Zo, ik ben er. Hoger dan dit kan ik in mijn boom niet komen. Al zit ik een beetje verstopt tussen de blaadjes vanaf hier kun je me wel zien zitten. Ik klauter steeds vaker in mijn boom om zo poot voor poot mijn krachten weer op te bouwen. Vanuit de top kan iedereen ook het beste horen als ik het keihard miauw: ik ben oom geworden!
Kindjes
Mijn tante Foppe heeft kindjes gekregen. O, wacht even, ik hoor jullie denken: ‘Is Japie niet een beetje in de war? Tante Foppe? Foppe is toch zijn broer?!’ Dat klopt. En ik heb ook een tante die zo heet. Dat zit zo. Mijn broer heet Foppe, omdat na zijn geboorte alles er op leek
dat hij een poesje was. Toen hij voor zijn eerste prik naar witjas moest, kwamen ze erachter dat er toch echt een heuse kater in hem verborgen zit. Hij had de boel gefopt. Met Tante Foppe is het precies andersom. Ze leek een haan, maar is toch echt een hen. Haar veren hebben dezelfde kleur als mijn broer, gitzwart. Misschien moet ik er even bij miauwen dat ze op het erf scharrelt waar mijn tante Luna woont, de furkering van Foppe. Mijn broer, bedoel ik. Snapt u het nog?
Ieniemienie kipjes
Tante Foppe zit zij aan zij met haar bruine zus in het kippenhok te broeden. Ieder op hun eigen nest. Terwijl ze hun eieren warm houden, kakelen ze er samen gezellig op los. Ik spreek geen kips wat maakt dat ik hun kakels niet kan versta. Het klinkt wel gezellig als zo met elkaar zitten te keuvelen. In die eieren zitten hun kindjes. Doordat ze er boven op zitten, worden de eieren warm en door de warmte worden hun babietjes vanzelf groot. Wanneer die ukkies niet meer in hun ei passen, breken die ieniemienie kipjes die zelf open. Knap, hè?! Klein maar al oersterk. Foppe heeft het me allemaal snorhaarfijn uitgelegd. Het duurde eventjes voor ik doorhad dat babykipjes niet uit de buik van hun moeder komen en toch ook weer wel. Kuikentjes komen uit een ei. En dat ei zat eerst in de buik van de kip.
Nu hoor ik jullie alweer denken? ‘Japie is toch echt een beetje in de war. Als kat kun je toch geen oom zijn van kleine kippies.’ Het kan echt, want mijn broer is al jaren oom van de kuikentjes die op het erf van zijn furkering worden geboren. Als hij oom is, ben ik het ook. Want wij zijn broers. En mijn broer hoort bij tante Luna en tante Luna hoort bij de kipjes en zo zijn we allemaal familie van elkaar.
Ik kan niet wachten om op kraambezoek te gaan. Want miauw nou zelf, die donzige pluizenbolletjes zijn superschattig. En om op te vreten. Iemand tips voor kraamkatdootjes?
Koppie van Japie
Het chip-tuning waar ik in mijn vorige blog over meowde heeft heel wat stof doen opwaaien. Jullie klommen massaal in het toetsenbord met voorstellen om het tunen tot een nog groter succes te maken. Werkelijk waar, jullie bruisen van de ideeën! Een greep uit de suggesties:
Kitten
hetzelfde. Een eeuwigheid later nog steeds geen druppel. Een rondje lopen zou mijn rollende aderen kunnen kalmeren. Ik mag over een brede vensterbank paraderen, die bij ons thuis niet zou misstaan. Vanuit die etalage heb ik een magnifiek uitzicht over de straat. Er is veel belangstelling voor me. Mijn mens grapt dat er een bordje bij moet waarop staat dat ik niet te koop ben. Tegen de tijd dat het eindelijk lukt om een paar druppels van het rode vocht uit me te persen zijn we een uur verder en ben ik net een vergiet.
Waar we het nog steeds over moeten hebben is chip-tuning. Zeker met de op poten zijnde chipplicht voor alle Nederlandse katten. Deze keer wil ik jullie eens snorhaarfijn de ongekende mogelijkheden van chip-tuning uit de doeken doen.
