Van de week was m’n personeel niet echt blij met mij, als ondernemende jonge katermans. Terwijl ze me altijd uitdagen en motiveren om steeds een stapje verder te gaan ontdekken, nèt even dat pootje erbij te zetten om wat angst voor het onbekende te overwinnen. Maar deze keer ben ik geloof ik net iets te ver gegaan. ‘t Was maar een metertje of wat, maar dat was meer dan genoeg wat m’n personeel betrof.
Beneden
‘t Zit namelijk zo.
Toen ik alweer ruim een jaar geleden voor ‘t eerst naar buiten mocht, bleef ik bij voorkeur stevig met alle vier m’n pootjes op de grond. Lekker in de tuin, op ‘t achterpad, of in m’n weiland. Later kwam daar aan de voorkant van ‘t huis ook nog de parkeerplaats bij, en dat was me toen al ver genoeg.
Terwijl ik thuis in de woonkamer heel graag tot aan ‘t plafond in m’n Quapasklimzak klom, bleef ik buiten veel liever op klomphoogte, zoals Junior altijd zegt. Want daar stond geen lekkere zachte bank zoals binnen om me op te laten vallen als ik snel weer naar beneden wilde. Natuurlijk kon ik ook prima zelf weer uit die klimzak komen hoor, dat deed ik als ik geen haast had. Kop omhoog, kont omlaag en dan gewoon laten zakken. Pootje voor pootje. Maar soms wilde ik ook wel ‘s weer vlug beneden zijn, als ik zag dat m’n vooraadkast open ging en er iets lekkers voor me gepakt werd. En dan was en is ‘t toch het snelste om gewoon los te laten.
Op hoogte
Nou moet ik toegeven, het was op zich niet onaardig om op de grond te blijven, want in die begintijd buiten had ik het springen nog niet helemaal door. Okee, ik kon binnen op de bank komen, en als ik het dan een beetje uitkiende durfde ik ook op de stoel onder de eettafel te springen.
En toen het eenmaal zomer werd vorig jaar sprong ik zonder moeite heel sierlijk op de tuinstoelen buiten, ik vond dat ik binnen al lang genoeg geoefend had.
Maar daar bleef het niet bij. Via de tuinstoel kon ik heel gemakkelijk op de tuintafel komen, en toen ontdekte ik dat er op hoogte buiten veel meer te zien is.
Ik verzamelde al m’n moed en waagde de eerste sprong in de grote bloempot waarin een mini kersseboom staat. Wat een uitzicht, zeker toen de schutting er nog niet stond tussen mijn tuin en die van de buren kon ik m’n hele weiland in de gaten houden. Terwijl ik steeds dapperderder begon te worden ontdekte ik dat ik m’n stiletto’s ook heel gemakkelijk in de schutting naast de poort kon zetten, om zo naar boven te klimmen. Er ging écht waar een hele nieuwe wereld voor me open toen ik over de rand van de schutting keek…
Balkon
Van ‘t één kwam ‘t ander. Ik kwam er achter dat ik vanaf die schutting op de balk kon klimmen die er boven hing en pootje voor pootje schuifelde ik dan dwars door de takken van de oude druivenstruik naar ‘t dak van de schuur. Was een makkie en ik had dat al een paar keer met veel succes gedaan voordat ik betrapt werd door m’n personeel. Nou, toen ze zagen dat ik boven op de schuur rondliep brak er bijna paniek uit. Er werd een trap naast de schuur gezet in een poging me van ‘t dak af te halen, en ik heb écht heel veel tikken met m’n voorpoot uit moeten delen als hun handen te dicht bij me in de buurt kwamen. Tenslotte was ik helemaal zelf op de schuur gekomen, en ik wist de weg terug heus wel. Maar ze waren heel ongerust, dus ik ben maar even van ‘t dak af gekomen om te mauwen dat ze rustig konden gaan slapen.
Ik heb daarna de hele nacht weer lekker op de schuur gezeten en naar alle sterren gezwaaid die ik zag. Vanaf het hoogste punt dat ik toen kon bereiken.
Springen
Maar ja, dat was vorig jaar. In de tussentijd heb ik natuurlijk niet stilgezeten.
