Categorie archieven: Japie

Japie: feest met een lach en een traan

Hebben jullie al naar buiten gekeken? Overal wapperen grote lappen stof aan hoge palen. Bij de buren hangt de vlag aan een lange stok die vastzit aan de muur. Gisteren zag ik de doeken ook al. Toen hing het roodwitblauw halverwege. Vandaag staat de driekleur met oranje wimpel fier bovenaan. Mo heeft me verteld dat het hoort bij nare gebeurtenissen van lang geleden. Toen maakten mensen heel veel ruzie en dat doen ze alweer en nog steeds. Terwijl ruzie maken stom is. Eerlijk gemiauwd doe ik het ook wel eens. Bijvoorbeeld als er een nieuwe kater in de buurt is komen wonen. Dan moeten we allebei brallen. Met gegrom, staren en een hoge rug imponeren we elkaar. Uiteindelijk draait een van de twee zich om en loopt met opgeheven kop weg. Daarmee geeft hij de ander of het nakijken of zich gewonnen. Meestal blijft het bij veel bluf en weten we wie voortaan de baas is in de wijk.

Furjaardag

Vandaag staan wij niet alleen stil bij 80 jaar Bevrijding wij vieren zelf ook feest. Voor mijn grote broer Foppe die tien vliegen van zijn furjaardagstaart mag blazen. Ik weet nog hoe slecht hij er aan toe was toen ik zelf een klein Japietje was. Zijn stempelkaart was in mum van tijd bijna vol. Dat hij zijn zevende en zelfs zijn achtste furjaardag haalde, was een

Japie en Foppe

wonder. Als je hem nu ziet, herken je hem bijna niet meer terug. Foppe is Hollands Glorie. Zijn jas was niet eerder zo vol en stevig. Jarenlang was hij een slungel.
Nu zit er een dun laagje spek op zijn eens zo magere ribben. In de plastic plasdoos liggen tegenwoordig keurige drollen in plaats van een vieze stinkende drab. Voor die furjaardag waarvan we dachten dat hij die niet zou halen, kreeg hij een ballon opgestuurd in de vorm van een groot hart. Om hem moed en liefde te geven. Die ballon hangt er nog steeds! Wat zo bijzonder is, is dat de ballon af en toe wat uitgeblust is en dan opeens weer uit zichzelf bol gaat staan. Al twee jaar lang! Net als een hart dat klopt. Deze glanzende rode ballon staat symbool voor de veerkracht, liefde en levenslust van Foppe.

Ster

Mo krijgt in deze tijd van het jaar regelmatig natte ogen. Dat komt door Beestboek die haar eraan herinnert wat er allemaal rond deze periode gebeurde. Foto’s van Oom Sjaak, die zich de ene dag kiplekker voelt en een dag later als een dood vogeltje opgerold in een hoekje ligt. De witjassen kunnen hun vinger er niet op leggen wat er purcies met hem aan de poot is. Op Foppes vijfde feestdag doet hij enthousiast mee met alle spelletjes en gaat rollebollend door het kattenkruid, alsof er geen vuiltje aan de lucht is.
Achteraf gezien was het alsof hij alle kracht voor die ene dag had bewaard om hem onvergetelijk te maken. En dat heeft hij gedaan. 5 Mei 2020 was een dag met een gouden randje. Amper vierentwintig uur later werd het gitzwart. Sindsdien zwaaien we iedere avond naar onze roodwitte furriend. Al heb ik Sjakie nooit in hoogst eigen kater ontmoet in alles voel ik dat ik hem ken. Mijn broer, tante Cato en ons mens halen regelmatig herinneringen op. Als er bezoek is, gaat het gesprek vaak over hem. Stiekem weet ik dat hij een pootje heeft geholpen om mij in dit huishouden binnen te loodsen. De boel kon hier wel een beetje in poesitieve zin opgeschud worden. En hoe?!

