maar ik maak ze altijd wel duidelijk als de aaitijd om is, want dan tik ik met m’n poot tegen hun hand en dan weten ze al genoeg. Maar dat was gewoon een kwestie van m’n personeel goed opvoeden…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep heeft zin in de lente

Donderdag was er ineens zon. En blauwe lucht met witte wolken. Tenminste, dat laatste vertelde m’n personeel me, want zelf zie ik niet alle kleuren die zij zien. Maar ik kan wel heel goed in ‘t donker kijken, en dat kunnen zij dan weer niet. Ik merk dat zij, net als ik, heel blij worden van zon en mooie blauwe luchten en witte wolkjes. Dat voel ik gewoon, en dan genieten we saame. Lekker buiten in de tuin, alsof het alweer voorjaar is. Verschil is alleen nog dat m’n personeel met een dikke jas aan in de tuinstoelen zit, dus ik denk dat het nog niet zo ver is.

Knuffels

Toch kan ik de lente alweer bijna ruiken. En ik zie ‘t ook denk ik, want in m’n tuin zitten alweer hele kleine puntjes op de kale takken. Die schijnen groen te zijn, of wit, of een kleur daar tussenin. Daar komen als ‘t weer wat warmer wordt dan ineens allemaal kleine blaadjes uit, die steeds groterderder groeien, tot alle takken weer bedekt zijn met groen. En dan weet ik ‘t helemaal zeker dat het weer voorjaar is geworden.

Gisteren was weer nat en grauw en veuls te koud om lekker veel buiten te zijn, dus ik ben binnen boven in ‘t mandje van m’n kaktuskrabpaal gaan liggen nadenken. Over wat ik allemaal ga doen als de lente weer komt. Want als jonge katermans wil ik natuurlijk wel goed voorbereid zijn als ik straks weer vaker naar buiten ga.
Want dan wil ik spelen, nog meer leren en ontdekken. Zwemmen in m’n wedstrijdbad naast ‘t achterpad. Rennen door ‘t weiland daarnaast, op zoek naar muizen. Boompje klimmen, slootje springen en verstoppertje spelen in ‘t hoge gras, saame met m’n vrienden. Alleen nog maar thuiskomen om te dutten na een lange dag, of om te eten als ik honger heb. Of omdat ik aan de stem van m’n personeel hoor dat ze me missen als ze m’n naam roepen. Want ook als straks de zon vaker gaat schijnen en ‘t buiten weer lekker warm wordt, wil ik tijd maken om met m’n personeel te knuffelen. Gewoon, omdat dat heel errug lekker is.

Buiten

Als dan de lente weer zomer wordt dan komen er hopelijk ook weer feesten. Ik kijk er nou alweer naar uit om al m’n vrienden weer te ontmoeten, bij te mauwen onder ‘t genot van een hapje en een drankje. Dan wordt ‘t ook weer flink aanpoten met Japie, want zijn bedrijf Muisbezorgd gaat ‘t dan nóg drukker krijgen met al die grote bestellingen. Ik sta alweer te trappelen om de poten uit de mouwen te steken om ook dit feestseizoen de koelwagens vol te kunnen afleveren. En ik hoop natuurlijk dat Chef Tiga dan ook weer van de partij is. Hij heeft deze wintermaanden vast een heleboel overheerlijke recepten verzonnen waar ‘t water me nu alweer van uit de bek loopt bij de gedachte alleen al…
Misschien ga ik dit jaar m’n tweede weilandfeest wel organiseren, want het was vorig jaar zó ontzettend gezellig. Maar ja, ga ik dan weer voor die grote dubbele wokkelglijbaan, of ga ik op zoek naar een ander spektakel? En zou Leootje dan ook wel weer voor een live verbinding willen zorgen? En zou iedereen die er vorig jaar bij was ook wel weer willen komen?

