Alle berichten van mevrouw Bert

Bert en het grote genieten (30)

Nadat Bert en ik de eerste maanden vooral met spelen hadden doorgebracht, besloot hij op een dag dat het genoeg was. Genoeg van het hele intensieve therapeutische spelen. Al was hij nog steds onzeker en al had hij nog steeds angstklachten, hij had nu innerlijk ruimte om meer te gaan genieten van het leven.

Plank

En dat was vooral genieten van de zon.
Het kwam dan ook goed uit, dat het zomer was. In de huiskamer heb ik ramen over de hele breedte en de twee vensterbanken zijn verbonden door een plank; mijn kleine rode kater Tim liep zo graag daar, dat ik het gewoon zo hield. Bert vond het ook ideaal. En nu zie ik Ollie er tevreden liggen.

Vensterbank

Elke ochtend, middag en ook wel in de vroege avond kon ik Bert in de vensterbank terugvinden. Roerloos liggend, ogen dichtgeknepen, elke straal van de zon in zijn dikke vacht opnemend en warmer en gelukkiger worden.
Het stemde me blij hem zo te zien, in zijn totale ontspanning.
Maar ik werd ook ongerust, de verhalen kennende over verbranding van oortjes (Bert wilde beslist geen beschermende crème) en iets als oververhtting leek me ook niet uitgesloten. Maar Bert nam ook pauzes, en daar vertrouwde ik op.
Daarom besloot ik de vensterbanken wat comfortabeler te maken. En veiliger, want het was er te glad.

Nieuw

Ik lijmde tapijt-kleedjes op de plank, voor het houvast van de pootjes.
Op het linker- en rechteruiteinde van de vensterbanken legde ik een dik kleedje, eerder een kussen, dat ik vastzette met klemmen.
“Kijk eens Bert,” zei ik en wees op het nieuwe.
Hij keek, argwanend natuurlijk. Want nieuw, dat was per definitie niet goed.

Luxe

Maar deze keer duurde de argwaan kort.
Bert ontdekte het luxe liggen. Gestrekt, zittend, op zijn zij, er kwam geen einde aan zijn overgave aan de zon en de warmte, het was een demonstratie van volmaakt geluk. Zo moet het, wist ik dan steeds, je weet dat iets kan ophouden of voorbij kan gaan, maar wat je hebt, dat heb je, en dat is het moment van het nu, waarin alles heerlijk is.
Het was een levensles voor mij, die ik nog steeds probeer te praktiseren.

Bert en het papier scheuren (29)

Als iets dit huis kenmerkt, dat is het de aanwezigheid van papier, in alle soorten en maten. Het gaat van kleine opschrijfblokjes tot kranten en tijdschriften tot planken vol boeken en dan zijn er nog hier en daar stapeltjes.
Heerlijk, papier.

Krant

Bert leek er ook van te houden; dat merkte ik als we samen de krant lazen. Die spreidde ik uit over het tapijt in de huiskamer en dan knielde ik ervoor, met Bert al snel naast me. Aan hem las ik dan een bericht voor en we overlegden of we het ermee eens waren.
Het gebeurde ook, dat ik de krant las tijdens het avondeten – ik ben een eetlezer – en dat Bert, eerder klaar dan ik, over de krant wandelde.
Heen.
En terug.
“Hè Bert,” zei ik dan.
Bert keek dan vriendelijk even wat er was, zich van geen kwaad bewust.
Soms sliep hij op de krant.
Soms at hij wat brokjes van de krant.

Scheuren

Een middag zat ik aan mijn werktafel toen ik uit de kamer een geluid hoorde dat meteen ongewenst was: KRRR.
Het scheuren van papier.
Meteen kijken: wat? Wat?
Bert bleek met een pootje de krant te hebben gescheurd. Hij keek naar mij, ik keek terug en hij scheurde verder.
Het was duidelijk dat hij er plezier in had. Die aandacht waarmee hij zijn nagel door het papier haalde. Keer op keer.
En toen kwam het vervolg. Op de gescheurde krant liggen. Rollen. Naar mij kijken.
“Goed zo,” zei ik. Natuurlijk, want een kater van twaalf jaar die een hobby vindt, die moedig je aan.