Katdo

Het zal niemand ontgaan zijn dat ik mijn tanden heb gezet in Muisbezorgd. Deze florerende organisatie met katlega’s door het hele land en zelfs over de landgrenzen is in korte tijd een groot succes geworden. Eerlijk is eerlijk, ik heb niet zelf aan de wieg gestaan van Muisbezorgd. Dat was de legendarische Oom Sjaak, die Foppe de fijne kneepjes van het muizenvangvak heeft geleerd. Mijn grote broer heeft die kennis en ervaring aan mij overgedragen, waarna ik het tot in de purfectie heb gepurfectioneerd. Door zijn slechte gezondheid was Foppe zijn vaardigheden een beetje kwijtgeraakt.
Als furjaardagskatdo heb ik hem een opfriscursus gegeven. Hij is het nog niet verleerd. Sindsdien sleept hij de ene na de andere eigenpotig gevangen Hellevoetse Huismuis mee. Na jaren van grote zorg is dat de lekkerste kers op zijn furjaardagstaart.
Van katte proficiat, Foppe. We maken er vandaag een groot feest van.

Koppie van Japie

Japie onderzoekt een object met mogelijkheden

De Kattenklup is echt geweldig leuk. Iedere keer kijk ik op de pagina met pasjes om te lezen welke hobby’s de ander heeft. Ik leer meowe furrienden kennen en doe er inspiratie op. Spokkie bijvoorbeeld drinkt water uit de kraan. Daar zou ik zelf nooit op gekomen zijn. Misschien omdat het aanrecht furboden terrein is. Met Noxy zou ik wel eens willen meowen. Die kan met één klap kleine insecten uit de lucht meppen. Dat vind ik zo knap. Zelf ben ik meer van het grote spul. Ik hoop dat Noxy haar talent met mij wil delen. Wisten jullie dat er ook honden en konijnen lid zijn van deze klup? Laat je niet in de war maken door de naam hoor. Van Mila, Ollie en KeverT heb ik begrepen dat iedereen mee mag doen, ook als je mier bent of kanariepiet, leguaan, kip of cavia. Het is een klup voor Saame.

Onderzoek

Hebben jullie mijn pasje van de Kattenklup al gezien? Daar staat op dat ik meester-muizenvanger ben. Dat kan ook niet anders als je voor Muisbezorgd werkt. Onlangs heb ik een andere hobby ontdekt en dat is die van wetenschapper. Dat is een sjieke naam voor onderzoeker. Eerder konden jullie al lezen over mijn onderzoek naar snuiters. De laatste weken heb ik me beziggehouden met een object in de woonkamer waarvan ik het vermoeden heb dat het te maken heeft met de vlieringsnuiter. Omdat je beter niet zomaar iets moet aannemen doe je onderzoek. Allereerst de reden waarom ik denk dat er een link is tussen het object en de vlieringsnuiter. Het ding is in de huiskamer gekomen daags voor hij met de klus begon. Op dat moment had ik dat nog niet door. Dat besef is later gekomen toen ik ferbanden ging leggen. Dat moeilijke woord heb ik gisteren van KeverT geleerd.

Hoe ziet het eruit? In één meow: GROOT. De ene keer ligt het plat op de grond. Dan komt tot net onder mijn buik en kan ik er om heen lopen tot de blaren op mijn voetzolen staan. De andere keer staat het op zijn kant. Dan is het juist metershoog en kan ik er in klauteren. Soms staat het opgevouwen als een pakket tegen de bank en kan ik er onderdoor tijgeren. De kleur is wisselend grijs of groen al dan niet met gekleurde bladeren erop. Alsof het herfst is. Als ik er over heen loop, is het zacht en zak ik er diep met mijn poten in weg. De stof is ruw, waardoor ik er purrrrfect in kan klimmen. Opvallend, het staat alleen rechtop als het licht is. Het gaat languit gestrekt als het donker is. Het zijn de dames die er als eerste op gaan liggen. Heerlijk knus tegen elkaar aan onder het nepdons dat eerder boven op het grote bed lag. Foppe kruipt er bij zodra het lampje uitgaat. Even ben ik in twijfel. Duik ik ook op dat rare matras om Saame met z’n allen te gaan slapen? Of ga ik naar buiten voor mijn pursoonlijke kattiviteiten; inspectiedingen doen, sterke furhalen ophangen met mijn furrienden en muizen interviewen.

