Japie: ratjetoe

De titel boven mijn furhaal zou kunnen vermoeden dat ik het over Grote Bruine Knoeperds ga hebben. Was het maar zo’n feest! Ik zou zo’n beest best als toetje willen (ratje – toe). Helaas gaat het niet over die hele grote muizen. Die zijn al maanden uitverkocht bij Muisbezorgd. In de wijde omtrek is er niet één meer te bekennen. Het zou zomaar kunnen dat ze allemaal bij KeverT in de tuin wonen en daar een winterslaap houden. Genoeg over de GBK’s, daar wil ik niks over miauwen. Deze keer heb ik het over van alles en nog wat. Kleine purrichtjes die ik anders op Beestboek zou zetten. Daar blijven we nog een tijdje stil, dus vertel ik hier hoe het bij mij thuis gaat.

Furmilie

Met mijn furmilie gaat het boven verwachting. Het magere lijf van tante Cato reageert goed op druppeltjes van aardige planten die haar weerstand verhogen. Het ziet eruit als water, het ruikt naar water en het smaakt naar water. Daarom gaat het moeiteloos door haar dagelijkse portie vloeibare snackjes. Het enige bakje waarvan ik nooit de kans krijg om het af te wassen. Haar hartje is nog wel furdrietig om Oom Willem. Ze zou maar wat graag Saame met hem onder een dekentje liggen. Omdat dat niet meer kan, zit ze ieder donker in de vensterbank van de slaapkamer en zwaait naar hem tot haar staart moe is. Het goeie meows is dat de gekke beestjes die haar eerder zo ziek maakten zich gedeisd houden, waardoor haar jas minder slobbert. De kapper heeft haar mottige piekende winterjas omgetoverd in een zachte wollen broek. Het is even wennen deze meowe mode. Tante Cato overlegt met de katarazzi welke foto van de catwalk ze mogen gebruiken.
Bij mijn broer knettert het al een tijd niet meer onder zijn staart. De buik van Foppe is zo rustig dat hij een pilletje minder mag. Hoe simpel zoiets lijkt, het is een reuzenmijlpaal. Vooral voor ons mens die daardoor zomaar meer bewegingsvrijheid krijgt. Nu duimen dat hij dit vast kan houden.

Cijfers

Iedere week gaan we op een apparaat dat getallen laat zien. Bij mijn tante begint het getal al een paar weken met een drie in plaats van een twee en dat was reden voor een feestje. Toen mijn eerste cijfer van een vijf naar zes sprong, was ons mens minder enthousiast. Dat vind ik meten met twee maten. Wat het extra leuk maakt (vind ik) is dat het getal van tante Cato pas purcies de helft is van mijn getal. En Foppe weegt exact datgene dat ik woog voordat ik een bolletjes winters pretvet ben gaan heten. Mo zegt dat ik daar best iets minder trots op mag zijn. Inmiddels ben je geen bolletje meer, Japie, voegt ze er aan, maar een BOL.
Al dat gegoochel met cijfers is een beetje onzin, maar wel goed voor mijn wiskundeknobbel die me weer van pas komt bij Muisbezorgd. Ik trek me er geen lor van aan. Als Mo het apparaat neerzet, ga ik er uit mezelf braaf op zitten. Steevast krijg ik een catpliment dat ik zo netjes stil zit. Daarna gaan we een rondje rennen met een onwijs gaaf nieuw speeltje. Het is een felgele kronkelende worm aan een extra dik touw. Alleen maar omdat ik de gewone draadjes aan hengels in een oogwenk doorknaag met mijn vlijmscherpe hoektanden. Tja, die zijn nou eenmaal nodig voor mijn handeltje in piepbeesten.

