Vooral op zijn buik had Bert een wollige deken van vacht, waar ik na een jarenlang verbod tot aanraken toch aan mocht komen. Heerlijk. Dat zachte. Ik aaide, ik friemelde, ik hapte er zachtjes in en Bert lag dan tevreden te knorren. Elke avond lagen we zo op het matje. Hij erop, ik ervoor, tegen hem aan, de lampen uit, in de schemering van de lantaarnpaal voor het huis.
Artrose
Als vanzelf friemelde ik na de buik verder door zijn vacht. Zo kwam ik op het bijna-verboden gebied van zijn heupen en onderrug, waar de artrose was gekomen. Niet uitzonderlijk voor een senior-kater, wel ongemakkelijk. Hij nam elke avond een pilletje Onsior tegen de pijn, maar gevoelig bleef het toch. Daarom mocht ik alleen heel zachtjes aaien, kort ook nog. Meer of langer vond Bert te moeilijk, dan spande hij zijn lichaam aan, ging heel stil liggen en dan wist ik genoeg.
En toch was door dat even-maar-aaien, dat ik op een dag een paar harde stukjes voelde. Ik keek en zag klitten. Eraan wrijven maakte ze niet los, en Bert keek ook meteen op met een alerte blik van wat-nou, wat-nou.
“Niks aan de hand Bert,” zei ik.
Hij ging weer liggen. Ik aaide zachtjes verder en wist dat er iets moest gebeuren.
Trimmen
Een oudere katerman met artrose kan niet altijd meer zijn hele vacht verzorgen, dat snapte ik. Maar klitten hebben de neiging tot groeien. Dat begreep ik ook, vooral na het bestuderen van websites van trimsalons.
Daar konden we niet heen. De een was in huis bij de dierenarts, wat me een angstig bezoek leek te worden. De ander verbood mijn aanwezigheid bij de behandeling. Een derde kwam aan huis en bracht dan een grote tafel mee, dat leek me ook een te groot avontuur.
Het kwam dus op mij aan.
En op Bert, wat hij wel of niet goed zou vinden.
De eerste avond friemelde ik wat langer aan de klitten. Na de eerste verstoorde blik hield ik op, om even later verder te gaan. Soms stond Bert op van het matje en liep van me weg, wel met een verwijtende blik. “Toe nou Bert,” en weer terug,
Het resultaat van een avond: anderhalf vachthaartje los, een kater die liever niet meer geaaid wilde worden wegens wantrouwen.
Barstje
Daarna kocht ik borstels en kammen, er was een enorm aanbod, en alles beloofde snel en gemakkelijk, en katten begonnen zelfs te spinnen, zo heerlijk vonden ze het.
Ja, dat kan.
Bert wilde het niet. Niks, niks, niks.
De klitten groeiden door.
De artrose werd er ook niet minder op.
Toen kwam de avond dat Bert aarzelde om met mij op zijn matje te gaan liggen. Ik zag hem denken: straks begint ze weer.
Een barstje in het samenzijn.
Een paar dagen later kwam de dokter, en Bert wist meteen er is iets. Helemaal toen ik hem optilde. Enkele seconden later zette ik hem weer neer. De klitten waren weg, met een supersnelle tondeuse, hoe ze het deed weet ik tot op de dag van vandaag niet.
Bert was boos.
Ik opgelucht.
Vrede
Die avond liet ik hem eerst mijn handen zien voordat ik bij hem kwam liggen. ”Kijk maar, leeg, ik kom alleen aaien.”
Het mocht, samenliggen, maar ik voelde wel een spanning in zijn lichaam, een spanning die dagen nodig had om te verdwijnen.
Alles was toen weer zoals het was, behalve dat Bert en ik wisten, we hebben iets moeilijks meegemaakt en gelukkig kunnen we weer elke avond knuffels doen. De huiselijke vrede was hersteld.
Bert was gelukkig als hij lekker te eten had en ik was gelukkig als Bert lekker at, en als een logisch gevolg van deze gevoelsdynamiek kocht ik het ene lekker hapje na het andere.
Nog in het asiel, kijkend naar de grote kater die Bert was, stelde ik uit zelfbehoud de vraag: ‘Maar wat doet hij als hij iets echt niet wil?’
Bert was in de kracht van zijn leven, nog maar iets ouder dan tien jaar, toen me begon op te vallen dat hij wat veranderde. Als het regende, lag hij lang in zijn mand, en was er met vleien en knuffels niet uit te krijgen.
Van alle katten die ik heb gekend en ken, was Bert zonder meer degene die het meest afkeurend naar me kon kijken.