Binnen

Terwijl ik nu al m’n gedachten door zit te mauwen en de letters op de leptop verschijnen kijk ik naar buiten. De lucht is grijs en ‘t regent. Alweer. Of nog steeds?
Zo te zien heb ik nog heel veel tijd om te bedenken wat ik allemaal weer ga doen als de winter voorbij is. Dat heeft nog helemaal geen haast dus straks ga ik eerst maar ‘s lekker ontbijten en daarna een dutje doen. En als ik dan wakker wordt en de zon is er nog steeds niet, ga ik met m’n personeel spelen. Of knuffelen. Of misschien wel allebei. Want ik denk dat ‘t nog wel even kan gaan duren voordat ‘t weer lente wordt…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Joep en het rustige leven buiten

Ken je dat? Zo halverwege de eerste maand van het nieuwe jaar wordt ‘t zó rustig, dat ik eigenlijk even niks bijzonders te mauwen hebt. Alles in huis is weer zoals het altijd was, personeel is gewoon weer brokjes aan ‘t verdienen, de kerstcadeautjes liggen in m’n mand onder tafel bij ‘t andere speelgoed en buiten is ‘t koud. Alles gaat gewoon weer z’n gangetje, alsof er nooit kerssemus en nieuwjaar is geweest…

Eigenlijk is dat maar goed ook. Want als ik elke dag van die extra lekkere hapjes voor ontbijt, lunch en diner zou krijgen als dat ik af en toe aan ‘t eind van het vorige jaar kreeg, zou ik niet meer kunnen rennen door ‘t huis maar zou m’n personeel me kunnen rollen. En da’s niet goed voor een jonge kater.

Rennen

Dus ik ben nu buiten wat meer aan het rennen over ‘t achterpad om die eindejaarsgrammetjes er weer af te krijgen. Gewoon op m’n gemakkie hoor, want nu ‘t nog steeds koud is buiten is ‘t best wel lekker om een extra laagje binnenvoering in m’n jas te hebben. Maar als ik straatcontrole loop dan maak ik graag even een paar extra rondjes om m’n conditie weer wat te verbeteren. Want als het straks voorjaar wordt hoop ik dat de muizen terug zijn in m’n weiland, en dan wil ik snel genoeg zijn om ze te kunnen vangen. En weer los te laten natuurlijk, want anders blijft er geen muis over als ik in de zomer weer een Weilandfeest zou willen geven.
Ahhh, zomer… Weet je, ik kijk er al weer naar uit om lekker buiten te zijn zonder dat ik kouwe poten krijg. Heerlijk dutten in de zon op de grote tafel in de tuin of in m’n bloempot onder m’n kersseboom. En ik kijk alweer uit naar ‘t moment dat ik kuilen kan helpen graven om nieuwe plantjes in te zetten, samen met m’n personeel. Want zij komen pas weer buiten zitten als ‘t warmer wordt, net zoals alle andere tweebeners langs m’n achterpad.

Warm

‘t Is nu dan ook best wel een beetje stil buiten. De meeste katten blijven denk ik ‘s nachts ook liever binnen bij de verwarming zitten, maar ik wil dan juist graag buiten zijn, al is ‘t maar even een rondje van de voordeur naar de achterdeur, of andersom. Even een frisse neus halen voor ‘t ontbijt geserveerd wordt is altijd lekker. Ik stop dan ook altijd wel even om naar al m’n vriendjes achter de Regenboogbrug te zwaaien, al valt dat de laatste dagen niet altijd mee omdat ik ze niet zie knipogen door de wolken die boven de grond blijven hangen. Maar ik voel gewoon dat ze dichtbij zijn, en dat voelt goed.
Af en toe kom ik op m’n rondes de overbuurkatten tegen, en dan wisselen we de laatste nieuwtjes over de buurt uit. Altijd gezellig. We weten intussen alle beschutte warme plekjes in de straat te vinden om lekker even bij te mauwen, en voordat ik er dan erg in heb wordt ‘t alweer licht en is ‘t de hoogste tijd om m’n personeel wakker te tetteren.