Pyjamaparty

Om even over piepbeesten te miauwen; het muishouden op de vliering is onder controle. Na de schreeuw van tante Cato zoals te lezen in mijn vorige furhaal hebben die kleine rakkers zich razendsnel uit hun piepkleine pootjes gemaakt. Het kan ook zijn dat ze zo enorm zijn geschrokken van het idee dat al mijn furrienden komen voor een pyjamaparty. Hoe dan ook ze zijn in geen velden of vliering te bekennen. Het is fijn te weten dat iedereen paraat staat als het muis aan de man is. Overigens schijnt de vlieringsnuiter nog een keer langs te komen om zelfs de piepkleinste gaatjes dicht te komen maken. Dan kunnen we dat feestje hierboven wel op onze buik schrijven.
Ik heb wel een ideetje. Zal ik KeverT vragen of we een pyjamaparty in zijn tuin mogen houden? Dan slaan we twee vliegen in één klap. Een kat- en muisspel is hartstikke goed tegen zijn ferfeeling en je krijgt het er vanzelf warm van. Dan is buiten weer leuk, ook al is het winter. Ik ga hem gauw een kattenbelletje sturen. Jullie komen dan toch ook, als het mag?!

Koppie van Japie

Kever heeft een mening over ferfeeling

Het was een tijdje zo kaud dat ik bijna niet in mijn tuin kwam, als ik naar buiten ging snufte ik aan de lucht en foelde meteen aan mijn ooren dat het kaud was, dus draaide ik me om en ging weer naar binnen, wat moest ik buiten ook doen?, Mikkie en Juultje waren er niet, zelfs voor Pokon was het te kaud, ik zag geen vogels, er was helemaal niets, alleen maar kau.

Buiten en binnen

Forige winters ging ik altijd naar buiten en liep ik door de witte flokken, maar ja toen was ik jonger en wist ik nog niet beeter, nu ben ik een seeniejor katerman en find ik warm veel fijner dan kaud, die witte flokken zijn leuk om te zien maar als je er doorheen moet loopen krijg je me toch een partij kaude foeten… daar begin ik niet meer aan, en als het gefrooren heeft kan ik niet eens fatsoenlijk een gat graafen om een plasje te doen.

Daarom ben ik een paar keer binnen op mijn bak geweest, dat is veel makkelijker, alleen voor plasjes hoor, poepsen doe ik altijd buiten, dat hoort nau eenmaal zo find ik, en ik laat alles gewoon liggen als het kaud is, dat ingraafen komt wel weer een andere keer.

In mijn huis slaap ik lekker veel, ik eet mijn brokjes, ik word gekamd en ik knuffel met mijn mensen, maar daarna is er nog een heel stuk van de dag en de afond over, soms komt Pokon efentjes binnen en ferstopt hij zich en ga ik hem zoeken, maar als het echt heel erg kaud is blijft hij thuis, en dan duurt een dag best lang, eigenlijk TE lang.

Op zo een te lange dag ferfeel ik me en ga steeds naar mijn mensen om te fraagen of ze iets weeten om te doen, ik bedoel dus knuffelen of kammen of snekkies eeten, maar mijn mensen zeggen dat dat niet de heele dag door kan en dat ze soms zelf efen iets moeten doen, nau ja!!, ik snap dat niet, wat moeten ze doen zonder mij?, dat kan nooit iets belangrijks zijn, dus ik find het niet noodig dat ze die dingen langer doen dan een paar mienuutjes, daarna zet ik mijn toeter weer aan voor aandagt, ja logies want ik ben toch Kever?!

Spelen

Mijn mensen hebben van alles voor me gemaakt en gekocht maar ik doe er niets mee: ik ga nooit meer op mijn meubel voor het raam zitten, ik kijk niet naar buiten naar mijn tuin fanaf de fensterbank, ik speel niet met de bal die ik rond kan duwen in een kartonnen ding, ik wil geen fillumpjes zien op de Aaipet, ik wil niet in een kartonnen doos zitten, ik find het allemaal stom.
Ik speel wel efentjes met mijn mensen Saame, ze gooien pluusjen muisjes of ik fang de feer, ik trap tegen mijn wiewspeelgoed dat ze gooien en ik hang aan de bank, maar eigenlijk wil ik gewoon naar buiten, naar mijn tuin, daar is altijd van alles te doen en ik ferfeel me er nooit.

