Toen ik naar de dokter moest

Het was een gewone dag, dat dacht ik, alleen ik kon niet goed loope dus ik liep scheef en toen dacht ik, eefe rustig aan doen Ollie.
Dus ik ging niet mee naar de badkamer. Ik zat op de trap te wachten tot ik weer gewoon kon loope.

Nou is mijn tip voor iedereen die niet in een taksie naar een dokter wil om gewoon te doen wat je altijd doet anders moet je opeens.
Dat gebeurde met mij.
Mijn vrouw keek naar me toen ik daar zat en ik keek terug en eefe later ging ze telefoneren en ik kreeg een hapje met spul erin. Dat wist ik pas zeker toen ik het op had.
Toen werd ik helemaal sloom.

Maar ik ferstopte me wel eefe toen ik in de reismand moest. Alleen het hielp niet. Dus taksi in en bij de dokter moesten we boofe wachten daar is het rustig.
Ik was sloom maar ik fond er niks aan.
De dokter friemelde aan mijn voet daar was niks mee dat wist ik zelf ook al.
Toen aan mijn poot, die deed een beetje raar maar die was niet stuk, ja fraag mij het dan eerst.
Alleen toen zat ze aan mijn sgouder en toen opeens deed ik PIEP.
Ze zegt hij heeft een kneuzing daar. Mijn vrouw moest uitleggen hoe kan dat maar ze wist het niet en ik ook niet. Ik leef gewoon als binnenjongen en ik doe geen gekke dingen, en treene deed ik ook al minder.

Thuis waren er opeens schilders in mijn straat. Dat wisten we geeneens toen was er ook spanning.

Ik krijg nou een pil tegen de pijn, die zit in mijn eete dus dat eet ik gewoon. En misschien ga ik iets anders probeere als de pil niet helpt. Soms krijg ik iets van olie dat is fies maar ik probeer het.
Maar eerlijk waar er is niks aan. Hoe het gekomen is snap ik niet, en ik hoop dat het ofergaat dus als iemand weet hoe moet dat, dan hoor ik graag adfies.

🐾 Samen sterk. Een herfstverhaal van Doerak en zijn vrienden

Hallo katermannen en kattenpoezen,
Ik ga jullie vertellen over het samen zijn. Samen met al mijn vriendjes en vriendinnetjes maar ook met mijn mensen. En waarom dat belangrijk is.
In mijn jungle begonnen de bladeren te verkleuren en te vallen. Het is herfst, en dat betekent knusse avonden, kruipend tegen elkaar aan, en de geur van gevallen regen in de jungle en de lucht van het eten binnen in de keuken van mijn huis.

Op de bank

Ik zat op mijn favoriete plekje op de vensterbank, mijn vacht was lekker warm. Bliksem lag opgerold naast mij, zijn zwarte staart over zijn neus geslagen. Roover, de jonge avontuurlijk katerman uit de buurt, was net binnen komen lopen nadat hij zich gemeld had door te kloppen tegen het raam. Hij liep met een ondeugende blik en modderige pootjes naar binnen. Kortom het leek op een dag als alle anderen.
Maar vandaag was anders. De baasjes waren stil. De mensen hadden een footoo album in de handen waar ze doorheen bladeren. Ik voelde het meteen – er hing iets in de lucht. Geen verdriet of zo, maar herinnering, samen zijn.
Bliksem sprong van de vensterbank af en liep naar de mensen om kopjes te geven tegen hun benen. Roover sprong op schoot bij mijn baasje en die moest lachen. Ik volgde het goeie voorbeeld, sprong op de bank en ging midden tussen de mensen zitten. Ik keek rustig om mij heen. En dacht: Wij zijn hier samen. Dat is genoeg.

Verhalen

De rest van de avond lagen we met zijn allen op de bank. Ik hoorde verhalen vertellen over Tante Fleur, over hoe ik Bliksem alles heb geleerd vroeger. Van muizen vangen tot de beste verstopplekken in de jungle. Roover zat er met gespitste oren bij. Alsof hij het opsloeg voor thuis.
En terwijl de regen zachtjes tegen het raam tikte voelde wij het allemaal: het leven is mooier als je het deelt. Met vriendjes en vriendinnetjes, met mijn mensen, en met iedereen die in mijn jungle op bezoek komt. Zoals de egel familie, die er nu ook woont.
Want samen zijn is niet alleen gezellig, het is ook kracht, en liefde. In elk kopje, elke blik, elke herinnering.
Rijkdom zit niet in wat je hebt, maar in wie je om je heen hebt. Samen zijn in stilte, in herinnering en in avontuur. Dat maakt mijn leventje als katerman warmer, rijker en mooier.
Al mijn vriendjes en vriendinnetjes wens ik weer knuffels, lekker eten, snacks en veel zon.
Misschien dat jullie na mijn verhaal makkelijker en mooier de donkere dagen van de herfst doorkomen. Veel knuffels en pootjes. Ook van de egel familie. Echt waar!
🐾 Poot van Doerak

Belle en de beleefenissen thuis

Liefe frientjes hier ben ik weer om een mooie blog te schrijfen. Ik hoop dat het met jullie allemaal goed gaat en dat jullie ekstra furrwend zijn met de dierendag.