Dutje

Als m’n personeel uit bed is en aan de koffie zit, heb ik al lang de grote poetsbeurt achter de poot en duik ik in het lege grote bed om lekker een dutje te doen. Want na een nachtje buiten is ‘t altijd heerlijk om met ‘t ontbijt achter de kiezen even wat tijd voor mezelf te nemen. En als ik dat gedaan heb is m’n personeel ook weer schoon en hebben ze hun nachtvacht voor de dagvacht omgeruild, dus dan is het speeltijd.
Daar heb ik niet altijd even veel zin in, maar ik wil m’n personeel toch ook niet verwaarlozen dus even een uurtje actie in huis. Ze gooien dan balletjes door de gang heen, waar ik achteraan ren. Het duurde even voordat ze doorhadden dat ze die balletjes dan ook weer zelf moeten opruimen, want ík breng ze toch écht niet terug.
Of we gaan met de vis spelen, die aan een elastiek aan ‘t plafond hangt. En elke keer als ik met die vis m’n personeel weet te raken zodra ik ‘m loslaat scoor ik een punt. En als ik de vis vang scoor ik ook een punt, dus meestal win ik dat spel. Maar ik ben ook de beroerdste kater niet en soms laat ik hullie winnen. Worden ze altijd blij van, en dan weet ik gewoon dat ik een paar snekkies krijg als troostprijs. Dus eigenlijk win ik altijd, zelfs als ik verlies.

Nadenken

Knuffeltijd is altijd wel de hele dag door, zeker als er even geen brokjes verdiend hoeven te worden. Meestal ben ik daar wel voor te vinden en dan lig ik op ‘t grote bed of in de vensterbank als ik aaien of knuffels wil hebben, of gewoon lekker op de bank of in een luie stoel. Plekjes waar m’n personeel makkelijk bij me kan komen.
Maar soms heb ik ook wel ‘s even geen zin in al die aandacht omdat ik druk bezig ben om over dingen na te denken, of nog even wil dutten. Ik ga dan lekker in m’n mandje onder ‘t bed liggen, of op de benedenverdieping van m’n rieten villa. Dat zijn precies de plekjes waar m’n personeel niet zomaar bij kan komen om me te storen, want ze zijn allebei geen twintig meer en ze kraken als ze door de knieën gaan, dus dat zullen ze niet zo snel doen. Ze zien me vanzelf wel weer verschijnen als ik klaar ben voor de volgende portie aandacht of wil spelen, want ík weet ze altijd wel te vinden in m’n huis…

Stevige poot en zachte kopjes,

Joep

Joep over Feestboek, blogs en vrienden

Precies een week nadat ik op mezelf ben gaan wonen kreeg ik een eigen Feestboekpagina, omdat er anders binnen een jaar een hele boekenplank vol met fotoalbums zou staan te verstoffen.

Als al m’n foto’s al in een album terecht zouden komen, want de kans was ook groot dat er na een poosje hele stapels foto’s los door het huis zouden liggen omdat er gewoon te weinig tijd was om ze allemaal in te plakken. Want er moest natuurlijk ook nog veel ontdekt, gespeeld, geknuffeld, opgevoed en geaaid worden. O, en er moesten natuurlijk ook nog brokjes verdiend worden door m’n personeel, en ze gingen ook nog regelmatig de deur even uit op jacht naar m’n eten. Dus ook zij hadden het al drukdrukdruk genoeg. En ik zag het zelf niet zitten om elke week met een grote tube fotolijm de resultaten in de albums te moeten plakken.
M’n moeder had, toen ik nog met m’n broertjes en zusjes bij haar woonde, wel ‘s gemauwd dat haar personeel alles digitaal deed. Ik zag haar wel ‘s met hun achter een schermpje zitten om plaatjes te kijken, en dat leek me eigenlijk ook veel handiger. Want papier is om te scheuren, of om er propjes van te maken en mee te spelen. Toch?

