Categorie archieven: Uit het leven van Bert

missen Mist een kat je als je weg bent? De meeste mensen denken van niet. Ze menen dat een kat genoeg aan zichzelf heeft en zich hoogstens hecht aan een huis. Dat zit anders.

Missen is verlangen. En dat heeft te maken met een band tussen de een en de ander.

Huis

Vaak lees je dat een kat zich niet aan mensen hecht, maar alleen aan het huis. Dan komen de verhalen over een verhuizing en dat de kat honderden kilometers liep om naar het vertrouwde huis terug te gaan.
Kan waar zijn. Kan ook van niet.
Natuurlijk kan een kat zich hechten aan een vertrouwde omgeving, waar alles goed ruikt en bekend is. Dat zegt niets over de relatie met mensen en het missen.

Mens

Katten zijn wat dit betreft net mensen: ze zijn allemaal anders. De een duikt meteen in het contact en zoekt diepgang en elke dag nabijheid, de ander is afstandelijker en laat nooit veel blijken van gevoelens. Zoveel personen, zoveel variaties.
Met andere woorden: er zijn genoeg katten die zich volop en graag aan de mens hechten, en die dolgraag samen zijn. Ze hangen op hun mens, vragen en geven knuffels of willen gewoon met hun mens in dezelfde kamer zijn. Een intense band.

MIssen

En met die intense band ontstaat dan ook het missen. Tijdens werkdagen of vakanties is de gezelligheid en het samenzijn opeens weg. Elke kat heeft gevoelens, dus dat ontbreken van die ander voelt de kat. Vooral de knusse samenzijn-katten kunnen hun mens erg missen. Ze gaan extra slapen of eten, ze zitten in de vensterbank of wachten bij de voordeur. “Kom je al?” En dan volgt meestal een luid gemiauw of een verontwaardige houding van negeren. Niet zelden moet later de gemiste tijd gecompenseerd worden met extra knuffels, snacks en lieve woorden.

Samenzijn en missen horen bij elkaar, voor mens en dier. En zeker weten ook tussen mens en dier.

Storm buiten en onrust binnen

Storm buiten Storm buiten was best moeilijk. Het begon ’s nachts. In huis was het donker en alles was hetzelfde, maar de herrie van buiten maakte het anders. Ik voelde me niet mezelf. Dat was ook al moeilijk.

Wat moet je doen als het stormt en je zit binnen en je voelt het toch, dat je denkt dit is niet fijn, helemaal niet?

Nou ik deed wat ik altijd deed.

Donker

Wat ik zei, het huis was donker. Van buiten kreeg ik een beetje licht precies genoeg om alles te kunnen zien. Er is donker en moeilijk donker en dit was moeilijk.

Dus ik de trap op naar de slaapkamer. Meew!! Mijn vrouw werd wakker en ze klopte op het bed. Ik sprong er meteen bij. Ze aaide me en ze zei dat we verder gingen slapen. Ik kon zien dat ze geeneens echt wakker was. Zij sliep eerder dan ik. Anders kan ik heel goed slapen, maar het lukte gewoon niet.

Op en neer

Er zat heel veel onrust in mij dus ik bleef doen wat ik had gedaan. Trap op. Miauwen. Erbij op het bed. Knuffel. Weer naar beneden. Dan weer naar de slaapkamer. Naar beneden. Op en neer de hele tijd. Het begon steeds erger te stormen.

Overloop

Een keer zat ik op de overloop keihard te miauwen en toen riep mijn vrouw keihard mijn naam en ik miauwde keihard terug. Ze deed het licht aan en toen was ze heel anders. “Kom maar jongen,” zei ze en ik kwam. De knuffel duurde langer dat was heel fijn.

Dag

’s Morgens was ik nog steeds anders dan mijn gewone zelf. Buiten hoorde ik de storm. Het waren geen fijne geluiden. Ik heb liever dat ik dat niet hoor. Dus ik kreeg weer knuffels en gesprekjes en dat hielp wel. Toen de storm minder werd, ging ik slapen. Daar was ik zo aan toe, ik was keimoe.

Een krabpaal heeft iedereen gewoon nodig

krabpaal voor katten Een krabpaal heeft iedereen gewoon nodig. Ik ook. En u weet dat ik helemaal niet van nieuwe dingen hou maar toen ik mijn krabpaal kreeg, ging ik er meteen aan hangen. Lekkerrr.

Deze staat beneden in de huiskamer. Op de foto ziet u ook een stukje van mijn slaapdoos. Kan ik meteen door.

Stevig

Wat ik echt superfijn aan mijn krabpaal vind is dat hij stevig is. Ik ben best een grote jongen en ik heb ook kracht in mijn voorpoten dus als ik ergens aan ga hangen, dan wil ik ook hangen! En dat lukt. Ik sla mijn nagels bovenin en dan laat ik me zakken en zo rek ik me uit. Het is ook een stukje techniek.  Ik kan het gewoon.

Omvallen

De krabpaal staat ook stevig op het tapijt, er zit een stuk bij waar ik op kan zitten. Bovenop ook dat is tegen het omvallen. Ik ga daar nooit op zitten. Het is een beetje een kattenmeubel geloof ik, nou daar heb ik niks mee.  Ik heb al meubels, de bank en kussens en het bed, gewoon wat hier staat dat is ook van mij.