Hobby

Vanaf die middag zorgde ik ervoor dat Bert een krant had om mee te scheuren. Zijn voorkeur was een wat rijpe krant, dus die er al even lag, en die voor-verfrommeld was en dan weer plat gestreken met de hand. Dat deed ik soms als hij ongeduldig zat te wachten om met zijn hobby te kunnen beginnen.
Tijdschriften scheurde hij alleen met extra aanmoediging.
Boeken nooit.
Het enige minpuntje aan de hobby was dat ik de gescheurde krant opruimde. Ik ben geen Hausfrau, maar ik heb grenzen voor de hoeveelheid snippers papier die op het tapijt liggen. Dan was Bert altijd ontstemd, maar een nieuwe krant maakte veel goed, gelukkig.

Het luisteren van Bert (28)

De eerste drie, vier maanden dat Bert bij me woonde, speelden we vooral veel. Dat leek het belangrijkste. Bert had spanningen, moest wennen en ik had op mijn beurt behoefte aan overzichtelijke activiteiten die me het gevoel gaven dat alles in orde was.

Dat was het natuurlijk niet, verre van.
Bert onzeker. Ik in de rouw vanwege mijn kleine rode rode kater Tim.
Alleen als we speelden, begrepen Bert en ik de wereld. Het lintje. De muis onder de lap. Elke dag op vaste momenten een aantal keren speelkwartier, dat mocht uitlopen, zolang we alle twee maar konden vertrouwen op de structuur.

Geleidelijk ontstond er zo rust om beter naar elkaar te kijken. Wie die ander was, in dit huis. Bert keek naar mij zoals ik naar hem keek, met belangstelling.
Elkaar leren kennen tijdens het spelen was het ene.
Het andere was aaien en praten. Bij elkaar liggen. Samenzijn.

Er kwamen avonden dat we boven op het grote bed lagen, in het schemerlicht van een nachtlampje. Op die avonden begon ik te ervaren dat Bert kon luisteren.
– Kijk Bert, dat schemerlampje, dat heb ik voor Tim gekocht, dan voelde hij zich geruster.
Bert keek kalmpjes in de richting die ik aanwees.
Ik vertelde verder. Over de oude dag van Tim, zijn onzekerheid, dat ik hem hielp.
– En ik help jou ook Bert, altijd, wat er ook gebeurt.
Aaien en knorren.
Het moedigde me aan om meer over Tim te vertellen. Hoe anders hij was geweest en dat anders zijn ook goed was:
– Jij bent weer groot van postuur en wollig in je vacht, en dat is ook mooi.
En ik vertelde over het asiel waar Tim uit kwam, en hoe ook hij moest wennen en het spelen dat hij deed, en dat hij een trauma had van heel vroeger:
– Dus dat mag Bert, je mag gewoon zijn zoals je bent, daar hou ik rekening mee.

Het waren avonden waarop we elkaar nader kwamen, we elkaar beter leerden begrijpen. Bert luisterde naar wat ik zei en hij voelde daardoor hoe ik was, wat er in mij was. En ik vond troost in zijn luisterende aanwezigheid, door te kunnen praten over Tim, en daarbij af en toe te kunnen kijken naar het vriendelijke gezicht van Bert.
Ik sliep erna altijd goed. Bert ook.

Bert helpt mee met het hoeslaken (27)

Op de slaapkamer staat een king size bed, en daarbij hoort dus een king size matras en daaroverheen past een king size hoeslaken. Altijd een gedoe om dat te vervangen, maar gelukkig hielp Bert graag mee, als het hem even uitkwam.

Elke keer hoopte ik wel dat het mij dan ook uitkwam.

Nodig

Want een gedoe was die vervanging van het hoeslaken. De dekbedden er allemaal af was al een kritieke handeling. Het maakte een geluid dat Bert, dan nog beneden in de huiskamer, in de aktie-stand zette. Hij hoorde iets. Hij moest even gaan kijken of hij daar nodig was.
Nodig en nodig zijn twee.

