Vorige keer miauwde ik over een onbekend geluid in de keuken. Met angst en beven zocht Mo waar het geritsel vandaan kwam en ontdekte een grote bruine rat die zich in een keukenkast had verschanst. Daarom kon ik hem dus niet meer terugvinden. Ik had mijn kersverse furriend even op de deurmat gelegd om zelf door het kattenluik te kunnen stappen en toen ik binnen stond, was hij opeens foetsie. Eigenpotig krijg ik geen deuren open. Daarom was ik blij dat Mo zowel de kast als de buitendeur open had laten staan toen ze haar slaapkamer in vluchtte, ook al was het midden in het donker. Het moest een fluitje van een cent zijn om dat beest bij zijn staart te grijpen. Zo is hoe het verder ging:
Geen beweging
Tante Cato kijkt Foppe doordringend aan. Mijn broer wacht af wat ik ga doen. Ik staar naar de rat, die onbeweeglijk blijft zitten waar hij zit. Boven in een hoek van de gootsteenkast. Een tijd lang verroert niemand een poot. De stilte is oorverdovend, de spanning om te snijden. Opeens draait m’n tante zich om. Ze is het wachten beu en wil terug naar haar zachte mand op bed. Daar stuit ze op een hermetisch afgesloten deur. Als er iets is waar tante Cato van flipt, is het een dichte deur. Furieus trekt ze alles uit de kast om naar binnen te kunnen: krabben, miauwen, springen en gillen. Terwijl tante Cato boven door het lint gaat, verandert er in de keuken helemaal niets. Maar dat weet Mo niet.
Ik hoor hoe ze uiteindelijk aarzelend de slaapkamerdeur op een kiertje zet. Op de overloop gaat een fel licht aan. Later hoorde ik dat Mo met een spierwit gezicht de gang inspecteerde. Pas toen ze echt geen rat zag, mocht mijn tante naar binnen. Een tijdje later trekt ook Foppe aan zijn stutten om verder te slapen. Net als alles rustig lijkt, wil zijn moeder de dichte slaapkamer weer uit. Hetzelfde ritueel. Terwijl ze boven onenigheid hebben over het wel of niet open laten staan van de slaapkamerdeur klauter in de gootsteenkast om die bruine rakker op te jagen. De slimmerik heeft zich verschanst tussen een voorraad afwasspullen in een bak waar ik net niet bij kan. Hier heb ik geen zin. Ik heb wel wat beters te doen dan wachten tot mijn furriend van plan is om in beweging te komen.
Doorzetten
Na een paar slapeloze uren treft Mo me opgerold in dromenland. Ze verwacht dat ik mijn buik vol heb van een groot harig beest en lig na te boeren van een overvloedig maal. Niets is minder waar en daar komt ze snel genoeg achter. Rat zit nog altijd op precies dezelfde plek tussen de pannensponsjes als waar ik hem het laatst zag. ‘Aan jullie heb ik ook niks’, foetert ze. ‘Ik regel het zelf wel, want dat beest moet hier weg.’ Mopperend gaat ze aan de slag en ruimt met het nodige kabaal de gootsteenkast uit. Mijn broer en tante komen op het tumult af. De indringer kijkt enkel met grote bange kraalogen wat er allemaal gebeurt. Vol belangstelling kijken we toe hoe Mo dit aanpakt. Eerst dekt ze de schuilplaats van Rat af. Zo voorkomt ze dat hij kan zich achter de koelkast kan verstoppen.
In haar nachtjapon wringt ze zich in allerlei bochten om de bak met Rat eruit te krijgen, zonder Rat te laten ontsnappen. Hoe ze ook wurmt en draait het past allemaal net niet. De bak blijft steken en Rat blijft zitten waar hij zit. Er zit maar één ding op, die hele la moet eruit. Met haar blote benen kruipt ze over de koude tegels om gewapend met een
allerhande gereedschap de bevestiging van de la los te krijgen. Al gauw gutst het zweet van haar voorhoofd. Tranen staan in haar ogen. Vermoeidheid speelt parten. Net als Mo het op wil geven, komt er beweging in het gevaarte. Hijgend weet ze de la er uit te trekken. De toch al krappe keuken verandert in een nog grotere ravage. Eindelijk is het moment daar. De bak met furrukkullukke inhoud komt los. Ik snel Mo vooruit door de nog altijd wagenwijd openstaande keukendeur. Balancerend met de bak in haar hand hinktstaptspringt ze naar buiten waar motregen haar oververhitte wangen afkoelt. Snel zet ze de bak neer, tilt de plank eraf, doet een stap naar achter en weg is Rat. Vanuit de struiken maak ik een snoekduik. De jacht kan opnieuw beginnen.
Koppie van Japie
Psssst, even checken voor de volgende keer. Smaakt dit naar meer? Of toch liever iets bravers?
Het is een nacht als altijd. Tante Catootje ligt opgekruld in het zachte mandje naast Mo der hoofdkussen. Foppe houdt haar voeten warm. Via het kattenluik loop ik in en uit om zowel ons huis als tuin te bewaken terwijl iedereen slaapt. Na de gebruikelijke plaspauze van ons mens wast ze op de tast haar handen bij de wasbak in de donkere keuken en neemt gelijk een glaasje water. Tot zover is alles normaal. Net als Mo slaapdronken terug naar boven wil gaan, hoort ze een geluid dat er nooit is. Geritsel. Ze is acuut klaarwakker. Dat stond niet in mijn planning.
klaargezet om morgen te poten. De voorjaarsbloeiers gaan de bijen die vroeg in het jaar wakker worden rijkelijk van eten voorzien. Weer geritsel. Ze knipt het felle licht aan. Met grote ogen tuurt ze gespannen naar het werkblad om te zien waar het onbekende geluid vandaan komt. Bij de volgende ritsel rent ze naar de keukendeur en zwaait em open. Tussen de punten van haar vingers pakt ze één voor één de zakjes op en zwiept ze de tuin in.
