
Als ik ferhalen lees van katten waarin ze fertellen dat ze puusels maken of een bal rollen voor hun brokjes, dat ze in dingen klimmen, of dat ze op onderzoek gaan, dat ze mee helpen in huis en fooral: dat ze van alles kunnen, word ik soms een beetje onzeeker.
Onzeeker
Ik ben blij voor mijn vrienden dat ze al die dingen doen en durfen, ik ben ook niet jaloers, echt niet hoor, zo bedoel ik het niet!, bofendien: ik ben natuurlijk Kever en als zoodanig kan ik alles wat ik als Kever zijnde noodig heb, dus ik snap zelf niet helemaal waarom ik onzeeker word.
Misschien komt het omdat ik niet zoveel dingen meemaak en daarom soms niet weet waarover ik kan schrijfen, maar als ik heel eerlijk ben WIL ik ook helemaal geen dingen meemaken, ik find nieuwe dingen spannend en vaak veels te moeilijk, ik word er nerfeus van en dan krijg ik weer kramp in mijn beenen en daar is pas echt niks aan.
Mijn vrouw froeg me of ik het gefoel heb dat ik iets mis, ze zei dat ze bedoelde of er iets is dat ik graag zau willen doen en of ze me daarmee kan helpen, ik moest er efentjes over nadenken, maar nee – er is niets wat ik nog zau willen, ik ben helemaal tefreeden met hoe mijn leefen is.
Feilig
En weeten jullie waarom?, het is omdat ik mijn leefen kan begrijpen, er gebeurt niet steeds van alles dat ik niet snap, ik foel me feilig en ik weet dat ik mijn mensen kan fertrauwen, ze probeeren me niet meer van alles te laaten doen dat ik niet kan, dat deeden ze nog wel eens toen ik hier pas woonde, dan moest ik brokjes uit een doosje haalen, maar hoe kon ik nau weeten dat daar brokjes in zaten?, of ik moest zelf de deuren in huis opendoen met mijn neus, en dat fond ik echt heel moeilijk, maar mijn mensen weeten nu dat ik dat soort dingen ECHT niet snap en daarom hoef ik ze gelukkig niet meer te oefenen.
Ik werd er boos en ferdrietig van dat ik dingen niet kon en ook niet begreep, en daar werd ik weer bang van, zau er iets aan de hand zijn met mij, ben ik niet goed genoeg?, en nau ga ik iets fertellen dat best een beetje moeilijk is, maar ik wil eerlijk zijn want we zijn toch vrienden?, dus ik durf het best tegen jullie te zeggen dat de dierendokter al snel aan mijn mensen fertelde dat er iets is met mijn lijf: ik heb veels te korte beentjes en een te lange rug, maar er is ook iets met mijn hoofd, dat dachten mijn mensen ook al maar ze zeiden meteen dat dat niets uitmaakt, en dat er niets FAUT is maar ANDERS, ze finden me perfekt ben zoals ik ben omdat ik Kever ben.
Vaste plek
Ik zau zelf geen ander leefen willen, ik ben helemaal heppie!, en omdat ik me feilig foel durf ik af en toe ineens iets nieuws te doen, niet te vaak hoor, maar deze week had ik bijfoorbeeld voor het eerst achter in mijn tuin op de teegels geleegen die nieuw zijn, mijn
mensen fonden het fantasties en mijn man heeft footoos gemaakt, ik kreeg heel veel kompliementen en ik was keitrots!
Toch ben ik daarna snel weer op mijn vaste plek gaan liggen, daar hoef ik niet na te denken of te wennen, ik ken mijn vaste plek, ik hau er van als mijn weereld klein is en ik ga niet op zoek naar een weereld die grooter is, mijn weereld is voor mij gemaakt, ik pas nau presies in mijn weereld en mijn weereld past presies om mij heen, het is mijn eigen Kever-weereld.
****
Ik tetter weer voor vreede, echt KEIhard!, en ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.