Gelukkig is het nau een beetje minder kaud en kan ik weer buiten op mijn stoel zitten, ik heb al een rondje gemaakt langs alle stoelen in mijn tuin, ik heb getetterd naar Juultje die op het schuurtje zat, ik heb me ferstopt voor de duifen en sprong ineens te foorschijn, mijn vrouw en ik hebben gespeeld met een duifenfeer, kijk maar op de fillum, ik had het keidruk, echt waar, ik was er helemaal frolijk van geworden, de kau duurde al veels te lang, en ik hoop dat de winter nau eindelijk foorbij is!

***

Ik tetter natuurlijk weer voor vreede!
En ik stuur iedereen die iemand mist zachte kopjes.

Joep denkt na over een ribbelding

Heb ik jullie ooit wel ‘s gemauwd over m’n allereerste uitschuifbare hengel, die ik als beebiekittenkater kreeg toen ik op mezelf ging wonen?

Ik heb daar heel erg lang veel plezier van gehad, want ik oefende daarop om het veertje aan het uiteinde van de hengel te vangen en omdat het uiteinde van de hengel lekker doorveerde kon ik er met m’n kleine pootjes op trainen om m’n evenwicht te bewaren. Met als gevolg dat, toen ik eenmaal naar buiten mocht in het voorjaar nadat ik was geboren, geen muis te snel voor me was en geen schutting te smal. Maar dat had een prijs…

Hengel

Naarmate ik groterder groeide, m’n poten sterkerder werden door het vele rennen, klimmen en klauwteren in huis en de cijfertjes van m’n geboortegewicht al lang meer dan verdubbeld waren, brak de hengel steeds vaker en elke keer weer op een andere plek dan waar m’n personeel ‘m net met een dikke laag plakspul omwikkeld had. Dat ging net zo lang goed tot er bijna een hele rol plakspul over de hele hengel zat, en hij ook lang niet meer zo leuk doorveerde wanneer ik er op sprong.

Hengel

Toen de hengel op een ochtend op zó veel plaatsen was doorgebogen dat ‘ie echt niet meer te redden was en alleen nog maar van plakspul aan elkaar hing, verdween hij in de grote vuilnisbak. Ik moet eerlijk toegeven, m’n personeel heeft hun best gedaan om een nieuwe voor me te vinden die net zo mooi uitschoof, maar ze konden niks vinden. Zelfs bij m’n lokale dierenwinkelmeneer, waar m’n allereerste hengel vandaan kwam, was een vervangend model niet meer verkrijgbaar. Die had alleen nog maar van die korte houten stokjes, die helemaal niet mee bogen als ik er op sprong. O, ik heb echt een poging gedaan hoor, om die bij gebrek aan beter toch leuk te vinden, maar de lol was daar snel van af toen het stokje tijdens een wilde speelpartij al snel gewoon krak deed. De maanden daarna heb ik zonder hengel gezeten, maar ik kon m’n snelheid en evenwicht gelukkig buiten purrrfectioneren. Maar ja, toen werd het weer winter dus de muizen bleven binnen en de schuttingen en richeltjes waren te nat en te glad om te oefenen.

Dat was het moment om me te gaan bekwamen in pootbal, want ik moest toch wat om m’n katditie op peil te houden als ik binnen was. Ik begon zelfs te dromen van een loopbaan in het Nationale Kattenteam, als eerste doelkater. Want er kwam geen bal voorbij me, hoe snel, hoog of groot die ballen ook waren. Maar ja, m’n personeel en ik waren het er over eens dat we geen ballenkittens over de vloer wilden, om de ballen te verzamelen en terug te brengen zodat ze opnieuw gegooid of gerold konden worden, dus m’n droom ging voorlopig even in de onderste la van de koelkast. Daarbij kwam ook nog ‘s dat ik het na die winter heel druk kreeg met de straatcontroles in m’n wijk, dus ik had weinig tijd meer om een hele dag binnen te spelen. Het leek er op dat zulke keuzes nou eenmaal gemaakt moeten worden wanneer je ineens een volwassen katermans bent geworden.