Conclusie

Mijn conclusie is dat het een bed is zonder poten eronder. Waarom we daar tegenwoordig slapen in plaats van in de slaapkamer moest ik horen van tante Cato. Ze vroeg me of ik daar de laatste tijd nog wel eens ben geweest. Uh…. nee, die staat propvol met spullen die eerst op de vliering stonden. Dozen met kerstballen (die we nooit ophangen), kampeerspullen (terwijl Mo nooit op vakantie gaat), dikke dekens van nepdons (waarom zoveel als we er maar onder eentje slapen) en heel veel dozen met foto’s uit lang vervlogen tijden en mooie kaarten vol lieve woorden. Daarover heen een knisperende plastic laag die de spetters die mijn broer verspreid moet tegenhouden. Om in het grote bed te komen is het een soort hink-stap-sprong.

Om een lang furhaal kort te maken. Het is nu wetenschappelijk bewezen dat er een link is tussen de vlieringsnuiter en het object in de woonkamer. Het is een matras die in de woonkamer ligt, omdat de slaapkamer vol staat. Dat ding blijft daar liggen totdat de grote klus geklaard is. Ondertussen gebruiken we het multifunctionele object om op te slapen, in te klimmen en te klauteren, onder te schuilen en furstoppertje mee te spelen. Nu ik er nog eens over nadenk, zie ik steeds meer kansen voor de ingebruikname van de vliering door Muisbezorgd. Mo heeft de slaapkamer helemaal niet meer nodig. Dat kan opslag voor haar onzinnige spullen worden. Zou ik de koelingen alvast kunnen bestellen?

Koppie van Japie

Japie neemt een kijkje in de toekomst

‘Japie, ga je mee naar boven?’ De stem van mijn mens komt van ver. Ze vraagt het nog eens. Deze keer fluisterend in mijn oor. Loom strek ik mijn poten uit, knipper met mijn ogen, geeuw uitgebreid en kijk in het rond. Om me heen zijn de muren van de slaapkamer, onder me een slordig opgevouwen dekbed dat goddelijk ligt, juist omdat het niet zo netjes strak getrokken is. Ik snap niet wat ze bedoelt. De enige manier om in dit vertrek te komen is de trap op. Hoe kan ik mee naar boven gaan als ik daar al ben?

Machtig

Gemorrel aan het plafond in de gang maakt me met één klap klaarwakker. Het geheime luik komt knarsend en piepend naar beneden. Dat is dus boven! Het verboden terrein waar de vlieringsnuiter oorverdovende dingen deed waar wij niet bij mochten zijn. Die snuiter heb ik trouwens al tijden niet gezien. Zou het werk af zijn? Mo klopt uitnodigend met haar hand op de houten treden. ‘Ga je nog mee?’ Dat laat ik me geen twee keer miauwen. Zo’n kans krijg ik misschien nooit meer.
Ik heb de eer om voorop te gaan. Onwennig zet ik mijn voorpoot op de eerste tree. Het voelt anders dan de trap met de vale vloerbedekking naar de eerste verdieping, maar verder werkt het precies hetzelfde. Daar draai ik mijn poot niet voor om en sjees naar boven. Mijn mens komt sjokkend achter me aan. Tegen de tijd dat ze kromgebogen onder het lage dak staat, heb ik er al drie rondjes op zitten. Wat een machtige ruimte.

Droom

Boven aan de houten trap is een kleine overzichtelijke ruimte. Een planken vloer met aan de kant van mijn linkerpoot een groot apparaat aan de muur dat er voor zorgt dat we in de winter warme poten houden. Bij het rechtsaf slaan kom ik in een veel groter deel uit waar daglicht naar binnen stroomt door een raampje dat zelfs open kan. Eerlijk gemiauwd kan ik er mijn kont niet keren, zo’n bende is het er. Die snuiter heeft duidelijk nog werk te doen. Stapels latten, bergen gereedschap, vuilniszakken met restjes en een grote rol met heel dikke watten. Ik slalom er om heen, stap over wiebelende planken en tijger onder de laagste delen van het dak door.
Als ik de troep weg denk, zie ik een walhalla aan mogelijkheden. Aan de ene kant kunnen vriezers, een paar op een rij. Zo houden we de smaken gescheiden. Zilte Zeemuizen, Hartige Hunnebedmuizen, Sappige Sallandse Heuvelrugmuizen, Wonderlijke Weilandmuizen, noem maar op. Aan de andere kant opslag van isoboxen in allerlei maten. In het midden een lange inpaktafel. Ik zie het helemaal voor me. De koelwagens kunnen beladen worden via het dakraam. Ik heb de De Rossige nog nooit een muis zien vangen, maar dat hij zonder vrees op daken kan lopen dat heeft hij wel bewezen. Hij zou het purrrrfect doen om de leiding over de bevrachting vanuit het klapraampje op zich te nemen.

