Hoe het presies kan weet ik niet, maar mijn zomer is terug, ik lig de hele dag in de zon in mijn tuin, ik blijf weer tot heel laat buiten, en weeten jullie wat zo biesonder is?, mijn Mikkie is ook terug!, zau dat met elkaar te maken hebben of is het toefal?, ik weet het niet en het geeft ook niets want mijn Mikkie en Juultje zijn weer elke dag op het dak van het schuurtje, mijn zomer is er en Pokon komt elke dag mijn eeten opeeten: alles is in orde.
Froeg
Totdat mijn mensen een paar daagen geleeden zomaar veel froeger op stonden dan anders, dat merkte ik natuurlijk wel maar ik dacht er ferder niets bij, mijn vrouw ging met me naar mijn tuin en er was gelukkig al zon, zo zaten we gezellig met zijn tweetjes, tot ik de bel van de deur hoorde, en een stem, een mannenstem, ik kroop voor de zekerheid maar onder de planten want misschien zau die man ook naar buiten komen en onder de struiken kon hij me niet zien.
Er kwamen nog méér stemmen, en die stemmen kwamen nau uit MIJN huis!, ik hoorde dat ze naar de slaapkamer gingen en daar bleefen ze, na een tijdje gingen ze weer weg, en kwam er een andere stem, ook een meneermens, dus jullie snappen wel dat ik in mijn tuin bleef.
Ik dacht dat de manmensen wel snel weer weg zauden zijn, maar ze gingen keihard booren met een masjiene, en soms ging er eentje weg en kwam er weer een andere, ik wist niet wat ik ervan moest denken.
In de tuin
Na een tijdje kwam mijn vrouw bij mij zitten, in mijn tuin, en ze legde me uit dat we een nieuwe meeter kreegen voor het gas en de elektraa, en ook nieuwe leidingen voor het gas ofzo, en dat dat in de meeterkast moet die in de slaapkamer is, ik snapte er nog steeds niets van, maar mijn vrouw zei dat het noodig was voor de feiligheid, dus dat zal dan wel.
Later kwam mijn man buiten zitten bij mij en ging mijn vrouw weer naar binnen, zo ging het de hele dag door, folgens mij zijn er in die tijd wel honderd mannen met masjienes binnen geweest, ze klonken heel vriendelijk en rustig, maar ik ging toch niet naar binnen, je weet het tenslotte nooit, het zau best kunnen dat ze mij zauden zien en dan ineens dachten Die katerman ga ik fangen, en dan had ik probleemen.
Pas laat in de middag hoorde ik alleen mijn mensen nog, en de stofzuigmasjien, daar hau ik niet van dus ik bleef nog buiten, maar daarna ging ik binnen kijken, ik zag eigenlijk helemaal niet dat er iets feranderd was, Nee natuurlijk niet, hoe vaak kijk jij nau naar de gasmeter, gekkie zei mijn vrouw, en daar zit wat in, want ik weet niet eens wat dat is.
Kompliementen
Ik heb oferal gekeeken en gesnuft, daarna ging ik op mijn krabkartons liggen toeteren dat ik gekamd en geknuffeld wilde worden, en toen kreeg ik toch zooooveel kompliementen van mijn mensen!, ze zeiden dat ik een dappere jongen was, dat ik zoveel had geleerd sinds
ik hier woon, dat ze altijd heel erg trots op me zijn, en dat ze ferbaasd waren dat ik helemaal niet meer nerfeus was na zo een lange dag vol met freemde geluiden en mannen en gedoe.
Ik weet zelf heel goed hoe het komt dat ik al snel niet meer bang ben, dat komt doordat ik Kever ben, dat ben ik altijd wel geweest maar ik ben het nu echt kompleet, ik ben helemaal áf, en als Kever zijnde weet ik dat mijn mensen altijd voor me zorgen, en dat ons huis feilig is, dat het soms efentjes moeilijk kan zijn maar dat het vanzelf weer feilig wordt, ik heb fertrauwen in het leefen gekreegen.
****
Ik tetter door voor vreede en ik geef het niet op want het is dringend!
En iedereen die iemand mist stuur ik zachte kopjes.
De hele week had ik allerlei dingen waarvan ik dacht ‘dát moet ik onthouden voor m’n blog op zaterdag, en dat, en dat…’
lekker zelf. Bléééhhh. Maar een vervangend diner geserveerd krijgen? Nou, echt niet hoor. Eten wat de pot schaft, noemt m’n personeel dat dan. En als me dat niet aanstaat, kan ik altijd verder met de restjes in m’n brokjesbak zeggen ze. Gelukkig werd er voordat ik die nacht aan m’n straatcontrole begon nog wel wat lekkers in m’n snoeptoren gedaan, anders was ik in m’n pauze tijdens m’n werk toch echt wel op zoek gegaan naar een lekkere sappige muis. Zonder worteltjes.
Gisteravond was het zulk lekker weer dat ik nog voordat ‘t echt donker werd al op m’n catwalk zat. Da’s tegenwoordig helemaal geen gemakkelijke klus om daar te komen, want er groeien sinds een paar weken enorme lange stengels, nog langerderder dan m’n nieuwe hengel, en daar komen volgens m’n personeel ook nog ‘s hele grote gele bloemen aan.
Het ging best goed met slank en atleeties worden en ik geloof ook dat ik het was, hoe lang weet ik niet, maar wel eefe, ik ben ook zo een keer op de foto gegaan, maar ik weet nou ook, ik ben weer dikker dan ik moet zijn.
Nu ik terug kijk op de tijd die Bert en ik samen deelden, verbaast het me hoe moedig hij de eerste weken was.
Hallo katermannen en kattenpoezen,
Kri-kri
En dus bleef ik op de schutting zitten, terwijl de jungle om mij heen tot leven kwam. Ik hoorde het zachte geritsel van de bladeren, het getik van de egel die langs de heg liep, en het ritmische gezang van Kri – Kri, dat klonk als een geheim dat alleen de nacht kende.