Nacht

Boven heb ik ook een krabpaal, die is voor ’s nachts want hij staat bij het bed. Het is voor als ik even wakker ben en lekker snel wil gymmen. Of voor als ik dan mijn nagels wil doen. kan ook ’s morgens meteen na het opstaan. Dan hoef ik niet met lange nagels de trap af naar de paal beneden.

Planken

Dan heb ik ook twee planken van touw dus eigenlijk zijn dar krabplanken. Eentje beneden. Eentje boven. Die gebruik ik meer om op te liggen. Dat ik even wat anders onder me voel dan een zacht dekentje. Of ik sta er even op, zodat ik het ruwe lekker onder mijn poten voel.

Mijn krabpaal beneden is nou bijna stuk. Ik voel me er best trots op.

liefdeshapjes  Liefdeshapjes, wat zijn dat eigenlijk? Een kat heeft scherpe tandjes die door de natuur bedoeld zijn om een prooi vast te houden en op te eten. Dat is dus iets heel anders.

En toch weten veel mensen dat een kat ook in staat is om liefdeshapjes te geven.

Anders

Elke kat doet het weer anders. De een bijt even snel met puntige tandjes en sprint dan van je weg, om op een veilige afstand naar je gezicht te kijken. De ander knabbelt gezellig aan je vingers. En een derde kat neemt een hap van je arm alsof het verse ham is. Je weet nooit wie wat gaat doen, dat is het leuke.

Kitten

Hoe verschillend een kat ook zijn of haar liefdeshapjes geeft, de oorsprong ligt ligt naar gedacht wordt in de kittentijd. Ze herinneren zich hoe ze door hun moeder gewassen en verzorgd werden, en daarbij hoorde ook de aanwezigheid van tandjes.

Wanneer je kat je liefdeshapjes geeft, is dat dus werkelijk een teken van liefde: van vertrouwdheid, geborgenheid, gezelligheid.

Alleen: doe het niet terug. Mensentanden werken weer anders op de kat.

Opletten

Blijf ook opletten. Een kat kan bijten om andere reden: spanning of ziekte. Bij elke afwijking van het normale en gezellige is het raadzaam na te gaan wat de oorzaak daarvan is.  Voel je van binnen iets van ongerustheid, overleg dan even met de dierenarts. In een eerste telefonisch consult kun je ook vragen of een bezoek nodig is.

Waarschuwing

Er zijn ook katten die plotseling even hard bijten. Dat kan bedoeld zijn als waarschuwing, om je ergens mee op te laten houden. Het aaien duurde te lang en de kat raakt overprikkeld, er is een bron van irritatie of de kat voelde zich door iets anders wat je deed gespannen.  Met even een flinke hap ben je dan meteen weer bij de les. Straf de kat niet, want jij hebt iets verkeerds gedaan.

Een stofzuiger is een beetje eng en heel erg stom

Een stofzuiger moest er komen, zei mijn vrouw. Wegens dat ze steeds moest niezen. Voor mij hoefde het niet. Ik hoef nooit te niezen. Er kwam een hele grote doos in huis, die rook vreemd. Ik vond er niks aan.

De dag erna ging de doos open en wat zie ik, er zit een andere doos in. Die rook al een beetje beter, er zat iets van een gewone lucht aan. Van thuis. Op de doos lagen snoepjes. Van die lekkere. Ik dacht: voor Bertje! Dus hop met mijn voorpoot erop en de snoepjes waren van mij. Toen heb ik de doos een kopje gegeven en daarna ging de doos terug op de gang.

Bang

Op Facebook zeiden heel veel van mijn vrienden dat ze bang waren voor stofzuigers. Vanwege de herrie. En omdat het gewoon eng was. Bijna iedereen had dat. Dus ik dacht, ik mis hier iets. Want mijn stofzuiger daar krijg ik snoep van. En mijn vrouw en ik zaten er gezellig bij en ik kreeg ook knuffels en ze zei dat ik het heel goed deed.

Oefenen

Toen kwam de middag waarop we gingen oefenen met de stofzuiger. Van binnen voelde ik me een beetje raar. Want er ging iets gebeuren dat met mij te maken had en ik wist niet wat ik moest doen. Ja, oefenen. Maar hoe en wat dan.

Dichterbij

Eerst hoorde ik de stofzuiger van de gang beneden komen, bij de voordeur. Daarna kwam het dichterbij, steeds verder de trap op. Toen op de overloop. Ik lag op mijn kussen naar het geluid te luisteren.

En toen stak mijn vrouw haar hoofd om de deur: “Gaat het nog, Bertje?” vroeg ze. Ik keek terug van weet ik niet.

Ze kwam met een stang de huiskamer in. Het was een lelijk geluid ik werd er zenuwachtig van. Ook toen de stofzuiger zelf in de kamer reed.

Mening

Stofzuigen is niet dat ik zeg nou moet ik wegrennen en onder het bed schuilen. Het is vooral stom. Ik moet wel blijven opletten, dat voel ik ook.

Dat is mijn mening over stofzuigen.