Laaaminaat

Ik begon de dierendag met een klein ongelukje. Ik bedoelde het eggie niet zo hoor en fooral niet op dierendag, maar ik had per ongeluk een poepie laten vallen in de slaapkamer. Het was maar een klein hard poepie hoor en ik denk dat het aan me was blijfe hangen, en in de slaapkamer op het laaaminaat was gevallen.
Wat ligt daar nou vroeg frouwtje toen ze wakker werd. Inmiddels lag ik weer bij haar op bed, maar ik hield mijn kaake op mekaar en miauwde niets terug. Ze stapte uit bed, het was toch tijd om op te staan en kwam terug met een keukenrol en een dweil . En hup weg was het en konden we de dag beginnen.

Feeren

Nou, ondanks het ongelukje begon de dag toch fijn. Ik kreeg knuffels en een lekker ontbijt uit een blikje, speciaal voor de dierendag zei ze. En ik kreeg ook een kado. Een hengel met egte feeren er aan die had ze zelluf gezocht in het bos, speciaal foor mij. Nou ik vloog er gelijk op af want ik hou van feeren. Het was verder een kleileuke dag hoor, want het was ook wiekent en waren we gezellig saame. Ik heb feel gespeeld met de feerenhengel en gerend achter een ping pong balletje, poinkie, poinkie, poink. Er
scheen ook zon, maar de balkondeur was dicht want het waaide keihard. Ik kreeg ook lekker afondeete en ik miauwde tegen frouwtje dat ik met de Kersemus ook van die lekkere blikjes wil. Ze heeft het begreepe zei ze.

Pleet

Forige week kwam frouwtje thuis en ze zei, Belle moet je kijke wat ik heb gekocht, dat is lekker foor op de bank, ook foor jou. Nou fin ik dat de bank prima lig hoor, het is mijn faaforiete plek geworden. Maar ze had dus een heele groote pleet gekocht met teddie erin. Ekstra warrum foor de herruf en winter zei ze. Hij zag er mooi de warrum uit en rook ook lekker, dus ik dacht laten we die pleet maar eens prooberen. Frouwtje deed de pleet neerleggen en ik sprong gelijk op de bank en kroop in het warrume teddie. Toen ging ze thee zetten hebben we saame zomaar eefe een dutje gedaan. Frouwtje zeg ook, Belle het is belangerijk het binne fijn te hebben en te rieleksen, de wereld buite is druk genoeg. Dus doen we met de herruf fooral rustig aan en genieten we binne en van saame. `

Frouwtje doet vaak rooie sap maake in een lawaaiding, rotherrie noem ik dat. Het is sap van rooie bieten of rooie druiven zeg ze, en dat het gezond foor haar is. Ze schenk het dan in een groot wijnglas,net egt zeg ze. Nou, ze ging zitten in de bank, wat ze dee weet ik niet, maar toen viel het glas rooie sap om zo in de bank op het mooie witte teddiepleet en op het floerkleed. Ik schrok mij een hoedje, maar gelukkig was het sappie niet op mijn fagt gekoome. Ohhhhhhh, riep frouwtje, het kan niet erger, de pleet is net nieuw en rode druivensap krijg je er niet meer uit ! Ze rende met de pleet naar de badkamer en ging ze die onder de douche zetten. Ik ben maar in het opbergvak in de slaapkamer gaan liggen, want het werd me allemaal te feel. Glasscherven op de floer, rooie sap oferal. En zij maar douchen met die pleet. Nou, die ging op een gegeefe moment in de wasmachine. Toen kwam ze met een groote emmer sop en een borstel. Toen kreeg het floerkleed een flinke wasbeurt.
Het was ineens zo onrustug en druk, mijn afondeete kwam ook nie. Misschien val het mee Belle, we moeten eefe afwachten. Toen kreeg ik gelukkig mijn afondeete.

Op een gegeefe moment was de wasmachine klaar en ging ze de teddiepleet eruit haale. Niet te geloofe Belle, de rooie druivensap is eruit. We moeten eefe kijke hoe het opdroogt, morgen weete we het. Nou, de folgende dag was de pleet zo wit als wit en heeft ze die weer op de bank neergelegd. En toen was alles weer fijn en rustug en warrum. Rooie sap doe ze nog wel drinken, maar ze doe foorzichtig nu.

Oppasse

Ik hep nog wat moois beleefd, maar dat furrtel ik in de folgende blog. Frouwtje is furrkouwe geworden, ze doe snuite en en hoestuh. Ze heeft feel geslaape en dan kan ik nie op de aaipet. Dat geef nie want dan zet ik het furrhaal in de folgende blog.
Ik doe nu passen op frouwtje dat ze weer gauw beeter worden doe. Ze drink de hele dag thee met van die gele dingen erin. Citroen en gember zeg ze. Ze ging fanmorrige niet naar het werk, dus hebbe we saame de blog kunnen afmaake.