‘Japie, waarom doe je niets!’, gilt ze opeens. Happend naar adem kijkt ze ons met ogen als schoteltjes aan. ‘Jullie moeten dit oplossen!,’ zegt ze met schrille stem en weg is ze. Ze rent de trap op en sluit haar slaapkamerdeur hermetisch af. Daar zitten we dan met z’n viertjes. Foppe kijkt opgewonden rond. Hij heeft wel zin in een verzetje. De blik waarmee Tante Cato ons beschuldigend aankijkt zegt genoeg. ‘Je kan zo weg,’ meow ik tegen mijn grote bruine furriend, ‘de deur naar buiten staat nog open. Of gaan we Kat&Rat spelen?’
Ik was te wild voor in een asiel werd gezegd. Zo kwam ik in een pleeggezin terecht. Dan ben je wel een asielkat, maar toch is het anders. Want het is in een normaal huis waar poezen en mensen samen wonen. In een gastgezin leer je hoe je sociaal kunt doen. Was het toeval dat ik de katten in dat huis al kende van de tijd dat ik door tuinen banjerde? Zij vonden mij wel oké en ik hun ook. Dat was mazzel. Met het mens had ik meer moeite. Zij was degene die me in mijn nekvel had gegrepen en achter tralies stopte. Achteraf gezien kan ik niet anders miauwen dan dat ze best een snelle leerling was. Ze respecteerde de afstand die ik nodig had. En ze bleef lief tegen me praten, ook al maakten m’n nagels overuren. Eerlijk is eerlijk, lekkere hapjes hielpen daar wel aan mee. Iedere keer als ze met een bakje aankwam waarvan het water me in de bek liep, voelde ik van binnen iets veranderen. Het werd zachter, minder boos. En ook een beetje minder bang.
zorgen, zolang als we kunnen. Na bijna drie jaar snappen we elkaar door en door. Af en toe hebben we nog wel eens een kattefietje. Als ze te lang in mijn jas wil kriebelen ofzo. Dan doe ik keihard BAM met mijn poot. Soms schrikken we er allebei van. Maar we maken het altijd weer goed. Dat heet liefde.
Ken je dat gevoel, dat je kop zo vol zit dat je het niet meer weet? Dat er zoveel woorden door je bol dansen dat het een warboel wordt? Dat letters door elkaar gaan en je geen zinnig woord meer kan miauwen? Zo voelt het in mijn kop. Al een tijdje.
voelen met Muisbezorgd. De door mijn tante Luna purrrfect opgezette online cursus ‘Hoe vang ik een Weilandmuis’ wordt massaal gevolgd door iedereen die de fijne kneepjes van het muizenvangvak in de poten wil krijgen. Als ik zou beginnen over de mammoeten onder de muisachtigen lopen bij iedereen de rillingen over de rug. Dus kan ik maar beter mijn bek houden over waar ik mee thuis kom.
Furhalen
Allemiauws furriendjes, mijn vorige furhaal heeft nogal wat losgemaakt. Er kwamen ongeruste kattenbelletjes binnen met de vraag of het Mo echt niet lukte om die beestjes er zelf uit te halen? Ik kan jullie geruststellen, daar is mijn mens best handig in.
mijn lange jas blijk een magneet te zijn voor die kleine bijtertjes. Uren-, dagenlang heeft mijn mens mijn dikke jas uitgeplozen. Als ze er eentje signaleerde, vouwde ze voorzichtig alle haren opzij, zodat ze er met de tekentang bij kon. Net als ze het haakje om die gluiperd heen schoof, voelde ik kriebels. Ik weet niet of dat door haar vingers kwam, door de tekentang of door de naarling zelf. Maar door de kietel was mijn poot niet te stoppen en deed scratch, scratch, scratch, zo over haar hand. Na het plakken van pleisters begon ze vol goede moed van voor af aan. Tientallen heeft ze er gevangen. Ze kropen door mijn jas, in mandjes, tussen paperassen op het bureau, over de vloer en in bed. Ik kan jullie miauwen dat het geen feestje was. We gingen naar witjas, omdat ik na de massale aanval van die ieniemienie onderkruipertjes slap op de poten stond en niet meer wilde eten. Ik denk dat ik gewoon misselijk was van alle snackjes die ik kreeg als afleiding tijdens het peuteren. Inmiddels voel ik me weer kiplekker.
We zijn zo blij dat veel van zijn furriendjes uit het hele land komen. Door de online cursus ‘Hoe vang ik een Weilandmuis’ heeft tante Luna een flinke voorraad muis die helemaal op mag. Masterchef Tiga is al weken bezig met het uitdenken van furrukkullukke hapjes. Ollie uit Limburg neemt zijn specialiteit mee: vlaai met ketnip. Ik mag het hier misschien niet schrijven, maar het zou zomaar de beste speeskeek kunnen zijn die we ooit hebben geproefd. Speciaal voor Foppe heeft KeverT meowe muziek gecomponeerd. Ik zie het al helemaal voor me hoe straks met zijn allen bij elkaar kruipen om zachtjes mee te zingen met zijn cattudes. Ik kan niet wachten tot het donker wordt. Dan fonkelen de sterren op hun mooist. Iedereen die wil, mag boven in mijn boom klimmen om naar ze te zwaaien. Deze keer zwaai ik speciaal naar Oom Sjaak, die mij de weg wees naar de tuin waar ik nu mag wonen en waar ook dit feest is. Zo zijn we allemaal bij elkaar. Want Saame, dat is toch het allermooiste katdo dat er is?!