Uiteenspatten

Mo is met een duimstok van alles aan het opmeten. Dat komt goed uit. Kan ze gelijk de maten opschrijven van de koelingen. Die passen precies in de nis naast de schoorsteen. Vlak bij de trap kan een balie komen om pursoonlijk een bestelling af te halen. ‘Kijk Japie,’ begint ze, ‘ik had gedacht om hier een krabpaal tot aan het plafond te maken. Daar een kruipsluipgang om verstoppertje te spelen.’
Ho, ho, wacht eens even, waar heeft mijn mens het nu allemaal over?! Het wordt hier geen speeltuin. Nou ja, misschien een kittenhoekje. Dat is leuk voor de kleintjes die met hun ouders meekomen die een muizenafhaalmenu besteld hebben. In mijn kop noteer ik speelgoedmuizen om als katdootje mee te geven voor die ukkies. Jong geleerd is oud gedaan. Verder geen fratsen, anders is de vergunning niet op tijd rond voor het Grote Weilandfeest begint. De katlega’s van Muisbezorgd moeten ruim de gelegenheid hebben om proef te draaien. ‘Gaat het wel goed met je, Japie?’ vraagt Mo bezorgd als ze schrik in mijn ogen ziet. Ze heeft totaal niet in de gaten dat mijn droom zojuist uiteengespat is.
Snel dender ik het steile trappetje af voor ze nog meer stomme voorstellen doet. Want over de bestemming van de vliering is het laatste nog niet gemiauwd.

Koppie van Japie

Japie doet onderzoek naar snuiters

De laatste tijd komen er mannen over de vloer waar ik m’n bedenkingen bij heb. Ik miauwde er al over op Beestboek. Op Valentijnsdag kreeg mijn mens chocolaatjes van een vage afzender. Dat zette me aan het denken. Ik vroeg me af of iemand haar zomaar van ons kan afpakken. Mo fluisterde in mijn oor dat niemand aan mij kan tippen. Dat stelde me gerust. Maar niet voor lang.
Het leek een startschot van een komen en gaan van vreemde types. Snuiters noem ik ze. Omdat ik wil weten wat er aan de poot is, ben ik een onderzoek gestart. Eerst kijk ik in de Dikke van Katten wat een snuiter precies is. Daarin staat het volgende: snuiter (de (m); -s; -tje) een mannelijk persoon, met name iemand die zich ondeugend, raar of zonderling gedraagt. Die omschrijving klopt met mijn ervaring. Lees maar mee.

Vreemde types

We zijn gewend dat het hier geen zoete inval is. Daarom valt de bedrijvigheid van de laatste tijd extra op. Na dat gedoe met die chocola staat er bijvoorbeeld vanuit het niets in alle vroegte – ik heb amper het ontbijt achter m’n kiezen – een boom van een kerel voor de deur. Mo is dolblij om hem te zien en onthaalt hem alsof hij een verloren zoon is. Met zijn grote schoenen stampt hij naar boven alsof hij de weg kent. Ik maak dat ik wegkom. Pas als mijn poten zeer doen van het ijsberen voor de deur ga ik terug. Net op tijd om hem te horen zeggen dat de cv het weer als een zonnetje doet. Ik moet hem gelijk geven. Het is aangenaam warm. Dat was de laatste dagen wel anders.

Niet veel later is er een kattefietje met een voordeur die mijn mens iets te enthousiast dicht trekt. Dat hoeft niet erg te zijn, behalve dat Mo buiten in het donker in de kou staat. Zonder sleutel. Want die zit nog aan de binnenkant. Ik zal jullie de heisa besparen die er op volgt. Over de snuiter die er aan te pas moet komen, wil ik het verder niet hebben. Ik kan wel miauwen dat mijn kattenluik zo gek nog niet is. Ik heb altijd de sleutel bij me, diep verstopt onder mijn jas.

