Categorie archieven: Ollie

Waarom ik mijn vrouw wil wassen

Het is mijn roetiene dat ik elke ochtend naar de badkamer ga, weeges dat is normaal en ik doe dan ook knuffels en ik trappel op de badjas. En ik zie dan ook dat ze zich wast en dan met de handdoek en dan kleren, ik let op die dingen fan wat doet ze allemaal.
En ik moet fan haar ook zeggen dat ze schoon is op haarzelf weeges anders mocht ik dit ferders niet schrijven dus dat heb ik nou gedaan.

Het is dus zo dat ik de laatste tijd foel van ik wil haar wassen. Ik doe haar hand fooral en ook soms ofer haar arm en heel af en toe op haar hoofd daar ben ik niet zeker fan of dat moet.
Eerst ging het goed. Ze zei fan wat lief Ollie. En ze lag stil dus ik kon wassen en ik moet ook zeggen, ik doe altijd mijn best net als op mijn eigen vagt. Dus niks zagt en langzaam zo’n jongen ben ik niet. Ik ga goed liggen dat ik de ruimte heb en dan begin ik met alle kragt die ik heb.
Nou al gauw hoorde ik fan Hè-Ollie.
Het deed pijn zei ze. Het was te hard. Ze deed haar arm weg en dan kon ik niks meer dat is toch stom.
De hand mag wel zei ze.

Ik find het stom. Weeges elke afond fraagt ze of ik een fijne dag heb gehad en al die dingen meer en ook of ik me heb kunnen uiten in hoe ik ben, dat is belangrijk dat weet ik ook.
Wassen is dat ik me uit. Dat ze dan naar mij ruikt zoals ik ook een beetje naar haar ruik, dat is de lugt van thuis.
Het gebeurt nou bijna elke keer dat ik Hè-Ollie hoor en eerlijk waar, ik weet niet of andere huiskaters en huispoezen dat nou ook hebben of ben ik de enige?

Ben ik een jager of een graver?

“Ollie, kom eens,” zei mijn vrouw.
Ik keek eefe en dacht het kan. Want je weet nooit, misschien staat het reiskorfje ergens waar ik het niet zie.
Ze gaf knuffels en ik liggen en knorren, ik hou fan knuffels, alleen toen opeens stelde ze een fraag en dat was of ik een jager was of een graver.
Meteen was ik uit mijn gefoel. Ik ging nadenken.

Hengel

Wat ik nou leuk find met treene is de flieberhengel. Daar zitten aan het eind fliebers en die vang ik dan als ze bewegen.
Soms zie ik ze onder mijn kussen dan kijk ik, dan span ik me eigen aan en dan spring ik op het kussen meteen met mijn poot eronder, dan heb ik de fliebers. Dus dat is eigenlijk fan ik graaf het op. Alleen laatst toen zat de flieg ergens in en die heb ik er met een poot eefe uit gehaald, dat kon ik gewoon, maar toen de flieg meteen terug ging erin toen dacht ik dat heb ik net al gedaan en dat doe ik niet nogeens. Dus dat is fan ik ben geen graver.

Kranten

De flieberhengel gaat soms onder de kranten die ik in de huiskamer heb liggen. Dat hoor ik, de kranten kraken een beetje. En ik weet nooit, waar komen de fliebers dus daar heb ik spanning aan, dat is een fijn gefoel. Ik lig er dan bij, ik ben aalert, ik ben klaar om te springen.
En dan! Ik zie ze!
Ik spring op de fliebers en de kranten en zo ren ik door en alles doet mee. En dan vanaf de andere kant van de kamer ren ik terug soms helemaal ook ofer de bank en weer terug en dan spring ik weer op de fliebers en dan schuif ik weer door de kamer.
Dat is folgens mij jagen. Dat je iets wil pakken. Maar soms moet je het opgraven.
Dus ik weet het niet of ik een jager of een graver ben dus ik ga dat ferder onderzoeken, misschien is het belangrijk om te weete.

Waarom ik niet in mijn mand ga

Dit is een aksie-foto, ik ben net nog niet los in de lugt en eefe later sprong ik ofer mijn mand heen. Geeneens er in, ik wil niet in mijn mand al een hele tijd niet en dat is moeilijk thuis.

“Ollie waarom ga je niet in je mand?” vroeg mijn vrouw en ze deed met haar hand van hier is het. Wist ik al. Maar ik wil er alleen ofer springen dat is wel leuk.
“Moet ik de mand weg doen?” Ik keek eefe van niet.
“Moet de mand anders?” Nee.
Het is gewoon weeges het is zomer en dit is een mand foor in de winter en nou is dat niet zo. Dus.

Ik ben heel presies in waar ik wil slapen. Het liefste op mijn grote kussen, oferdag en afond. Als het ochtend is dan slaap ik in de fensterbank. Of op het bed als ik zeker weet dat ik de tijd en de rust heb.
Soms slaap ik ’s nachts in de fensterbank boofe.
Of in die beneden.
Of op de oferloop bij de keuken.
Nergens anders.