Vanaf m’n schuurdak heb ik deze week zo ‘s zitten bekijken en berekenen of ik daar vandaan de sprong zou kunnen wagen naar de balkons van de bovenburen, maar ik kwam tot de conclusie dat zoiets niet mogelijk zou zijn zonder één van m’n negen levens op ‘t spel te zetten. En aangezien ik heel erg zuinig ben op alle negen legde ik me erbij neer dat het schuurdak eigenlijk wel het hoogst haalbare zou blijven…
Totdat ik dus van de week m’n voordeur uit wandelde, op weg naar ‘t weiland voor de dagelijkse muizenstandcontrôle. Meestal loop ik m’n huis uit via de achterdeur, langs de wildernis naast de sloot en dan ga ik gelijk rechtsaf de brug over. Maar nu was het lekker warm in de zon, dus ik besloot de lange route te nemen over de parkeerplaats, langs de zijkant van ‘t huizenblok naar de brug.
En toen zag ik ‘m ineens…
Afstand
De hele grote takken die ik altijd vanaf ‘t schuurdak had gezien bleken een stam in de grond te hebben, gewoon naast ‘t huis. ‘t Viel me nu pas op omdat daar altijd een vrachtwagen voor staat, waardoor ik nooit langs de zijkant van ‘t blok kan lopen. Maar nu was die wagen ineens weg en schoten er duizend-en-één gedachten door m’n kop die helemaal niks te maken hadden met de muizen in ‘t weiland.
Voorzichtig zette ik een poot tegen de onderkant van de boom, en voordat ik er erg in had zat ik er in en kon ik ineens op m’n eigen schuurdak kijken. Maar weet je wat het mooie was? Als ik heel voorzichtig over een dunne tak in de boom zou balanceren kon ik op het dak van de bergingen van de bovenburen komen. En daar vandaan was het maar een klein sprongetje naar het balkon van de bovenbuurman op de hoek. En die afstand durfde ik zelfs wel met m’n ogen dicht te overbruggen.
Bovenburen
Dus toen mijn personeel even in m’n tuin stond en me op de balustrade van het balkon bij de bovenburen zag wandelen kregen ze bijna een hartverzakking. Gelukkig hadden ze geen van twee hun telefoon bij zich, dus er is geen enkel bewijs dat ik over die reling heb gelopen. Tegen de tijd dat de telefoon binnen uit de oplader was gehaald stond ik alweer op ‘t balkon en keek met m’n allerliefste snuit tussen de spijlen door in de camera. Want ze kunnen toch niet lang boos op me blijven.
Stevige poot en zachte kopjes,
Joep
Wat was het weer heerlijk weer van de week. Ik heb, zodra de zon ging schijnen, heerlijk buiten gewandeld tussen m’n buurt inspecties door, maakte hier en daar een mauwtje met de buurtkatten die al met pensioen zijn en dus niet meer hoeven te werken, speelde weer lekker met m’n vriendjes in ‘t weiland, ging op ontdekkingstocht of lag gewoon lekker op m’n catwalk in de zon.
Na de lunch kwam de zon in de achtertuin, en ben ik lekker op m’n catwalk gaan liggen. De tweebener die voor m’n weiland zorgt was druk in de weer met een grote machine met hele grote wielen aan de achterkant. Ze was denk ik al druk bezig om m’n weiland weer in tiptop conditie te brengen voor het Tweede Grote Weilandfeest, dat er over een maandje of vier weer aan zit te komen. En zo heb ik, met de zon van kop tot staart op m’n velletje, heerlijk liggen bedenken wat ik dit jaar voor het feest allemaal saame met jullie wil gaan organiseren. Want gaat het een kopie worden van vorig jaar? Of heeft iemand ideetjes voor wat anders, of iets dat misschien zelfs wel beter zou kunnen?
