Lucky is bijna jarig

Hoi allemaal, als jullie dit lezen, ben ik bijna jarig. Ik word ook tien jaar, net als Moos. Daarmee ben ik nog wel altijd de jongste hier in huis, op konijntje Jip na trouwens want die is nog maar 3 jaar. Ik las eerder in de blog van katlega Joep dat hij ook jarig geweest is, nog gefeliciteerd! Zouden er veel katers en poezen jarig zijn in deze tijd denken jullie? Wij zijn allemaal een beetje vlak na elkaar jarig hier, behalve Dropje want die wordt dit jaar 12 maar dan pas als het lekker warm is, midden in de zomer.

Krullieland

Omdat 10 toch een speciale verjaardag is, heb ik al veel cadeautjes gekregen, dat is echt leuk. Ik ben erg verwend en ik moet de spulletjes wel delen maar dat vind ik niet erg om te doen. Nu weten jullie wel dat ik ook zusjes heb he? Hier in Krullieland woont ook mijn zus Dropje en in ’t Katshuisch woont mijn adoptiezusje op afstand, Lobke. Toen Moos nog niet bij ons woonde was ik hier ook de enige kerel eigenlijk, nu ik er over nadenk maar ik vind het toch ook fijn om een leuke katervriend te hebben. Allemaal gezellig samen is het fijnste dat er is. Nu betekent een verjaardag dus dat de andere kittens die samen met mij bij onze mamapoes in het nestje zaten, ook jarig zijn. Daarom heb ik mijn zusje Ginger gevraagd of zij ook wat wilde schrijven, zodat jullie ook eens goed kennis met haar kunnen maken. Zij heeft samen met haar vrouw er wat moois van gemaakt en dat willen we graag met jullie delen. Hier komt ze:

Ginger

Hallo allemaal,
Mag ik me even voorstellen: ik ben Ginger en ik ben het zusje van Lucky, de stoere roodwitte katermans die vorig jaar naar Krullieland verhuisd is met zijn personeel en 3 kattenvriendjes.
Lucky heeft elke twee weken een eigen blog. Wow, hoe geweldig is dat?
Omdat we deze week onze tiende verjaardag vieren, heeft Lucky me gevraagd om voor een keertje ook wat woordjes te miauwen.
Lucky en ik zaten samen met onze moeder en nog een broertje en zusje in een pleeggezin van het asiel. Ik was het enige helemaal rode katje. En dan ook nog een poesje, terwijl rode katten meestal katers zijn. Onze moeder en de andere 3 kittens waren rood met wit. Van de 4 kittens was ik haantje de voorste: klom als eerste op de bank en de vensterbank en sprong er weer af. De anderen deden mij dan na. Maar ik liep nogal eens tegen een tafelpoot aan en dat vond mijn pleegmoeder maar raar. Daarom is ze met een laserlampje gaan schijnen en mijn broertjes en zusje doken op het bewegende lichtpuntje af, maar ik niet. Ik bleek blind geboren te zijn.
Wat nu? Bij het asiel was een vrijwilliger die al een blinde kat had en waar er eentje leeft kunnen er ook 2 wonen. Dus ben ik toen ik oud genoeg was om op eigen pootjes te staan bij Ton en Carina en 3 katten in huis gekomen en Lucky is bij Heidi en Hans gaan wonen bij 2 andere katten. Dat is ons verhaal in een notendop.
Ons personeel heeft nog contact met onze  pleegmoeder Monika en van haar hebben we allebei een cadeautje gehad omdat onze 10e verjaardag toch wel een mijlpaal is. Hoe leuk is dat?
Knuffels van Ginger

Vriendjes

Zo, nu weten jullie ook meteen van alles over Ginger, zij is heus een lieve zus hoor. Ze is erg slim en eigenlijk veel dapperder dan ik als het erover gaat. Nu ja, ik ben natuurlijk nog wel altijd een heuse verkenner maar zij kent hun huis van boven tot onder uit haar hoofd en weet precies waar alles staat, zonder dat ze dat kan zien. Dat is toch super knap hoor vind ik. Ginger lijkt nogal op mij qua kleur als we het over het rode vachtje hebben maar ik heb ook nog veel wit. We hebben wel dezelfde snuit zeggen mijn mensen dan altijd maar ik ben wat groter.
Nu ja, best veel groter eigenlijk want jullie weten wel dat ik een nogal flinke kater ben natuurlijk. Ach ja, zo is iedereen toch goed zoals hij of zij is en dat is belangrijk om te onthouden. Iedereen is prima en het is fijn om zusjes te hebben en samen te kunnen zijn. Ginger woont wel ergens anders maar ze blijft voor altijd mijn zus. En dan maakt het niks uit of je ergens anders woont want we blijven gewoon vriendjes.

