Joep over de kleur van zijn jas

Na even van Feestboek en andere pagina’s te zijn weggeweest vanwege drukte op ‘t werk bij m’n personeel ben ik deze week weer met ze voor de leptop gaan zitten, al blijft m’n personeel volhouden dat we er achter zitten. Daar snap ik werkelijk helemaal niks van, want als ik er achter ga zitten dan zie ik helemaal niks… Maar ik mauw daar niet meer over tegen hullie hoor, want ik weet zeker dat ik er nu voor zit en m’n personeel blijft volhouden dat we er achter zitten. En als zij daar gelukkig van worden vind ik dat helemaal prima. Want gelukkig personeel betekent gewoon meer kroelen en aaien en lieve woordjes. En natuurlijk niet te vergeten, vaak ook wat meer snekkies. Dus ik laat het maar zo.

Mijn wereld en die van tweebeners ziet er toch vaak wat anders uit. Zij houden al niet van muizen of kouwe soeppies, ze willen ‘s nachts juist altijd op het grote bed slapen in plaats van lekker in ‘t donker onder de sterren, of als ‘t regent nooit op een kussentje op de tuintafel onder het balkon zitten.
Ze kunnen vaak ook heel beleefd blijven tegen andere tweebeners waar ik zelf graag met een grote boog omheen loop. En ik vraag me af, waarom zien zij niet wat ik zie?

Blafvriend

Ik heb deze week flink nagedacht terwijl ik na de straatcontroles lekker op ‘t grote bed of op m’n kleedje in de vensterbank, of ergens anders in of rondom m’n huis lag, nadat ik een bericht voorgelezen kreeg van een goede blafvriend van me. Hij vertelde dat sommige tweebeners bang van hem en z’n zus zijn, en hij denkt dat ‘t komt omdat ze allebei groot zijn, lang haar hebben en een mooie diepzwarte jas dragen.
Nou, ik heb die twee al een paar keer meegemaakt op feestjes en ‘t zijn een paar van de liefste, zachtaardigste blaffers die je je kunt voorstellen. Met een heel groot hart op de juiste plaats. Hun baasje en vrouw houden heel erg veel van ze en ze hebben een hele goede opleiding gehad. Dus waarom zouden sommige tweebeners bang voor ze zijn?
Zelf heb ik nooit een opleiding gevolgd, ik heb alles wat ik moest weten geleerd van m’n moeder voordat ik op mezelf ging wonen. Daardoor kon ik al vanaf dag één m’n personeel trainen en hoewel ze nog lang niet uitgeleerd zijn doen ze het al prima.
En hoewel ik een stuk kleinerder ben dan mijn blafvriend en z’n zus, ben ik nog nooit een tweebener tegengekomen die bang van me is. Ze willen me juist altijd graag aaien, al ben ik daar niet altijd van gediend. Maar zelfs als ik naar sommige tweebeners blaas om ze uit m’n buurt te houden vinden ze me nog lief. En dat snap ik dus niet.

Mijn enige jas

Zou het er dan misschien aan kunnen liggen dat ik geen lang haar heb? Ik heb buurtkatten die ‘t hele jaar door lang haar hebben, maar daar is ook niemand bang van…
Het brokje viel bij mij pas toen ik op een avond laat binnenkwam, en m’n personeel in koor riep ‘ja hoor, daar is de mooiste rooie katermans van de buurt weer!’ Weet je, ik heb er nooit bij stilgestaan dat m’n vacht rood, of beter gemauwd, oranje is. Want het is de enige jas die ik heb, en ik ben er heel tevreden mee, hij zit als gegoten. Maar zou m’n personeel net zo lief zijn en zoveel van me houden als ik, laat maar mauwen, een hele witte, bruine of grijze jas had gehad? Of eentje met verschillende kleuren, zoals de jas van de poezenzus van m’n blafvriend? Of glanzend zwart, zoals sommigen van mijn vrienden?
Zouden er dan echt tweebeners bestaan die zo blind zijn dat ze alleen de buitenkant van iemand zien, en daar dan gewoon al een oordeel over hebben?