Om jullie gerust te stellen, je voelt er helemaal niks van! Het enige wat je als kat moet doen, is rustig blijven zitten. Of liggen. Dus het kon prima terwijl ik toch al lag te dutten. Het echte werk wordt gedaan door de PAW-er app die Mo op haar telefoon heeft geïnstalleerd. Na het invoeren van wat gegevens waaronder mijn chipnummer zijn we er samen goed voor gaan zitten. Dat is het meest lastige deel van het traject, want welke optie kies je? Op dit moment heeft de PAW-er app acht keuzes:
Drie donkers later opent Mo de PAW-er app. Voordat ze op vier kan drukken zet ik pijlsnel mijn poot op het vakje met de door mij felbegeerde regulator. Het feest kan beginnen. Als een raket sjees ik mijn boom in tot bijna in de top. Naar beneden gaat veel soepeler. Wauw, wat een uitvinding. Meerdere keren per dag oefen ik en ik merk dat ik steeds sneller heen en weer kan. Na drie dagen ga ik demonstratief bij het weegapparaat zitten. Voordat Mo de PAW-er app kan veranderen, wil ik haar laten zien dat mijn gewicht is veranderd. Dat voel ik aan mijn buik. Ze is met stomheid geslagen. De eerste zes is veranderd in een vijf. Dat is purfect meows. Ik heb haar overtuigd dat we nummer 8 aan moeten laten staan. Vanaf nu ga ik iedere week op het weegding. Als furrassing laten de cijfers zien dat mijn pretvet smelt als sneeuw voor de zon. Over optie 4 wordt niet meer gemiauwd. Het luik doet overigens nog steeds klikklakklikklak.
Pfffff, dat het toch nog is gelukt om wat letters uit mijn duim te zuigen is een wonder. Het had nogal wat poten in de aarde. De computer waar ik mijn furhaal mee maak heeft kuren. Het oude barrel blijft maar updaten. Om dan na uren ratelen te zeggen dat er een fout is opgetreden en de update opnieuw gaat starten. Ik krijg er geen nagel tussen om ook maar één woord te typen. Dan is het apparaat nog erger van slag.
Eten
Al met al wist ik eerlijk gemiauwd niet zo goed of ik deze keer wel verder moest furtellen over ons kattenluik, dat nog altijd ieder donker klikklakklikklak doet. ‘Hallo lieverd,’ zegt mijn mens dan met een glimlach in haar verdrietige stem, ‘fijn dat je er weer bent.’ Misschien moet ik de pootleiding voor het resetten van mijn chip maar furstoppen. Mo wordt er blij van als Oom Sjakie gedag komt miauwen.
In de grote deur die op de tuin uitkomt, zit een luik op kattenooghoogte. Dat is handig, want als mijn mens weigert voor portier te spelen, kan ik dat lage deurtje eigenpotig bedienen. Het enige wat ik nodig heb, is een pursoonlijke sleutel. Die sleutel zit diep verstopt onder mijn jas, zodat niemand hem kan pikken en ik hem nooit kwijt kan raken. Zo’n ding wordt een chip genoemd en is superslim. Want die chip kan dat kattenluik voor mij open maken. Zodra ik op kopafstand van dat kattendeurtje ben, ‘ziet’ die chip dat en voilà, het luikje klikklakt vanzelf van slot. Wel heeft dat luik eerst moeten leren wie er wel en wie er geen pursoonlijke sleutel heeft. Mijn furriend CW bijvoorbeeld zou maar wat graag mijn voerbak leeg vreten, maar hij heeft pech. Zijn sleutel past niet in ons slot. De enige die naast mij, Foppe en tante Cato naar binnen mag, is Oom Sjaak. Van die optie maakt hij nog altijd gebruik. Dat zit zo.
slot gaan. Dat is raar, want Foppe ligt bij ons mens op schoot, Cato naast haar op de bank en ik opgerold op een stoel. Mo deed er nieuwe batterijen in. Dat hielp niet. Ze maakte het luik van binnen en van buiten brandschoon. Er kwam een complete zandbak uit de motor en ook een halve Japie aan vacht. Deze grote schoonmaak had geen effect. Het luik bleef klik, klak, klik, klak doen. De fabrikant werd benaderd. Die heeft al eerder met succes geholpen toen dit deurtje fratsen had. Alle tips werden opgevolgd en toch bleef het luik iedere avond doen waar het zelf zin in had. Ze keek de instellingen van onze automatische deur na en realiseerde zich toen pas dat niet alleen wij drieën maar ook Oom Sjaak nog altijd toegang heeft. Sindsdien praat ze tegen hem als het slot weer uit zichzelf open en dicht gaat, terwijl wij liggen te ronken. ‘Fijn dat je er weer bent, lieverd’, zegt ze dan. Je kunt van alles vinden van dit onzichtbare contact. Wij zijn allang blij dat ze niet meer zo neurotisch doet over dat slot. Eind goed al goed, zou je denken. Tot we pas naar witjas moesten voor onze APK.
langs je jas en bij een bliep is je chip oké. Bij mij ging de piep al bliepen voordat het apparaat in de buurt van mijn jas was. Dat hoort niet. Opeens ging er een lichtje branden bij ons mens. Zou dat de reden zijn waarom het luik iedere avond klik, klak, klik, klak doet?! De stoel waarop ik slaap staat dan wel in de woonkamer, maar er zit alleen maar een dun muurtje tussen mijn slaapplek en het luik.