Japie: over van alles en nog wat

Boven aan de vliering trap

Laat ik maar gelijk met mijn kattenluik de keuken in vallen. Via de postduif komen verontruste berichten van furriendjes binnen die zich zorgen om ons maken. Omdat we pauze hebben ingelast op Beestboek.

Dat is heel lief, maar gelukkig nergens voor nodig. Soms is een reden heel simpel. Mijn mens heeft haar arm overbelast, waardoor ze rust moet houden. Ze mag haar telefoon alleen voor het hoognodige gebruiken. Ook moet ze oppassen met muizen. Al snap ik niet goed wat een muis met haar arm te maken heeft. Verder ben ik extra voorzichtig omdat er boodschappen tussen zitten van vage types die dreigen mijn furhalen en foto’s te pikken. Die zou ik pas terugkrijgen als ik heel veel brokjes betaal. Tot op heden blijft het bij bluf, maar ik ben wel heel erg op mijn katvive. Daarom blijven we een tijdje stil. Via deze letters breng ik jullie op de hoogte van het wel en wee van de afgelopen dagen.

Tante Cato

Dat m’n tante wat gedoe heeft met de plastic plasdoos hebben jullie nog kunnen lezen op

Troost geven aan tante Cato

Beestboek. Er zat een ontsteking in haar blaas en daar moest ze pillen voor. Altijd heb ik gedacht dat mijn tante streng maar rechtvaardig was. En dat ze poeslief was voor ons mens. Inmiddels weet ik dat ze niet voor de poes is als het op pillen aan komt. Ze heeft Mo keihard in haar vingers gebeten. Al gingen niet alle pillen er vlot in tante Cato leek er wel goed van op te knappen.
Van de week ging ze echter weer van bak naar bak naar bak. Toen de Upurr voor reed dacht ze dat ze een romantische dagje uit zou hebben met haar Willem. De taxi reed echter linea recta naar witjas, die haar opsloot in een kooitje met een bak vol plastic korrels. Ze mocht pas naar huis nadat ze er een paar druppels uit had weten te persen. Knappe koppen hebben daar met een vergrootglas naar gekeken en die kwamen er achter dat er een megagrote familie irritante beestjes in haar buik vakantie aan het vieren is. Het zijn afstammelingen van Ene Coli. Nu moet ze opnieuw pillen. De doos met pleisters staat binnen pootbereik.

Foppe

Mijn broer moet binnenkort naar de tandarts. Een paar dagen terug was hij al bij witjas voor een – heel moeilijk woord – preoperatief onderzoek om te beoordelen of zijn lijf dat wel aan kan. Er is het nodige gepraat met mensen die er heel veel over geleerd hebben. Die zijn het er over eens dat het beter is om zijn gebit een stralende look te gaan geven, omdat de ontsteking in zijn bek gevaarlijk is voor zijn gezond.
Om reden die ik eerder noemde, furtelt Foppe er niets over op Beestboek. Maar willen jullie heel veel voor hem duimen? Want het is best spannend. Dat merk ik aan mijn mens die er zenuwachtig over doet.

Snuiter

De vlieringsnuiter heeft onlangs met heel veel stof en kabaal de vloer verstevigd, zodat de koelingen er niet door heen kunnen zakken. Het moet gemiauwd, de fundering van de bedrijfsunit van Muisbezorgd ziet er purrrfect uit. Maar verder…. Breek me de bek niet open. Want een bende! Overal staan herriemakende machines (gelukkig alleen als de snuiter er bij is). Over de rollen dikke watten kan ik amper heen kijken en ik verzwik mijn poten over de stapels losse planken.
Toen hij ook nog wegging zonder slagroom met mij te delen, heb ik mijn beklag gedaan bij Mo. Ze zegt dat hij nog een paar keer terug komt om de puntjes op de i te zetten. Dat is hem geraden! Hij moet snel zijn, want het Grote Weilandfeest is al over tien weken. Wat denken jullie, is het verstandig om alvast een plan B achter de poot te hebben?

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over grenzen

Iedereen en alles heeft gefoelens, misschien alleen steenen niet, daarvan weet ik het niet zeeker, maar ferder foelen we allemaal van alles, en die gefoelens bestaan in twee soorten: gefoelens van je lijf, en gefoelens van je hart.

Als ik bijfoorbeeld honger heb fertelt mijn lijf dat aan me: mijn buik gaat rommelen omdat ie leeg is, en als ik moe ben fallen mijn oogen bijna dicht en moet ik gaapen, dat is allemaal heel heel makkelijk te begrijpen.

