Het is een nacht als altijd. Tante Catootje ligt opgekruld in het zachte mandje naast Mo der hoofdkussen. Foppe houdt haar voeten warm. Via het kattenluik loop ik in en uit om zowel ons huis als tuin te bewaken terwijl iedereen slaapt. Na de gebruikelijke plaspauze van ons mens wast ze op de tast haar handen bij de wasbak in de donkere keuken en neemt gelijk een glaasje water. Tot zover is alles normaal. Net als Mo slaapdronken terug naar boven wil gaan, hoort ze een geluid dat er nooit is. Geritsel. Ze is acuut klaarwakker. Dat stond niet in mijn planning.
Geritsel
De volle maan werpt met spookachtig licht schaduwen over papieren zakken die op het aanrecht staan. Ze zijn gevuld met biologische bloembollen die Mo gisteravond vast heeft
klaargezet om morgen te poten. De voorjaarsbloeiers gaan de bijen die vroeg in het jaar wakker worden rijkelijk van eten voorzien. Weer geritsel. Ze knipt het felle licht aan. Met grote ogen tuurt ze gespannen naar het werkblad om te zien waar het onbekende geluid vandaan komt. Bij de volgende ritsel rent ze naar de keukendeur en zwaait em open. Tussen de punten van haar vingers pakt ze één voor één de zakjes op en zwiept ze de tuin in.
Dat dat geen soelaas zou bieden had ik zo wel kunnen miauwen. Het deksel van de groenbak wordt extra aangedrukt voordat ook die naar buiten wordt gebracht. Als ze weer op adem is, durft ze dichterbij te komen. Het geluid komt nu overduidelijk uit de spoelbak. Er zou toch geen beest in de afvoer zitten?! Snel drukt ze de stop er op. Nog altijd heeft ze geen idee waar de toenemende herrie vandaan komt. Mijn broer en tante zijn nietsvermoedend op het rumoer afgekomen. Ik hou wijselijk mijn bek.
Kraalogen
Met een lange pollepel in haar hand opent ze voorzichtig een reusachtige la onder de gootsteen. Achteloos slenter ik richting de keukenkast, doe alsof ik van niets weet en help met meekijken. Achter in de hoek zie ik grote glanzende bruine kraalogen. Daar zit hij dus. Ik was em al kwijt. Mo heeft niets in de gaten. Behoedzaam haalt ze de bakken eruit waarin ze het afval scheidt. Haastig brengt ze ze naar de tuin, opgelucht dat hier niemand onverwacht uitspringt. Dan begaat mijn nieuwe furriend een stommiteit. Hij gaat verzitten. Mijn mens staat gelijk op scherp, pakt haar telefoon en schijnt met een extra lamp in de kast.
‘Japie, waarom doe je niets!’, gilt ze opeens. Happend naar adem kijkt ze ons met ogen als schoteltjes aan. ‘Jullie moeten dit oplossen!,’ zegt ze met schrille stem en weg is ze. Ze rent de trap op en sluit haar slaapkamerdeur hermetisch af. Daar zitten we dan met z’n viertjes. Foppe kijkt opgewonden rond. Hij heeft wel zin in een verzetje. De blik waarmee Tante Cato ons beschuldigend aankijkt zegt genoeg. ‘Je kan zo weg,’ meow ik tegen mijn grote bruine furriend, ‘de deur naar buiten staat nog open. Of gaan we Kat&Rat spelen?’
Om een lang furhaal kort te houden, volgende keer miauw ik hoe het afloopt.
Tenzij jullie niet meowsgierig zijn.
Koppie van Japie
Afgelopen week ben ik druk bezig geweest om het nieuw gelegde achterpad te verkennen. Alle tegels liggen weer netjes, maar allemaal in een andere volgorde dan zoals ik gewend was. Dus er is een hele hoop te snuffelen. Zo ruik ik dat een paar stenen die eerst bij mijn achtertuin lagen nu bij allebei m’n buren liggen, en ik heb een paar tegels voor m’n poort waar de barbecue van de buren op de hoek altijd op gestaan heeft. En die ruiken me toch lekker! Ik lig daar nu elke dag wel even op, zeker als de zon schijnt. Dan is ‘t net alsof ‘t weer even zomer is…
hier de komende jaren maar mee doen. Nou ja, het is wel een ideale schutting om m’n nagels overheen te halen, want hij heeft lange planken waar ik helemaal rechtop tegen aan kan staan om de nagels van m’n voorpoten aan te scherpen, dus dat is dan weer wel een voordeel. Al heb ik wel gehoord dat dát niet de bedoeling is, want ik heb volgens m’n personeel meer dan genoeg krabpalen in huis staan, en er hangt zelfs een krabplank buiten naast de achterdeur. Maar ja, ‘t is natuurlijk altijd veel leuker om dingen juist te gebruiken op een manier waar ze volgens tweevoeters eigenlijk niet voor bedoeld zijn. En m’n personeel moet ook niet gaan zeuren dat ik m’n poten veeg op de kokosmat bij de achterdeur voordat ik weer naar binnen ga, want dat doen zij zelf ook. Ik kan ‘t toch ook niet helpen dat zij hun teennagels niet kunnen uitslaan op die mat om ze te scherpen, en ikke wel?
inspectie die ik dagelijks uitvoer, en zo kon ik alles goed in de gaten houden zonder de indruk te wekken dat ik met ze wilde mee eten, want m’n eigen avondeten had weer prima gesmaakt en er kon eerlijk gemauwd geen hapje meer bij.
“Kijk eens Ollie,” zei ze, “we hebben nieuwe spullen van Ikeeja.” Ik keek naar de doos en ze fertelde van een lamp en een deken en ook dat er een wekker was. Ze zette alles op het tapijt. En ik kijken. Ruiken. Nieuwe dingen ik weet het niet, ik ben geeneens helemaal gewend ik hoef geen nieuwe dingen, ik ben zelf nieuw.
Lieve allemaal, wat is het toch zo heel erg fijn dat we weer allemaal woordjes maken. Alles is zo heel emoo deze weeke. Iedereen deelt weer zijn of haar ferhaal nadat onze Bert een ster werd.
Nou weet ik niet precies hoe het zit met Ollie en zijn snekken maar ik kreeg zo heel erg trek van de pastasaus dat ik om een likwit snek heb gezeurd. En die kreeg ik. Ik denk dat jij ,Ollie, er geen moeite mee hebt om om sneks te vragen.
twee euromunt kom je echt al heel erg ver. Ik vind nog steeds dat er veel meer in zo’n zakje mag maar mijn ooma vind van niet. Die zegt dat ik zo heel erg veel doet snoepen. Ik denk wel aan een mooie leefewerk en daar hoort bij dat je gezond en ferstandig eet en snoept en dat doe ik.
Miauw! Ikke kreeg een meel (nou ja ok Frau) van mevrouw Ollie dat ze een nieuwe blog ging beginnen genaamd Saame en of ik ook weer oofer mijn leven wilde gaan miauwen. Ja natuurlijk wilde ik dat. Daar hoefde ik niet lang oofer na te denken.
Oortje