Techniek

Met de dekbedden van het bed, zag Bert een grote leegte. Dus hopla, springen en op het bed heerlijk liggen, de pootjes gestrekt, meteen tevreden knorrend om het gezellige van dit huiselijke avontuur.
“Hè Bert,” zei ik. “Ik moet wel wat doen, hoor.”
Dat vereiste een zekere techniek.
Eerst wrikte ik de ene hoek van het hoeslaken los, van het korte stuk. Daarna de andere hoek. Zo rolde ik het hoeslaken op, en de grote liggende knorrende huiskater bleef altijd gewoon liggen waar hij lag, op het midden van het bed.
Vervolgens rolde ik het andere korte stuk op.
Bert keek belangstellend toe.
Hij bleef liggen.

Via dezelfde techniek van de korte stukken friemelde ik het schone hoeslaken aan het matras, en dat rolde ik richting Bert.
“Kijk eens,” fleemde ik met zachte stem, “een schoon laken, daar kun je heerlijk op liggen.” Bert overwoog de aantrekkelijkheid daarvan en begaf zich zo langzaam mogelijk naar het schone laken, waar hij neerplofte.
Dan had ik zeven tot tien seconden om de operatie laken vervangen te voltooien. En daarna begon het echte fun-gedeelte.

Samen

Bert lag in de ene hoek.
Ik schuifelde naar de andere hoek.
We keken elkaar aan.
En dan liep hij, kroop ik, naar het midden. Bert liggen. Ik liggen. En zo lagen we dan, rustig ademend, in het midden van een king size matras. Ons kon niks gebeuren. Want wij waren samen.

Bert en het hitteplan (26)

Na de lente komt de zomer en die zomer heeft soms een hittegolf. Dat is een moeilijk iets. De Hollandse huizen zijn er niet voor gebouwd en de mensen die in zo’n huis wonen kunnen er evenmin tegen.
Ik niet, tenminste.

Leeftijd

Bert en ik woonden in een bovenhuis met ramen over de hele lengte van de huiskamer, waarbij ook nog een zongunstige ligging kwam.
Hitte buiten, hitte binnen.
Vooral naarmate Bert ouder werd, maakte ik me zorgen over zijn gestel en of hij wel de hitte zou overleven. Dat had te maken met mijn grootmoeder, ver in de tachtig, die kort na een hittegolf was vertrokken naar de hemel. Iedereen had het ook over haar leeftijd. En daardoor dacht ik aan Bert.

  • Zijn dikke vacht, ook na het verharen
  • Zijn weigering om te drinken uit een drinkfonteintje, met de poezenlimonade kwam ik misschien niet ver genoeg en zijn avondeten leek door het extra water al op soep
  • Zijn verlangen naar gewone dagen, die in niets van elkaar afweken
  • Zijn angstklachten, waardoor ventilatoren moeilijk zouden kunnen worden.

Plan

Elke keer keek ik naar het weerbericht en toen de aankondiging van de hitte kwam, maakte ik meteen een plan. Het gaf me wat greep op die ellende.
Opstaan voor 0500 uur. Dan de routine van medicijn-snack, knuffels, samen liggen met extra aaien voor het verharen.
Raam een beetje open, Bert aan het werk als controleur vensterbank, ik aan mijn tafel ook aan het werk.
Tegen het middaguur alles dicht en de ventilatoren aan.
In de middag rusten.
Avond herstel.

De senior katerman Bert deed het uitstekend. Was het ochtend, dan zat hij tevreden in de vroege zon. Met de eerste ventilator aan, ging hij er heerlijk voor liggen.
De tweede ging aan: Bert koos een locatie uit zodat hij van twee kanten goed doorwaaid werd.
Daar lag hij dan. Roerloos. Helemaal in het moment. In rustige rust.
Ook met de derde ventilator aan, die met de andere twee bepaald een ruisend geluid veroorzaakten.

Rust

Als ik hem zo intens stil zag liggen, dacht ik soms aan mijn grootmoeder en dan vroeg ik met bange stem: “Bert, ben je dood?”  Als antwoord hief Bert zijn kop op en keek me aan, met een volwassen-vermoeide blik van: je weet toch van niet.
Daarom vroeg ik snel niets meer, zodat hij zijn rust had.

Naarmate de zomer langer duurde, keek ik het voorbeeld van Bert af. Vooral dat roerloos liggen bleek heel goed te werken. Pootjes vooruit, een paar keer zuchten, wat smakken, de wind in huis voelen, en dan duurde een dag een minuut.
Een hittegolf was zo snel voorbij. Eigenlijk.