Gelukkig kent m’n personeel me intussen, en weet ik zeker dat ze me niet om de kleur of de lengte van m’n jas hebben gekozen. Nee, dat was enkel en alleen omdat ik, de eerste keer dat ze kwamen kijken naar mij en m’n broertjes en zusjes, in de hand van Senior zacht spinnend in slaap viel. Daarmee gaf ik aan dat ik hem wel graag als personeel wilde aannemen, en hij snapte dat. Junior kreeg ik er eigenlijk als bonus blikjes-, zakjes- en kuipjesopener bij, want hoewel ze me al vanaf de eerste keer dat ik haar in de ogen keek ook heel erg lief vond, heeft ze nog dagenlang volgehouden dat ze eigenlijk meer van de grote blaffers was en nog niet zo goed wist wat ze met zo’n kleine beebiekitten aan moest. Maar daarna was ze helemaal om en kreeg ik van alle twee evenveel kriebels en knuffels en lieve woordjes en lekker eten. Zoals goed personeel dat doet.

Zwarte jas

Maar ik begrijp nog steeds niet waarom blaffers en mauwers met een zwarte jas vaak als laatste uit het nest eigen personeel kunnen krijgen. Of voorbij gelopen worden in dierenopvangen. Want het gaat er helemaal niet om welke kleur je jas is, het gaat om karakter en een klik met toekomstig personeel.
En dat zit bij mij thuis wel snor, want zoals ik niet kijk naar hoe m’n personeel er uit ziet (maar breek me de bek niet open over ‘s morgens heel vroeg, want dat is soms best wel even schrikken), kijkt m’n personeel niet naar de kleur van m’n vacht. Want of die nou rood, bruin, grijs, wit, zwart, groen of pimpelpaars met een roze streep zou zijn, liefde maakt blind. En als blaffers en mauwers daar geen probleem van maken, zouden tweebeners dat ook niet hoeven te doen.
‘t Zou de wereld weer een stukje mooier maken…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Wat is het allergies wat ik heb

Als kater zijnde kun je allergies zijn foor alles en niks. Dus ook als je stof in huis hebt, of iets van plestik of iets anders, als je er niet tegen kunt dan kun je er niet tegen en dan foel je dat. Dat heb ik dus met eete.

Diejeet

Toen ik hier pas was toen had ik heel feel spanningen. Ik moest rennen en ik deed BAM met mijn pootje dat was aagressie het zat in me. Rennen is goed dat weet ik, maar als je steeds moet rennen ook al ben je moe en je wil eigenlijk niet, dan is het anders. En ik had ook jeuk, in mijn vacht zaten kleine stukjes, je hebt allemaal witte puntjes zei mijn vrouw, dat hoort niet.
Eerst dacht iedereen, dus mijn vrouw en de dokter, dat ik moest wennen. Dacht ik ook. Maar ik bleef moeilijk en raar, er was iets aan de hand. Ik ging ook naar de dokter foor kontroole. Nou en een tijd later toen kreeg ik diejeet. Het was best lekker, er waren brokjes en ook gewoon afondeete op een bord. De dokter zei hij mag helemaal niks anders in zijn lighaam. Geen sneks, alleen diejeet.

Tijd

Eerst bleef ik rennen. En daarna langzaam minder. Ik kreeg ook druppeltjes tegen de spanningen in mijn kop.
Het duurde weeke en weeke en mijn vrouw zegt nou fan het waren drie maanden en toen werd ik langzaam anders. Ik kreeg meer rust. Ik kreeg minder jeuk. Ik had minder aagressie.
En toen kon ik gaan wennen want dat moest ook nog, dat kun je niet oferslaan.

Er was een keer toen had ik een hapje in de keuken gefonden, het lag er gewoon. Dus ik at het op. En meteen die afond moest ik weer rennen en ik was raar in mijn kop, het duurde dagen en eerlijk waar als je zo moet doen en je wil eigenlijk niet, dan ben je ongelukkig.
Het ging ofer en toen was ik weer normaal.

Dus dat is mijn allergies, het is met eete. Het is lekker spul en ik eet het ook van mijn vrouw haar fingers dat heb ik zelf bedacht het is intiemiedinges op mijn manier.

Bert en de supersnelle scheerbeurt

Achter de stapel tijdschriften die om de een of andere reden op de koelkast ligt, vond ik deze week een doosje. Klein. Het kwam me vaag vertrouwd voor, dus ik opende het nieuwsgierig.

Er lag een vreemd stukje lichtbruine vacht in, ietwat oranje. Ik herkende het meteen, een klit uit de vacht van Bert, die ik had opgeborgen en daarna vergeten. Hier in huis vind ik af en toe iets van hem terug, een tijdje terug zag ik ergens een buisje liggen met de tanden van zijn eerste tandenoperatie. Ik nam alles mee terug van de dierenarts, behalve geknipte nagels. Die vergat ik.