Ik wens jullie liefe frientjes een mooie week, met herrufzon saame, en lekker warrum binne.

Een zachte kopstoot fan Belle.

Japie: als een vis in het water

Japie! Nee!
Wachten, Japie!
Japie, laat Cato rustig eten.
Iedere ochtend hetzelfde liedje.

Ontbijttijd

Na de nachtelijke kattiviteiten voor Muisbezorgd soes ik rond het ochtendgloren onder de prikkelbosjes. Bij de eerste buzzer schiet ik overeind. Ik weet dat die over een paar minuten weer klinkt. En nog een keer. Dan pas springt mijn mens uit bed. Nou ja, springen, met haar strammer wordende lijf hijst ze zich eruit. Voordat zij rechtop staat en slaapdronken de trap af is gestommeld, ben ik al vanaf de straatzijde om ons huis heen gerend, onder heg door en klababber door het kattenluik. Zo komen we precies tegelijk in de keuken aan. Fijn dat je er bent, Japie zegt ze dan en geeft me liefkozend een aai over m’n bol. Dan pas komt mijn broer aangerend om luid miauwend om de benen van ons mens te gaan draaien. Ik heb al em al zo vaak gezegd dat hij de boel juist stagneert met zijn gedrentel. Het is tegen dovekatersoren. ‘Eerst de bakjes en zakjes en lekkere hapjes, jongens’, zingt ze steevast. Wat dat betreft heeft ze geen ochtendhumeur. Er volgt gegarandeerd een struikelpartij. Want Foppe loopt zigzaggend voor Mo uit als zij onze ontbijtspullen klaar zet. Na een paar pirouetjes kan ze dan toch aan de slag. Blèrend springt mijn broer tegen de koelkast aan, alsof hij in jaren geen eten heeft gehad. Zo onpotig, want in de koelkast staan juist de meest exquise lekkernijen. Die worden daar bewaard, omdat ik de koelkast niet eigenpotig open krijg.

Lekkerbekkend

In het eerste bakje gaat van die furrukkullukke liquid snack. Met een paar goed bedoelde smakeloze druppeltjes die de klierende klier van m’n tante minder laten klieren. Het water loopt me in de bek als ik dat ruik. Mijn broer en ik rennen smachtend achter dat bakje met lekkers aan. Tevergeefs. Tante Cato zit braaf onder aan de trap te wachten. Met een zwierige zwaai en ‘dames gaan voor’ zet Mo het smikkelgoedje voor haar neus. Als een waakhond blijft ze er net zo lang bij staan tot m’n tante het bakje likje voor likje voor likje voor likje voor likje leeg heeft gemaakt. Voor ik het kan afwassen grist Mo het razendsnel van de grond. Terug naar het aanrecht. Eindelijk worden dan alle bakjes gevuld met vlees. Of nog beter, ik ruik vis. Mijn lievelings. Het kwijl loopt langs mijn bek.
Met twee bakjes balancerend boven haar hoofd loopt Mo weer eerst naar de eetplek van tante Cato. Die rustig aan de vis begint te likken. Foppe springt omhoog om alvast zijn bakje te pakken te krijgen. Ik ren er achter aan in de hoop dat het op de grond klettert. Als een ware acrobaat zet ons mens het met wat omwegen voor hem neer onder de tafel in de woonkamer. Mijn broer trekt een vieze snoet. Alweer dieetvoer. Mo ziet zijn beteuterde koppie en zegt zoals iedere ochtend ‘Sorry, ventje, anders krijg je buikpijn.’ Met lange tanden begint hij er aan, terwijl ook hij liever vis eet. Terug naar de keuken waar ik e i n d e l i j k mijn ontbijt krijg. Dat het afdankertjes zijn van m’n tante daar kan ik mee leven. Die zijn altijd beter dan het niet te vreten dieetvoer van mijn broer. Hap slik hap slik en weg is het. Ik kuier naar de woonkamer om het bakje van Foppe toch maar af te wassen. Iemand moet het doen, toch?!

Berisping

Voor ik naar de gang kan sluipen, hoor ik het. ‘Japie! Nee!’ Ik snap er niks van. Waar is Mo? Ik zie haar niet, maar hoor haar wel. Haar stem gaat rustig maar kordaat verder: ‘Wachten, Japie!’ Ik zet een poot naar achter. ‘Goed zo, lieverd.’ Twee stappen naar voren. ‘Japie, laat tante Cato eens rustig eten.’ En zo gaat het door. M’n tante kijkt onrustig om zich heen, ziet mij liggen en geeft zich gewonnen. Voordat zij zich kan omdraaien om er ijlings vandoor te gaan, zit de vis al in mijn buik. Die lekkernij kan maar binnen zijn. De reprimande die er op volgt, deert me niet. Tante Cato krijgt heus wel nieuw eten. Als ik dan maar niet achter het net vis.

Koppie van Japie