Als iets dit huis kenmerkt, dat is het de aanwezigheid van papier, in alle soorten en maten. Het gaat van kleine opschrijfblokjes tot kranten en tijdschriften tot planken vol boeken en dan zijn er nog hier en daar stapeltjes.
Heerlijk, papier.
Krant
Bert leek er ook van te houden; dat merkte ik als we samen de krant lazen. Die spreidde ik uit over het tapijt in de huiskamer en dan knielde ik ervoor, met Bert al snel naast me. Aan hem las ik dan een bericht voor en we overlegden of we het ermee eens waren.
Het gebeurde ook, dat ik de krant las tijdens het avondeten – ik ben een eetlezer – en dat Bert, eerder klaar dan ik, over de krant wandelde.
Heen.
En terug.
“Hè Bert,” zei ik dan.
Bert keek dan vriendelijk even wat er was, zich van geen kwaad bewust.
Soms sliep hij op de krant.
Soms at hij wat brokjes van de krant.
Scheuren
Een middag zat ik aan mijn werktafel toen ik uit de kamer een geluid hoorde dat meteen ongewenst was: KRRR.
Het scheuren van papier.
Meteen kijken: wat? Wat?
Bert bleek met een pootje de krant te hebben gescheurd. Hij keek naar mij, ik keek terug en hij scheurde verder.
Het was duidelijk dat hij er plezier in had. Die aandacht waarmee hij zijn nagel door het papier haalde. Keer op keer.
En toen kwam het vervolg. Op de gescheurde krant liggen. Rollen. Naar mij kijken.
“Goed zo,” zei ik. Natuurlijk, want een kater van twaalf jaar die een hobby vindt, die moedig je aan.
Hobby
Vanaf die middag zorgde ik ervoor dat Bert een krant had om mee te scheuren. Zijn voorkeur was een wat rijpe krant, dus die er al even lag, en die voor-verfrommeld was en dan weer plat gestreken met de hand. Dat deed ik soms als hij ongeduldig zat te wachten om met zijn hobby te kunnen beginnen.
Tijdschriften scheurde hij alleen met extra aanmoediging.
Boeken nooit.
Het enige minpuntje aan de hobby was dat ik de gescheurde krant opruimde. Ik ben geen Hausfrau, maar ik heb grenzen voor de hoeveelheid snippers papier die op het tapijt liggen. Dan was Bert altijd ontstemd, maar een nieuwe krant maakte veel goed, gelukkig.
Lieve allemaal, ik hoop dat jullie allemaal fijne paasdagen hebben gehad want dat was weer een ekstra vrije dag en dat is altijd fijn. Zelf vier ik geen paase omdat ik bang ben van de paashaas. Ik weet van ooma dat deze zo heel erg groot zijn omdat ze zoveel eieren bij zich dragen. Ik ben veilig thuis geweest. Ik ben wel heel eefe in mijn tuin geweest maar niet zo lang.
Uit de kraan is lekker als je het meteen kan drinken. Je moet dus eigenlijk half onder de kraan staan wil je de lekkerste water. Daarna wanneer het in je bakje zit gaat ook nog. Dan is het water nog lekker vers. Maar ohwee als je een dutje doet of eefe een andere kant op kijkt. Dan is dat water meteen oud en vies. Er zit geen smaak meer aan. Dus kraanwater kan maar dan wel direct van de kraan zelf. Dan heb ik natuurlijk nog meer plekjes waar water is. Buiten bijvoorbeeld. Buiten op de tafel staan altijd potten of schaaltjes van ooma. Niet dat zij iets met tuinieren doet want dat doet mijn vrouw. Maar daar in die potjes zit ook water. Het is water van de wolken of te wel regen.
Ooma vind het nooit een goed idee dat ik water drink van de buiten potten maar ik vind het een super goed idee. Er is natuurlijk ook water dat veel langer staat en groen wordt. Daar ben ik nie zo fen van want daar zitten lange draade in en die zijn vies. Je hebt ook nog tegels in de tuin die misschien scheef staan, daar kan ook water in komen. Dat water heeft te veel zand dus dat drink ik niet zo heel graag. En voordat ik het vergeet, ik heb een keertje van mijn vrouw water gekregen uit een fles. Die haal je in de winkel bij een Liedel. Dat water smaakt nergens naar want er zit niks in. Geen regen, geen zandkorreltjes of blaadjes, gewoon helemaal niks. Dat is saai water. Dus mijn favoriete drinkwater is uit de gele pot.

Soms staat het opgevouwen als een pakket tegen de bank en kan ik er onderdoor tijgeren. De kleur is wisselend grijs of groen al dan niet met gekleurde bladeren erop. Alsof het herfst is. Als ik er over heen loop, is het zacht en zak ik er diep met mijn poten in weg. De stof is ruw, waardoor ik er purrrrfect in kan klimmen. Opvallend, het staat alleen rechtop als het licht is. Het gaat languit gestrekt als het donker is. Het zijn de dames die er als eerste op gaan liggen. Heerlijk knus tegen elkaar aan onder het nepdons dat eerder boven op het grote bed lag. Foppe kruipt er bij zodra het lampje uitgaat. Even ben ik in twijfel. Duik ik ook op dat rare matras om Saame met z’n allen te gaan slapen? Of ga ik naar buiten voor mijn pursoonlijke kattiviteiten; inspectiedingen doen, sterke furhalen ophangen met mijn furrienden en muizen interviewen.
het een soort hink-stap-sprong.
Het was een ochtend zoals altijd, ik werd heel froeg wakker en wilde naar mijn tuin, ik tetterde en mijn man stond op en deed mijn luikje van de klipjes af, die klipjes zitten er op zodat Pokon niet elke nacht stiekum mijn eeten opeet, dat doet hij nau toch ook alleen dan iets laater, maar enniewee; ik ging mijn tuin in en kontroleerde of alles in orde was en dat was zo, dus ik klom weer in bed bij mijn mensen om nog efentjes te slaapen.