In m’n blog van volgende week mauw ik verder over de zoektocht van m’n personeel naar een telescoophengel, want ze hadden natuurlijk al lang door dat ik toch wel weer heel erg graag een nieuwe zou willen. Dus dat verhaal gaat nog verder.
‘t Is niet dat ik geen ander speelgoed meer had om de dag door te komen hoor, maar zo’n hengel was toch echt wel m’n favoriet. En volgens mij vond m’n personeel het zelf ook wel leuk speelgoed, want we konden daar saame dagenlang mee bezig zijn.
Maar ik wil ook nog wel wat kwijt over de afgelopen week, want tussen het dutten door scheen af en toe de zon en hoewel het best wel wat kouderder is geworden doet me dat dit najaar weinig, want m’n winterjas is inmiddels dik genoeg om een hele tijd lekker warm te blijven. En als ik echt kouwe poten krijg kan ik altijd weer terug naar binnen, om lekker op ‘t grote bed of in de vensterbank te slapen.

Bank

Maar halverwege de afgelopen week ontdekte ik dus een heel nieuw plekje in m’n huis om warm te worden, en dat wil ik vandaag even met jullie delen omdat ‘t buiten nou echt geen zomer meer is.
Want waarom zou ik, als ik na een inspectieronde buiten weer binnen kom, óp de vensterbank gaan liggen op een dik zacht kussen, als ik ook ónder de vensterbank kan opwarmen, direct op dat grote ribbeltjesding waar de warmte van af komt? Ik vond het best wel een aardig idee van mezelf, dus zo gemauwd, zo gedaan. Ik moet toegeven, het duurde even voordat ik echt katfortabel lag, met de nagels van m’n voorpoot in m’n bank voor een beetje extra houvast. Want iets nieuws uitproberen, da’s toch altijd best wel een beetje eng. En ik ben katermans genoeg om dat toe te durven geven. Maar al snel warmde m’n buik op, en m’n poten, en durfde ik los te laten om een half uurtje lekker warm te dutten voor de lunch werd geserveerd.
M’n personeel stond even heel raar te kijken toen ze me zo zagen liggen, maar intussen zijn ze er al aan gewend. Natuurlijk moet ik elke keer als ik daar wil gaan liggen wel eerst checken of de kachel niet te warm is, of te koud. Want dat voelt dan niet lekker. Maar de komende week ga ik proberen of ik ook op m’n rug op dat ribbelding kan liggen, of misschien zelfs wel op m’n zijkant. Al moet ik dan wel in de gaten houden dat m’n personeel niet in de buurt is om foto’s te maken…

Stevige poot en zachte kopjes,
Joep

Trappelen of fertrappelen ik weet het niet

Ik speel ook op mijn deken

Er is thuis weer iets en het heeft met mij te maken en fooral met de deken die ik nou heb. Het is een superfijne deken dat heb ik meteen gezegd op mijn feesboek en dat ik er fan alles mee kon.

  • Slapen
  • Eten, dan houdt mijn vrouw het bordje eefe bij mij en dan kan ik gewoon blijfe liggen
  • Spelen, ik rol gewoon of ik doe BAM met mijn poot, de deken is er groot genoeg foor
  • Trappelen

Ik ben een jongen die graag trappelt dat is gewoon zo. Op het tapijt trappel ik elke dag, lekker diep met mijn poten en dan losrukken en dan moet het ritmies dat je een beetje trans in je kop krijgt. Zo trappel ik ook in de badkamer maar soms ga ik ook gewoon liggen en knuffels doen en knorren, het is ochtend als ik meega dan is langzaam aan de dag beginnen ook goed.
Maar het allermeeste trappel ik op die deken. Eerlijk waar ik heb daar nou het meeste op getrappeld van heel mijn leefe bij elkaar. Elke dag. Maakt niet uit wat foor dag. Ook in het wiekent. Ik trappel en trappel en ik foel de trans in mijn kop en dan ga ik liggen en dan ben ik helemaal tefreede.

Flokken

Alleen nou maak ik ook flokken. Er komen stukken uit de deken en die gaan door de hele kamer, ze liggen oferal tot mijn vrouw ze gaat opruimen en daarna maak ik nieuwe flokken. Weeges ik hou niet op met trappelen.
En nou ben ik dus mijn deken aan het fertrappelen.
Ik heb ook een keer een kussen van de bank fertrappeld. Daar kwamen flokken uit en toen met het nieuwe kussen was er niks meer aan. Het tapijt heeft ook flokken alleen heel soms dus ik moet harder doen. Op de deken hoeft het niet dat gaat fanzelf.