Knuffels van Lucky
PS Er was nog een zusje meer maar die is helaas al een sterretje geworden en er is ook nog een broertje. Allemaal rode of rood witte poezels dus, net als onze mama

Kever heeft een mening over zijn tuin bijhauden

Toen ik net hier in huis kwam wonen wist ik nog helemaal niet wat een tuin was, ik moest dus heel erg wennen aan mijn tuin, of eigenlijk fond ik mijn tuin grieselig, ja echt waar!, dat wennen heeft best een tijd geduurd, wel maanden lang folgens mijn vrouw, ik kan me dat niet meer zo presies herinneren omdat het al jaaren geleeden is, maar ik weet nog dat ik heel langzaam mijn tuin begon te fertrauwen, ik was niet bang meer maar juist nieuwsgierig.

Tuin

Natuurlijk had Bolle zijn landgoed piekoobelloo achter gelaten, alles zag er keurig uit en ik kon ruiken dat Bolle oferal op patroeje was geweest, daardoor was ik niet bang meer en durfde steeds meer op onderzoek te gaan in zijn en mijn tuin.

Ik leerde steeds meer, zo leerde ik dat er ferschillende tijden in het jaar zijn en dat die lente-zomer-herrufst en winter heeten, ik leerde ook hoe die aanfoelen en wat ze beteekenen voor mijn tuin, ik ontdekte dat er veel beestjes op bezoek komen, en dat er ook allemaal beestjes in mijn tuin wonen, ik weet nu dat er zelfs ONDER de grond beestjes leefen, hoe dat kan snap ik niet maar toch is het zo!
Mijn vrouw zegt altijd dat zij het meeste werk doet in mijn tuin, en ja: natuurlijk helpt ze me altijd wel, mijn man soms ook, maar jullie geloofen toch niet dat mijn vrouw in mijn tuin gaat werken als het reegent?, en als het fijf uur in de morgen is zie ik haar ook nooit, en dan ben IK er dus wel!, en van wie kon ik leeren wat ik dan moest doen, en hoe ik het beste voor mijn tuin kan zorgen?

Pom

Dat heb ik allemaal geleerd van Pom, de buitenpoes van mevrouw Kim, die op 21 feebruari een ster is geworden, Pom wilde niet binnen wonen maar woonde in een huisje in de tuin van mevrouw Kim, en ze had een slaapzak die eigenlijk voor mij was bedoeld maar die ik eng fond, Pom was er dol op en dat fond ik zo fantasties!, Pom wist ALLES over tuinen, loogies want ze had jaarenlange erfaaring en ze hield de tuin van mevrouw Kim altijd keurig netjes bij.
Pom was miniklein, net als Pokon, en toch was ze nergens bang voor, niet voor die grote zwartwitte vogels, en niet voor kra-kra-kraaien, ze trok zich nergens iets van aan, ze wilde haar leefen op haar eigen manier leefen, en dat kon doordat ze bij mevrouw Kim woonde als tuinpoes.

In het leefen

Als ik door mijn tuin loop en zie hoe mooi alles is denk ik aan Bolle, die ik nooit heb gekend maar toch ook weer wel, ik denk aan Popje, Beer, Molly en Billy die er hun grafjes hebben, ik denk aan Brammie en Loes die als vlinder foorbij komen, ik denk aan Oscar en het stoelenfeest, en ik denk aan Pom, de kleine zwartwitte damespoes die zo dapper was en waar mevrouw Kim zo goed voor zorgde.
En ik weet dat in de natuur en in het leefen alles komt en gaat, en na het ferdriet van de reegen en de kau van de winter komt altijd weer het begin van de lente, foorzichtig maar niet tegen te hauden, dat heeft Pom me ferteld, en zij kon het weeten.

****

Ik tetter NATUURLIJK weer voor vreede, maakt niet uit hoe lang het noodig is, ik ga door!, ik stuur onze vriend Joep van de blog heeeeeel veel feeliesietetters, hij fierde gisteren zijn tweede ferjaardag!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes, en ik stuur spesjale kopjes naar mevrouw Emmy en poes Noa.

Joep is vandaag jarig

De afgelopen dagen is m’n personeel druk bezig geweest met oude foto’s. Af en toe keek ik even met ze mee, maar heel eerlijk gemauwd had ik daar na een stuk of tien plaatjes al snel genoeg van en ben ik lekker naar buiten gegaan, de zon in.

