Eigenlijk ben ik nooit ziek en vrouw zegt gelukkig maar.
Soms heb ik wel eens een muis of vogeltje gegeten die me iets te zwaar op maag liggen maar dat is geen punt… die spuug ik uit en dan is het goed. Tot de dag dat ik begon te hoesten… eerst een beetje maar toen steeds erger. Vrouw dacht dat ik wat in de keel had zitten dat er niet uit wilde.
Dus ze maakte een afspraak bij de dokter.
Ik werd in de mand gezet en toen mocht ik mee met vrouw in de auto.
Ik vond het helemaal leuk dat ik met mijn vrouw op stap ging en heb geen enkele keer gemiauwd in de auto. Vrouw praatte tegen me en zij dat ze trots was dat ik niet miauwde. Alle anderen maken heel veel geluid als ze mee moeten in de auto… van miauwen tot schreeuwen aan toe.
Bij de dokter moesten we even wachten en toen riep iemand: ‘Moby?’
Jaaa dat ben ik! En ik voelde dat vrouw mijn mand optilde en begon te lopen.
We waren nu dus in de dokterskamer… de deksel van de mand ging open en ik werd op een tafel gezet. Vrouw vertelde het verhaal van het hoesten en toen ging de dokter in mijn bek kijken.
Mooie kater
Ik liet alles gewillig toe, het was echt niet erg hoor. En de dokter was zooo lief tegen mij en zei dat ik een prachtig mooie kater ben.
Dus ik dacht zolang ze dat blijft zeggen mag ze me onderzoeken.
Ze zei dat het een haarbal kon zijn die me dwars zat of dat er iets in mijn keel of slokdarm vast zat. Dus dat moest onderzocht worden.
Ik werd mee genomen naar een andere kamer en daar ging de dokter goed in mijn keel kijken… maar daar was niets te zien.
Dus moest ik een slaapprik krijgen omdat ze verder wilde kijken wat er aan de hand kon zijn.
Vrouw zat bij me en ik kreeg een prik, nou dat was een makkie vond ik.
Maar opeens werd ik zoooo moe en ik zag mijn vrouw wel drie keer en ik dacht nog van… heb ik drie keer een vrouw?
Mijn vrouw heeft mij verteld dat de dokter met een slangetje via mijn bek naar binnen is gegaan en heeft gekeken tot in de slokdarm.
Daar kon ze echter niets vinden waardoor ik zou moeten hoesten.
Ik kreeg weer een prik om wat sneller wakker te worden.
En toen ik wakker werd zat vrouw nog bij me en zei: ‘He, ben je er weer?’
– Ja hoor vrouw ik werd opeens zo moe dus heb even een dutje gedaan. Alles oke met mij.
De dokter vertelde dat het dan toch een haarbal moest zijn. Dus we kregen een tube anti- haarbalpasta mee en daar moest vrouw mij iedere keer iets van geven.
Slof
En na 2 dagen kwam eindelijk die stomme haarbal eruit echt een hele grote.
Ik heb hem maar in de gang op de tegels laten vallen en niet zoals iemand hier gedaan heeft in de slof van vrouw.
En het hele goede nieuws ervan… het hoesten was over.
Liefs Moby
Weken heb ik er naar uit gekeken en deze keer wordt mijn lange wachten beloond. Het is een kwestie van wie het meeste geduld heeft. Zelfs met alle happen uit mijn jas hou ik het met mijn dikke bontkraag uren vol in de kou. Als ik wat in elkaar duik en me opvouw tot een kleine wolbaal blijf ik lekker warm. Een beetje dutten mag, zolang de oren maar gespitst blijven en de blik gericht op het gat in de grond. Bij het minste geluid ben ik gelijk paraat. Verder zorg ik ervoor dat de wind m’n snorharen naar achteren strijkt en dat ik als een standbeeld blijf zitten. Het meest lastige is het juiste moment te vinden van toeslaan. Niet te vroeg èn zeker niet te laat. Dat is een kwestie van ervaring. Hoe ouder ik word des te beter ik dit fingerspitzengefühl in de poten krijg. Deze kattiek heeft me al genoeg lekkers opgeleverd. Zo ook nu.
Zonder verdere discussie open ik mijn kaken en zet ze in een soepele beweging over hem heen. Het muisje is zo klein dat hij precies in mijn bek past. Het voelt warm en zacht. Over mijn tong voel ik ragfijne nageltjes kriebelen. Alleen het staartje bungelt tussen mijn lippen. Ik onderdruk de neiging om hem hier ter plekke te verorberen. Dat doe ik liever zonder kapers op de kust. Thuis liggen ze met een beetje mazzel in katzwijm.
Pas als iedereen in dromenland is, kom ik terug. Door een zware grom diep vanuit mijn keel schrikt Mo wakker. Op het moment dat ze de lamp naast het bed aanknipt, bijt ik mijn kaken stevig op elkaar.
Deze week leek het zomaar ineens lente in mijn tuin, het foelde nog wel een beetje fris maar als de zon schijnt ziet alles er meteen helemaal anders uit, door de zon lijkt het alsof er veel meer kleuren zijn, en ook al is het in de nacht nog aan het friezen, ik kan de lente al ruiken!
Fandaag, nau ik mijn letters maak, is het ineens weer kauder, maar ik weet dat de lente niet meer zo heel fer weg is, de winter is bijna foorbij, en ik ferheug me op alle zon die gaat komen, op de daagen die steeds langer worden, en op de tijd dat ik in mijn gras kan liggen en over mijn furkering Milamuisje kan dromen, en tussendoor doe ik dan pieren met Pokon, ik zie het helemaal zitten, en als jullie, mijn vrienden, mee willen pieren en klieren zijn jullie altijd welkom!!
Ik weet het echt even niet meer. De ene dag lig ik met de warme zon op m’n vacht in de vensterbank, ‘t volgende moment kijk ik m’n personeel aan met zo’n blik van ‘je denkt toch niet écht dat ik nu naar buiten ga’ als ze de achterdeur voor me open doen.
houden want dat speelgoed terugbrengen, daar begin ik niet aan.
alweer knoppen in m’n kersenboom, en in de tuin van de gemeente staan rare gele toeters op lange groene stelen. En dan schijnt de lente er toch echt aan te komen. Dat mauwen de buurtkatten tenminste, en die lopen al heel wat meer jaartjes langer buiten als ik.
Lieve allemaal, ik ben niet de enige die een tjek doet tijdens de boodschappen want iedereen wil snekken. Dus is het voor mij zo heel normaal dat ik een tjek doe. Pas was er iets anners. Ik was kwijt. Niet kwijt kwijt maar gewoon kwijt.
Ik vertrok naar de zolder en liep daar wat rond en toen vond ik mijn iedeejale dutplek. Ik kroop erin en mijn oogjes waren al dicht voordat ik eigenlijk goed lag. Ik had geen tijd om te trappelen of iets anders want de wiew was best sterk. Mijn motortje deed het nog steeds zo heel hard. En in mijn hoofd ging ik naar droomeland.
de wasmand te komen omdat het zo lekker lag.