Vlieringsnuiter

Dan is er de vlieringsnuiter. Dat is een type, die je wat beter moet leren kennen. Nu ik hem vaker zie, kom ik er achter dat hij best aardig is. Hij zegt Zussie tegen mijn mens. Best gek, want iedereen noemt haar Mo. Je moet weten dat de vlieringsnuiter een lading spullen bij zich heeft waar je u tegen miauwt. Op de overloop doet hij een geheim luik in het plafond open en zwaait vanuit het niets een ladder naar beneden. Zijn armen zijn zo sterk dat hij met gemak over een smal trappetje enorme machines naar boven sjouwt alsof het veertjes zijn. Een beetje heel erg jammer is dat die apparaten zoveel kabaal maken dat KeverT het in Amsterdam kan horen. Ik snap niet waarom er zoveel herrie nodig is om de binnenkant van het dak vol te stouwen met heel dikke watten. Ik vergeef het hem maar nu ik weet dat hij aan het eind van de klusdag appeltaart eet. Met slagroom! Laat hij die slagroom nou met alle liefde met mij willen delen. Dat is echt tof van hem. Hij mag vaker komen.

Onderzoek

Een rondvraag langs mijn furriends of zij ervaring hebben met vlieringsnuiters levert interessante miauws op:
Bij mijn furkering Pummy is de vliering in gebruik door een slapende snuiter
Kater B heeft kattastische vensterbanken te danken aan snuiters
Joep heeft buren die herrie maken, maar of dat ook snuiters zijn?
Bij Joth wonen de kerstballen op de vliering. Die zijn heel stil.
Zijn ramendweilers ook snuiters, vraagt Khumba zich af.
Luna Poes kent schoorsteensnuiters, een lokaal fenomeen.
Poes Spokkie is zelf een vlieringsnuiter. Ze helpt haar baas daar met computeren.
Jaydon had pas èn een rioolsnuiter èn een trapkastsnuiter èn een washoksnuiter over de vloer. Hij moet er nog van bijkomen.
Bij Toulouse komt een snuiter die nooit slagroom eet. Dat is jammer.
Op de vliering van Norah huist een kunstenaar die de stereo keihard zet.
Molly en Dropje, je weet wel de dames die bij mijn katlega Lucky wonen, hebben de vliering in beslag genomen.

Al met al een boeiend onderzoek. Mijn conclusie is dat die vlieringsnuiter hier best oké is. Ik hoop dat hij gauw weer langskomt. Met heel veel slagroom.

Koppie van Japie

Japie: hoe Aliens ons weer bij elkaar brengen

‘Mag ik even naar je oor kijken, Japie? Er zit een dingetje op.’ Mijn mens vraagt het op haar allerliefst. Ze voelt – net als ik – dat ons vertrouwen in elkaar bijzonder broos is na een kattefietje eerder vandaag. Ik schrok van haar. Zij schrok van mij. Wat we daarna deden, daar zijn we allebei verre van trots op. Ik haalde uit. Zij begon te schreeuwen. De schaamte en spijt zijn veel groter dan honderdduizend reusachtige bergen met bruine knoeperds bij elkaar. Maar gedane zaken nemen geen keer. We doen er Saame alles aan om het weer goed te maken. Zoiets kost tijd.

Uithaal

Het is vroeg op een normale zaterdagochtend. Mo is klaar om naar het werk te gaan. Ze doet de neuzentelling en zegt ons alle drie gedag. Ik lig boven in de krabpaal uit te buiken en krijg een aai over mijn bol. Ogenschijnlijk vanuit het niets haal ik pijlsnel en vlijmscherp uit met mijn net geslepen stiletto’s, rakelings langs haar oog, over haar wang. Mijn nagel laat dikke striemen na. Het bloed spat uit vijf diepe gaten. Waar ze normaal altijd zachtjes, Japie, zachtjes zegt, schreeuwt ze zo hard dat de hele buurt acuut stijf rechtop in bed zit. Van schrik donder ik uit mijn krabpaal. Tante Cato, mijn broer en ik stuiven alle richtingen op om dekking te zoeken. Zo kennen we ons mens helemaal niet!
Als ze ook nog woest achter me aan stiert, maak ik dat ik weg kom. Ze vindt me achter een gordijn waar ik haar trillend als een rietje met vuurspuwende ogen aan kijk. Toch durf ik me niet te verzetten als ze me daar achter vandaan haalt en me op schoot zet voor een preek. Haar boze stem gaat heel snel over in luid gesnik. Met gierende uithalen zegt ze dat ze enorm is geschrokken van wat ik deed. Dat ik dat nooit, nooit, nooit, maar dan ook echt nooit meer mag doen. Èn ook dat ze zielsveel van me houdt. Hoe vaak ze sorry zegt voor haar onverwachte uitbarsting is niet op twaalf poten te tellen. Ze heeft duidelijk spijt. En ik ook. Na een voorzichtige zoen op mijn kop en een zacht likje over haar hand gaat ze veel te laat naar haar werk.