In de war

Gefoelens in mijn hart zijn anders, sommige zijn heel sterk: als ik naar de dierendokter ga ben ik BANG, daar hoef ik niet eens over na te denken, dat foel ik meteen!, als ik knuffels krijg van mijn mensen ben ik heppie en gaat mijn motor van brom-brom-brom, maar het kan ook zo zijn dat ik wel merk dat ik iets foel in mijn hart en dat ik er geen woorden voor heb, of dat ik zoveel dingen tegelijk foel dat ik er van in de war raak, en zo was het forige week.

Tuinvrienden

Jullie weeten toch dat ik tuinvrienden heb?, Mikkie, Pokon en Juultje zijn mijn tuinvrienden, Mikkie en Juultje zijn kindertjes van kater Bolle die hier voor mij woonde, ze zijn ongefeer net zo aud als ik, ongefeer twaalf jaaren, en ze blijfen altijd netjes op het dak van het schuurtje of in de tuin van de buuren.

Pokon is een puuberkatertje, zo noemen mijn mensen hem, en hij kan oferal komen waar hij wil omdat hij zo klein en leenig is, en nu met dat nieuwe hek komt hij NOG makkelijker in mijn tuin, elke morgen heeeel froeg eet hij mijn eeten op als mijn luikje weer oopen is, in de nacht is het dicht, totdat ik in de ochtend naar buiten wil, dan doen mijn mensen mijn luikje van het slot en staat Pokon al te wachten, oferdag ligt hij vaak in mijn tuin, dat find ik allemaal prima, echt waar, maar wat er nau een paar daagen geleeden gebeurde…

Omdat het zo warm was was ik nog heel laat buiten in mijn tuin, ik lag op een van mijn stoelen, mijn vrouw sliep al, mijn man kwam me twee keer ophaalen maar ik wilde buiten blijfen, omdat het al zo laat was is mijn man ook naar bed gegaan, en mijn luikje bleef oopen om mij weer naar binnen te laaten.

Maar… Pokon was stiekum ook in mijn tuin en ging natuurlijk meteen naar binnen!, hij at mijn eeten op, speelde met mijn speelgoed, krabte aan mijn kartons en ging toen een dutje doen, ik fond het eerst niet zo erg maar na een tijdje werd het me toch tefeel, ik maakte mijn vrouw wakker, zij zette Pokon naar buiten en ik liep mee, mijn vrouw zei nog Keef, blijf nau hier maar ik wilde buiten tsjekken of Pokon echt wegging, en daardoor moest mijn luikje WEER oopen blijfen.

Een mienuut nadat mijn vrouw weer naar bed was gegaan liep Pokon dus weer naar binnen en begon alles opnieuw, ik tetterde totdat mijn man opstond, maar Pokon ferstopte zich, mijn man zag hem niet en ging terug naar bed.

Knuffels

Pas om zes uur in de ochtend werd mijn vrouw wakker omdat ze iemand hoorde rennen in de slaapkamer, ze wist meteen dat het Pokon was, tilde hem op, zette hem naar buiten, en… deed mijn deurtje op slot!, ik was er efentjes nerfeus van, maar ineens snapte ik waarom dat was, ik kroop op bed bij mijn mensen, aan het foeteneind, mijn vrouw ging ondersteboofen liggen om met mij te knuffelen en zo hebben we een tijd geleegen, ik was helemaal blij en ook heeeeeel erg moe van de hele nacht op Pokon moeten letten.

Pokon en ik

De folgende dag toen ik Pokon in mijn tuin zag werd ik zomaar ineens heel boos, ik gaf hem een tik en hij maakte zich klein, ik wist zelf niet presies waarom ik nau boos was want zo ben ik helemaal niet!, daar werd ik ferdrietig van, ik liep naar binnen en ging op de grond liggen, helemaal in de war, mijn vrouw kwam naast me zitten en zei dat ik Pokon best een keer een tik mocht geefen, dat dat beteekent dat ik een grens aangeef, dat ik zeg Tot hier en niet verder legde ze me uit, en ze zei dat ze heel goed snapte dat het me tefeel was geworden dat Pokon de hele nacht in mijn huis was.

Ja, zo was het presies, ik snapte wat een grens is, een woord dat ik niet in letters kon zeggen maar wel kon foelen, en nau ik weet wat het is durf ik nog wel eens een grens te maken!

****

Ik tetter weer KEIhard voor vreede, ik ga net zo lang door tot het is gelukt!, en ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes!!

