De zon is allang wakker als ik mijn naam hoor roepen: ‘Japie. Jaaapie.’ Loom strek ik mijn poten uit. Ik lig hier meer dan heerlijk onder de prikkelbosjes. In gedachten dwaal ik terug naar het donker. De klopjacht was bijzonder geslaagd. De korte pootjes, de glimmende oogjes, de schubbige staart. Het besliste in mijn voordeel. Met trage, stevige halen duw ik mijn ruwe tong over mijn overvolle buik. Zo’n massage is goed voor de spijsvertering heb ik wel eens gehoord. De stem van mijn mens gaat een paar octaven omhoog: ‘Jaaapie! JAAAPIE!!’ Ik geloof dat ik mijn neus maar even moet gaan laten zien thuis.
Doen alsof
Op mijn gemakkie slenter ik naar de tuin, waar tante Cato me met ogen als schoteltjes tegemoet komt. Is ze nou boos of is ze bang? Zou er iets aan de poot zijn? Mijn zorgeloze gevoel van zojuist maakt plaats voor iets anders. ‘Waar was je nou, Japie?! Je hebt zelfs mijn derde ontbijt gemist.’ Ik voel mijn buik en weet dat er geen hap meer bij kan na mijn enorme maal van Muisbezorgd. Tante Cato moppert verder: ‘Mo is hartstikke ongerust. Ze is bang dat je kwijt bent. Uitgerekend op je nekvelgrijpdag.’ Oeps, dat moet ik even laten bezinken. Over die nekvelgrijpdag, die ik liever furgeet. Of nou ja, de periode vóór die bewuste dag. Daarna is mijn leven er alleen maar op vooruit gegaan.
Ik klauter omhoog mijn boom in tot aan het plankje waar ik purrrfect uitzicht heb op de keukendeur. Lang hoef ik niet te wachten. Met een zwaai gooit ze em open en vlak voor Mo mijn naam wil roepen, ziet ze me al liggen. Met tranen in haar ogen komt ze op me afgestormd. Na wat katpriolen op het plankje, nog wat knipoogjes en een paar zachte kopjes weet ik dat ze me al vergeven heeft. Mijn mens is zo makkelijk te paaien. ‘Kom, kleine belhamel, je eten staat klaar.’ Beter blijf ik liggen om uit te buiken, maar wil geen argwaan wekken. Zo energiek mogelijk spring ik uit mijn boomhut en voor de show ren ik achter aan haar. Ze mag niet te weten komen dat ik al meer dan genoeg gegeten heb.
Bolle buik
Er staat een rijtje afwas van mijn broer en tante. Ik snuf er even aan, voel mijn maag oprispen en loop verder. Dat had ik beter niet kunnen doen. Mo tovert in een ommezwaai een bakje met vers vlees tevoorschijn. Als ik ook dat negeer, zijn de brokken gaar. Bij het optillen voelt ze mijn opgeblazen buik, die nog net geen burp zegt. ‘O, o, Japie, heb je een feestje gevierd vannacht?! Dat snap ik wel hoor, jochie’, murmelt ze liefkozend in mijn jas. Ze lijkt door te hebben dat ik nu geen polonaise aan mijn lijf wil. Toch dansen we heel langzaam Saame een klein rondje door de kamer. Mijn bolle buik in haar armen, mijn wollige wang tegen haar zachte warme wang. Tot mijn furbazing lijkt ze helemaal niet boos. Ze dreigt niet eens met witjas. ‘Gefeliciteerd Japie,’ fluistert ze in mijn oor, ‘dat je vandaag al vier jaar bij ons woont. Ik ben zo dankbaar dat je uitgerekend bij mij in de tuin bent gaan zitten toen je hulp nodig had. Weet je nog, ventje, hoe het allemaal begon?’ Na
nog een zoen op mijn kop sta ik katzijdank weer met vier poten op de grond.