Raar bolletje

Eenmaal terug thuis zit ze met een gezwollen wang nog altijd aangeslagen door wat er gebeurde onder mijn favoriete dekentje op de bank. Op kousenpoten kruip ik dichterbij. We willen het allebei zo graag goed maken. Haar tranen druppen van gêne en berouw. Mijn schurende tong likt haar vingers. Ze durft me nauwelijks te aaien, wetende dat verborgen klitten onder mijn dikke jas pijnlijk kunnen zijn. Maar over mijn kop dat mag wel. Als ze langs mijn oor strijkt, verstijf ik. Mo is gelijk alert. Behoedzaam gaat ze nogmaals langs de dunne vacht op de schelp om mijn reactie te peilen. Als ze een kleine verdikking voelt, snapt ze opeens waarom ik vanochtend venijnig naar haar uithaalde. Mijn oor is gevoelig. Bij nadere inspectie ziet ze er iets op zitten wat er normaal niet zit. Ze pakt haar telefoon om een foto van dichtbij te maken van een piepklein wit dingetje.

Het minuscule balletje laat zich niet zomaar weghalen. Na wat gepeuter met een pincet laat het eindelijk los. Ze legt het witte ding van amper een paar millimeter in haar handpalm om het beter te kunnen bekijken. Met verbazing ziet ze hoe het mysterieuze bolletje zonder pootjes, kop of staart in beweging komt. Weer kijkt ze naar mijn oor en ziet dat er steeds meer van die bolletjes oppoppen. Ze griezelt ervan en staat tegelijkertijd voor een raadsel. Als alle buitenaardse wezens zijn verwijderd (en ik rijkelijk beloond ben met snoepjes voor mijn purrrfecte medewerking) snort ze het internet af of zoek naar antwoorden over wat deze korrels van amper een speldenknopje groot zouden kunnen zijn. Ze twijfelt of ze op zaterdagavond de spoeddienst zal bellen. Na alle stress van vandaag wil ze het me niet aandoen om naar witjas te moeten. Tegelijkertijd is er de angst dat zich veel meer van die aliens op onzichtbare plekken op mijn huid hebben genesteld. Een team van vriendinnen helpt op afstand tot diep in de nacht mee speuren. Tot een van de Sherlocks bingo heeft. Een foto op een site van een dierenarts laat zien dat het vermoedelijk om een tekensoort *) gaat. Nog één keer moet mijn mens me plagen. Met duizenden keren sorry voor het koude goedje in mijn nek en met nog veel meer kipsnackies als goedmakertje sluiten we deze ingewikkelde dag af.
In het donker kruip ik dicht tegen Mo aan. De muizen hebben vrij spel vannacht.

Koppie van Japie

*) Schijnbaar ben ik een woest aantrekkelijke partij voor deze diertjes. Mijn tante en broer hebben nooit last van die kriebelbeestjes. Weten jullie nog dat ik wel eens heb gemiauwd dat er tientallen van deze naarlingen door mijn jas krioelden? Dat is purcies een jaar geleden. Toen dacht witjas dat ik in een tekennest was gaan liggen. Deze keer hebben de moeders in spé de eitjes direct op mijn huid gelegd.

Aanvulling van het mens van Japie
Onze dierenarts heeft bevestigd dat het om zeer jonge teken gaat die zich nog moeten ontwikkelen tot exemplaren met pootjes. Dat eieren op een kat zitten is minder gebruikelijk.
Schreeuwen tegen mijn dieren vind ik echt een no go. Weet dat dit zelden gebeurt. Het is voor mij een signaal dat ik al veel te lang te veel spanning in het leven ervaar. Ik werk er keihard aan om dit om te buigen.