Zoals heel veel vrienden wel weten, doet regen me helemaal niks. Zolang het er maar niet koud bij is, want daar heb ik een grondige hekel aan. Maar zelfs het onweer, dat deze week over m’n huis en tuin trok, maakte helemaal geen indruk op me. Ik zat lekker buiten, op m’n kussen op m’n tuintafel onder ‘t balkon van de bovenburen, en keek naar de lichtflitsen die na de donderklappen m’n weiland heel even beschenen.
Toen ik ‘t verhaal hoorde had ik nog helemaal geen idee wat de Regenboogbrug was, maar intussen heb ik daar nu een paar vrienden wonen, waar ik elke avond naar zwaai als ‘t donker is en de sterren naar me knipogen. Dan zijn ze weer even heel dichtbij me…
Maar hij zit heel vaak bij buurpoes Zosja voor de deur te wachten totdat ze naar buiten komt, en dan gaan ze samen aan de wandel. ‘t Kan natuurlijk best zo zijn dat zij tegen hem over mij gemauwd heeft, en dan weet ‘ie hopelijk dat ik geen katcurent om haar poot ben. Want daar heb ik als jonge katermans ook helemaal geen tijd voor, ik ben veel te druk met m’n nachtdiensten, personeel trainen, knuffelen en bijslapen, buiten in m’n tuin of binnen in de vensterbank. En dan heb ik natuurlijk ook nog een paar puntjes op de i te zetten voor het komende Tweede Grote Weilandfeest eind volgende maand.
Hoi allemaal, vandaag ben ik weer aan de beurt op de blog. Nu is er een nieuwe blogger bij, een Haagse katermans, zijn naam is Leootje. Wij doen om de beurten zodat iedereen een kans krijgt om een ferhaal te schrijven. Welkom Leootje, ik wens je heel veel blog plezier.
Pas geleden was ik aan mijn figuur aan het denken. Dat ik zo’n mooie maatje meer wil zijn net als mama Loesje en Trudi. Ik ben een lekkerbek en ik lust bijna alles. Een lekker visje of stukje kip gaat er altijd wel in. Ik ben gek op mijn eigen eten maar ook die van mijn mensen. Als mijn vrouw komt dan krijg ik altijd iets van haar. Soms is het een snoepje en een andere keer weer een staafje of een likwitsnack. Als mijn vrouw blijft eten in de middag of avond dan sta ik al paraat op de krabpaal. Ik wil alles zien en alles weten van wat zij gaat eten. In de middag eten ze broodjes met van alles erop. Meestal heeft ze kaas of vlees.
Pudding
Als kat heb je meestal een luilekker leven. Je natje en droogje worden voor je geregeld en als je wil kan je de hele dag niksen. Maar zo ben ik niet. Ik ben een Mee Help Poes. Doordeweeks als Frau brokjes gaat verdienen dan werk ik als vensterbank controleuse. Dan houd ik de rotonde en de stoep goed in de gaten. In het weekend is Frau thuis en dan help ik mee in het huishouden.
Schaaduw
en mezelf maar toegeëigend ook eigenlijk. Drop heeft de mand ook geprobeerd en ik heb er al in geslapen, erin getrappeld met de pootjes (je moet toch even proberen of de mand daarvoor geschikt is en of deze daar ook goed tegen bestand is natuurlijk) en ik moet zeggen, deze bevalt me prima. Nu ben ik zelf natuurlijk niet roze maar mijn rood met witte vacht zorgt er wel voor dat ik een beetje in de mand verdwijn, zeker als het niet zo heel erg licht is in huis. Dan moeten mijn mensen me zoeken, dat is wel leuk want ik kan er een soort verstoppertje in spelen. Ik zeg uiteraard niks als ze me roepen want dat is het leukste van allemaal als ze me niet vinden kunnen.
plat weggedoken in hun nest. Heel slim natuurlijk. Als de zon schijnt, zie ik ze meer en wat denken jullie? Er zijn baby’s in het nest! Dat is toch helemaal geweldig! Ik weet nog niet hoeveel het er zijn maar daar komen we over een tijdje vast achter als ze leren vliegen. Daar zijn ze nu nog te klein voor. Die blijven lekker bij hun mama ooievaar en ze hebben nog gelijk ook! Warm en geborgen, wat wil je nog meer. Daar ben ik als katermans ook gek op. En daarvoor hoef je geen kitten meer te zijn.