De zon hing laag boven Doetinchem, haar stralen glansden zacht over de daken en tuinen. In het huis aan de rand van de stad lag tante Fleur in haar favoriete stoel bij het raam. Haar ademhaling was rustig, haar ogen gesloten. Ze sliep steeds vaker de middagen weg, haar lichaam moe van de jaren die haar langzaam inhaalden.
Doerak, haar trouwe katerman, zat op de vensterbank. Zijn groene ogen keken naar buiten, maar zijn oren waren gespitst naar binnen. Hij luisterde naar het zachte geritsel van Fleur’s ademhaling, alsof hij elk moment wilde vangen waarin ze wakker zou worden en hem zou toespreken met haar warme stem: “Dag lieve jongen, ben je weer op avontuur geweest?”
Veranderen
Maar die woorden kwamen steeds minder vaak.
Doerak begon zijn tochten alleen. Eerst aarzelend, dan met meer zekerheid. Hij sloop door de tuinen, sprong over schuttingen, begroette oude vrienden – de ekster op het dak, de egel onder de struiken, en zelfs Roover de kat van de buren. Maar telkens keerde hij sneller terug. Want hoe ver hij ook ging, zijn hart bleef bij tante Fleur.
Langzaam, bijna ongemerkt, begon Doerak te veranderen. Hij werd voorzichtiger, bedachtzamer. Hij lette op de geluiden van het huis, op de geur van de lucht, op de stilte die steeds vaker viel. Hij begon de stap naar volwassenheid te zetten – niet omdat hij het wilde, maar omdat het moest. En ergens, diep vanbinnen, voelde hij dat het tijd was. Dat heeft met oer te maken.
Nadenken
Op een dag, toen de lucht grijs was en de wind zacht door de bomen ruiste, sprong Doerak
op Fleur’s schoot. Ze opende haar ogen langzaam, keek hem aan en glimlachte. “Je bent een goede jongen,” fluisterde ze. “Je zorgt voor me, hè?”
En toen, met een blik die helder was als vroeger, zei ze zacht: “Ik zie het, Doerak. Je wordt groot. En het is goed zo.”
Doerak miauwde zacht, drukte zijn kop tegen haar poot. En in dat moment, tussen stilte en ademhaling, wist hij dat zijn liefde haar bereikte – zelfs als ze sliep.
Doerak voelde dat het echt anders ging worden. Daarvoor kent hij Tante Fleur te goed. Hoe ga ik hier mee om? Wat gaat er gebeuren? Ik ga maar eens buiten op mijn denk schutting zitten. Er moet nagedacht worden.
De volgende keer vertel ik hoe het afliep en natuurlijk hoe het verder gaat.
Zonnige knuffels aan al mijn vriendjes en vriendinnetjes.
Poot van Doerak.

kikker plonzen in de vijver. En soms… ja soms… zagen we een muisje dat dacht dat niemand hem zag. Maar wij zagen hem wel. Of nou ja, Tante Fleur zag hem eerst, en ik rook hem. En dan begon de jacht. En zo leerde ik jagen van Tante Fleur
Hallo lieve vrienden en vriendinnen,
Van het slapen op het grote bed wist ik dat ik kon klimmen dus ik begon hier ook maar te klimmen. Op een stoel, wat later mijn tuinstoel werd, op een hek en iets wat op grote groene dingen leek. Daar kon je heerlijk over heen lopen. Mijn mensen riepen: Doerak wat doe je nou, kom eraf. Maar hee ik ben Doerak, ik kan dat, en tante Fleur zag dat het goed was. Die groene dingen waren cooniveren of zoiets. Dat kende ik echt niet.
De jungle was toch de plek waar ik het liefste wilde zijn. Daar waren namelijk ook vogels en muizen. De geluiden die ik hoorde waren dus van hun. En ineens kwam daar iets van oer in mij. Zomaar, best raar wel, maar ook weer niet. Het ging vanzelf. Ik ging jagen en tante Fleur ging met mij mee. Daar ga ik de volgende keer over vertellen. Het is super spannend en mijn mensen vonden het niet fijn. Dat vind ik zo stom. Oer is gewoon. Dat hoort bij katermannen en poezen. Dat voelde ik gelijk. Tante Fleur keek mij aan, gaf mij een kopje, en daar gingen we. Ik stond op eigen pootjes. Nu al.
Kitten verhaal van Doerak 🐾
Nou daar ging ik dan, in mijn mand en in de auto. En ik vond dat helemaal niet eng of raar. Bij de mensen in mijn nieuwe huis ging het deurtje van de poezenmand open en ik liep er zo uit en begon gelijk overal te snuffelen, op te klimmen en op de vensterbank ging ik gelijk zitten en naar buiten kijken. Eigenlijk was dat al mijn eerste vensterbank controle denk ik. Stoere man Doerak hoorde ik roepen door mijn man mens. Maar zo ben ik nu eenmaal. Een echte Doerak. Ineens zag ik een brokkenbak staan. Daar rende ik op af en begon gelijk te eten. Dat smaakte goed alleen rook ik iets bij de brokkenbak. Mijn neusje ging als een gek tekeer, snuffel snuffel snuffel. Wat was dat toch?
wel. Dus ik klimmen en op het bed lag tante Fleur en mijn mensen.
Hallo allemaal, Hier een update van Doerak. Jullie kennen mij natuurlijk wel. Al vanaf 2015 doe ik mee op de website van Bert. Toen was ik nog een jonge katerman van 3 jaar. Ik las alle verhalen van Bert en van zijn vriendjes en vriendinnetjes en plaatste ook mijn avonturen. Eerst samen met Tante Fleur en nu samen met Bliksem en ook met Roover. Die hoort er ook bij. Bert had ineens zijn reis over de Regenboogbrug gemaakt en er was veel verdriet. Hoe kon dat nou? En toen na een tijdje was Ollie er. En Ollie doet het goed. Dat kan ik als senior katerman van 13 jaar wel zeggen.
precies waar ik ben. En ik loop nooit ergens tegenaan. Bliksem heeft mij al die tijd goed in de gaten gehouden. Als ik in de jungle ben, of ik ga wandelen in de poort, gaat hij altijd mee. Dat is lief.
Dit was mijn update tot nu toe. Ik ben nog steeds Doerak alleen zonder ogen. In huis kan ik alles wat ik eerst ook kon. In mijn jungle kan ik ook nog alles. Ik kan alleen niet meer klimmen op schuttingen en daken. Soms probeer ik dat wel maar dat mag niet van mijn mensen vanweges dat ze mij dan niet kunnen pakken. In de poort kan ik niet meer zonder tuigje lopen en moeten mijn mensen altijd mee. Dat vind ik best wel raar.