Schrijver

Heel eerlijk gemauwd, toen ik eindelijk uit huis ging om op mezelf te gaan wonen, dacht ik helemaal niet aan foto’s of leptops. Ik had m’n personeel uitgekozen omdat ze lief waren, heel goed konden knuffelen en lekker rustig waren. Er werden wel genoeg foto’s en filmpjes van me gemaakt hoor, met dat ding waar ze ook hele gesprekken mee hadden. Maar om nou op zo’n klein schermpje samen alles te bekijken was toch net effe wat anders.
Ik was dus wel een beetje bang dat ik het verkeerde personeel had gekozen als ik een carrière als schrijver wilde beginnen, totdat ze na een paar dagen met een leptop binnen kwamen. Speciaal voor mij.
Nou, je snapt dat ik gelijk op de stoel ging zitten om de eerste resultaten samen te bekijken. Urenlang zaten we achter m’n leptop, en ‘t was moeilijk kiezen uit zoveel foto’s en filmpjes. Maar ja, ik wilde toch ergens beginnen…

Feestboek

Ik ben maar gewoon een eenvoudige Lissense boerderijkater, die zelf nog geen letter op de leptop kon intikken omdat de toetsen toen al te klein waren voor m’n kittenpootjes. En dat is nu ik groterder ben gegroeid nog veel moeilijker geworden. Laat staan dat ik verstand heb van leptops en daarbij, ik mauwde eigenlijk alleen maar tegen m’n eigen personeel omdat m’n moeder altijd gemauwd had dat ze je dan beter konden begrijpen als je iets wilde vertellen. Nou, die van mij dus écht niet hè!
Gelukkig zagen ze aan m’n kop, m’n staart en m’n hele lijf daar tussenin ook al snel wat ik ergens van vond, en zo hebben we de eerste dagen samen m’n Feestboekpagina gevuld. Maar na een tijdje werden ze er steeds beterder in om m’n mauwen te snappen en begonnen ze zelfs terug te mauwen. In het begin deed ik nog wel moeite om hun spellings- en gramaticafouten te verbeteren, maar daar ben ik inmiddels mee opgehouden. Onbegonnen werk, al doen ze echt wel hun best, hoor.

Blog

Intussen kreeg ik steeds meer vrienden op Feestboek, en merkte ik dat schrijven echt heel erg leuk is. Veel leukerderder dan een album met alleen maar foto’s op de boekenplank. En een stuk gemakkelijker om terug te kijken.
Het zal een week of drie voor m’n eerste verjaardag zijn geweest toen ik van de wereldberoemde en wijze schrijver Bert een uitnodiging kreeg om op zijn site de zaterdagblog van mijn vriend Bram over te nemen. Bert had mijn Feestboekpagina gezien en dacht wel dat ik dat zou kunnen. Echt, ik heb een paar dagen als een kat met zeven staarten door ‘t huis gelopen, zo trots was ik. Al vond ik het ook best wel spannend hoor, want lieve wijze Bram was natuurlijk al jarenlang een ervaren schrijver van blogs. En daar kwam ik dan, als kittenkatertje met alleen maar een Feestboekpagina, tussen zes andere doorgewinterde schrijvers op een echte site. Maar het voelde als een warm bad, en ook dankzij Bert en Bram heb ik heel veel lieverds leren kennen. Allemaal vrienden voor het leven en voorbij de Regenboogbrug en weer terug…

Vrienden

Dit jaar ga ik m’n tweede jaar in als blogger en als Feestboeker. En ik heb het nog steeds enorm naar m’n zin, al vergeet ik soms te kijken of er nog reacties op m’n blog staan om te beantwoorden. M’n personeel heeft een dag of twee de melding voor post aangezet, maar toen stroomde hun mailbox helemaal over met alle reacties die ook op andere blogs binnenkwamen. Dus die hebben ze toen maar weer uitgezet, want ze zagen door de bomen ‘t weiland niet meer.
En ik ben er inmiddels achter gekomen dat ik niet elke dag iets op Feestboek hoef te schrijven, want de vrienden die ik daarop heb zijn hele lieve vrienden die zelf soms ook andere belangrijke dingen te doen hebben.
Omdat het leven gewoon verder gaat als de leptop dichtgeklapt is, maar we weten elkaar altijd weer te vinden. En dat is heel belangrijk, weet ik nu. Want samen delen is samen vermenigvuldigen, en zo maken we onze wereld samen elke keer weer een beetje mooier.

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep