

Het is een gewone avond zoals altijd. Nou ja, bijna. Na weken van kraakheldere nachten zijn er donkere wolken voor de maan, die zelf ook nog eens meer dan de helft kleiner is dan een paar dagen geleden. Het maakt het lastiger om de sterren te zien. Maar ik weet dat ze er zijn.
Ze sprankelen altijd. Het is een kwestie van wachten. Tot het echt goed donker is en de wolken voorbij drijven. Ik zit klaar in mijn boom om naar iedereen te zwaaien. Naar alle furrienden die op aarde gemist worden. Vanuit mijn boomhut heb ik zicht op het slaapkamerraam. Daarachter zit tante Cato. Zij heeft liever alle pootjes op de vloer. Daarom zwaait ze vanachter het venster naar haar grote liefde, Oom Willem. Als die wolken nou maar eens opzij willen gaan.
Poesitieve recensie
Ik moet even ingedut zijn, want opeens schrik ik wakker van een ijselijke kreet. Een keiharde miauw die de nacht doorklieft en door merg en poot gaat. Het is tante Cato die zo hard schreeuwt dat het drie straten verderop te horen moet zijn: ‘Japie! JAAPIE!!!!’ Ik ben acuut klaarwakker. Zo snel als mijn poten kunnen, klauter ik omlaag langs de gladde stam, spring ik tussen de verdorde planten, maak een sliding over natte bladeren en dender door het luik op kattenooghoogte. Na een sprintje de trap op ben ik bij de dame in nood. Ik hoop maar dat Oom Willem ziet dat ik heel goed voor zijn furkering zorg. Buiten adem kom ik tot stilstand bij de vensterbank waar tante Cato met grote ogen naar het plafond staart. Ze verrekt bijna haar smalle nekje dat opeens centimeters langer lijkt dan anders.
Ik kijk dezelfde richting op, maar zie niks. Voor ik mijn bek open kan trekken, maant ze me tot stilte. ‘Ssstttt, luister eens.’ Ik spits mijn oren en draai met mijn harige schelpen alle richtingen op om af te stemmen op de juiste golflengte. Warempel, nu hoor ik het ook. Nauwelijks waarneembaar maar onmiskenbaar. Het getrippel van piepkleine pootjes. ‘Ik denk dat je kantoor is gekraakt’, fluistert ze. Verschrikt staar ik naar boven. Zou ik de deur van de koeling niet goed hebben dichtgedaan na de laatste bestellingen?
Sinds Lucky een kattastische recensie heeft gedaan over de supersnelle levering in Krullieland is de belangstelling voor de verse producten van Muisbezorgd enorm toegenomen. Ik moet ons mens wakker maken, om me te helpen met de zware vlieringtrap. Daar hoef ik weinig moeite voor te doen. Mo zit al kaarsrecht overeind in bed en tuurt met van diezelfde grote ogen als m’n tante naar het witte vlak boven haar.
Oproerkraaiers

De veren van het luik piepen en kraken als Mo het houten ding naar beneden trekt. Voor de uitschuif trap de grond raakt, schuif ik haar opzij. Met vier rappe poten ben ik veel sneller. Zodra ik met een ferme klap mijn eerste nagels in de houten vloer klauw, hoor ik ze alle kanten op schieten. Wat een lafaards. Eerst uitdagend zingen en dansen, totdat de baas er aan komt. Dan is het opeens muisstil. Met een kop die op onweer staat, speur ik om me heen. Geen staartje te zien. Grommend ga ik alle hoeken en gaten van de opslag van Muisbezorgd af. Waar ik ook kijk op de vliering nergens een spoor van die oproerkraaiers. Ik ruik ze wel, maar zie ze echt nergens.
Met het licht aan helpt Mo mee zoeken. Dat ik een uit de poot gelopen hobby heb, vindt ze prima, zolang ze er maar geen last van heeft. Muizenhardloopwedstrijdjes boven haar hoofd houden haar uit haar slaap. Daarom is ze vastberaden om dit tot op de bodem uit te zoeken. Na een intensieve zoektocht zonder resultaat komen we tot de slotsom dat die piepbeesten op een onbereikbare plek zitten: tussen het plafond en de vloer. De vlieringsnuiter heeft zijn werk zo goed gedaan dat zelfs tante Cato daar met haar ranke lijf niet meer komen.
Zou ik nog garantie hebben op die klus?
Koppie van Japie
De laatste weeken waren ferdrietig, er waren vrienden die een ster werden (Belle van mevrouw Ceciel, Doerak, Willem en Semmetje) en dat is altijd heel moeilijk, het blijft iets waarvan ik nooit wil dat het gebeurt, en ik weet eigenlijk wel zeker dat NIEMAND het wil, ook al kan het soms niet anders en is het voor de sterren een oplugting om geen pijn meer te hebben.
Weeten jullie hoe ik dat genieten doe?, door te knuffelen, knuffelen is zoooo heerlijk, dat wil ik altijd wel!, mijn mensen mogen me er voor wakker maken en dat doe ik trauwens ook bij mijn mensen, een hele nacht zonder knuffels is veel te lang voor mij, als mijn mensen slaapen krijg ik geen aandagt en foel ik me helemaal alleen op de weereld, gelukkig maar dat ik spieraal heb leeren speelen.
zij gaat elke dag met haar hoofd bij mij in mijn mand liggen, ik ga dan op mijn rug liggen zodat ze haar hoofd op mijn buik kan leggen, en zo doen we een dutje, dat is altijd supergezellig, dus ik kan toch ook met mijn hoofd op haar buik gaan liggen?
Okee, ik zal het maar eerlijk toegeven… Vanmorgen was ik laat binnen. Dat komt zo, het was gisteravond nog heerlijk weer dus toen m’n personeel ging slapen ben ik lekker naar buiten gegaan. Ondanks dat er grote druppels in de tuin vielen. Maar weet je, ik vind het gewoon lekker om in het donker, in alle rust, op m’n kussen onder ‘t afdak op de tuintafel te liggen om te luisteren naar de regen die op de dorre blaadjes in m’n tuin valt.
Je moet namelijk weten dat ik wel heel erg stoer lijk, maar eigenlijk ben ik best wel een beetje verlegen als ik katten ontmoet die ik nog niet ken. Ik ben zo’n tiepje dat veel liever eerst even de kat uit de boom, dan wel de krabpaal kijkt voordat ik besluit of ik wel kennis wil maken. Want in de jaren dat ik nu op mezelf woon heb ik al een boze kater meegemaakt, maar ook een nogal kleverige poezendame die me overal achterna liep. Gelukkig kom ik die tegenwoordig allebei niet zo vaak meer tegen, want ik ben een vrije jongen die graag zonder gaten in z’n jas op gezette tijden van m’n rust hou. Aan mijn lijf geen pooloonaaisie, en mijn vrienden de buurtkatten zijn eigenlijk net zo. We houden gewoon geen van allen van drukte, daarom kunnen we ‘t zo goed met elkaar vinden.
wandelen. Dus ik heb m’n personeel geleerd dat ze, zodra ze weer thuis zijn, de tuindeur open doen zodat ik buiten m’n tuinkaterplicht kan doen voordat ik aan een laat diner begin.
Warm blijfen dat is belangrijk, iedereen weet het, helemaal en fooral nou er geen zomer is. Ik heb ferwarming thuis en een dekentje op een deken op een tapijt bij het warme maar weeges mijn poot en mijn sgouder zei mijn vrouw: “Ollie, ik heb iets.”
Tegnies
Miauw lieve furriendjes en tweevoeters,
Afscheid van de zon op mijn vacht, de kwetterende vogeltjes, de frisse buitenlucht en de krakende herfstblaadjes. Van de kriebels in mijn warme vacht die mensenbroer me gaf. En van de kusjes op mijn oren met lieve woorden over hoe dapper, lief en trouw ik ben.
supurrmaan. Toen, midden in de nacht, vond Frou Frou de moed om naar me toe te lopen. Ze snuffelde aan mijn oor. “Willem..? Willem!?!” een hartverscheurende miauw volgde. Ze wist nu; haar grote knuffelbroer Willem heeft zijn koffer gepakt.