Joep kijkt uit naar het Weilandfeest

Nou, afgelopen week viel best wel mee hoor, ik heb braaf woensdag m’n laatste pillies, fijngemalen door m’n ontbijt en diner, netjes opgegeten. Eigenlijk smaakte het eten me prima, ik merkte niet eens dat er iets doorheen zat…

Natuurlijk heeft de zon ook goed mee geholpen dat ik me al snel weer steeds beterderder ging voelen, want ik heb buiten heel veel lekker lui liggen dutten. En genoten van alle extra aaien en knuffels die ik kreeg want m’n personeel was best wel bezorgd. Ik ben nog maar één keer eerder ziek geweest in m’n leven, en dat was toen ik een muis had gegeten die niet zo lekker viel. Als ik daar nog aan terug denk begint m’n maag alweer te draaien, dus dat doe ik maar niet verder. Tenslotte was ik toen nog een behoorlijk onervaren kittenkater die heel erg graag wilde slagen voor de internetcursus “Hoe vang ik een Weilandmuis” die Tante Luna Poes had geschreven. Uiteindelijk ben ik daar toen wel voor geslaagd, maar je moet niet vragen hoe…

Weilandmuis

Maar ehhh, over Weilandmuizen gemauwd, ik was van de week weer aan de wandel in m’n weiland, en toen kwam ik ineens beebie Weilandmuisjes tegen. Ik heb ze even geabso… geopso… nou ja, geobserdingest, zonder een poot naar ze uit te steken. Want het waren nog niet eens éénhapssnekkies, zo klein waren ze nog maar. Dus ik ben plat op de grond gaan liggen om ze te bekijken, en op een gegeven moment liepen er zelfs een paar gewoon heel brutaal over m’n voorpoten heen. Ik wist zeker dat ik ze met één razendsnelle tik allemaal tegelijk had kunnen pakken, maar ik heb me ingehouden. Want deze kleine muisjes moeten eerst nog flink wat groterder groeien, anders vallen ze zo door het rooster van de Hibatsjie en dat is nou ook weer niet de bedoeling.
Maar ik ben heel blij dat de Woelige Weilandmuizen eindelijk weer terug zijn, dus er is gelijk een Weilandmuizenjachtverbod ingesteld voor de komende twee maanden. Gelukkig snappen mijn collega-buurkatten dat allemaal helemaal, want die willen dit jaar ook graag naar het Weilandfeest komen en ze hopen dat er dan genoeg Weilandmuis voor iedereen zal zijn.

Feest

Gek eigenlijk hè, dat de tijd zo snel gaat. Nog maar twee en een halve maand en dan barst ‘t feest alweer los. Er is al een hele hoop geregeld, maar ook nog genoeg te doen. En vanaf 1 juni kun je je aanmelden als je er (weer) bij wilt zijn, en dan hoop ik ook weer dat er een paar mooie workshops aangemeld gaan worden, net als vorig jaar.
Zelf wil ik natuurlijk weer de zwemworkshops gaan geven, voor beginners en gevorderderden. Maar ik neem ook de workshop “Catwalkwandelen op diverse hoogtes” voor m’n rekening. Te beginnen op een catwalk die tien centimeter boven de grond staat, met als hoogtepunt de catwalk voor de gevorderde durfal op zes meter boven het maaiveld. En natuurlijk staat de veiligheid bij deze cursussen weer voorop hè, want net als vorig jaar wil ik iedereen ook nu graag na afloop van ‘t feest weer heelhuids richting huis zien vertrekken!

Kort

Nou, ik hou ‘t deze blog maar kort, want vorige week had ik heul veuls teveel letters gemauwd. Gelukkig waren Ollie en mevrouw Olliebert zo lief om die lange blog toch op de site te zetten zodat jullie m’n belevenissen bij die lieve dierendoktermeneer ook konden lezen. Maar ik heb beterschap beloofd en toegemauwd dat ik m’n blogs niet meer zo lang zal maken.
Dus als ik nu alle letters van deze en vorige week bij elkaar op laat tellen kom ik precies uit op de goeie lengte die een blog hoort te zijn. Ongeveer. Bijna.
Maar ‘t gaat om ‘t idee, toch?

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Toen hoorde ik iets achter de muur

Nou moet ik eerst uitleggen dat ik heel graag in de keuken ben saame. Het is daar klein en daar ligt zeil en ik heb er een krant om op te liggen. Dus ik find, dat is intiem. En we doen er altijd de laatste knuffel van de afond dan gaan we saame op het zeil liggen en we zijn stil.
Stil is goed.
Dan foel je van binnen dat je saame bent.