Voor mij was ‘t een lekker rustig weekje, maar m’n personeel had ‘t er maar druk mee tussen hun dagelijkse bezigheden door. Na een tijdje hoorde ik hun ooohhh’s en aaahhh’s geeneens meer door de open tuindeur en draaide ik me nog ‘s lekker om op m’n kussen op de tuintafel en sliep verder.
Maar elke keer als ik weer even binnen kwam voor een hapje of wat likjes water, zat m’n personeel naar ‘t beeldscherm van de leptop te wijzen en riep ‘hee Joep, herinner je je deze nog?’
Uit beleefdheid mauwde ik dan even, nam een hap en ‘n slok en maakte weer dat ik naar buiten kwam. Want natuurlijk herinnerde ik me alles wat aangewezen werd op ‘t scherm, ik was er tenslotte zelf bij geweest…

Poeseren

Al vanaf dag één dat ik hier op mezelf ging wonen werden er foto’s van me gemaakt. Nog niet eens met een échte camera, maar gewoon, met de telefoon. Want die had m’n personeel altijd bij zich, en ach, dat werden vaak toch best nog wel aardige plaatjes. Ik had er ook helemaal geen verstand van en soms merkte ik niet eens dat er foto’s gemaakt werden, want ik hoorde of zag daar bijna helemaal niks van. Ik had het toen ook eigenlijk gewoon veuls te druk met spelen en ontdekken.
Toen ik wat ouderder werd kreeg ik een beetje door wanneer ik op de foto gezet werd, want dat merkte ik vooral aan het gedrag van Junior. Ze kwam dan heel stilletjes naar me toe om me niet te storen, maar omdat ze niet de snelste is om actiefoto’s te maken bleef ik dan soms even stil zitten en keek ik recht in de telefoon, zodat ze een foto kon maken.
Poeseren, heet dat geloof ik. En daar draaide ik toen al niet eens m’n poot voor om.

Feestboek

Eigenlijk had ik gedacht dat er in die eerste dagen dat ik hier was wel genoeg plaatjes en filmpjes waren geschoten en dat de lol er uiteindelijk wel van af zou gaan, maar toen kreeg ik m’n eigen Feestboekpagina. En dát was leuk! Ik mauwde bijna elke dag wat ik meegemaakt had, met een foto of een filmpje erbij. En langzaam maar zeker kreeg ik steeds meer vriendjes die ook een eigen pagina hebben, of die iets mogen mauwen of blaffen op de pagina van hun personeel. En terwijl ik toen nog te klein was om naar buiten te mogen, werd m’n wereld achter die leptop steeds groter. Gewoon, lekker in m’n luie stoel of op schoot berichtjes voorgelezen krijgen.
Al ging dat, zeker in het begin, met de nodige spellings- en grammaticafouten van m’n personeel. Maar we gingen elkaar steeds beter verstaan en daardoor ook beter begrijpen, waardoor we nu samen een kattastische band hebben. Ik hoef tegenwoordig soms alleen maar te kijken en ze snappen al precies wat ik bedoel. De training ‘Non-verbaal communiceren met personeel volgens eigen inzicht’ kan ik dan ook écht aan al m’n vrienden aanraden.

Beebie

Maar goed, ik dwaal af.
Ik had het over oude foto’s. Zelf heb ik daar niet zoveel mee, maar ik hoorde al van de buurtpoezen dat tweebeners af en toe graag weer iets uit het verleden willen zien, en mijn personeel is daar blijkbaar geen uitzondering op. Hoewel ik nog nooit foto’s heb gezien van toen zij zelf beebie-tweebenertjes waren, want de leptop en de telefoons staan vol met alleen maar foto’s van mij, vanaf de allereerste dag dat ik hier m’n poot binnenzette tot aan gisteren. Honderden, duizenden, misschien wel miljoenen foto’s, maar zover kan ik niet eens tellen op m’n achttien tenen. M’n personeel had het er gisteren zelfs zó druk mee dat m’n lunch vijf minuten te laat geserveerd werd. Moet toch niet gekker gaan worden vind ik!
Maar net voordat ik er iets over wilde gaan mauwen werd de leptop dichtgeklapt en kreeg ik een lekker kommetje kattensoep. Ze waren klaar met al die foto’s en mijn rust was dus weer voorbij.

Feest

Nou hebben ze geprobeerd om me uit te leggen waar ze zo druk mee bezig waren, maar ik begrijp er niks van. En wat heb ik er aan dat al m’n foto’s en filmpjes nu bij elkaar staan, van 0 tot 1 jaar en van 1 tot 2 jaar? Ik heb alleen onthouden dat de eerste foto’s van vandaag gelijk in het mapje van 2 tot 3 jaar gaan. Want m’n personeel zegt dat ik vandaag m’n tweede verjaardag mag vieren, maar het is hier toch elke dag feest? Dus waarom zou ik maar één keer per jaar een dag als vandaag vieren? De zon schijnt, de vogeltjes fluiten, m’n eten- en drinkbakken zijn gevuld, m’n huis ligt vol met speelgoed en ik krijg elke dag net zoveel knuffels, aaien en kroelen als ik wil.
Al zou ik vanavond een lekkere lauw gestoomde zalmmoot écht niet laten liggen, als m’n personeel vindt dat m’n verjaardag zo nodig gevierd moet worden…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Een hapje dat moet kunnen

Pas ging ik naar boofe het was ochtend en ik dacht ik ga kijken is ze wakker of is ze het niet. “Ollie!” zei ze dus wat doe ik, op bed springen en erbij. Het aaien begon meteen.