Toen Bert bij me kwam wonen, als jonge katerman, had hij een heerlijke dikke wollige vacht, zelfs na het verharen voor de zomervacht bleef het zo dik dat ik er diep mijn vingers doorheen kon laten gaan. Dat deed ik dus ook, langzaam en lang aaien vonden we alletwee het fijnste. Lag hij met zijn vacht voor de ventilator, dan waaiden de haren alle kanten op, waardoor hij oogde als een Main Coon, wat hij zo graag wilde zijn. Dat grote geweldige kattenras.
Ik had geen idee dat juist die vacht later voor zulke problemen zou zorgen.

Zoiets gaat geleidelijk. Het was na Berts zestiende verjaardag dat ik tijdens het aaien in zijn vacht een hard stukje aantrof.
– Wacht even Bert
Hij lag stil. Ik mocht aan het harde stukje friemelen. Haartjes bij elkaar, dat had ik niet eerder gezien. Ze waren een beetje losser, toen Bert onrustig bewoog.
– Dan stop ik hoor.
Maar het harde stukje was er nog steeds.
Elke avond, wanneer we samen op het matje lagen, probeerde ik tijdens het aaien weer wat haartjes los te friemelen. Het mocht altijd eventjes.

Eventjes was niet genoeg.
Terwijl het ene eerste stukje een heel klein beetje losser werd, voelden mijn voorzichtige vingers wat andere harde stukjes. Klitten, meervoud.
Ik kocht een klittenkam.
Hij wilde het niet.
Een borstel.
Nee, keek hij.
Een andere borstel.
Mocht evenmin.
Er was dus een probleem ontstaan.

Wat te doen? De beste trimsalon zat bij de dierenarts in de kliniek, dat kon dus niet want Bert was bang in de taxi. Iemand in huis laten komen kon, maar elke trimster bracht een tafel mee en daarvoor hadden we geen plaats.
De oplossing lag in de klitten wegknippen.
Na het begin-knipje keek Bert zo verstoord, dat ik alle voornemens tot zelfdoen meteen opgaf. Ik wist toen ook wat de oplossing was.

De dierenarts is toen nog geen vijf minuten binnen geweest. Bert in een handdoek, opgetild, zzzzzz deed het scheerapparaat, Bert weer neergezet en dat was het.
Een blotebuikplek.
Maar geen klitten meer op Bert. Die avond was het aaien weer als altijd, rustgevend en ontspannend.

Doerak: 🐾 De geheime tunnel onder de oude schutting

Hallo katermannen en kattenpoezen,
Ik ga jullie vertellen van mijn eerste avontuur met Roover. Bliksem was er ook bij. En het was een spannend avontuur hoor.
Het was op een avond, de lucht was diep blauw en de eerste sterren begonnen al te fonkelen. Ik zat op de schutting en mijn ogen waren gericht op de oude schutting aan het eind van de poort. Roover en Bliksem kwamen ineens naast mij zitten.

Tunnel

Ik hoorde van een duif, begon Roover geheimzinnig, dat er onder de oude schutting een tunnel ligt. Ooit gebruikt door de egels om naar de andere tuin te gaan.

Ik spitste mijn oren. Een tunnel? En waar gaat die dan naartoe?
Bliksem, snel en ongeduldig als die was, sprong al van de schutting. Kom, dat gaan we uitzoeken.

Geheim

Roover en ik volgde. We slopen alle drie over het gras, langs de heggen, tot we bij de oude schutting kwamen. Daar achter een struik, vonden we de tunnel. Roover ging als eerste met zijn poten in de tunnel voelen, en ineens glipte Bliksem als eerste naar binnen. Ik ging snel Bliksem achterna en Roover volgde als laatste in de rij.
In de tunnel was het donker, maar mijn ogen pasten zich snel aan. De tunnel rookte naar aarde en avontuur. Wij volgden het pad , dat kronkelde onder de schutting door, tot we bij het einde kwamen. Ik kwam uit in de tuin van de andere mensen. Daar lagen allerlei spullen, zoals dozen vol papier, maar ook een bak vol kattensnoepjes. Ik rook tonijnsmaak.
Bliksem en Roover kwamen ook uit de tunnel en gingen om de doos met snoepjes staan. Ik ging de snoepjes eerlijk met Bliksem en Roover delen en we spraken af dat dit onze geheime plek zou worden. Alleen wij drieën.
De tunnelbroeders zei Roover trots.
De nachtkatten stelde Bliksem voor.
Ik lachte en zei: wat dacht je van allebei?