Ik voel aan alles dat Mo heel blij is met deze dag en dat ze het uitgebreid wil vieren. Liever wil ik gaan liggen. Mijn buik is echt heel erg vol. Gelukkig voelt ze dit haarfijn aan. Wat dat betreft heeft ze best wel wat geleerd in al die jaren. Dat ik niet gelijk naar een dokter hoef als ik een keer geen trek heb in eten bijvoorbeeld. Ze weet inmiddels dat als er een grote, bruine knoeperd op mijn menu heeft gestaan dat mijn buik opzwelt als een ballon en dat ik dan voor twee dagen genoeg gegeten heb. Als ze aan de koffie zit, duik ik naast haar op de bank. Ze heeft haar fijne blauwe vest aan. Die sabbelt zo lekker. Terwijl ze achter mijn oren kriebelt, vallen mijn ogen dicht. In de verte hoor ik haar nog zeggen. ‘Zal ik je furhaal over je nekvelgrijpdag maar voor de andere keer bewaren, Japie?!’ Ik vind alles best als ik nu maar mag slapen. Ik droom over kattentaart, waar Jajim pas zo mooi over miauwde. Het water loopt me in de bek. Als ik wakker schiet, voel ik hoe het kwijl langs mijn kin druipt. Ik had me enorm furheugd op zo’n kattastische taart naar het recept van Willem, Jajim en Frou Frou. Maar ik weet nu al dat ik die voor vandaag op mijn buik kan schrijven.
Koppie van Japie
Psssst Omdat Mo druk is met andere dingen blijven, reageren we niet op jullie letters op de blog. Ik had het al gemiauwd op Beestboek, maar miauw het hier ook even, zodat jullie niet denken, waarom is die Japie zo stil. Hij zal ons toch niet furgeten zijn. Hoe zouden we jullie nou kunnen furgeten, lieve furriendjes?! Soms vraagt het leven om andere prioriteiten.



Vroeger, toen ik nog een beebiekitten was, kreeg ik elke maand op de twaalfde dag een katdootje. Zoals m’n mooie reismand, waar ik tot op de dag van vandaag alleen nog maar reizen naar die lieve dierendoktermeneer mee heb gemaakt.
En die staat nu nog steeds in m’n badkamer, al gebruik ik ‘m alleen nog maar als het buiten echt koud en vies weer is, of wanneer ik binnen op ‘t huis pas omdat m’n personeel even weg moet.
Waarom ik dit allemaal mauw? Nou, omdat ik afgelopen zondag precies dertig maanden oud ben geworden en heb bedacht dat het er in een kattenleven helemaal niet om gaat hoeveel speelgoed of mandjes of krabpalen je in je huis hebt staan. Het gaat er om dat je lief personeel hebt dat aan één mauw genoeg heeft om te snappen wat je bedoelt, een warm en droog plekje hebt om veilig te slapen, knuffels en aaien en kriebels en lieve woordjes krijgt. En niet te vergeten, op z’n tijd je natje en je droogje, met af en toe wat snekkies tussendoor. Okee, en een klein beetje speelgoed zoals een hengel, een knikkerbaan of een muis met een lekker luchtje of een balletje om achteraan te rennen. Want mijn kattenpoot is tegenwoordig snel gevuld…
Thuis zei mijn vrouw fan Ollie nou moet je ook zeggen hoe het kan dat je poot nou beter is daar hebben je vrienden misschien wat aan. Dus dat zal ik nou doen.
Het eerste wat er gebeurt als we wakker worden, is dat we extra lange knuffels krijgen. En dan een heleboel lieve woorden van onze mensenbroer, zo van ‘gefeliciteerd’ en ‘wat ben je toch een lieve poes’ (of kater) en ook ‘je bent de knapste van de hele wereld’. Dat laatste zegt hij altijd zachtjes zodat de anderen het niet horen.
We hadden begin deze maand Dierendag, dat is net een soort furjaardag maar dan voor álle dieren op de wereld. Een dag om iedereen te helpen herinneren dat elk dier speciaal en belangrijk is en goede zorg furdient. En om aandacht te vragen voor dieren die nog geen eigen purrsoneel hebben. Zo’n dag is voor de dieren in opvangen en asiels dus extra belangrijk. Mensen denken er op zo’n speciale dag sneller aan om purrsoneel te worden, of om taartjes, snacks of speelgoed te doneren. Kunnen ze het hele jaar door doen hoor, maar op Dierendag gebeurt het toch het meest.