Hapje

Nou is het zo met aaien, ik find het fijn dan ga ik knorren en het is ook zo dat ik er soms spanning van krijg en dan moet ik ook knorren, dus dat is ferwarrrend als je zoals ik helemaal niet zo goed bent met gefoelens.
Ik zag een hand en ik gaf dus een hapje.
Lekker, eefe mijn tanden ergens in.
“Wat lief Ollie,” hoorde ik toen moest ik meer knorren en ik gaf nog een hapje alleen nou met meer tanden.
“Ollie”, zei ze en ik weer knorren en bijten, alleen nou met mijn tanden achterin mijn bek, daar pak ik ook altijd mijn muizen mee. En dan lekker eefe hard dat je foelt ik ben wel huiskater maar ik heb oer nog in mijn lighaam.
Ze riep wat hardop en toen mocht het opeens niet meer. Dat fond ik stom want ik moet me kunnen uiten, als ik kopjes geef dan mag het altijd wel. En bijten kan soms wel en soms niet, dat is ferwarrend.

Oefenen

Ik find een hapje dat moet kunnen.
Dus daarom ben ik er thuis mee aan het oefenen.
Ik bijt in haar vingers. Eerst eefe. Dan langer. Of harder. Kijken wat lukt. Als ik moet ophouden dan hoor ik het wel en dan doe ik eefe aan pauze maar ik weet in mijn kop straks bijt ik gewoon ferder.

In voeten bijten dat doe ik niet, wel spring ik op voeten maar alleen als ik ze onder het dekbed opeens zie komen, dan is het een spelletje dat is anders dat weet iedereen.
En ik bijt ferders alleen op stokjes met een smaak en in muizen dat ze weten Ollie is de baas.
Ja en soms op vingers dus wat ik zeg, dat moet toch kunnen.

Bert helpt mee met het hoeslaken (27)

Op de slaapkamer staat een king size bed, en daarbij hoort dus een king size matras en daaroverheen past een king size hoeslaken. Altijd een gedoe om dat te vervangen, maar gelukkig hielp Bert graag mee, als het hem even uitkwam.

Elke keer hoopte ik wel dat het mij dan ook uitkwam.

Nodig

Want een gedoe was die vervanging van het hoeslaken. De dekbedden er allemaal af was al een kritieke handeling. Het maakte een geluid dat Bert, dan nog beneden in de huiskamer, in de aktie-stand zette. Hij hoorde iets. Hij moest even gaan kijken of hij daar nodig was.
Nodig en nodig zijn twee.

Techniek

Met de dekbedden van het bed, zag Bert een grote leegte. Dus hopla, springen en op het bed heerlijk liggen, de pootjes gestrekt, meteen tevreden knorrend om het gezellige van dit huiselijke avontuur.
“Hè Bert,” zei ik. “Ik moet wel wat doen, hoor.”
Dat vereiste een zekere techniek.
Eerst wrikte ik de ene hoek van het hoeslaken los, van het korte stuk. Daarna de andere hoek. Zo rolde ik het hoeslaken op, en de grote liggende knorrende huiskater bleef altijd gewoon liggen waar hij lag, op het midden van het bed.
Vervolgens rolde ik het andere korte stuk op.
Bert keek belangstellend toe.
Hij bleef liggen.

Via dezelfde techniek van de korte stukken friemelde ik het schone hoeslaken aan het matras, en dat rolde ik richting Bert.
“Kijk eens,” fleemde ik met zachte stem, “een schoon laken, daar kun je heerlijk op liggen.” Bert overwoog de aantrekkelijkheid daarvan en begaf zich zo langzaam mogelijk naar het schone laken, waar hij neerplofte.
Dan had ik zeven tot tien seconden om de operatie laken vervangen te voltooien. En daarna begon het echte fun-gedeelte.

Samen

Bert lag in de ene hoek.
Ik schuifelde naar de andere hoek.
We keken elkaar aan.
En dan liep hij, kroop ik, naar het midden. Bert liggen. Ik liggen. En zo lagen we dan, rustig ademend, in het midden van een king size matras. Ons kon niks gebeuren. Want wij waren samen.