Ster

En zo begon mijn eerste avontuur met Roover en Bliksem. Met een tunnel, een schat, en een vriendschap die alleen maar sterker werd.
Toen Bliksem en Roover al aan het slapen waren bleef ik nog even op de schutting kijken naar de nacht. Een ster fonkelde extra fel. En in gedachten mauwde ik: Dag tante Fleur.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik weer knuffels, lekker eten, snacks en veel zon.
Maar volgens mij komt er ander weer aan. Het wordt herfst.
🐾 Poot van Doerak

Minnie weet iets over de herfst

Hoi friendjes en friendinnetjes daar ben ik weer. Jullie favoriete poes op Minnie Dinsdag hihi. Fandaag wil ik het met jullie gaan hebben over de herfst. Want die komt er toch echt weer aan. Hoe ik dat zo zeker weet zal ik hieronder voor jullie mauwen.
Het begon er mee dat ik lekker boofe in de fensterbank zat te tsjillen. En ik zag de wolken steeds grijzer worden. Normaal zijn die wit. Of ze hebben een dagje vrij en is de lucht helemaal blauw. Maar goed die dag waren ze dus grijs. Net toen ik een lekker lange dut wilde gaan doezelen hoorde ik het.

Drup

Drup. Drup. Uit de grijze wolken kwam regen. Eerst nog heel foorzichtig. En toen steeds harder en harder. Meteen dacht ik aan Frau die op dat moment nog brokjes aan het furrdienen was. Oh jee als het straks maar ophoud als zij terug naar huis moet fietsen. Anders dan gaat ze een furrzopen katje zijn als het heel hard drup drup blijft doen.
Gelukkig foor haar was de drup drup op tijd opgehouden. Ze stelde me trouwens gerust dat ze altijd iets bij haar heeft. Dat heet een regenpak zei ze. Oh een reege fagje dat je droog houd miauwde ik. Ja Minnie hihi zo zou je het ook kunnen noemen. Dat is best wel een grappige naam, reege fagje. Ja miauw ikke kan dat best goed bedenken he.

Nadenken

De folgende dag deed ik oofer dag weer mijn fensterbank kontroole. De zon scheen dus ik maakte het plannetje om na de kontroole weer ff lekker in de fensterbank te gaan liggen. Toen ik dus klaar was met mijn kontroole en naar de fensterbank dribbelde hoorde ik het weer. Drup drup. En ik zag het ook. Op het raam. He nee regent het nou al weer. Sjeempie het lijkt wel herfst. En toen ging ik eens nadenken.
Je weet wel dan ga je ergens even lekker knus liggen en doe je je koppie op je foorpootje. Of je gaat op je denkpaal zitten. Dat kan ook. Net wat foor jou het beste werkt. Dus ik dacht na. Over dat de zon er nu steeds minder was. En dat Frau alweer klaar was met haar fakantie en alweer een tijdje aan het brokjes furrdienen weer was.

Herfst

Nou en toen had ik het. Oh ja! Als het warme foorbij is dan komt wind en reege. En dat noemen de tweebeners dus herfst. Dus ik mauwde dat tegen Frau toen ze weer thuis was. Zij aaide mij oofer mijn koppie en knikte. Dat heb je goed bedacht lieve Minnie. En het klopt inderdaad wel een beetje. Helemaal trots kroop ik bij haar op schoot. Ga je nou ook faaker binnen op de bank onder een dekentje zitten mauwde ik.
Want dat find ik toch wel zo lekker super fijn. Ik bedoel op schoot liggen bij je mens is sowieso fijn maar als er een dekentje op schoot ligt en nog beter een flies deken dan is dat toch wel helemaal de maks hoor! Frau keek mij aan en kriebelde mij onder mijn kinnetje. Ze knikte en zei dat ze dat zeker fan plan was. En dat zij lekker knus met flies ook heel fijn find als het buiten weer kouder en guurder wordt.
Toen ze dat zij foelde ik mij helemaal warm worden van binnen. Ik krulde mij op tot een balletje en ging lekker bij haar op schoot liggen slapen. Het duurde niet lang of ik lag keihard te spinnen en diep te dromen oofer muisjes en foogultjes.
Nou dit was het weer foor deze keer. Tetter tetter ik tetter nog altijd keihard mee foor freede.

Pootje van Minnie