Geluid

Alleen nou is het anders geworden.
We lagen gewoon te liggen en toen hoorde ik iets achter de muur.
Ik zat meteen rechtop.
“Wat nou Ollie?” zei mijn vrouw weeges ze hoorde niks en het is gewoon zo een kater hoort beter dan een vrouw daar kan ze niets aan doen maar het is zo.
Ik keek naar de muur heel intens.
Zij ook.
Weer een geluid het was een klein geluid, soms hield het eefe op en dan was het er weer.
Ik bewoog helemaal niet meer dan kan ik beter luisteren.

Muur

Toen stond ze op en ze zette het rek weg: “Nu kun je erbij Ollie.” Ik sloop naar de muur toe en toen bleef ik er staan.
Geluid weg.
Dat kwam niet door mij eerlijk echt waar niet.

Oer

De afond erna was ik er klaar foor. Ik ging bij de koelkast liggen en ik dacht als ik eronder kruip kan ik beter luisteren. Maar alleen een poot lukte.
Er kwam geen geluid.
Daarna weer wel.
Ik weet niet wat het is. Geen muis die geluiden snap ik. Geen mensen die geluiden snap ik ook. Mijn vrouw heeft buiten gekeken voor mij en ze zei alles is hetzelfde.

En nou is het elke afond dat we in de keuken zijn anders. Ik wacht op het geluid achter de muur en zij wacht tot ik wat hoor. En ik weet geeneens wat foor geluid het is. Alleen dat het spannend is en in mij zegt het oer van opletten Ollie, je weet het niet.

PS Weeges priefee mag ik geen foto uit de keuken hier zetten

Bert en de alvleesklier (32)

Een keertje wat overgeven kan, vond ik, maar toen Bert met enige onregelmaat een wittig bergje spuug op het tapijt deponeerde, werd ik ongerust.

Ik friemelde in het spuugje, wat ik niet vies vond. Want het kwam van Bert. In het spuug zaten geen harde stukjes, en ook geen bloed; dat stelde me gerust. Maar gewoon leek het me niet. Dus van binnen groeide een zekere alertheid.
Daardoor zag ik al snel dat hij uit zijn gewone doen was geraakt.
Niks gezellig samen in de huiskamer hangen. Achter de kastjes in zijn uppie willen liggen met een gezicht dat ‘niet storen’ communiceerde.
Niet meer over de trappen willen lopen.
Minder trek hebben in het avondeten, en zelfs met knuffels en aanmoediging moeilijker eten.

Afspraak

We zijn allemaal weleens van slag, dacht ik. Maar er kwam een moment waarop ik haarscherp zag: dit is niet goed.
In dat moment maakte ik een afspraak: naar de dierenarts.
In het reiskorfje leek Bert me slapper dan anders.
Beklemmend.

Uitslag

Bij de dierenarts werd er meteen bloed afgenomen voor onderzoek. Bert en ik zaten in de wachtkamer, hij in de reismand en ik me voor hem flink houdend. “Straks fijn naar huis, hoor.”
De dokter kwam.
“De nieren zijn in orde,” begon ze. En ik was meteen opgelucht, daarna weer toen de waardes van de schildklier dat ook waren. Maar er was meer. Bert had een chronische alvleesklier-ontsteking. Er volgde een verhaal over fructose, suikerwaardes waaruit ik alleen begreep: anders eten, hij gaat niet meteen dood. De pijnstiller Onsior kocht ik groot in, evenals de Cerenia tegen de misselijkheid. En zoals mijn kleine rode kater Tim voor hem, kreeg ook nu Bert elke avond een lekker hapje met daarin medicijn, fijngemaakt in een vijzel. Hij at.

Samenzijn

Geleidelijk trok Bert weer bij. Hij at weer beter, hij wilde weer meer gezelligheid en vooral, hij zag er weer meer uit als zijn gewone zelf, als wie hij was, een oudere jongen die het leven nam zoals het was.
Alleen ik was langer dan hij van slag. Dat ernstige gezicht van de dierenarts, wat ik allemaal online had gelezen over alvleesklier, het besef kwam bij me binnen dat het samenzijn met Bert eindig kon zijn. Deze keer waren we samen er goed afgekomen. Ik wilde niet denken aan de volgende keren. En na verloop van tijd deed ik dat ook niet. Het gewone leven had zijn loop hernomen.