Dutjes tussendoor doe ik op flies en helemaal als mijn vrouw weg is dan foel ik toch ze bestaat.

Op de bank sliep ik toen ik hier pas was en toen was mijn gefoel heel anders, nou kan ik gemakkelijker in het huis zijn. Toen sliep ik ook op het krukje bij de tafel dat was omdat ik van binnen onzeker was en nou heb ik meer zekerheid. Dus dan wil je ook ergens anders slaape, dat is gewoon zo.

Misschien ga ik straks weer in mijn mand, dat weet ik geeneens, het moet eerst kouder zijn en dat duurt nog eefe en het is ook zo, ik ben nou fan binnen aan het feranderen dus ik weet niet waar ik straks wil slaape.
Maar de mand moet blijfe, dat weet ik zeker.

Wat er met mijn oor was of is

Nou het ging net goed deze week. Gisteren hoorde ik dat mijn vrouw de dokter voor mij weer belde en zei fan we komen niet.
Een dag eerder was het fan we komen wel.
Weeges mijn oor.

Er is gewoon niks mee alleen forige week kwam er meer uit dan anders. Ja dat kan iedereen heeft dingen dus ik ook.
Maar thuis werd het meteen anders. Ze ging aan mijn kop friemelen en aan bij mijn oor. Er kwam een beetje af en toen ging ze ruiken.
“Het stinkt niet Ollie,” zei ze.
Nee, want ik was me eigen, natuurlijk stink ik niet.
“Het is gewoon zacht,” hoorde ik nog. Ja dat snap ik, uit mijn oor komen geen harde stukken, het is mijn lighaam.
En toen ging ze de hele tijd opletten. Schud ik met mijn kop. Krab ik met mijn poot. Doe ik raar. En daarna belde ze dus de dokter fan we koome.
Toen weer erna heb ik dat spul door haar eraf laten friemelen. Best fijn achter mijn oor, ik moest erdoor knorren en daarna kon ik ook beter slaape.
Dus folgens mij is er niks moeilijks nou.

Gewoon

Ik doe mijn gewone dingen van de dag, alleen met het keihete doe ik andere gewone dingen:

  •  soms ga ik op het groote bed slapen daar lig ik lekker
  •  als het afond is ga ik soms op de trap liggen, daar is het net wat minder warm
  •  ik doe niet treene met de hitte heb ik liefer rust en knuffels

Eete kan ik gewoon goed, slaape doe ik ook foor de gezelligheid en als ik wat te zeggen heb thuis dan zeg ik het ook en dan luistert ze, zo hoort dat.
Alleen het is nog steeds zo dat ik wat meer heb in mijn ene oor dan in mijn andere oor. En eerlijk waar, het is toch raar dat zoiets opeens kan en misschien ook wel opeens gaat ophouden anders moet ik toch in de taksie.

Wat ik nou doe met mijn eete

Ik ben nou gewend dat zei ik eerder en ook dat ik nou fan binnen aan het denken ben wat wil ik en wie ben ik en dat weet ik geeneens ook al ben ik al vijf jaar. Maar ik doe nou iets nieuws met mijn eete en het heeft te maken met intiemiedinges.

Gefoelig

Nou moet ik eerst uitleggen dat ik zoiets moeilijk find. Dichtbij elkaar en aanraken en dan praten en de hele tijd, dan krijg ik spanningen weeges ik ben een gefoelige jongen. Dus dat doen we niet meer. Toen mijn vrouw zag van hij wil het niet toen werd ik de baas van de knuffels en alles was meteen beter in mijn kop. Ik kreeg meer rust. En ik ging toen ook me uiten, dat ik zelf knuffels deed op mijn manier en dat was ook een beetje intiemiedinges.
Ik heb ook druppels voor meer rust in mijn kop.
Die helpen.
Maar dan moet er ook rust in het huis zijn dus geen monteurs.

O ja mijn eete.
Wat ik nou doe dat is ik eet en dan hou ik op als ik bijna klaar ben.
Dat gaat vanzelf.
Soms hou ik al na een paar happen op.
Dat is wat moelijker maar ik kan het ook en dat is weeges ik wil dan iets.

Finger

“Ollie, wat is er?” Dat wil ik hoore! Ik ga zitten en kijk fan er is misschien wel iets. Zeker weete dat ze dan naar me toe komt.
Ze kijkt naar mijn bord met eete. “Het is nog niet op.” Wist ik. Dan komt het. Met haar finger veegt ze het eete op en dan lik ik het op.
En zo eet ik dan wat ik nog heb. Het is langzaam en het is foor mij intiemiedinges en ik heb het helemaal alleen bedacht, zo is het ook.