Het leefe als huiskater is leuk en soms ook moeilijk wat als ik nou mijn deken helemaal fertrappel? Weeges ik kan niet eens zachtjes trappelen.

Jajim en Frou Frou: een ander rooster

Miauw beste furriendjes en mensen van furriendjes, we moesten hard nadenken waar we deze week over kunnen miauwen. Er is veel furandering geweest de laatste tijd met het licht en de klok, daar miauwden we vorige week over. Nou is er nog iets wat anders gaat sinds we minder licht hebben en dat is niet alleen met eten. Vandaag vertellen we over ons winter-speelkwartier en hoe dat werkt.

Balkon

Jajim: “In de koudere, donkerdere periode van het jaar is er één ding wat als eerste van ons schema gaat en het heeft te maken met buiten. Zoals onze mede binnenpoezen- en katers vast wel begrijpen is dat Frou Frou en ik onze pootjes graag warm houden. Nou is dat in de lichte tijden niet zo moeilijk, ook op het balkon gaat dat dan nog prima. Maar zodra de blaadjes van de bomen beginnen te vallen merk ik; het is minder fijn om buiten te zitten. Het waaien voelt kouder en soms is er regen. Elke ochtend wil ik wel even kijken en Frou Frou ook, maar zodra mijn kussentjes de balkonvloer raken voel ik dat het toch fijner is om binnen iets anders te gaan doen. Vogels kijken en blaadjes jagen is nou eenmaal veel fijner in de frisse buitenlucht met de zon in mijn vacht. Wat dat betreft zijn we allebei luxepoezen”.

Frou Frou: “Van mezelf ben ik een echte lente- en zomer-poes en Jajim ook. Als kleine katjes hebben we allebei al snel leren wennen aan de luxe van binnen wonen. Jagen is leuk maar daarvoor hoef je niet purr se op je balkon of in je tuin te zijn. Het kan namelijk ook binnen en je hebt er niet veel voor nodig”.

Binnen-kattiviteiten

Frou Frou: “Binnen kun je van alles doen. Zo hebben we bij de grote ramen vogel-teevee. Wij wonen hoog en hebben uitzicht op de vliegroutes van de duiven en parkieten, dat blijft spannend. Vaak roepen we Saame ‘ekekekekekek’ naar de vogels. Dat noemt onze mensenbroer ‘kekkeren’. Niet dat de vogels naar ons luisteren trouwens, ze blijven altijd in de lucht hangen. Ze horen ons niet goed als we binnen zitten denk ik. Maar het balkon is te koud om buiten te kekkeren. Daarom hebben we beiden een aangepast rooster. Voor mij is het al snel goed; met mandjes opschudden, knuffelen en haren van onze mensenbroer wassen ben ik al een half ochtendprogramma verder. Speelgoed interesseert me niet zo, wel vind ik dekentjes opfrummelen supurr leuk en ben ik dol op mijn bamboe tandenborstel”.

Jajim: “Mijn interesses zijn een beetje verschillend van die van Frou Frou. Buiten mijn dutjes om verveel ik me sneller dan mijn zusje. Ik mag dan wel senior-poes zijn, spelen blijft mijn hobby. Je hebt daarvoor je lievelings speelgoed, bij mij is dat een poppetje van stof en het lijkt op een mini paard. Het is mijn prooi en na een tijdje spelen en jagen breng ik het naar onze mensenbroer. Waarom zou je denken? Nou, omdat er ook een beloning voor terug komt. Ik breng het poppetje met een luide MAUW naar hem toe en dan komen de snacks tevoorschijn. Voor de rest vind ik speelgoed met wiew erin HEEL leuk. Dan word ik eventjes wild en voel ik mij speels als een kitten”.

Frou Frou: “Wiew snap ik niet echt. Jagen doe ik ook niet, behalve jagen op het licht of op dekentjes. Maar het aller-aller leukste van alles is voor mij toch wel knuffelen, daar kan geen speelgoed tegenop”.

Zachte kopjes,

Jajim en Frou Frou