Maar ook dit jaar moet ik weer streng zijn. Uit veiligheidsoverwegingen kunnen geen vogels, muizen, ratjes, nijntjes en andere kleine dieren mee naar ‘t feest, want ik moet er niet aan denken dat woefers of mauwers deze per ongeluk als snack gaan verorberen. Onder een half jaar oud kun je alleen naar binnen als je onder begeleiding komt van iemand die minstens dubbel zo oud is. En net als vorig jaar wordt er geen ketnipwijn of bottenbouillonbier geschonken aan minderjarige gasten, want veiligheid staat voorop en we gaan het wel gezellig houden voor iedereen. Nou ja, ‘t is eigenlijk meer om de feestvergunning niet kwijt te raken, maar dat klinkt weer zo zakelijk…
Zo hee, en dan is ‘t inmiddels alweer maart… Dat gaat de goede kant weer uit, nog even en m’n personeel komt ook weer zonder dikke jas de tuin in.
‘t Was best wel lekker rustig hoor, zo’n dagje alleen thuis. Er stond genoeg te eten en te drinken voor me klaar, en ik kon eindelijk ‘s lekker doordutten zonder dat er foto’s gemaakt moesten worden, of ik weer knuffels kreeg omdat ik zo lief lag te slapen. Nadeel was alleen dat ik niet even lekker naar buiten kon wanneer ik wilde, dus ik moest weer ouderwets op de bak. Nou ja, er zijn ergere dingen dan dat. Voor een keertje vind ik dat helemaal niet erg, al ga ik toch liever even achter de hortensia’s tegen m’n schuur aan zitten, bovenop de hosta’s.
eerlijk, saame is ‘t toch veel leuker dan alleen.
Al maandenlang krijg ik heel veel advertenties en suggesties voor vriendschapsverzoeken op Feestboek. En heel eerlijk gemauwd, ik vind ‘t helemaal niet erg als m’n personeel die wegklikt. Want wat moet ik met een volautomatische kattenbak als ik een prachtig mooi en enorm weiland naast m’n achtertuin heb, waar de buurtkatten en ik boodschappen voor elkaar achterlaten en geurvlaggen planten, om te laten weten dat we daar al controles hebben uitgevoerd?
aan m’n personeel over…
Terwijl ik wat brokjes zat weg te knabbelen had m’n personeel ‘t zakje op tafel gelegd om te drogen voordat ‘ie weer opgeborgen werd. Want zo gaat dat hier in huis met ketnipspullen, die laten ze niet slingeren. Ik mag nu elke dag een zakje uitkiezen om mee te spelen, maar soms heb ik er gewoon even geen zin in omdat ik liever naar buiten ga of omdat ik buurtcontroledienst heb. Of gewoon even lekker een dutje wil doen in de zon.
Nee, ik ga het vandaag niet weer over het weer hebben, want dat lijkt nog steeds niet op voorjaar. M’n personeel loopt te blaffen alsof ze een hele gesprekken met de nieuwe buurpuppy aan het voeren zijn en ze beginnen wat waterig uit hun ogen te kijken terwijl ze de leeftijd van snotneus toch al heel lang voorbij zijn. Dus ik denk dat het nu aan mij is om de taak van mantelzorgkater op me te nemen. Beetje extra aandacht geven, wat meer knuffels en kopjes, spinnen en dicht tegen ze aan liggen. Wedden dat ze zich dan na dit weekend weer een stuk beter voelen?
M’n personeel vertelde dat het personeel van m’n moeder verhuisd is, dus ik denk dat zij ook niet meer in ‘t huis woont waar ik geboren ben. Maar ik weet niet of ze wel zo blij zou zijn als ik haar zou opzoeken, want hoewel ze heel lief was en ons als kittens veel geleerd heeft, vond ze ‘t op een gegeven moment toch hoog tijd dat we op eigen pootjes gingen staan. Ze ging ook steeds vaker op stap toen we niet meer bij haar kwamen drinken omdat we al beebiekitteneten kregen. M’n personeel vertelde me later dat dat er nou eenmaal bij hoort, bij zelfstandig worden.
En dan is er m’n grote vriend waarmee ik elk weekend snekkies deel. Gezellig samen, als katers onder mekaar, de laatste nieuwtjes bemauwen. Soms ga ik ook wel ‘s naar hem toe, met een rolkoffer vol met snekkies, want hij heeft een hele mooie tuin waar heel veel te beleven is. Ik kijk daar elke week weer naar uit.